NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

De opleidingsovereenkomst in het kader van een Brugproject

Aard en voorwerp

Met een opleidingsovereenkomst in het kader van een Brugproject wordt aan jongeren uit het deeltijds onderwijs de mogelijkheid geboden om bij een “organisator” (vroeger “promotor” genoemd) een eerste werkervaring op te doen, met als doel

  • algemene arbeidsattitudes te verwerven die noodzakelijk zijn in het arbeidsproces, zoals bijvoorbeeld nauwkeurigheid, stiptheid, hygiëne, arbeidstempo, zelfstandigheid en doorzettingsvermogen, gewenning aan een ondernemingsklimaat, ...
  • een kwalificatie te behalen door het aanleren van een aantal werkmethodes en vaardigheden en dit bij voorkeur in een coherent systeem van alternerend leren
  • een concreet, realistisch en positief zelfbeeld op te bouwen.

Het gaat om jongeren met een gebrek aan een aantal essentiële basisattitudes om in te treden in de arbeidsmarkt en zich te handhaven in het productieproces.  Vooraleer zij aan reguliere tewerkstelling toe zijn, hebben ze niet alleen nood aan opleiding en bemiddeling, maar ook aan gestructureerde individuele opvang en begeleiding waarin ze geactiveerd en gemotiveerd worden om hun situatie in handen te nemen.

In principe zijn Brugprojecten bedoeld voor jongeren die ten hoogste geslaagd zijn in een 2de jaar secundair onderwijs en op relatief korte termijn bemiddelbaar zijn naar het normale economische circuit.

De “organisatoren” zijn meestal VZW’s, CV’s, OCMW’s en gemeentebesturen.

Een opleidingsovereenkomst in het kader van een Brugproject is een driepartijenovereenkomst, gesloten tussen de “organisator”, het betrokken CDBSO en de jongere (en diens wettelijke vertegenwoordiger).  Elke opleidingsovereenkomst wordt uitgevoerd op basis van een individueel trajectbegeleidingsplan dat opgesteld wordt in samenspraak met alle betrokkenen en een persoonsgebonden progressieve toeleiding tot de arbeidsmarkt beoogt.

Een opleidingsovereenkomst in het kader van een Brugproject is deeltijds en van bepaalde duur: zij wordt gedurende 20 uren per week uitgevoerd bij de “organisator” en gedurende maximum 800 uren (= 10 maanden = maximum 1 volledig schooljaar, nooit in juli en augustus).

Basiswetgeving voor dit type overeenkomst

Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1996 betreffende de brugprojecten, dat de juridische basis is voor deze projecten en voor de opleidingsovereenkomsten die daarvoor gesloten worden, werd opgeheven (geschrapt) door artikel 143, 8°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
Deze opheffing werd op haar beurt opgeheven door artikel III.42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het onderwijs XIX, met de bedoeling het besluit weer in te voeren.
Strikt juridisch gezien had men die opheffing (schrapping) moeten intrekken in plaats van opheffen. Het is namelijk alleen door een intrekking dat men de oorspronkelijke toestand kan herstellen alsof er nooit iets gebeurd is.
Volgens Justel (de dienst bij de FOD Justitie die de Belgische wetgeving coördineert) is het BVR van 24-7-1996 nog steeds opgeheven.
Bij de Vlaamse Codex houdt men het erop dat het bewuste BVR nog altijd in voege is. 

Bevoegde administratie

De Dienst Beroepsopleiding (DBO) van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming.

Doelgroep

Deeltijds leerplichtige jongeren (+15/16 en -18 jaar) uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs die ten hoogste geslaagd zijn in een 2de jaar secundair onderwijs, een aantal essentiële basisattitudes missen om in te treden in de arbeidsmarkt en zich te handhaven in het productieproces, maar toch op relatief korte termijn bemiddelbaar zijn naar het normale economische circuit.

Betrokken opleidingsoperator(en)

De centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs (CDBSO) in de Vlaamse Gemeenschap.

Financieel plaatje voor de jongere

Luidens artikel 3 van voornoemd BVR van 24-7-1996 moet de jongere vanwege de “organisator” een maandelijkse vergoeding ontvangen waarvan het basisbedrag 225 euro is.  Dit bedrag wordt telkens op 1 januari geïndexeerd volgens de formule [ (vergoeding van het vorig jaar J-1) x (gezondheidsindexcijfer van november van het jaar J-1) : (gezondheidsindexcijfer van november van het jaar J-2) ]  (indexcijfer 1988 = 100).
Sinds 1 januari 2012 zou de reële vergoeding aldus 308,56 euro/maand moeten bedragen.

Iets heel anders staat te lezen in de richtlijnen van de DBO voor het schooljaar 2012-2013: de organisator moet aan de jongere maandelijks een vergoeding betalen die berekend wordt a rato van 3,40 euro voor elk uur dat de jongere effectief presteert bij de “organisator”.  Eigenlijk wordt hier een uurvergoeding opgelegd, hetgeen in strijd is met bovenvermelde bepaling van het BVR van 24-7-1996 en met het voltijds karakter van de opleidingsovereenkomst, waarin ook het luik “opleiding in de onderwijsinstelling” vervat zit.
Vermenigvuldigt men dit uurbedrag met het maximaal aantal uren dat de jongere bij de “organisator” kan presteren (20 uur/week), dan bekomt men een gemiddeld maandbedrag van 294,67 euro - 13,89 euro minder dan het bedrag van het BVR... 

De jongere heeft vanaf 1 januari van het jaar waarin hij 19 jaar wordt (volledige SZ-onderwerping), recht op de werkbonus (vermindering van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen; op de portaalsite van de Sociale Zekerheid: www.socialezekerheid.be > taalkeuze > klikken op WERKGEVERS & MANDATARISSEN > klikken op het vak “Werkgevers RSZ” > onder “Administratieve instructies RSZ”, klikken op “algemene Administratieve instructies RSZ” > onder “De bijdrageverminderingen” klikken op “Verminderingen van de werknemersbijdragen” > Werkbonus).

Voor elk jaar (max. 3) van zijn inschakelingstraject dat de jongere met succes beëindigt, heeft hij recht op de startbonus.

Financieel plaatje voor de werkgever (“organisator”)

De “organisator” krijgt per jongere, per effectief gepresteerd uur, vanwege de DBO een ESF-subsidie van maximaal 6,95 euro/uur (3,40 euro voor de vergoeding van de jongere + maximaal 3,55 euro als werkingsmiddelen).
Alle verdere nuttige informatie hierover vindt u op de website van de DBO (klikken op NL of op de Vlaamse vlag daarboven > klikken op Projecten in het frame links op het scherm > klikken op Alternerend leren in de horizontale grijze balk > klikken op Brugprojecten).

Voor het opleiden/tewerkstellen van jongeren in een brugproject gelden dezelfde federale incentives (bijdrageverminderingen en stagebonus) als voor jongeren met een deeltijdse arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst.

Een opleidingsovereenkomst heeft de hoedanigheid van startbaanovereenkomst (type 3) hebben.
Zo’n SBO type 3 biedt 2 voordelen:

  1. de tijd die de jongere aan zijn lessen op school besteed wordt meegeteld voor het bereiken van het verplicht aantal jongeren dat een werkgever moet aanwerven indien hij op 30 juni van het voorgaand jaar 50 of meer werknemers in dienst had; technisch uitgedrukt: de basis-VTE-breuk van een jongere met een SBO type 3 is gelijk aan 1 bij volledige prestaties;
  2. bovendien wordt deze VTE-breuk dubbel meegeteld;  anders gezegd:  een jongere onder Brug-opleidingsovereenkomst telt voor twee om het verplicht jongerenquotum te bereiken.

Socialezekerheidsstatuut van de betrokken jongeren

Voor de jongeren die opgeleid worden bij organisatoren die bij de RSZ aangesloten zijn (bv. VZW’s) : zelfde situatie als bij de Syntra-leerovereenkomst.
Voor de brugjongeren bij overheidsdiensten die bij de RSZPPO aangesloten zijn (bv. gemeentediensten, OCMW’s) is de situatie onduidelijk voor wat betreft hun rechten op betaalde vakantie en hun dekking tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten.

Andere bescherming

Jongeren met een opleidingsovereenkomst in het kader van een Brugproject hebben geen recht op gewaarborgde vergoeding bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval.
Het BVR van 24-7-1996 stelt dat elke opleidingsovereenkomst de verbintenis van de “organisator” moet bevatten om een verzekering af te sluiten om de aansprakelijkheid van de jongere te dekken voor fouten die hij zou kunnen begaan ten opzichte van derden.
In de modelovereenkomst zoals de DBO die aanreikt is van zo’n verbintenis niets terug te vinden… Gelet op de juridische toestand van het BVR (opgeheven of toch nog in werking?) is het dus een vraagteken hoe het nu gesteld is met de inperking van de aansprakelijkheid van de betrokken jongeren… 
 

Voor meer informatie over dit type overeenkomst…

Raadplaag de pagina betreffende de brugprojecten op de website van de DBO.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites