NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

De leerovereenkomst in het kader van de leertijd (Syntra)

Aard en voorwerp

Een leerovereenkomst in het kader van de leertijd is een voltijdse opleidingsovereenkomst waarvan het voorwerp een beroepsopleiding is die uit 2 luiken bestaat: een praktische opleiding in de onderneming van de betrokken werkgever en een aanvullende theoretische opleiding in een Syntra-leercentrum.
Tijdens de leertijd krijgt de leerling een basisvorming, die opleidt in een zelfstandig beroep en die voorbereidt op de ondernemersopleiding.  De leertijd omvat een praktijkopleiding in een onderneming aangevuld met een theoretische vorming, die een maatschappijgerichte en een beroepstechnische vorming omvat, die beantwoordt aan de deeltijdse leerplicht.
Door het sluiten van de leerovereenkomst verbindt de betrokken werkgever, “ondernemingshoofd-opleider” genoemd, zich ertoe aan de leerling het beroep aan te leren door een algemene en technische vorming te geven of te doen geven, en de jongere van zijn kant engageert zich om de praktijk van het beroep aan te leren onder de leiding en het toezicht van het ondernemingshoofd-opleider en de nodige theoretische vorming te volgen voor zijn opleiding.  Net als de werknemersleerovereenkomst is dit dus een alternerende opleiding “pur sang”.

Basiswetgeving voor dit type overeenkomst

Bevoegde administratie

De regelgeving in verband met de leertijd wordt beheerd door het Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen.

Doelgroep

In de praktijk richt het systeem zich tot deeltijds leerplichtige jongeren, d.w.z. jongeren tussen 15/16 jaar en 18 jaar.  De regelgeving voorziet echter geen bovengrens qua instapleeftijd.

Betrokken opleidingsoperator(en)

Syntra Vlaanderen, de leersecretarissen/leertrajectbegeleiders en de Syntra-leercentra.

Financieel plaatje voor de jongere

De jongere ontvangt een leervergoeding; het minimumbedrag hiervan schommelt tussen 308,05 euro per maand en 499,86 euro per maand, naargelang het opleidingsjaar.

Voor elk jaar van zijn leertijd dat de jongere met succes beëindigt, heeft hij recht op een forfaitaire premie, de “startbonus”; de opleiding en de leerovereenkomst moeten starten tijdens de leerplicht.

Gaat het om een leervergoeding die lager is dan 2.338 euro per maand, dan heeft de jongere vanaf 1 januari van het jaar waarin hij 19 jaar wordt (volledige SZ-onderwerping), recht op de werkbonus (vermindering van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen; op de portaalsite van de Sociale Zekerheid: www.socialezekerheid.be > taalkeuze > klikken op WERKGEVERS & MANDATARISSEN > klikken op het vak “Werkgevers RSZ” > onder “Administratieve instructies RSZ”, klikken op “algemene Administratieve instructies RSZ” > onder “De bijdrageverminderingen” klikken op “Verminderingen van de werknemersbijdragen” > Werkbonus).

Financieel plaatje voor de werkgever

Omdat een leerovereenkomst een opleiding beoogt en het ondernemingshoofd-opleider hiervoor de nodige omkadering moet voorzien, wordt aan een leerling geen gewoon werknemersloon betaald, maar een (veel lagere) leervergoeding; zie hier juist boven.

Voor het opleiden/tewerkstellen van jongeren met een Syntra-leerovereenkomst gelden dezelfde federale incentives (bijdrageverminderingen en stagebonus) als voor de deeltijdse arbeidsovereenkomst en de overige leerovereenkomsten.

Een Syntra-leerovereenkomst heeft de hoedanigheid van startbaanovereenkomst type 3.
Zo’n SBO type 3 biedt 2 voordelen:

  1. de tijd die de jongere aan zijn theoretische cursussen besteed wordt meegeteld voor het bereiken van het verplicht aantal jongeren dat een werkgever moet aanwerven indien hij op 30 juni van het voorgaand jaar 50 of meer werknemers in dienst had;  technisch uitgedrukt:  de basis-VTE-breuk van een jongere met een SBO type 3 is gelijk aan 1 bij volledige prestaties;
  2. bovendien wordt deze VTE-breuk dubbel meegeteld; anders gezegd:  een jongere onder leercontract telt voor twee om het verplicht jongerenquotum te bereiken.

Socialezekerheidsstatuut van de betrokken jongeren

  • KB van 28-11-1969 tot uitvoering van de wet van 27-6-1969 tot herziening van de besluitwet van 28-12-1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, artikel 4;
  • wet van 10-4-1971 betreffende de arbeidsongevallen, artikel 1;
  • wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3-6-1970, artikel 2, §1;
  • KB van 25-11-1991 houdende de werkloosheidsreglementering, artikelen 35, 36 en 63.
     
  • Vóór 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden (onvolledige SZ-onderwerping):De betrokken jongeren zijn enkel onderworpen aan de takken “vakantie”, “arbeidsongevallen” en “beroepsziekten”.  Ten aanzien van deze regelingen genieten ze dezelfde rechten als gewone werknemers.
    Voor de ZIV-sector “geneeskundige verzorging” blijven ze “persoon ten laste” (ziekenboekje van vader of moeder of voogd).
    In de overige SZ-takken (pensioen, werkloosheid, ZIV-sector “uitkeringen”) hebben ze, overeenkomstig hun onderwerpingsstatus, geen rechten.
     
  • Vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 19 jaar worden (volledige SZ-onderwerping):De betrokken jongeren zijn onderworpen aan alle SZ-takken.  Hun rechten in de takken “jaarlijkse vakantie”, “arbeidsongevallen” en “beroepsziekten” zijn dezelfde als in de periode van onvolledige onderwerping.  Voor de beide ZIV-sectoren zijn ze in theorie titularis, maar zolang hun inkomsten op jaarbasis niet meer dan 4.417,20 euro (-21 jaar) of 5.889,60 euro (21+) bedragen, kunnen ze in de praktijk persoon ten laste blijven voor de sector “geneeskundige verzorging”.  Voor wat de sector “uitkeringen” betreft: bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval hebben ze na de periode van gewaarborgde leervergoeding recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen;  hiertoe moeten ze zich wel persoonlijk aansluiten bij de ziekteverzekering (eigen ziekenboekje); jongeren die het 3de jaar (= 1ste jaar van de 2de graad) van het technisch of beroepssecundair onderwijs beeïndigd hebben, moeten niet de normale wachttijd van 6 maanden doorlopen.  In de werkloosheidsverzekering opent de volledige onderwerping geen extra rechten: de leertijd wordt gewoon beschouwd als een recht openende studie, waarna de betrokken jongeren nog een volledige beroepsinschakelingstijd moeten doorlopen.  In de tak “pensioenen” worden prestaties onder leerovereenkomst in het tijdvak van volledige SZ-onderwerping in aanmerking genomen voor de berekening van het rustpensioen: voor de jaren onder leerovereenkomst zal, onder de normale voorwaarden, het minimumrecht op basis van het gewaarborgd minimum jaarinkomen toegekend worden, voor zover het bedrag van het werkelijk uitbetaald pensioen niet hoger ligt dan 17.866,12 euro/jaar voor een gezinspensioen of 14.292,89 euro/jaar voor het pensioen van een alleenstaande.  Deze bedragen (en toekomstige verhogingen) zijn te vinden op de website van de Rijksdienst voor Pensioenen (Professional  > De pensioenberekening > De loopbaan > De lonen > Mogelijke aanpassingen van het totale loon).

Andere bescherming

Bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval hebben de betrokken jongeren recht op gewaarborgde leervergoeding onder dezelfde voorwaarden als de corresponderende categorie van werknemers (arbeiders/bedienden) die met een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld zijn.  Alle informatie hierover vindt u hier.
Dit recht geldt niet in geval van arbeidsongeval of beroepsziekte.  Er is wel een aanvullend recht op gewaarborgde vergoeding gedurende 30 dagen ten laste van de werkgever in geval van moederschapsverlof wanneer de betrokken leerlingen geen aanspraak kunnen maken op een uitkering ten laste van de ziekteverzekering.
Burgerlijke aansprakelijkheid: zelfde regeling als bij arbeidsovereenkomsten.

Voor meer informatie over dit type overeenkomst…

www.leertijd.be
 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites