NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Aanpassing van de regelgeving betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk

08-06-2009

Op 8 juni 2009 is het koninklijk besluit van 19 mei 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk in het Belgisch Staatsblad verschenen.

De aangebrachte wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op de duur van de opzeggingstermijn, de vernieuwing van de erkenning, de schorsing en de intrekking van de erkenning, evenals op de samenstelling van het adviescomité.

Beding met weerslag inzake aanpassing forfaitaire bijdragen

Zo wordt bepaald dat het beding in de overeenkomst met de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk dat betrekking heeft op de wijze van beëindiging van de overeenkomst voortaan ook de weerslag dient te vermelden die deze beëindiging heeft op de aanpassing van de forfaitaire bijdragen.

Opzeggingstermijn van ten minste zes maanden

Een andere aanpassing heeft betrekking op de mogelijkheid tot opzegging van de overeenkomst met de externe dienst.
Zo wordt het mogelijk voor een partij de overeenkomst op te zeggen met naleving van een opzeggingstermijn van ten minste zes maanden die aanvangt op de eerste dag van de maand die volgt op deze waarin de opzegging werd gegeven en die eindigt op 31 december van het lopende dan wel het volgende kalenderjaar.

Deze precisering van het einde van de opzeggingstermijn werd ingevoerd omwille van de wijze waarop de werkgever de facturen van de externe dienst moet betalen : een voorschot in het begin van het jaar en een afrekening op het einde van het jaar. Om tussentijdse verrekeningen die soms problematisch kunnen zijn bij overgang naar een andere externe dienst te vermijden, wordt er voor geopteerd dat de opzegging altijd zou eindigen op 31 december van een kalenderjaar.
 
Concreet betekent dit:

  • wanneer een werkgever de opzegging betekent in de loop van de maand juni 2009, begint de opzegging  op 1 juli 2009 en eindigt ze op 31 december 2009 = exact zes maanden;
  • wanneer een werkgever de opzegging betekent in de loop van de maand juli 2009, begint ze te lopen op 1 augustus 2009. De termijn dient minstens zes maanden te zijn. Rekening houdend hiermee zou het contract een einde nemen op 31 januari 2010. Omwille van de financiële aspecten, wordt de termijn echter verlengd tot 31 december 2010. In feite wordt de termijn dan verlengd tot 17 maanden;
  • wanneer een werkgever de opzegging betekent in de loop van de maand januari 2010, begint ze te lopen op 1 februari 2010. Met een termijn van zes maanden zou het contract eindigen op 31 juli 2010. Omwille van de financiële aspecten wordt de termijn verlengd tot 31 december 2010. De reële opzeggingstermijn is dan 11 maanden.

Aanduiding werkgeversafgevaardigden

Artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 wordt aangepast in die zin dat het de werkgeversorganisaties zijn die in de Hoge raad voor preventie en bescherming op het werk vertegenwoordigd zijn die zorgen voor de aanduiding van de werkgeversafgevaardigden in de adviescomités van de externe diensten.

Info aan het adviescomité

Het ministerieel besluit tot vaststelling van de aard en de inhoud van het geheel van informatie en documenten die de raad van bestuur van de externe dienst aan het adviescomité moet verschaffen, wordt opgeheven. Het zijn de leden van het adviescomité zelf die bepalen welke de informatie zij nodig achten om hun opdracht te vervullen.

Informeren van vaste operationele commissie

De Vaste Operationele Commissie moet voortaan geïnformeerd worden van elke afwezigheid van akkoord in het adviescomité over de criteria van intern beleid.

Schorsing en intrekking van de erkenning

Een andere belangrijke wijziging betreft het invoeren van een transparante, getrapte procedure inzake de schorsing, dan wel de intrekking van een erkenning.

Volgens de nieuw ontworpen regeling die van toepassing wordt wanneer de externe dienst zich niet in regel heeft gesteld na verloop van de termijn zoals vastgesteld door de met het toezicht belaste ambtenaren, kan de Minister, op grond van een omstandig verslag van de ambtenaar belast met het toezicht, beslissen tot:

  1. het intrekken van de erkenning : de externe dienst verliest zijn erkenning en de overeenkomst met de werkgever is ambtshalve beëindigd;
  2. het verlenen van een voorlopige erkenning van 6 maanden, eenmaal hernieuwbaar, waarbij de oorspronkelijk erkenning wordt geschorst : de externe dienst blijf erkend voor zes maanden of één jaar (indien de voorlopige erkenning werd hernieuwd).
    Indien de externe dienst zich na deze periode geregulariseerd heeft, wordt de schorsing van de oorspronkelijke erkenning ongedaan gemaakt. De overeenkomst met de aangesloten werkgevers komt hier niet in het gedrang.
    Indien de externe dienst zich evenwel niet tijdig in regel heeft gesteld, kan de erkenning worden ingetrokken, waardoor de overeenkomst met de werkgever ambtshalve is beëindigd of kan de oorspronkelijke erkenning beperkt worden tot enkel de opdrachten die het voorwerp zijn van de voor de periode van schorsing bestaande overeenkomsten;
  3. het beperken van de erkenning tot de opdrachten die het voorwerp zijn van de bestaande overeenkomsten voor een periode die hij vaststelt. Indien de externe dienst na verloop van die periode geen orde op zaken heeft gesteld, kan de Minister deze beperking definitief maken.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites