NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Toelichting over collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten binnen het Paritair Comité voor de uitzendarbeid

Deze collectieve overeenkomsten zijn van toepassing op de uitzendbureaus, op de uitzendkrachten die door hen tewerkgesteld worden, alsook op de gebruikers bij wie de uitzendkrachten worden tewerkgesteld.

1. CAO betreffende de werk- en beschermingskledij voor uitzendkrachten

In het Belgisch Staatsblad van 28 november 1998 werd de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 1998 gepubliceerd, afgesloten binnen het Paritair Comité voor de uitzendarbeid, betreffende de werk- en beschermingskledij voor de uitzendkrachten, welke de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36 quinquies van 27 november 1981 vervangt.

De overeenkomst bepaalt:

  • de uitzendkrachten dienen over dezelfde werkkleding en de gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen te beschikken als de andere werknemers die aan dezelfde gevaren blootgesteld zijn, zodanig dat de uitzendkracht hetzelfde niveau van bescherming geniet als de andere werknemers van de onderneming (artikel 3);
  • de verantwoordelijkheid voor het leveren en het behoud in gebruiksklare staat van de werkkleding en de gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen ligt bij de gebruiker bij wie de uitzendkracht ter beschikking wordt gesteld (artikel 4).

Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 9 maart 1998 en is gesloten voor onbepaalde duur (artikel 5).

Bemerking:

Deze collectieve arbeidsovereenkomst, afgesloten ingevolge een verzoek van de Beroepsvereniging voor uitzendkantoren (UPEDI), werd algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 oktober 1998. Deze CAO is in feite een bevestiging van de dwingende bepalingen van het KB van 19 februari 1997 tot vaststelling van maatregelen betreffende de veiligheid en de gezondheid op het werk van uitzendkrachten, inzonderheid het artikel 5, § 1 en § 3, 4°.

Inzake de verplichting van de gebruiker werden de woorden "hij zorgt voor de levering ...", zoals bepaald in art. 5, § 3, 4° van het KB van 19/2/1997, in artikel 4 van de CAO weliswaar vervangen door de woorden "De verant-woordelijkheid voor het leveren en het behoud in gebruiksklare staat ...".

Dit bevestigt dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het leveren en het behoud in goede staat van de werkkleding en van de P.B.M. aangepast aan de aard van het risico, onbetwistbaar berust bij de gebruiker, maar volgens de wensen van de leden van UPEDI, kunnen eventueel bepaalde regelingen getroffen worden tussen het uitzendbureau en de gebruiker inzake de levering en het ter beschikking stellen van de werknemers van deze middelen.

Het begrip van het behoud in gebruiksklare staat van de werkkleding en van de persoonlijke beschermingsmiddelen, waarvan sprake in artikel 4 van de overeenkomst, beoogt ook de reiniging en de herstellingen waarvan sprake in artikel 5, § 3, 4° van het KB van 19 februari 1997.

De administratie geeft ook dezelfde interpretatie aan die woorden en vestigt bovendien de aandacht op het bestaande verschil tussen de titel van de CAO die bepaalt "Werk- en beschermingskledij" en haar artikel 4 waar melding gemaakt wordt van "persoonlijke beschermingsmiddelen".

Het spreekt voor zich dat de verplichtingen die voortvloeien uit de bepalingenvan dit besluit betrekking hebben op alle persoonlijke beschermingsmiddelen (kledij, helmen, schoenen, ademhalingsbescherming, beschermingsmiddelen tegen valgevaar) en niet alleen de beschermingskledij zoals de titel van artikel 1 van de CAO zou kunnen laten vermoeden.

2. CAO betreffende het onthaal en de aanpassing van de uitzendkrachten in de onderneming

In het Belgisch Staatsblad van 29 december 1998 werd de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 maart 1998 gepubliceerd, afgesloten binnen het Paritair Comité voor de uitzendarbeid, betreffende het onthaal en de aanpassing van de uitzendkrachten in de onderneming, welke de CAO van 8 september 1993 betreffende tijdelijk werk, het onthaal en de aanpassing van de uitzendkrachten in de onderneming vervangt.

De overeenkomst bepaalt:

De gebruiker organiseert het onthaal en de aanpassing van de nieuwe ter beschikking gestelde uitzendkrachten in de onderneming. Dit uitgangspunt moet niet herhaald worden wanneer een uitzendkracht nogmaals tewerkgesteld wordt bij dezelfde gebruiker binnen een termijn van 6 maanden. Het onthaal moet georganiseerd worden, deels voor de ter beschikking stelling van de uitzendkracht en deel wanneer de uitzendkracht zijn opdracht aanvat.

Naast de bepalingen die vermeld zijn in het koninklijk besluit van 19 februari 1997 welke de maatregelen betreffende de veiligheid en de gezondheid van de uitzendkrachten op het werk vastlegt, bepaalt de CAO:

A. de gebruiker deelt de uitzendkrachten de informatie mede betreffende:

  1. de onderneming (bedrijvigheid, structuur);
  2. de beschrijving van de werkpost welke de uitzendkracht zal bedienen (rolen bedrijvigheid, controle van de prestaties);
  3. aanwijzingen betreffende de Ondernemingsraad, de Dienst P.B.W.;
  4. informatie betreffende de eerste hulp, de brandbestrijding en de evacuatie;
  5. informatie betreffende de organisatie van de veiligheid;

B. het uitzendbureau deelt de uitzendkrachten de informatie mede betreffende:

  1. de bezoldiging;
  2. de sociale , geneeskundige, personeels- en opleidingsdiensten die in de onderneming bestaan;
  3. een kopie van het arbeidsreglement van het uitzendbureau;

Bemerking:

In tegenstelling met de CAO waarvan sprake is onder voorgemeld punt 1, legt deze overeenkomst zowel verplichtingen inzake informatie op aan de gebruiker als het uitzendbureau, bijkomend aan de verplichtingen vermeld in het koninklijk besluit van 19 februari 1997 en wel deze specifiek betreffende de preventie van de veiligheid en de gezondheid van de uitzendkrachten tijdens de uitvoering van hun werk.

De bijkomende verplichtingen voor de gebruiker betreffen vooral de algemene organisatie en de veiligheid in de onderneming en gaan eveneens van dit feit uit voor het verbeteren van het welzijn van de uitzendkrachten tijdens de uitvoering van hun werk bij de gebruiker.

Terwijl de bijkomende verplichtingen opgelegd aan het uitzendbureau eerder de informatie met sociaal karakter betreft.

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites