Presentaties van het elfde symposium "preventie van zware ongevallen" van 26 november 2009
Presentaties van het tiende symposium "preventie van zware ongevallen" van 22 november 2007
Het Samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken is de omzetting van de Europese "Seveso"-regelgeving.
Dit Samenwerkingsakkoord belast de FOD Waso met een aantal taken waaronder het toezicht op de ondernemingen die aan deze regelgeving onderworpen zijn en de beoordeling van veiligheidsrapporten.
Deze taken zijn toegewezen aan de Afdeling van het toezicht op de chemische risico's van de Algemene directie toezicht op het welzijn op het werk.
De Europese Seveso-regelgeving
Twee zware chemische ongevallen die zich in de jaren '70 in Europa voorgedaan hebben, hebben de aanzet gegeven een Europese wetgeving over de preventie en de beperking van dergelijke ongevallen.
Het eerste ongeval was dat van Flixborough in het Verenigd Koninkrijk in 1974, waar een explosie en een brand geleid hebben tot 28 doden op het bedrijfsterrein en tal van gewonden op en buiten het terrein alsook tot een totale verwoesting van de installaties.
In 1976 kwam bij het ongeval te Meda nabij Seveso (in de regio van Milaan, Italië) in een chemische installatie, waar pesticiden en herbiciden geproduceerd werden, dioxine vrij tengevolge van een ongecontroleerde reactie. Het ongeval had geen onmiddellijke dodelijke gevolgen, doch door de dispersie van het carcinogene dioxine werd een uitgestrekt grondgebied rond de inrichting gecontamineerd. Het naburige stadje Seveso werd het zwaarst getroffen. Meer dan 600 mensen werden geëvacueerd en minstens 2000 personen werden behandeld voor dioxinevergiftiging.
Vooral het laatste ongeval heeft heel wat reacties losgemaakt in de publieke opinie en in het Europees Parlement. In 1982 resulteerde dit in de Richtlijn 82/501/EG van 24 juni 1982, die al gauw "de Seveso-richtlijn" werd genoemd. Ze legde verplichtingen op aan zowel de exploitant van een industriële activiteit met risico voor een zwaar ongeval als aan de bevoegde overheidsdiensten met als doel zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen van gebeurlijke ongevallen voor mens en leefmilieu te beperken.
De richtlijn werd in 1996 vervangen door de Richtlijn 1996/82/EG van 9 december 1996, met dezelfde doelstellingen maar met een veel ruimer toepassingsgebied. Omdat ze de oorspronkelijke richtlijn volledig vervangt, wordt ze ook wel de "Seveso II"-richtlijn genoemd.
Als reactie op het milieu-ongeval van Baia Mare in januari 2000, de explosie in de vuurwerkfabriek in Enschede in mei 2000 en de explosie bij de AZF-fabriek in Toulouse in september 2001 werd het toepassingsgebied van de Seveso II-richtlijn uitgebreid via de richtlijn 2003/105/EG van 16 december 2003, kortweg "Ammendement op de Seveso II Richtlijn" genoemt.
Omzetting in Belgisch recht door middel van het Samenwerkingsakkoord
Een chemisch ongeval kan zowel effecten hebben op als buiten het industriële terrein. Een ongeval kan zowel gevolgen hebben voor de mens, d.i. werknemers en omwonende bevolking, als voor het leefmilieu binnen en buiten de terreingrens.
De Federale Staat is bevoegd voor de bescherming van de werknemers en voor de voorbereiding en coördinatie van de noodplanning. De Gewesten zijn daarentegen bevoegd voor de bescherming van het leefmilieu binnen én buiten het bedrijf en voor de bescherming van de omwonende bevolking.
De Europese Seveso-regelgeving beslaat dus een aantal domeinen waarvoor in België telkens een andere federale of gewestelijke overheidsdienst bevoegd is.
De bijzondere wet van 16 juli 1993, een aanvulling van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, verplicht de federale staat en de gewesten om een samenwerkingsakkoord af te sluiten voor de toepassing van de Europese Seveso-regelgeving.
Op 21 juni 1999 hebben de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een samenwerkingsakkoord gesloten "betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn" dat bedoeld is als omzetting van de Seveso II-richtlijn, van het Verdrag van Helsinki over grensoverschrijdende effecten en het ILO-verdrag nr. 174. Deze twee verdragen behandelen immers dezelfde materie en waren perfect integreerbaar in het Seveso-kader.
De betrokken overheidsdiensten hebben gestreefd naar een verregaande vorm van samenwerking door een samenwerkingsakkoord met kracht van wet aan te nemen dat niet alleen de samenwerking en taken van de overheidsdiensten vastlegt maar tegelijkertijd ook de verplichtingen van de exploitanten bevat. Dit normatief samenwerkingsakkoord is rechtstreeks van toepassing op alle betrokken partijen.
Het werd bekrachtigd door de Vlaamse regering via het decreet van 17 juli 2000 (Belgisch Staatsblad 11.08.2000), door de Waalse regering via het decreet van 8 december 1999 (Belgisch Staatsblad 12.10.2000), door de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via de ordonnantie van 20 juli 2000 (Belgisch Staatsblad 07.09.2000) en door de Federale regering via de wet van 22 mei 2001 (Belgisch Staatsblad 16.06.2001). Het Samenwerkingsakkoord werd van kracht op 26 juni 2001.
De omzetting van het ammendement op de Seveso II Richtlijn is in gebeurd door zowel de tekst als de bijlagen van het Samenwerkingsakkoord aan te passen. Deze aanpassing is op zijn beurt ingevoerd door een samenwerkingsakkoord dat ook weer bekrachtigd werd bij wet, decreet en ordonnantie. Eigenlijk had deze omzetting ten laatste op 1 juli 2005 moeten gebeurd zijn, de publicatie in het Belgisch staadsblad inbegrepen. Zolang dit niet gebeurd was het Ammendement op de Seveso II Richtlijn nog niet van kracht in België. Pas vanaf deze omzetting in de Belgische reglementering moesten alle Belgische bedrijven voldoen aan de voorschriften van de gewijzigde Richtlijn of meer exact aan de omzetting ervan in de Belgische reglementering.
Door de publicatie van de "Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord" werd de laatste stap in het bekrachtingen van de aanpassing van het samenwerkingsakkoord genomen en werd het aangepaste samenwerkingsakkoord van kracht. Dit gewijzigde samenwerkingsakkoord is van kracht geworden op 6 mei 2007, 10 dagen na publicatie in het Belgisch staadsblad.
Van de wijziging van het Samenwerkinsakkoord is ook gebruik gemaakt om een aantal tekstuele wijzigingen te doen. Dit vooral aan een aantal artikels waarvan verschillende interpretaties mogelijk waren en ten gevolge van problemen tussen de verschillende taalversies.
Meer toelichting over het Samenwerkingsakkoord.
Artikel over het Ammendement op de Seveso II Richtlijn.
Het Samenwerkingsverband tussen de overheden
Het Samenwerkingsakkoord viseert een maximale samenwerking tussen alle bevoegde overheidsdiensten om tot een doeltreffende en coherente uitvoering van de Europese richtlijn in het ganse land te komen.
Bepaalde onderdelen van de "Seveso II"-richtlijn zijn goed af te bakenen en behoren in ons land eenduidig tot één bevoegdheidsniveau (bv. externe noodplanning). Andere onderdelen daarentegen behoren gelijktijdig tot de bevoegdheid van de federale en gewestelijke overheid, zij het vanuit een andere invalshoek (bv. preventie vanuit de invalshoek arbeidsveiligheid en preventie vanuit de invalshoek leefmilieu en externe veiligheid). In plaats van deze gedeelde bevoegdheden artificiëel op te splitsen en elke overheid afzonderlijk een bepaald facet toe te wijzen, is geopteerd voor een intensieve samenwerking tussen alle betrokken overheden om elkaars knowhow optimaal te laten renderen. De gezamenlijke uitoefening van bevoegdheden is zelfs ook doorgevoerd voor deze aspecten waar theoretisch wel een duidelijke afbakening mogelijk was. Alle betrokken overheden zijn er immers van overtuigd dat enkel een maximale samenwerking tot een doeltreffende en coherente uitvoering van de Europese richtlijn in het ganse land kan leiden.
Bij het uitwerken van de samenwerkingsstructuur werd, naast het bewerkstelligen van een optimale samenwerking, ook gestreefd naar een situatie waarbij de exploitant per verplichting slechts met één enkele overheidsdienst in contact moet treden.
De doorgedreven, intensieve samenwerking uit zich expliciet in:
de beoordelingsprocedure van de veiligheidsrapporten
het inspectiesysteem
de wijze van optreden bij een zwaar ongeval
de permanente overlegstructuur.
De samenwerkingsstructuur is gebaseerd op de definitie van drie verschillende soorten overheidsdiensten:
de coördinerende diensten (gewestelijke overheidsdienst)
Zij staan in voor de ontvangst van de kennisgevingen en veiligheidsrapporten, de distributie van deze documenten naar de andere bevoegde overheidsdiensten, het ontvangen en groeperen van de beoordeling van de veiligheidsrapporten van de beoordelingsdiensten en het overmaken van de globale beoordeling aan de exploitant. Per Gewest is er één coördinerende dienst.
de beoordelingsdiensten (gewestelijke en federale overheidsdiensten)
Deze diensten beoordelen het veiligheidsrapport en geven deze beoordeling door aan de betrokken coördinerende dienst.
de inspectiediensten (gewestelijke en federale overheidsdiensten)
Deze diensten inspecteren de onderworpen bedrijven op een gecoördineerde wijze.
De goede en correcte uitvoering van de bepalingen van het Samenwerkingsakkoord wordt verzekerd via een permanente overlegstructuur. Deze permanente overlegstructuur krijgt vorm in een "Samenwerkingscommissie Seveso-Helsinki" waarin vertegenwoordigers van de verschillende bevoegde overheidsdiensten zetelen. Het voorzitterschap en secretariaat wordt waargenomen door de Afdeling van het toezicht op de chemische risico's.
De samenwerkingscommissie vergadert minstens vier maal per jaar. Binnen deze commissie worden tevens de Europese vergaderingen van de bevoegde autoriteiten van de lidtaten voorbereid.
Adviezen van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk
Bijkomende inlichtingen