NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Pleegzorgverlof

Toepassingsgebied.

Artikel 30quater van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten kent aan de werknemer, die is aangesteld als pleegouder, het recht toe om van het werk afwezig te zijn voor de vervulling van verplichtingen en opdrachten of om het hoofd te bieden aan situaties die voortvloeien uit de plaatsing in zijn gezin van één of meerdere personen die in het kader van die pleegzorg aan hem zijn toevertrouwd.

De nadere modaliteiten tot uitoefening van het recht op pleegzorgverlof worden geregeld door het koninklijk besluit van 27 oktober 2008 betreffende de afwezigheid van het werk met het oog op het verstrekken van pleegzorgen.  Dit besluit is in werking getreden met ingang van 22 november 2008.

De regeling inzake pleegzorgverlof is van toepassing op alle werknemers die worden tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst onder de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.  Ruw gesteld komt dit neer op de ganse privé-sector en op de contractuele personeelsleden in overheidsdienst.

De regeling op het pleegzorgverlof is weliswaar van toepassing op de contractuele personeelsleden in overheidsdienst, maar dit sluit geenszins de mogelijke toepassing uit van andere verlofregelingen die in de betrokken openbare diensten of instellingen eventueel worden toegestaan n.a.v. een pleegzorgsituatie in het gezin van de werknemer.  Contractuele personeelsleden in overheidsdienst dienen zich over het al dan niet bestaan van dergelijke andere verlofregelingen te informeren bij hun personeelsdienst.

Volgende categorieën vallen in principe niet onder de regeling inzake pleegzorgverlof van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten:

  • statutair aangestelde personeelsleden (vastbenoemden);
  • gesubsidieerde personeelsleden van het vrij onderwijs die niet worden tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst in het kader van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
  • vrijwilligers;
  • zelfstandigen en meewerkende echtgenoten.

Voor statutaire personeelsleden en gesubsidieerde personeelsleden van het vrij onderwijs die niet met een arbeidsovereenkomst onder de wet van 3 juli 1978 worden tewerkgesteld, gelden op het vlak van pleegzorgverlof de eventuele regels die daaromtrent worden voorzien door het statuut dat op hen van toepassing is.  Omtrent dit statuut kan het best informatie worden ingewonnen bij de eigen personeelsdienst.

Duur van het pleegzorgverlof.

De duur van het pleegzorgverlof is bepaald op maximaal 6 dagen per kalenderjaar.

Tijdens deze dagen wordt de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst en kan de werknemer geen aanspraak maken op loon ten laste van zijn werkgever.  Om dit loonverlies te compenseren is voorzien in een uitkering voor de werknemer die gebruik maakt van zijn recht op pleegzorgverlof.

Indien het pleeggezin bestaat uit twee werknemers, die gezamenlijk als pleegouder zijn aangesteld, dienen de 6 dagen pleegzorgverlof onder hen beiden te worden verdeeld.

Daartoe dient elk van hen een verklaring op erewoord te bezorgen aan zijn of haar werkgever, waarin precies wordt aangegeven hoe het aantal dagen pleegzorgverlof jaarlijks onder hen zal worden verdeeld.

Wie heeft recht op pleegzorgverlof.

Het pleegzorgverlof vormt een recht voor iedere werknemer die officieel als pleegouder is aangesteld:

  • door de rechtbank,
  • door een erkende dienst voor pleegzorg,
  • door de diensten van l’Aide à la Jeunesse,
  • of door het Comité Bijzondere Jeugdbijstand.

Ten aanzien van de werkgever wordt het bewijs van de hoedanigheid als pleegouder geleverd door de formele aanstellingsbeslissing die uitgaat van één van deze organismen.

Het recht op pleegzorgverlof geldt voor alle vormen van plaatsing in het gezin waartoe kan worden besloten door één van de hierboven vermelde organismen, zowel de plaatsing van minderjarige personen, als de plaatsing van personen met een handicap.

Welke gebeurtenissen openen het recht op pleegzorgverlof.

De werknemer, die is aangesteld als pleegouder, kan het pleegzorgverlof enkel maar opnemen voor gebeurtenissen die specifiek verband houden met de pleegzorgsituatie en waarbij zijn tussenkomst vereist is, doch verhinderd wordt door de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst.

De werknemer mag het recht op pleegzorgverlof uitsluitend gebruiken om het hoofd te bieden aan deze gebeurtenissen en niet om redenen die met de pleegzorgsituatie niets te maken hebben.

Het gaat met name om de volgende specifieke gebeurtenissen:

  • het bijwonen van zittingen bij de gerechtelijke en administratieve autoriteiten die bevoegd zijn voor het pleeggezin,
  • het hebben van contacten met de natuurlijke ouders of met andere personen die belangrijk zijn voor het pleegkind of de pleeggast,
  • het hebben van contacten met de dienst voor pleegzorg.

In andere dan de drie hierboven vermelde situaties, geldt het recht op pleegzorgverlof slechts voor zover de bevoegde plaatsingsdienst een attest aflevert dat verduidelijkt waarom dat verlof noodzakelijk is en voor zover die situaties niet reeds worden afgedekt door het verlof om dwingende redenen.  Dit betekent bv. dat, bij ziekte van het pleegkind, de werknemer geen gebruik kan maken van zijn recht op pleegzorgverlof, maar net zoals een gewone ouder een beroep moet doen op het verlof om dwingende redenen.  Dit laatste verlof wordt geregeld door artikel 30bis van de Arbeidsovereenkomstenwet en de CAO nr. 45 van 19 december 1989 houdende invoering van een verlof om dwingende redenen.

Hoe moet men het pleegzorgverlof aanvragen.

De werknemer die gebruik maakt van het recht op pleegzorgverlof, is ertoe gehouden de werkgever hiervan ten minste twee weken op voorhand te verwittigen.  Indien dit niet mogelijk is, moet hij of zij de werkgever zo spoedig mogelijk verwittigen.

Wanneer de werkgever hem daarom verzoekt, moet de werknemer het bewijs leveren van de gebeurtenissen die zijn afwezigheid van het werk met het oog op het verstrekken van pleegzorgen rechtvaardigen.  Dit kan gebeuren aan de hand van gepaste documenten (bv. oproepingsbrief van de rechtbank) of, bij gebreke hieraan, door ieder ander bewijsmiddel.

Met het oog op het verkrijgen van een uitkering voor de dagen pleegzorgverlof, dient de werknemer een aanvraag te richten aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (R.V.A.) in het ambtsgebied waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft.  Voor meer informatie omtrent deze aanvraagprocedure kan men terecht op de website van de R.V.A.

De uitkering voor pleegzorgverlof

Tijdens de schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens pleegzorg heeft de werknemer recht op uitkeringen ten laste van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening (R.V.A.).

Het bedrag van deze uitkering is forfaitair vastgesteld op 82% van het loonplafond zoals voorzien in de artikelen 212, eerste lid en 223bis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.  Dit bedrag komt overeen met de maximale daguitkering die geldt in het kader van de regelgeving op het vaderschapsverlof.  Voor meer informatie omtrent de concrete hoogte van deze uitkering kan men eveneens terecht op de website van de R.V.A.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites