NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

De overeenkomst voor een opleiding in een bedrijf voor gehandicapten (Ausbildung im Betrieb - AIB) (DPB)

Aard en voorwerp

De «overeenkomst voor een opleiding in een bedrijf» (Ausbildung im Betrieb - AiB-Vertrag) is een opleidingsovereenkomst die als doel heeft de betrokken gehandicapte een beroepsopleiding te verstrekken in een reële werkomgeving om zo zijn inschakeling op de reguliere arbeidsmarkt voor te bereiden.

De overeenkomst wordt gesloten tussen de betrokken gehandicapte en de werkgever in wiens onderneming of instelling de praktijkopleiding doorgaat, door bemiddeling van en na erkenning door de DPB.  Via deze erkenning geeft deze dienst zijn fiat aan de opportuniteit van de opleiding, de inhoud van het opleidingsprogramma, de planning daarvan en dus ook aan de duur van de overeenkomst (de reglementering voorziet geen minimum- of maximumduur).

Deze formule is enkel alternerend wanneer zij toegepast wordt met deeltijds leerplichtigen (vanaf 16 jaar).

Basiswetgeving voor dit type overeenkomst

Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap van 10 september 1993 houdende oprichting en regeling van een stelsel voor opleiding in een bedrijf met het oog op de voorbereiding van de inschakeling van de mindervaliden in het arbeidsproces 

Bevoegde administratie

De «Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor Personen met een Handicap» (Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung - DPB).

Doelgroep

In principe richt de AiB zich tot meerderjarigen, maar deeltijds leerplichtigen worden vanaf 16 jaar ook toegelaten, op voorwaarde dat zij deeltijds onderwijs blijven volgen.

Betrokken opleidingsoperator(en)

Bij de deeltijds leerplichtigen: de centra voor deeltijds onderwijs van de Duitstalige Gemeenschap (Teilzeitunterricht) in Eupen en Sankt-Vith.

Financieel plaatje voor de jongere

De betrokken jongere krijgt een “inkomensvervangende tegemoetkoming” die uit een aantal componenten bestaat:

  1. een basisvergoeding ten laste van de werkgever;  deze moet minstens gelijk zijn aan de leervergoeding in het kader van een IAWM-Middenstandsleerovereenkomst, dus tussen 222,52 en 505,64 euro per maand, naargelang het opleidingshalfjaar;
     
  2. een premie van 1 euro per effectief opleidingsuur, ten laste van de bemiddelingsdienst (Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft - ADG);
     
  3. een tegemoetkoming ten laste van de DPB, die gelijk is aan een percentage van het GGMMI en die verminderd wordt met andere inkomsten die de jongere heeft;
    genoemd GGMMI-percentage varieert naargelang de gezinssituatie van de jongere:
     
    • 40% voor 18- tot 21-jarigen zonder gezinslast,
    • 60% voor 21- tot 25-jarigen zonder gezinslast,
    • 80% voor 18- tot 25-jarigen met gezinslast of +25-jarigen zonder gezinslast,
    • 100% voor +25-jarigen met gezinslast; 

van de tegemoetkoming worden afgetrokken:

  • de basisvergoeding die door de werkgever wordt betaald,
  • een mogelijke uitkering die de jongere reeds geniet (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, uitkering wegens handicap,…).

De componenten 2 en 3 zijn niet van toepassing op deeltijds leerplichtigen met een AiB.

Eventuele verplaatsingsonkosten worden terugbetaald door de DPB.

Vanaf 1 januari van het jaar waarin de jongere 19 jaar wordt (volledige SZ-onderwerping) zijn op de basisvergoeding (component 1) persoonlijke SZ-bijdragen verschuldigd.  Als het bedrag van die vergoeding lager is dan 2.338 euro per maand, dan heeft de jongere recht op de werkbonus (vermindering van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen; op de portaalsite van de Sociale Zekerheid: www.socialezekerheid.be > taalkeuze > klikken op WERKGEVERS & MANDATARISSEN > klikken op het vak “Werkgevers RSZ” > onder “Administratieve instructies RSZ”, klikken op “algemene Administratieve instructies RSZ” > onder “De bijdrageverminderingen” klikken op “Verminderingen van de werknemersbijdragen” > Werkbonus).

Financieel plaatje voor de werkgever

De werkgever betaalt aan de jongere de basisvergoeding (zie hier juist boven).
 

De werkgever staat in voor de RSZ-aangifte en de betaling van de vereiste socialezekerheidsbijdragen.  Deze bijdragen worden hem echter door de DPB terugbetaald.

Op de patronale SZ-bijdragen kunnen wel eerst volgende verminderingen toegepast worden:

  • voor jongeren die nog niet volledig onderworpen zijn aan de sociale zekerheid:
    de bijdragevermindering voor “zeer jonge werknemers”;
  • voor volledig onderworpen jongeren (vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden):
    de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen, behalve indien de werkgever tot de overheid behoort; werkgevers uit de non-profitsector hebben enkel recht op de “lagelonencomponent” van deze vermindering;

Eventuele onkosten voor de aankoop van didactisch materiaal of voor de aanpassing van de leer-/werkplek worden ook door de DPB terugbetaald.

Socialezekerheidsstatuut van de betrokken jongeren

Zelfde als bij de omscholingsovereenkomst voor gehandicapten (CAP) in het Franstalig gebied van het Waals Gewest.

Andere bescherming

Zelfde als bij de omscholingsovereenkomst voor gehandicapten (CAP) in het Franstalig gebied van het Waals Gewest.

Voor meer informatie over deze formule…

Raadpleeg de webpagina over de tewerkstellingsmaatregelen die door de START-Service van de DPB begeleid worden. 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites