NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Het rapport “Recente evoluties en vooruitzichten van de arbeidsmarkt” van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid is zopas verschenen

30-06-2009

Het rapport “Recente evoluties en vooruitzichten van de arbeidsmarkt” van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid is op 30 juni 2009 gepubliceerd.

Het is gewijd aan de economische crisis en de gevolgen ervan voor de werkgelegenheid. Het is een vervolg van het eerste rapport over hetzelfde thema dat eind maart 2009 werd gepubliceerd.

Vaststellingen

  • Uit de beschikbare statistieken blijkt dat de activiteit in het eerste kwartaal van 2009 met 1,7 pct. is gedaald ten opzichte van het voorgaande kwartaal, dat is in hetzelfde tempo als tijdens het vierde kwartaal van 2008. De groei op kwartaalbasis van de werkgelegenheid vertoonde, met enige vertraging, een vergelijkbaar verloop: na een nulgroei in het vierde kwartaal van 2008 zouden gedurende het eerste kwartaal van 2009 bijna 10.000 banen vernietigd zijn. Alle conjunctuurgevoelige bedrijfstakken droegen tot die beweging bij.
  • Het aantal door uitzendkrachten gewerkte uren, dat sinds het tweede kwartaal van 2008 aanhoudend was teruggelopen, verminderde nog scherper in april: het lag 28 pct. lager dan een jaar voordien. De daling was bijzonder sterk voor de door uitzendarbeiders gewerkte uren, die met 37 pct. krompen. Tegelijkertijd wijzen de statistieken betreffende het aantal dagen tijdelijke werkloosheid op een nog zeer krachtige toename op jaarbasis, namelijk met 110 pct. in april.
  • Tegen die achtergrond is het aantal door de overheidsdiensten voor arbeidsbemiddeling (Actiris, FOREM en VDAB) ontvangen vacatures aanhoudend geslonken en is het aantal door de RVA opgetekende werkzoekenden sterk toegenomen. In mei waren het er 524.000, dat is 54.000 meer dan op hetzelfde tijdstip het jaar voordien. Die stijging was bijzonder uitgesproken voor mannen en in Vlaanderen, waar de economie conjunctuurgevoeliger is. Daarentegen gold die toename van de werkloosheid voor alle leeftijdscategorieën en alle nationaliteiten.
  • Met betrekking tot de activiteit zijn er zowel nationaal als internationaal tekenen merkbaar dat het ergste van de economische en financiële crisis achter de rug is of dat ze althans haar dieptepunt heeft bereikt. Dat is echter niet het geval voor de arbeidsmarkt, die volgens de vooruitzichten aanzienlijk zou verslechteren in het tweede deel van 2009 alsook in 2010. Die ontwikkeling is toe te schrijven aan de vertraging waarmee het aantal werkzame personen traditioneel op de conjunctuurschommelingen reageert. In België wordt die vertraging, net als in andere Europese landen, momenteel nog vergroot door het toenemende beroep op formules van tijdelijke werkverdeling of tijdelijke werkloosheid. Volgens de projecties zal de werkgelegenheid uiteindelijk echter toch krachtig reageren, wat, samen met de verwachte verdere uitbreiding van de beroepsbevolking, in een fors oplopende werkloosheid zal resulteren.
  • Volgens de meest recente vooruitzichten van de Europese Commissie zou de daling van de activiteit in 2009 relatief geringer uitvallen in België dan gemiddeld in de EU; de ommekeer in 2010 zou vergelijkbaar zijn qua omvang. Er zouden in België in 2009 ook relatief minder arbeidsplaatsen verloren gaan. Het EU-gemiddelde wordt immers neerwaarts beïnvloed door de terugval van de werkgelegenheid in Spanje, met 5,3 pct., en ondanks hun geringere gewicht door het massale banenverlies, tot 9 pct., in de Baltische staten en in Ierland.
  • De Nationale Bank verwacht het verlies van 36.000 arbeidsplaatsen in 2009 en van niet minder dan 80.000 banen in 2010. Gelet op de aanhoudende toename van de beroepsbevolking zou het aantal werkzoekenden dit jaar met 68.000 personen stijgen en in 2010 met 111.000. De geharmoniseerde werkgelegenheidsgraad zou aldus onder 60 pct. zakken in 2010 en de werkloosheidsgraad zou oplopen tot 9,2 pct., tegen 7 pct. in 2008.

Aanbevelingen

  • Naar aanleiding van die analyses blijft de Raad zijn steun verlenen aan het beleid van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten om de economie zo snel mogelijk te stabiliseren. De Raad verwijst ter zake naar een aantal aanbevelingen die reeds in zijn advies van maart 2009 waren geformuleerd: het stabiliseren van het financiële systeem, het laten functioneren van de « automatische stabilisatoren» zonder deze te neutraliseren en voornamelijk het volop laten functioneren van de sociale zekerheid als veiligheidsnet, het versneld ten uitvoer leggen van investeringsprojecten, enz.
  • Terzelfder tijd herhaalt de Raad dat alles in het werk moet worden gesteld om erop toe te zien dat de conjuncturele werkloosheid, die als gevolg van de crisis snel toeneemt, na de crisis niet omslaat in structurele werkloosheid. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de jongeren die zich, na het beëindigen van hun studie, voor het eerst op de arbeidsmarkt aanbieden. Ook moet absoluut vermeden worden dat oudere arbeidskrachten zich definitief terugtrekken uit of vervreemd raken van de arbeidsmarkt.
  • De Raad beklemtoont nogmaals dat een structurele verbetering van de werkgelegenheid een omvangrijk en coherent beleid vereist, dat gericht is op een versterking van de economische groei die banen creëert, onder meer door voortdurend te innoveren, en op de kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van het arbeidsaanbod. Daartoe moet de totale werkgelegenheidsgraad aanzienlijk verhoogd worden: in 2008 was 62,4 pct. van de bevolking op arbeidsleeftijd aan de slag, waarmee deze ratio sinds lang ver onder het EU-gemiddelde uitkomt (65,9 pct.) evenals onder de voor de EU als geheel tegen 2010 bepaalde doelstelling van 70 pct.
  • Waar nodig dient het beleid de bruggen te verstevigen die noodzakelijk zijn voor de transities tussen functies, tussen banen, en van werkloosheid of inactiviteit naar een baan, bijvoorbeeld via een aanpassing van wetgeving of reglementering. Ook zouden de sociale partners die dimensie meer moeten opnemen in de collectieve overeenkomsten. Ook het human-resourcesbeleid en de arbeidsorganisatie in de ondernemingen moeten hierop inspelen.
  • Adequaat onderwijs en permanente opleiding zijn de sleutels voor participatie en voor de versterking van de kansen op de arbeidsmarkt. Het onderwijs dient basisvaardigheden bij te brengen die elk op zich een solide basis bieden voor een professionele loopbaan en voor het levenslang leren. Na het onderwijs moet voortgezette opleiding voor de aflossing zorgen, zowel in de ondernemingen als daarbuiten. De inspanningen in dat opzicht moeten met name méér ten goede komen aan de groepen die er tot dusver meer van verstoken zijn gebleven, bijvoorbeeld de ouderen en de lagergeschoolden. De Raad herhaalt tevens zijn voorstel om het beroep op formules van tijdelijke werkloosheid systematisch te koppelen aan arbeidsmarktgerichte opleidingsinspanningen.
  • Deze laatste suggestie past in een ruimer streven naar een versterking van het beleid van begeleiding en opvolging van het zoekgedrag naar werk, dat voor alle beoogde groepen doeltreffend is gebleken. Derhalve meent de Raad dat het meer dan ooit noodzakelijk is dat beleid uit te breiden tot de werkzoekende 50-plussers, op een wijze die aangepast is aan hun situatie, aangezien zij, méér nog dan andere bevolkingsgroepen, de gevolgen van de economische crisis op de werkgelegenheid zouden kunnen ondergaan.
  • Gelet op de onderparticipatie van een aantal kansengroepen, dienen uiteraard alle inspanningen te worden voortgezet om die te verbeteren. Diversiteit moet een algemene en natuurlijke leidraad worden, zowel in de bedrijven als in de overheidssector, zodat alle groepen - zowel vrouwen als mannen, ouderen als jongeren, allochtonen als Belgen, personen met een arbeidshandicap en mensen van alle scholingsniveaus - tot de economische activiteit kunnen bijdragen en daaruit een inkomen verwerven. Gelet op de omvang van de groepen en op de persistent grote achterstand van België ten opzichte van andere landen, is een zeer bijzondere aandacht wenselijk voor niet-Europese allochtonen en ouderen.
  • Opdat die alomvattende strategie succesrijk zou zijn, dient ze te steunen op een gemeenschappelijk engagement van alle betrokken actoren, met inbegrip van de federale regering en de gewest- en gemeenschapsregeringen, de sociale partners, de diensten voor arbeidsbemiddeling en het onderwijs.

Het rapport “Recente evoluties en vooruitzichten van de arbeidsmarkt” is beschikbaar in de module Publicaties.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites