NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Loonnorm

De loonnorm voor 2015 en 2016

Wat is de loonnorm?

De loonnorm wordt om de twee jaar vastgelegd en bepaalt hoeveel de loonkosten mogen stijgen. Het is de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (hierna Loonnormwet genoemd), die de mogelijkheid creëert om de loonkostenontwikkeling in België preventief aan te passen aan de verwachte evolutie bij onze voornaamste handelspartners Duitsland, Nederland en Frankrijk. De loonnorm fungeert als een soort omkadering van het tweejaarlijkse loonoverleg.

De Loonnormwet voorziet dat de indexeringen en de baremieke verhogingen altijd worden gewaarborgd.

Waarom een loonnorm?

De loonnorm is belangrijk omdat België een klein land is met een open economie (import en export vertegenwoordigt +/- 70 % van ons Bruto Binnenlands Product), die sterk afhankelijk is van de uitvoer naar die drie buurlanden. Indien de Belgische loonkosten sneller stijgen dan die van onze buurlanden, daalt de competitiviteit van onze economie, hetgeen een negatieve weerslag heeft op de werkgelegenheid.

Op wie van toepassing?

De Loonnormwet is van toepassing op de werkgevers en werknemers van de “privé-sector”. Dit zijn alle werkgevers en werknemers die onderworpen zijn aan de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.

De naleving van de loonnorm wordt nagegaan op het niveau van de werkgever. Een werkgever is ofwel een fysiek persoon ofwel een rechtspersoon. Hier wordt dus verwezen naar de juridische entiteit en niet naar de technische bedrijfseenheid of naar een andere vorm van onderverdeling of groepering.

Sinds 27 april 2015 is de loonnormwet ook van toepassing op de economische overheidsbedrijven zoals bedoeld in artikel 1, § 4, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

Procedure

De procedure die moet leiden tot het vastleggen van de loonnorm bestaat erin dat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) om de twee jaar in het najaar voor de aanvang van de onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord, een Technisch Verslag opstelt over de maximaal beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling in nominale termen op basis van de verwachte evolutie in de referentielanden, namelijk Duitsland, Frankrijk en Nederland. Uitgaande van dat Technisch Verslag stellen de sociale gesprekspartners, binnen de context van het interprofessioneel akkoord, een loonnorm vast die de maximale marge voor de loonkostenontwikkeling bepaalt. De sociale partners hebben, na de publicatie van het Technisch Verslag, maximaal twee maanden de tijd om tot een akkoord te komen.

Bij gebrek aan een akkoord doet de Regering een bemiddelingsvoorstel, op grond van de gegevens vervat in het verslag.

Indien de sociale partners akkoord gaan met het bemiddelingsvoorstel van de Regering wordt de loonnorm vastgelegd in een interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst. Als de sociale partners het bemiddelingsvoorstel van de Regering niet binnen de maand aanvaarden, kan de Regering, bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, de loonnorm zelf vastleggen.

De loonnormen sinds de Loonnormwet

Periode 

Norm 

Uitleg  

 

1997-1998 

6,10%

 

1999-2000 

5,90%

 

2001-2002 

6,4-7%

6,4%, naargelang de sector, verhoogd met 0,2% volgens sociale afspraken en 0,4% volgens de economische prestaties.

2003-2004 

5,40%

 

2005-2006 

4,50%

 

2007-2008 

5,00%

 

2009-2010 

250 euro

Netto-enveloppe waarvan 125 euro kon worden toegekend in 2009; index en baremieke verhogingen waren steeds gewaarborgd.

2011-2012 

0,30%

Waarvan 0,0% kon worden toegekend in 2011; index en baremieke verhogingen waren steeds gewaarborgd.

2013-2014 

0,00%

Index en baremieke verhogingen waren steeds gewaarborgd.

2015-2016 

0,5% + 0,3%

Waarvan 0,0% kan worden toegekend in 2015; 0,5% van de brutoloonmassa met alle lasten inbegrepen; 0,3% van de loonmassa in netto zonder bijkomende kosten in 2016.

 

In de periode 1997-1998 werd de loonnorm vastgelegd bij koninklijk besluit. In de daarop volgende jaren tot 2010 bereikten de sociale partners zelf een akkoord over een indicatieve loonnorm zonder tussenkomst van de Regering. Tot 2008 werd de loonnorm vastgelegd met inbegrip van de indexeringen en baremieke verhogingen. In 2009-2010 werd gekozen voor een “netto-formule” (zie bovenstaande tabel).

In de periodes 2011-2012 en 2013-2014 kwamen de sociale partners niet tot een akkoord en werd de loonnorm bindend vastgelegd door de Regering. De indexering en baremieke verhogingen werden in die jaren gewaarborgd bovenop de loonnorm.

Loonnorm 2015-2016

Voor de periode 2015-2016 wordt de loonnorm uitzonderlijk vastgelegd door de wet van 28 april 2015 (Belgisch Staatsblad van 30 april 2015) dat in werking is getreden op 30 april 2015.

De maximale marge voor de loonkostenontwikkeling wordt voor het jaar 2015 op 0 % vastgesteld en voor het jaar 2016 op 0,5 % van de brutoloonmassa, totale kost voor de werkgever alle lasten inbegrepen.

Daarboven mag in het jaar 2016 de maximale marge voor de loonkostenontwikkeling worden verhoogd met 0,3 % van de loonmassa in netto zonder bijkomende kosten voor de werkgever.

De norm is gebaseerd op de vaststellingen van het Technisch Verslag van de CRB waaruit onder meer blijkt dat onze loonkosten sinds 1996 sneller stegen dan bij onze buurlanden. De Regering wenst onder meer door deze maatregel de sinds jaren opgebouwde loonhandicap met die buurlanden stelselmatig weg te werken.
Dit betekent dat conform artikel 9, § 1 van de Loonnormwet de loonsverhogingen die de loonnorm te boven gaan, ongeacht of zij voor of na 30 april 2015 overeengekomen werden, vanaf die datum niet langer in overeenstemming zijn met de voormelde wetten.
 

De Loonnormwet voorziet dat de evolutie van de gemiddelde uurloonkosten van de lopende twee jaren moet nagegaan worden ten opzichte van de gemiddelde uurloonkosten van de twee voorgaande jaren. Zonder afbreuk te doen aan de loonkoststijgingen die krachtens de wet zijn geoorloofd, is het de verhoging van de gemiddelde uurloonkost van de onderneming die de vastgestelde loonnorm niet mag overschrijden, niet de loonkost per individuele werknemer.

Voordelen die in de voorgaande twee jaren werden toegekend mogen ook verder in de jaren 2015-2016 worden verleend (eventueel onder de vorm van een gelijkwaardig alternatief maar zonder verhoging).

De werkgever beschikt dus over een beperkte marge in het voeren van een individueel loonbeleid.

Conform de loonnormwet blijft de toepassing van indexering van lonen en vergoedingen steeds gewaarborgd. Hetzelfde geldt voor de toepassing van bestaande loonschalen (barema’s).

Artikel 10 van de Loonnormwet geeft een opsomming van wat niet meegerekend wordt voor de berekening van de loonkostenontwikkeling:

  • de winstdeelnemingen zoals omschreven door de wet ; 
  • de verhogingen van de loonmassa die voortvloeien uit de toename van het aantal personeelsleden in voltijdse equivalenten ; 
  • de uitkeringen in speciën of in aandelen, of deelbewijzen die aan de werknemers, overeenkomstig de toepassing van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen, worden toegekend ; 
  • de bijdragen gestort in het kader van de pensioenstelsels die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid ; 
  • de eenmalige innovatiepremies bedoeld in de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg.

Loonkostverhogingen die voortvloeien uit dwingende wettelijke bepalingen, zoals de bijdragen voor risicogroepen en de verhoging van de vormingsinspanningen, en die leiden tot een overschrijding van de loonnorm, tellen mee voor de loonnorm, maar zullen geen aanleiding geven tot een sanctie.

CAO-afspraken gericht op het wegwerken van de loonkloof tussen mannen en vrouwen in het kader van de nieuwe loonkloofwet van 22 april 2012 kunnen eveneens geoorloofd zijn.

In analogie daarmee wordt de loonkostverhoging als gevolg van de verhogingen van de jeugdlonen voorzien in de cao’s nrs. 43 en 50 van de Nationale Arbeidsraad toegestaan.

De collectieve bonusplannen in het kader van de CAO nr. 90 van de Nationale Arbeidsraad zijn eveneens geoorloofd.

Een vermindering van de arbeidsduur zonder een evenredige vermindering van de gemiddelde uurloonkosten per werknemer heeft tot gevolg dat de loonkosten stijgen. Bijgevolg is dit ongeoorloofd indien het leidt tot een verhoging van de gemiddelde uurloonkost in de sector of onderneming boven de maximumnorm.

Naleving en sancties

De vastgestelde loonnorm mag niet worden overschreden door overeenkomsten op intersectoraal, sectoraal, bedrijfs- of individueel niveau.

De sectorale cao die bepalingen bevat die ingaan tegen de Loonnormwet kan niet algemeen verbindend verklaard worden door de Koning.

Een werkgever die de loonnorm niet respecteert kan een boete opgelegd krijgen van 250 tot 5.000 euro.
 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites