NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Preventieadviseurs binnen een gemeenschappelijke dienst

Toelichting over artikel 38 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk 

Op gebied van de organisatie van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk voerde de welzijnswet van 4 augustus 1996 een aantal principes in die verschillend zijn ten opzichte van deze van de vroegere basiswet.

Eén van deze principes betreft de invoering van het begrip "afdeling van de interne dienst", waarmee de wetgever heeft willen uitdrukken dat binnen een zelfde bedrijf minstens één preventieadviseur moet aangeduid worden voor elk comité voor preventie en bescherming in de vestigingen van het bedrijf.

De administratie heeft het nodig geoordeeld om in de koninklijke besluiten waarbij werkgevers wordt toegelaten een gemeenschappelijke dienst op te richten, dit principe ook op te nemen. Als voorwaarde voor de oprichting van de gemeenschappelijke dienst wordt nu opgelegd dat in elk bedrijf dat aangesloten is bij de gemeenschappelijke dienst en waar een comité bestaat, een preventieadviseur moet aangeduid worden.

Er werd reeds verscheidene malen gevraagd of binnen een gemeenschappelijke dienst één persoon in meer dan één bedrijf de functie van preventieadviseur kan uitoefenen.

Artikel 38, § 2 van de welzijnswet laat de Koning toe voor elke gemeenschappelijke dienst de bevoegdheid, de samenstelling en de werkwijze van deze dienst te bepalen.

Op de vraag kan dus positief geantwoord worden, hoewel een strikte naleving van het voormelde principe de voorkeur blijft genieten. Indien bij het onderzoek van de aanvraag voor een gemeenschappelijke dienst de inspectie van mening is dat één persoon in meer dan één aangesloten bedrijf de functie van preventieadviseur mag uitoefenen, moet nagegaan worden of de betrokken comités er mee akkoord gaan.

Men kan zich verder afvragen of een persoon die in twee (of eventueel meer) bedrijven van een gemeenschappelijke dienst de functie van preventieadviseur uitoefent, met elk van deze bedrijven een arbeidsovereenkomst moet afsluiten.

De administratie is van mening dat het beter is, voor wat de welzijnswet betreft, in de voorwaarden opgelegd in het koninklijk besluit tot oprichting van de gemeenschappelijke dienst, duidelijk aan te geven in welke bedrijven de preventieadviseur zijn functie uitoefent en hoeveel tijd hij in elk bedrijf hieraan besteedt. De technische inspectie moet hierover advies uitbrengen in het verslag van het onderzoek van de aanvraag en tevens nagaan of de betrokken comités hiermee akkoord gaan.

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites