NL | FR | EN
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Tijdelijke werkloosheid om economische redenen

Inleiding

Indien de werkgever de werknemer tijdelijk op inactiviteit zet omwille van gebrek aan werk, dan kan die werknemer voor die dagen van inactiviteit (= tijdelijke werkloosheid) onder bepaalde voorwaarden een vervangingsinkomen krijgen. Het gaat om een werkloosheidsuitkering. Hierna wordt verder ingegaan op vragen als: wanneer heeft de werknemer daar recht op, hoe groot is die uitkering, welke procedure moet de werknemer volgen, …

De basisvoorwaarde is natuurlijk dat de werkgever op een correcte manier de tijdelijke werkloosheid om economische redenen inroept en aangeeft bij de RVA. Gaat de werkgever ergens in de fout en stelt hij werknemers ten onrechte tijdelijk werkloos, dan zal de werknemer daar echter niet het slachtoffer van worden. De RVA zal wel de werkloosheidsuitkering weigeren (of terugvorderen indien die reeds zou betaald zijn), maar de werknemer heeft in dat geval recht op loon, zelfs al heeft hij die dag(en) niet gewerkt.

Toegang tot het recht op uitkeringen als tijdelijke werkloze

In geval van tijdelijke werkloosheid wordt de werknemer automatisch toegelaten tot het recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid. Hij moet dus niet bewijzen dat hij reeds een bepaalde periode aan het werk was.

Was hij nog geen 4 weken aan het werk, dan kan dat wel invloed hebben op de hoogte van de uitkering (zie verder bij bedrag van de uitkering). 

Bedrag van de uitkering

Vaststelling van het bedrag

Het bedrag van de uitkering zal afhangen van 2 elementen: het normaal loon en de gezinstoestand. De uitkering is immers een bepaald percentage van het normaal loon, percentage dat verschilt naargelang de gezinssituatie.

Als normaal loon geldt het laatst verdiende loon bij de werkgever die de werknemer tijdelijk werkloos stelt. Het loon dat in aanmerking genomen wordt is evenwel geplafonneerd tot een bedrag van maximaal 2.206,46 euro per maand (geïndexeerd bedrag geldig in 2009). Indien de werknemer meer verdient, geeft dat dus geen hogere uitkering: in dat geval ontvangt hij het maximaal bedrag (zie kolom MAX in de tabel).

  • Van die regel dat met het loon bij de huidige werkgever wordt rekening gehouden, wordt afgeweken in de volgende gevallen:
    Is men nog geen 4 weken in dienst bij die werkgever op het ogenblik dat men tijdelijk werkloos wordt gesteld, dan wordt de uitkering niet berekend op het loon bij die werkgever, maar op een fictief loon dat momenteel 1.387,49 € per maand bedraagt;
  • Is men minstens 45 jaar oud op het ogenblik dat men begon te werken bij de werkgever die nu tijdelijke werkloosheid invoert, dan kan men terugvallen op een vroeger loon indien dit voor de werknemer gunstiger is (loon bij vorige werkgever was hoger);
  • Is men deeltijdse werknemer met het statuut behoud van rechten (wat o.a. wil zeggen dat men deeltijds werkt in afwachting van voltijds werk, en dat men dus ingeschreven is als werkzoekende voor voltijds werk), dan wordt uitgegaan van het laatst verdiende voltijds loon.

Aangezien de werkloosheidsuitkering wordt toegekend in dagen, wordt het maandloon omgezet in een dagloon door dit te delen door 26.

Het bedrag van de werkloosheidsuitkering is dan 75 % van het loon indien de werknemer samenwonende met gezinslast of alleenwonende is, en 70 % in de andere gevallen. Onder alleenwonende wordt de werkloze verstaan die alleen woont. Samenwonende met gezinslast is o.a. de werkloze van wie de partner geen beroepsinkomen en ook geen vervangingsinkomen heeft, of, wanneer er geen partner is, de werkloze die samenwoont met één of meerdere kinderen zo lang hij of zij voor minstens één van die kinderen kinderbijslag ontvangt (= éénoudergezin).

Op alle uitkeringen tijdelijke werkloosheid wordt 10,09% bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Voorbeeld 1:
Een arbeider heeft een bruto uurloon van 15,66 €, en werkt voltijds in een regime van 37 uur per week. Zijn fictief maandloon is (15,66 x 37) x 4,333 = 2.510,82 €. Dit maandloon is hoger dan de loongrens van 2.206,46 €. Hij zal dus de maximale uitkering krijgen. Effectief zal er 57,23 € betaald worden per dag, na afhouding van de 10,09 % aan bedrijfsvoorheffing.

Voorbeeld 2:
Een arbeidster heeft een bruto uurloon van 11,25 €, en werkt voltijds (38 uur per week). Haar man is eveneens arbeider. Het fictief maandloon bedraagt 1.852,5 € (11,25 x 38 x 4,333). Het fictief dagloon dus 71,25 € (maandloon : 26). De daguitkering zal 70 % van dit loon zijn, aangezien de partner van betrokkene eveneens een inkomen heeft. Voor elke werkloosheidsdag zal dus bruto 49,87 € toegekend worden. Effectief zal per dag 44,84 € betaald worden (na afhouding van de 10,09 % bedrijfsvoorheffing).


Bruto dagbedragen (te verminderen met 10,09 % bedrijfsvoorheffing voor bekomen nettobedrag) (bedragen voor 2009)

Bruto dagbedragen
Tijdelijke werkloosheid Dagbedrag in euro
Minimum Maximum
Samenwonende met gezinslast 38,00 63,65
Alleenwonende 31,39 63,65
Samenwonende 23,93 59,40


Wanneer wordt het bedrag aangepast?

Zolang de werknemer in dienst blijft bij dezelfde werkgever, blijft het bedrag van zijn uitkering in principe behouden.

De werknemer kan echter vragen het bedrag te herzien indien hij loonsverhoging heeft gekregen. Het bedrag wordt ook herzien indien de arbeidsduur van de werknemer gewijzigd is sinds zijn laatste tijdelijke werkloosheid (hij is bijvoorbeeld deeltijds beginnen werken). Voor de herziening van het bedrag moet de werknemer normaal een nieuwe uitkeringsaanvraag doen en dus een bepaalde procedure volgen (zie verder onder procedure). 

Hoeveel uitkeringen worden toegekend?

Elke maand waarin er tijdelijke werkloosheid was, moet het aantal dagen waarop er recht is op uitkeringen vastgesteld worden.

Voor voltijdse werknemers en voor deeltijdse werknemers die geen aanvullende werkloosheidsuitkering als deeltijdse ontvangen (de zogenaamde inkomensgarantie-uitkering) wordt dit aantal dagen berekend met de volgende formule : (P x 6) / Q, waarbij:

P = aantal uren tijdelijke werkloosheid in die maand
Q = normale arbeidstijd per week voor die werknemer indien er geen tijdelijke werkloosheid is.

Het resultaat van die berekening wordt als volgt afgerond: minder dan 0,25 valt weg, tussen 0,25 en 0,75 wordt omgezet in 0,5 en meer dan 0,75 wordt afgerond naar boven.

Voorbeeld: een voltijdse werknemer die normaal 37 uur per week werkt, wordt in de maand juni 2009 op meerdere dagen tijdelijk werkloos gesteld. Op die dagen zou hij in totaal 44 uren gewerkt hebben indien hij niet tijdelijk werkloos was gesteld. Voor die maand zal hij 7 uitkeringen ontvangen (44 x 6 / 37 = 7,13 , afgerond naar 7)

Voor deeltijdse werknemers die wel aanvullende werkloosheidsuitkering als deeltijdse ontvangen (de zogenaamde inkomensgarantie-uitkering) wordt dit aantal dagen berekend met de volgende formule : (P x 6) / S, waarbij:

P = aantal uren tijdelijke werkloosheid in die maand
S = normale arbeidstijd van de voltijdse werknemer die in dezelfde onderneming hetzelfde werk doet als de tijdelijke werkloze.

Het resultaat van die berekening wordt als volgt afgerond: minder dan 0,25 valt weg, tussen 0,25 en 0,75 wordt omgezet in 0,5 en meer dan 0,75 wordt afgerond naar boven.

Voor deeltijdse werknemers die vrijwillig deeltijds werken wordt een aantal halve uitkeringen vastgesteld, volgens de formule (P x 12) / S. De afronding gebeurt hier naar boven vanaf 0,5 en naar onder indien de 0,5 niet bereikt wordt.

Welke procedure moet de werknemer volgen om zijn uitkeringen te ontvangen?

Verplichting elke maand van tijdelijke werkloosheid

Vanaf de eerste werkloosheidsdag in elke maand moet de werknemer een controleformulier tijdelijke werkloosheid C 3.2 A krijgen van zijn werkgever. De werkgever moet hem dat spontaan geven, zonder dat de werknemer er moet om vragen. De werknemer moet dit formulier invullen op basis van de op het formulier verstrekte richtlijnen. Zo moet hij bijvoorbeeld de dagen waarop hij gewoon werkt aanduiden in rooster 1 van dat formulier, en dat vóór hij begint te werken. Werkt hij op een bepaalde dag voor een andere werkgever (of als zelfstandige), dan moet hij dit aangeven in rooster 2. Het niet naleven van de richtlijnen kan leiden tot een verlies van uitkeringen, en zelfs tot een geldboete en/of gevangenisstraf.

Hij moet dit controleformulier bijhouden tot op het einde van de maand en kunnen voorleggen als er controle is.

Op het einde van de maand moet de werknemer het formulier ondertekenen en indienen bij zijn uitbetalingsinstelling (= zijn vakbond of de hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen indien hij niet aangesloten is bij een vakbond. Voor adressen van deze hulpkas zie http://www.hvw.fgov.be/NL/Coord/Bureaus.asp ). Hij moet tezelfdertijd ook het formulier C 3.2 WERKGEVER dat hij op het einde van de maand heeft gekregen van zijn werkgever aan zijn uitbetalingsinstelling bezorgen.

Het zijn deze beide formulieren samen die de RVA en de uitbetalingsinstelling toelaten om correct het aantal uitkeringen in elke maand te berekenen.

Opmerking: in de bouwsector geldt een speciale versie van het formulier C3.2 A, namelijk de C3.2 A-bouw.

Verplichting bij een eerste tijdelijke werkloosheid bij die werkgever

Naast deze maandelijkse verplichting moet de werknemer bij een “eerste” tijdelijke werkloosheid ook nog een aanvraag om uitkeringen indienen bij zijn uitbetalingsinstelling. Hiervoor gebruikt de werknemer het formulier C 3.2 WERKGEVER, dat de werkgever hem spontaan moet overhandigen.

In de eerste maand van tijdelijke werkloosheid bij zijn werkgever heeft de werknemer dus 2 formulieren C 3.2. WERKGEVER: één bij het begin van de tijdelijke werkloosheid als aanvraag om uitkeringen, één op het einde van de maand als bron voor de correcte berekening van het aantal uitkeringen. Hij moet beide formulieren indienen bij zijn uitbetalingsinstelling.

Welke procedure moet de werkgever volgen ?

Hierna wordt enkel ingegaan op de verplichtingen van de werkgever die verband houden met het recht op werkloosheidsuitkeringen voor de werknemers die hij tijdelijk werkloos stelt. Daarnaast moet de werkgever ook nog bepaalde mededelingen doen binnen de onderneming, zoals bijvoorbeeld naar de ondernemingsraad of naar de syndicale delegatie met een verantwoording van de ingeroepen redenen voor de economische werkloosheid. Deze verplichtingen werden opgenomen in de commentaar bij artikel 51 van de wet op de arbeidsovereenkomsten.

De werkgever die tijdelijke werkloosheid om economische redenen invoert, moet een aantal formaliteiten naleven, zowel ten opzichte van zijn werknemers, als ten opzichte van de RVA.

Formaliteiten tegenover de RVA

Tegenover de RVA moet de werkgever vooraf melden dat hij tijdelijke werkloosheid om economische redenen zal invoeren. Hij kan dit doen per aangetekende brief of op elektronische wijze, via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.sociale-zekerheid.be), rubriek “onderneming” > “tewerkstelling” > “mededelingen tijdelijke werkloosheid”. Het ogenblik waarop hij die mededeling moet doen, en ook de minimale inhoud van die mededeling, stemt overeen met wat de werkgever ook moet meedelen aan zijn werknemers: het betreft o.a. de identiteitsgegevens van de werknemers die zullen tijdelijk werkloos gesteld worden, het aantal dagen werkloosheid en de data waarop de werknemers werkloos zullen gesteld worden, de begindatum en einddatum van de voorziene regeling van tijdelijke werkloosheid. Ook de economische redenen die de invoering van tijdelijke werkloosheid rechtvaardigen moeten aan de RVA meegedeeld worden.

De werkgever uit de bouwsector is bovendien verplicht de eerste effectieve werkloosheidsdag van elke maand te melden aan de RVA.

Formaliteiten tegenover de werknemers

De werkgever moet elke maand waarin er tijdelijke werkloosheid wordt toegepast een controleformulier C3.2 A (voor bouwsector: C 3.2 A - Bouw) overhandigen aan alle betrokken werknemers. Hij kan dit formulieren bekomen bij de RVA (het officiële model moet verplicht gebruikt worden). Hij moet dit spontaan overhandigen aan de werknemers, ten laatste de eerste effectieve werkloosheidsdag van elke maand. Vooraleer het formulier af te geven aan de werknemer moet hij eerst de identiteitsgegevens invullen. Hij moet in een validatieboek alle afgeleverde C 3.2 A-formulieren inschrijven (uniek nummer en identiteitsgegevens werknemer).

Op het einde van elke maand waarin er tijdelijke werkloosheid was moet de werkgever spontaan het formulier C 3.2-WERKGEVER overhandigen aan de werknemer. Hij moet het werkgeversdeel van het formulier invullen, o.a. door vermelding van het aantal uren van tijdelijke werkloosheid in die maand en door vermelding van het loon van de werknemer: beide elementen zijn immers noodzakelijk om het bedrag en het aantal werkloosheidsuitkeringen te berekenen.

De werkgever kan blanco formulieren C 3.2-WERKGEVER bekomen bij de dienst economaat van het werkloosheidsbureau van de RVA. Hij kan dit model ook zelf afdrukken (www.rva.be) > zie rubriek “egov” > “formulieren” > formulieren “per nummer”. De werkgever kan ook gebruik maken van een elektronische aangifte (www.socialsecurity.be), ASR-scenario 5 “Maandelijkse aangifte uren tijdelijke werkloosheid” ter vervanging van het papieren formulier C 3.2-WERKGEVER.

Wanneer de werkgever de werknemer voor het eerst tijdelijk werkloos stelt moet hij bovendien een tweede exemplaar van het formulier C 3.2-WERKGEVER overhandigen aan de werknemer. De werknemer kan hiermee een uitkeringsaanvraag indienen bij zijn uitbetalingsinstelling.

Welke zijn de andere verplichtingen van een tijdelijke werkloze ?

De dagen van tijdelijke werkloosheid vraagt de werknemer werkloosheidsuitkeringen aan. Om effectief recht te hebben op die uitkeringen zijn er nog een aantal bijkomende voorwaarden.

Zo moet hij op die dagen effectief zonder werk en zonder loon zijn. Heeft de werknemer een bijberoep (als zelfstandige of als werknemer) dan kan hij onder bepaalde voorwaarden dit bijberoep verder uitoefenen op de dagen van tijdelijke werkloosheid met behoud van zijn werkloosheidsuitkeringen op die dagen. De 4 voorwaarden die tezelfdertijd moeten vervuld zijn, zijn:

  • hij deed het bijberoep reeds minstens 3 maand vóór hij tijdelijk werkloos werd;
  • hij moet die activiteit aangeven, ten laatste bij zijn uitkeringsaanvraag als tijdelijke werkloze
  • de activiteit mag op de dagen van tijdelijke werkloosheid niet verricht worden tussen 7 en 18 uur;
  • het mag niet gaan om een verboden activiteit (o.a. bouwsector, horeca, …), tenzij het om een activiteit van gering belang gaat.

Het is de RVA die op basis van de verklaring van de werknemer beslist of aan de voorwaarden is voldaan. Is aan de voorwaarden voldaan, dan moet deze activiteit NIET vermeld worden op de controlekaart C3.2 A. Indien het inkomen uit deze nevenactiviteit een bepaalde grens overschrijdt (3.871,92 € voor 2009), zal het bedrag van de werkloosheidsuitkering wel verminderd worden.
Is niet aan de voorwaarden voldaan (de werknemer begint bijvoorbeeld op sommige dagen van tijdelijke werkloosheid te werken bij een andere werkgever), dan verliest hij zijn uitkeringen op die dagen: hij moet dat ook aanduiden op zijn controlekaart C3.2 A volgens de richtlijnen die op die kaart staan.

De tijdelijk werkloze moet ook arbeidsgeschikt zijn om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen. Is hij ziek, dan moet hij dit melden aan zijn mutualiteit, en zal hij op die dagen ziekteuitkeringen ontvangen.

Verder moet de tijdelijk werkloze ook in België verblijven. Voor sommige situaties (bvb. vakantie) zijn hier wel uitzonderingen op voorzien. En grensarbeiders (wonend in een buurland, maar werkend in België) mogen natuurlijk in hun woonland verblijven tijdens de tijdelijke werkloosheid.

Wanneer er zich wijzigingen voordoen in de gezinssamenstelling (bvb nieuwe gezinssituatie, of inkomenssituatie van één van de gezinsleden wijzigt), dan moet de tijdelijk werkloze dat onmiddellijk meedelen aan zijn uitbetalingsinstelling. Een dergelijke wijziging kan immers van invloed zijn op het bedrag van de uitkeringen.

Tot slot nog dit: meestal is de tijdelijke werkloze ook niet verplicht zich in te schrijven als werkzoekende en moet hij ook niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Hij is dus niet verplicht in te gaan op werkaanbiedingen die hij zou krijgen van bijvoorbeeld de VDAB, de FOREM, Actiris of het arbeitsamt. Wanneer de tijdelijke werkloosheid echter 6 maanden duurde, zonder dat er in die periode een periode van werk voorkwam van minstens 4 weken aaneensluitend, dan moet de tijdelijk werkloze zich wel inschrijven als werkzoekende, en moet hij dus wel ingaan op passend werk en op passende opleidingen.

Mogelijke sancties bij onrechtmatig bekomen uitkeringen tijdelijke werkloosheid

Wanneer de werknemer op dagen van tijdelijke werkloosheid uitkeringen bekomt waarop hij geen recht heeft, dan zullen deze worden teruggevorderd. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer hij op die dag(en) een niet toegelaten nevenactiviteit uitoefende, ziek was, …

Wanneer dit gepaard gaat met een onjuiste aangifte (bvb. C 3.2 A niet correct ingevuld) dan kan daar bovenop ook nog eens een sanctie worden opgelegd door de RVA. Die sanctie kan bestaan uit de uitsluiting (voor een bepaalde periode in de toekomst) van de mogelijkheid om uitkeringen te krijgen. Wanneer bovendien duidelijk is dat de werknemer met kennis van zaken bedrog pleegde, zijn zelfs een gevangenisstraf en/of een geldboete mogelijk.

 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites