NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

De eretekens van de arbeid

Voorstelling

Het beroepsleven vormt een belangrijk deel van eenieders bestaan: voor velen quasi veertig jaar, vaak acht uur of meer per dag. Werken vergt van elk van ons een investering en het is dan ook mede bepalend voor de identiteit : wanneer iemand zich voorstelt, vermeldt die er vaak bij wat voor werk hij of zij uitoefent. En wanneer iemand de balans opmaakt van zijn of haar leven, vormen de jaren beroepsactiviteit daar vaak een belangrijk onderdeel van.

Om de toewijding van de werknemers aan hun bedrijf of organisatie te huldigen werden in 1847 “eretekens uit hoofde van de arbeid” gecreëerd om al wie “zijn kennis, talent, toewijding, vaardigheid en idealen ten dienste van de arbeid” had gesteld, te eren. Er bestaan diverse categorieën en graden van eretekens volgens de duur van de arbeid en de graad van engagement van de werknemers. Sedert meer dan anderhalve eeuw liegt het succes van die eervolle onderscheidingen er niet om: ook vandaag houden heel wat werkgevers er aan op die manier hun waardering te tonen voor het werk dat geleverd wordt door de personeelsleden van hun onderneming. De eretekens hebben als doel hulde te brengen aan de personen die ze ontvangen, maar ze zijn ook een teken dat de onderneming van het wederzijds respect een centrale waarde in haar bedrijfscultuur wil maken.

De Directie van de eretekens, die is belast met de toekenning van die eervolle onderscheidingen, maakt deel uit van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, en meer in het bijzonder van de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid. Deze administratie
heeft als opdracht de bevordering van het welzijn op het werk. Zij beheert de toekenning van de Eretekens van de Arbeid en van de Eretekens in de Nationale Orden ten behoeve van werknemers met een lange beroepsloopbaan, de toekenning van Huldepenningen en de toekenning van Bijzondere Eretekens van de Beroepsverenigingen. De eretekens worden uitgereikt door de werkgever.

De eervolle onderscheidingen uit hoofde van “arbeid” zijn de gelegenheid voor de werknemers om de officiële boodschap te ontvangen dat de onderneming en de overheid hun arbeidsleven naar waarde schatten. De eretekens en penningen zijn voor de werknemer eigenlijk een soort van “kroon” op het werk. De uitreiking ervan gaat dan ook vaak gepaard met een officiële ceremonie of een feestje waarop het hele personeel getuige mag zijn van de huldiging.

De onderneming kan er ook bij winnen. Indien het wederzijds respect een waarde is die de onderneming wil bevorderen, dan is de belangstelling die getoond wordt voor de individuele waardering die aan elke werknemer wordt gegeven een evidente consolidatiefactor van deze waarde.
Het wederzijds respect versterkt de loyauteit en het gevoel deel uit te maken van een sociale groep, wat belangrijke motivatiebronnen zijn.

In principe is het de werkgever (of de beroepsvereniging) die het initiatief neemt een kandidaatstellingsformulier aan te vragen bij de Directie van de eretekens van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Wanneer de werkgever dit initiatief om één of andere reden niet wil nemen, kan de werknemer een individuele aanvraag richten aan dezelfde dienst.

Het is ook de werkgever (of de beroepsvereniging) die het juweel aanschaft dat zal uitgereikt worden aan de werknemer. Deze aankoop kan gebeuren bij gespecialiseerde firma’s die terug te vinden zijn in de rubriek “Medailles en trofeeën” van de Gouden Gids. De huldepenningen voor beroepsactiviteit kunnen daarentegen rechtstreeks aangekocht worden bij de Directie van de eretekens.
 

Historiek

De oorsprong van de eerste eretekens moet worden gesitueerd bij de tentoonstellingen van nijverheidsproducten. Deze moesten de werknemers van alle categorieën arbeidszin en stielkennis bijbrengen, maar ze hielden ook een officiële erkenning in van hun professionele verdiensten.
Aanvankelijk waren die eervolle onderscheidingen een bekroning voor de kwaliteit van de tentoongestelde voorwerpen en werden zij hoofdzakelijk verleend aan de bedrijfsleiders. Op 7 november 1847 werden dan bij koninklijk besluit ten behoeve van de werklieden en ambachtslui
“medailles” ingesteld om “al degenen te onderscheiden en te belonen die hun kennis, hun talent, hun toewijding, hun vaardigheid en hun ideal ten dienste van de arbeid zouden stellen”. Deze medailles kent men nu onder de naam “Eretekens van de Arbeid”.

In de 19de eeuw werden ook de Nationale Orden gecreëerd: de Leopoldsorde in 1832, de Kroonorde in 1897 en tenslotte de Orde van Leopold II in 1900. Deze Orden werden op hun beurt ingedeeld in graden, waaronder deze van Ridder, Officier, Commandeur en Grootofficier in de drie Nationale Orden, de titel van Grootkruis in de Orde van Leopold II en de Kroonorde evenals het Grootlint van de Leopoldsorde. Verder kennen we ook nog de Palmen en de Medailles. Sedert 1932 worden er Nationale Orden verleend aan werknemers die reeds drager zijn van het Ereteken van de Arbeid eerste klasse. Uit hoofde van ‘arbeid’ worden de Gouden Medaille en de Gouden Palmen der Kroonorde toegekend.

Bij koninklijk besluit van 3 augustus 1970 werden de Penningen voor beroepsactiviteit ingesteld ten gunste van werknemers die voldoen aan de voorwaarden om een Nationale Orde te bekomen, maar deze niet kunnen ontvangen omdat ze reeds, in een andere hoedanigheid, een ereteken in de Nationale Orden van gelijke of hogere rang bezitten.

Tot slot eren de Beroepsverenigingen sedert 1903 hun meest toegewijde ijveraars en beheerders door het toekennen van bijzondere eretekens.

 

De Eretekens van de Arbeid


De Eretekens van de Arbeid hebben als doel de werknemers te eren en belonen omwille van hun kennis, talent, toewijding en vaardigheden bij de uitoefening van hun werk. Er bestaan twee types: 1ste en 2de klasse.

Het Ereteken van de Arbeid tweede klasse wordt toegekend aan werknemers die 25 jaar arbeidsprestaties kunnen bewijzen. Met arbeidsprestaties worden gelijkgesteld: de arbeidsonderbrekingen wegens ziekte, de periodes van werkloosheid en werkloosheid met bedrijfstoeslag voor een samengevoegde duur van ten hoogste vijf jaar, en de militaire dienstplicht.

Het Ereteken van de Arbeid eerste klasse kan worden verleend aan werknemers, voor zover zij arbeidsprestaties over een periode van 30 jaar kunnen bewijzen.
Ambachtslieden komen in aanmerking voor een ereteken eerste klasse na 20 jaar als zelfstandige in België, te rekenen vanaf de leeftijd van 21 jaar.
Het Ereteken van de Arbeid eerste klasse kan postuum worden verleend aan alle categorieën werknemers (uit de privésector en de openbare sector – zowel vast benoemd als contractueel personeel) die het slachtoffer werden van arbeidsongevallen met dodelijke afloop, ongeacht hun leeftijd en nationaliteit.
Het ereteken wordt echter niet toegekend aan slachtoffers van ongevallen met dodelijke afloop op de weg van of naar het werk en aan de slachtoffers van opzettelijk veroorzaakte ongevallen.

 

Nationale Orden


De Nationale Orden zijn onderverdeeld in de Leopoldsorde, de Kroonorde en de Orde van Leopold II. Die Orden kennen ook verschillende graden. Verder bestaan er ook nog de Palmen en de Medailles.

De opklimmende hiërarchie ziet er bij de Nationale Orden als volgt uit:
 

  • Bronzen medaille: Orde van Leopold II – Kroonorde
  • Zilveren medaille: Orde van Leopold II – Kroonorde
  • Gouden Medaille: Orde van Leopold II – Kroonorde
  • Zilveren Palmen: Kroonorde
  • Gouden Palmen: Kroonorde
  • Ridder: Orde van Leopold II – Kroonorde – Leopoldsorde

Deze Orden omvatten eveneens de graden Officier, Commandeur en Grootofficier in de drie Nationale Orden en de titel van Grootkruis in de Orde van Leopold II en in de Kroonorde, alsook het Grootlint in de Leopoldsorde.

 

Het beheer van de Nationale Orden valt onder de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Het betreft hier zowel burgerlijke als militaire eretekens.

Twee ervan worden uit hoofde van “arbeid” uitgereikt: de Gouden Medaille en de Gouden Palmen der Kroonorde. Deze eretekens worden verleend aan werknemers die al met het Ereteken van de Arbeid eerste klasse geëerd werden na dertig jaar dienst, en die ook nadien als werknemer actief bleven. De Gouden Medaille der Kroonorde beloont een 35-jarige beroepsloopbaan.

De aanvragen voor de werknemers moeten worden ingediend bij de Directie van de eretekens van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

De aanvragen voor de ambachtslieden moeten worden ingediend bij de Eretekens van de Middenstand van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en
Energie.

De Gouden Palm der Kroonorde beloont 45 jaar arbeid. Ze wordt ook toegekend op het ogenblik van de pensionering – vroegtijdig of niet – op voorwaarde dat de kandidaat minstens 40 jaar arbeid telt.

Normaliter moet een termijn van 10 jaar tussen twee benoemingen in de Nationale Orden in acht worden genomen. Die termijn kan worden verminderd tot een minimum van 5 jaar in geval van pensionering.

 

De Huldepenningen voor beroepsactiviteit


Deze penningen worden toegekend aan werknemers die voldoen aan de voorwaarden om een Nationale Orde te bekomen, maar deze niet kunnen ontvangen omdat ze reeds, in een andere hoedanigheid, een ereteken in de Nationale Orden van gelijke of hogere rang bezitten. Immers,
een ereteken kan niet bekomen worden indien men reeds drager is van een ereteken dat naar rang gelijk is aan of hoger is dan het ereteken dat wordt aangevraagd.

 

  • De bronzen penning vervangt de Gouden Medaille der Kroonorde.
  • De zilveren penning vervangt de Gouden Palmen der Kroonorde.
  • De gouden penning vervangt het Ridderkruis in de Orde van Leopold II, waarvoor een werknemer met in totaal 55 jaar arbeidsprestaties in aanmerking komt.


In tegenstelling tot de juwelen van de Eretekens van de Arbeid en van de Nationale Orden kunnen de penningen enkel worden aangekocht bij de Directie van de eretekens.

 

De Bijzondere Beroepsverenigingseretekens


De Bijzondere Beroepsverenigingseretekens onderscheiden personen die uitstekende diensten bewezen hebben bij de organisatie en het beheer van de beroepsverenigingen van werknemers en daarmee gelijkgestelde instellingen. Er bestaan bijzondere beroepsverenigingseretekens van tweede en van eerste klasse.

 

De Directie van de eretekens beheert ook de toekenning van de beroepsverenigingseretekens in de Nationale Orden, voor wie zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt inzake het onderzoek, de bescherming en de bevordering van de beroepsbelangen van alle categorieën werknemers gebonden door een arbeidsovereenkomst.

Deze eretekens worden toegekend naargelang de kandidaten behoren tot categorie A of tot categorie B.
 


Categorie A


Voor de toekenning van de Gouden Medaille en de Zilveren en Gouden Palmen der Kroonorde, alsook voor het Ridderschap in de Orde van Leopold II, geldt het volgende:
 

  • de achtereenvolgende mandaten vervuld in de vrije mutualiteits-, voorzorg- en coöperatie verenigingen worden gelijkgesteld.
  • deze eretekens worden aan de werknemers slechts verleend voor zover zij houder zijn van één der vijf bijzondere eretekens van eerste klasse (mutualiteit, voorzorg, coöperatie, beroepsvereniging, landbouw).

A1. Het bijzonder Beroepsverenigingsereteken van tweede klasse

 

Dit ereteken wordt verleend na 10 jaar mandaat aan :
 

  • voorzitter, secretaris, penningmeester en leden van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers met ten minste 25 leden.
  • voorzitter, secretaris en leden van comités van beroeps- of vakcentrales, of van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector met ten minste 25 leden.
  • voorzitter, secretaris en leden van het federaal comité (of een intergewestelijk comité) of van een gewestelijk comité van de vakverenigingen.
  • leden van paritaire comités, van ondernemingsraden, van comités voor preventie en bescherming op het werk.


Dit ereteken wordt verleend na 15 jaar mandaat aan:
 

  • voorzitter, secretaris, penningmeester van bestuurs- en beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers met minder dan 25 leden.
  • voorzitter, secretaris van comités van beroeps- of vakcentrales, met minder dan 25 leden.
  • plaatselijke afgevaardigde, propagandist en leden van comités, uitgebreid tot syndicale onderafdelingen der openbare diensten.

A2. Het bijzonder Beroepsverenigingsereteken van eerste klasse

 

Dit ereteken wordt onder dezelfde voorwaarden verleend aan de personen die hun mandaat gedurende een nieuwe termijn van 10 jaar hebben uitgeoefend.

 

A3. De Gouden Medaille der Kroonorde

 

Dit ereteken wordt verleend na 30 jaar bestuur, waarvan ten minste 10 jaar mandaat, in een beroeps- of vakvereniging, aan:
 

  • voorzitter, secretaris, penningmeester van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers met 50 tot 150 leden.
  • voorzitter, secretaris van comités van beroeps- of vakcentrales of van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector met 50 tot 150 leden.

Dit ereteken wordt verleend na 35 jaar bestuur, waarvan ten minste 10 jaar mandaat, in een beroeps- of vakvereniging, aan de leden van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers van comités van beroeps- of vakcentrales of van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector met 50 tot 150 leden.
 


A4. De Zilveren Palmen der Kroonorde

 

Dit ereteken wordt verleend na 30 jaar activiteit, waarvan ten minste 20 jaar mandaat, in een beroeps- of vakvereniging, aan:
 

  • voorzitter, secretaris, penningmeester van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers met 50 tot 150 leden.
  • voorzitter, secretaris van comités van beroeps- of vakcentrales, of van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector met 50 tot 150 leden.


Dit ereteken wordt verleend na 45 jaar bestuur, in een beroeps- of vakvereniging, aan:
 

  • leden van bestuurs- en beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers met 50 tot 150 leden.
  • leden van comités van beroeps- of vakcentrales, of van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector, met 50 tot 150 leden.

Het wordt verleend na 30 jaar bestuur, waarvan 10 jaar mandaat, in een beroeps- of vakvereniging, aan:
 

  • voorzitter, secretaris, penningmeester van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers met meer dan 150 leden.
  • voorzitter, secretaris van comités van beroeps- of vakcentrales, of van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector met meer dan 150 leden.
  • leden van het federaal comité (of van een intergewestelijk comité) of van een gewestelijke comité van de vakverenigingen.
  • leden van paritaire comités, van ondernemingsraden, van comités voor preventie en bescherming op het werk.


Dit ereteken wordt verleend na 35 jaar mandaat aan de leden van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers, van comités van beroeps- of vakcentrales, van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector met meer dan 150 leden.

Dit ereteken wordt verleend na 40 jaar mandaat aan plaatselijk syndicaal afgevaardigde, propagandist, leden van comités uitgebreid tot syndicale onderafdelingen der openbare diensten met meer dan 150 leden.

 

A5. De Gouden Palmen der Kroonorde

 

Dit ereteken wordt verleend na 40 jaar bestuur, waarvan 20 jaar mandaat, in een beroeps- of
vakvereniging aan:
 

  • voorzitter, secretaris, penningmeester van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers met 50 tot 150 leden.
  • voorzitter, secretaris van de comités van beroeps- of vakcentrales, of van de comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector met 50 tot 150 leden.

Dit ereteken wordt verleend na 55 jaar bestuur in een beroeps- of vakvereniging aan :
 

  • leden van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers met 50 tot 150 leden.
  • leden van comités van beroepsof vakcentrales, of van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector met 50 tot 150 leden.


Dit ereteken wordt verleend na 40 jaar bestuur, waarvan 10 jaar mandaat, in een beroeps- of vakvereniging of na 30 jaar bestuur, waarvan 20 jaar mandaat, in een beroeps- of vakvereniging aan:
 

  • voorzitter, secretaris, penningmeester van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers met meer dan 150 leden.
  • voorzitter, secretaris van comités van beroeps-of vakcentrales, of van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector met meer dan 150 leden.
  • leden van het federaal comité (of van een intergewestelijk comité) of van een gewestelijk comité van de vakverenigingen.
  • leden van de paritaire comités, van de ondernemingsraden, van comités voor preventie en bescherming op het werk.

Dit ereteken wordt verleend na 45 jaar mandaat aan leden van bestuurs- of beheerscomités van de Beroepsverenigingen van werknemers van comités van beroeps-of vakcentrales, van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele sector.

Dit ereteken wordt verleend na 50 jaar mandaat aan plaatselijk syndicaal afgevaardigde, propagandist, leden van comités uitgebreid tot syndicale onderafdelingen der Openbare Diensten met meer dan 150 leden.

 

A6. Het Ridderschap in de Orde van Leopold II

 

Dit ereteken wordt verleend na 30 jaar bestuur, waarvan 5 jaar mandaat, in een beroeps- of vakvereniging aan:
 

  • voorzitter, secretaris, penningmeester van bestuurs- of beheerscomités van de Federaties van Beroepsverenigingen van werknemers met meer dan 3000 leden.
  • voorzitter, secretaris van het federaal comité (of van een intergewestelijk comité) van de vakverenigingen met meer dan 3000 leden.


Dit ereteken wordt verleend na 30 jaar bestuur, waarvan 10 jaar mandaat, in een beroeps- of vakvereniging, aan:
 

  • leden van bestuurs- of beheerscomités van de Federaties van beroepsverenigingen van werknemers
  • met meer dan 3000 leden.
  • voorzitter, secretaris van comités van beroeps- of vakcentrales, met meer dan 500
  • leden.
  • voorzitter, secretaris van comités van een plaatselijke syndicale interprofessionele
  • sector met meer dan 3000 leden.
  • voorzitter, secretaris van de gewestelijke comités van de vakverenigingen.


Dit ereteken wordt verleend na 30 jaar ononderbroken mandaat aan leden van paritaire comités, van ondernemingsraden, van comités voor preventie en bescherming op het werk.
 


Categorie B


B1. Leden van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk


B2. Leden van de vaste Commissie sensibilisatie en communicatie

 

Leeftijd 42 jaar en

 

  • 10 jaar mandaat: Ridder in de Kroonorde
  • 20 jaar mandaat: Ridder in de Leopoldsorde
  • 30 jaar mandaat: Officier in de Orde van Leopold II

B3. Provinciale Comités voor de Bevordering van de Arbeid

 

Leden:

Leeftijd 42 jaar en
 

  • 10 jaar mandaat: Ridder in de Orde van Leopold II
  • 20 jaar mandaat: Ridder in de Kroonorde
  • 30 jaar mandaat: Ridder in de Leopoldsorde

Secretaris:

 

Leeftijd 62 jaar en 30 jaar activiteit: Ridder in de Kroonorde 


 

B4. Ambtenaren niveau A, leden van de groepen B1 tot B3

 

10 jaar aanwezigheid: Bijzonder Ereteken eerste klasse van de Beroepsverenigingen

 

B5. Ambtenaren niveau B, C en D, leden van de groepen B1 tot B3

  • 10 jaar aanwezigheid: Bijzonder Ereteken tweede klasse van de Beroepsverenigingen
  • 20 jaar aanwezigheid: Bijzonder Ereteken eerste klasse van de Beroepsverenigingen

B6. Leden van verenigingen van preventieadviseurs

 

10 jaar mandaat: Bijzonder Ereteken eerste klasse van de Beroepsverenigingen

Leeftijd 42 jaar en
 

  • 20 jaar gewestelijk mandaat: Gouden Palmen der Kroonorde
  • 20 jaar nationaal mandaat: Ridder in de Orde van Leopold II

B7. Gemandateerde bestuursleden en redactieleden die deel uitmaken van de Belgische Vereniging van de Bedrijfspers

 

10 jaar mandaat: Bijzonder Ereteken eerste klasse van de Beroepsverenigingen

Leeftijd 42 jaar en
 

  • 20 jaar mandaat op nationaal vlak: Ridder in de Orde van Leopold II
  • 20 jaar medewerking aan de redactie van een bedrijfsblad: Gouden Palmen der Kroonorde

B8. Burgerlijke onderscheidingen

 

Voor de leden van de groepen B1 tot B3 - Leden
 

  • 25 jaar aanwezigheid: Burgerlijke Medaille eerste klasse
  • 35 jaar aanwezigheid: Burgerlijk Kruis eerste klasse
Voor de leden van de groep B3 - Secretaris
  • - 25 jaar aanwezigheid: Burgerlijke Medaille tweede klasse
  • - 35 jaar aanwezigheid: Burgerlijk Kruis tweede klasse

Eliten van de arbeid


Er bestaat nog een categorie van eretekens uit hoofde van de arbeid, uitgereikt door het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid van België.

Dit Instituut staat in voor de toekenning van de titel en de erekentekens van Eredeken, Laureaat en Cadet van de Arbeid. Deze worden toegekend bij koninklijk besluit, na selectie door Nationaal Organiserende Comités. De selectie gebeurt per sector en is gebaseerd op beroepsbekwaamheid en sociale inzet, in welke functie ook. De toekenning van de titel is de waardering voor uitstekend uitgevoerde professionele activiteiten.

Op basis van de veelvuldige contacten met de sectoren en hun sociale partners, kan het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid ook op studievlak alle initiatieven nemen die bijdragen tot een juiste positionering van de problematiek van de arbeid in onze maatschappij.

 

Toekenningsprocedure


De eretekens uit hoofde van “Arbeid”


Het ereteken heeft betrekking op arbeid die werknemers verricht hebben voor Belgische belangen:
 

  • door Belgische of in België verblijvende buitenlandse werknemers voor een Belgische of een in België gelegen buitenlandse firma;
  • door Belgische of buitenlandse werknemers voor een in het buitenland gelegen Belgische firma;
  • door Belgische werknemers in een grensfirma die ten hoogste 20 kilometer van de Belgische grens gevestigd is;
  • door in het buitenland verblijvende werknemers die voor een buitenlandse of een Belgische firma in België werken.


Met een werknemer wordt hier bedoelt een werknemer tewerkgesteld in de privésector of een contractueel tewerkgestelde werknemer in de openbare sector. De vastbenoemde ambtenaren kunnen een ereteken aanvragen bij de diensten waar ze tewerkgesteld zijn.

Normaal gezien neemt de werkgever het initiatief om een aanvraagformulier voor een ereteken van de arbeid aan te vragen bij de Directie van de eretekens van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. Als de werkgever dat initiatief om de één of andere reden niet wil nemen, kan de werknemer een individuele aanvraag indienen bij dezelfde dienst, die hem een dossiernummer zal toekennen.

Het formulier moet gesteld worden in de taal van het gewest waar de kandidaat verblijft, ongeacht de plaats waar de onderneming haar activiteit uitoefent. Voor de faciliteitengemeenten en de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mag een Nederlands- of een Franstalig formulier worden gebruikt. Verder moet op het formulier worden vermeld in welke taal het diploma dient te worden opgesteld.

De juistheid van de verstrekte inlichtingen wordt bewezen door de werkgever of de werknemer, het gemeentebestuur van de verblijfplaats van de werknemer en eventueel het parket van de Procureur-generaal.

Voor aanvragen van eretekens ten gunste van buitenlandse werknemers die sedert 25, 30, 35, 40 of 45 jaar voor Belgische bedrijven werken, moet langs diplomatieke weg een aanvullend onderzoek worden uitgevoerd en is het akkoord vereist van de regering van hun land van herkomst.
De Belgen die in het buitenland wonen, moeten ook het juiste adres van hun laatste woonplaats in België aangeven. Voor deze aanvragen is een tweevoudig onderzoek (België en buitenland) vereist, wat een langere onderzoekstijd meebrengt.

De eretekens worden driemaal per jaar op vastgestelde data toegekend: 8 april (verjaardag van Koning Albert I), 21 juli (nationale feestdag) en 15 november (feest van de dynastie).
Buiten die gewone data kunnen er, indien de betrokkenen aan de gewone reglementaire vereisten voldoen, ook speciale uitreikingen worden georganiseerd ter gelegenheid van de 50ste verjaardag (of een veelvoud daarvan) van instellingen. In dat geval brengt de aanvrager de Directie van de eretekens van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg schriftelijk op de hoogte van de datum van die viering en zorgt hij er voor dat de Directie minstens 2 maand voor de viering de aanvragen ontvangt.

 

Bijzondere eretekens “Beroepsverenigingen” en “Nationale Orden”


Twee categorieën werknemers komen in aanmerking voor de bijzondere eretekens van de “Beroepsverenigingen” en van de “Nationale Orden” :
 


Categorie A

 

Personen die bijzondere prestaties geleverd hebben op gebied van de studie, de bescherming en de bevordering van de beroepsbelangen van alle categorieën werknemers, verbonden door een arbeidsovereenkomst (beroepsverenigingen voor werknemers, werknemersvakverenigingen, paritaire comités, ondernemingsraden, comités voor preventie en bescherming op het werk).0

 

Categorie B

Leden van instellingen die actief zijn op het vlak van de “Bevordering van de arbeid” in het algemeen en van de “Preventie en bescherming op het werk” in het bijzonder, inzonderheid:
 

  • leden van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk
  • leden van de vaste Commissie sensibilisatie en communicatie
  • leden en secretarissen van de Provinciale Comités voor de Bevordering van de Arbeid
  • leden van verenigingen van preventieadviseurs
  • gemandateerde bestuursleden en redactieleden die deel uitmaken van de Belgische vereniging van de bedrijfspers.

Bijzondere eretekens “Beroepsverenigingen”

 

Om in aanmerking te komen voor het bijzonder ereteken “Beroepsverenigingen” van tweede klasse, moet men tenminste 10 jaar beheerder of bestuurder of 15 jaar lid van de instelling geweest zijn.
Het bijzonder ereteken “Beroepsverenigingen” van eerste klasse en de daarop volgende eretekens (Gouden Medaille der Kroonorde, Zilveren Palmen der Kroonorde, Gouden Palmen der Kroonorde, het Kruis van Ridder in de Orde van Leopold II en het Kruis van Ridder in de Kroonorde) worden slechts toegekend na telkens een nieuwe periode van tenminste 10, respectievelijk 15 jaar, activiteit in dezelfde hoedanigheid, waarvan in principe een minimum aantal jaren als beheerder of bestuurder.
 


Bijzondere eretekens in de “Nationale Orden”

 

Geen enkele bevordering in de Nationale Orden mag worden voorgesteld indien de kandidaat nog geen drager is van één der bijzondere eretekens van eerste klasse (mutualiteit, voorzorg, coöperatie, beroepsverenigingen of landbouw).
De opeenvolgende diensten, bewezen in de diverse categorieën van sociale activiteit, waarvoor het ereteken kan worden toegekend, mogen worden samengeteld voor het bekomen van het vereiste aantal jaren (15, 20, 25, 30, enz.). Gelijktijdig gepresteerde bewezen diensten mogen niet dubbel worden geteld.

Bij elke aanvraag voor een ereteken in de Nationale Orden vermeldt de eiser elk ereteken dat de kandidaat reeds ontving, met vermelding van de datum van toekenning, van de hoedanigheid waarvoor het werd verleend en met de aanduiding van de Minister die de toekenning ervan
heeft voorgesteld.

Een belangrijk algemeen principe bij het verlenen van een onderscheiding in de Nationale Orden is immers dat een bepaald ereteken niet kan worden bekomen indien men reeds drager is van een ereteken dat naar rang gelijk is aan of hoger is dan dat wat wordt aangevraagd.

Het verlenen van eretekens in de Nationale Orden kan pas plaatsvinden na verloop van de volgende minimumtermijnen:
 

  • 10 jaar (te tellen vanaf de datum van de ranginneming van devorige onderscheiding) indien de belanghebbende ouder is dan 40 jaar en jonger dan 66 jaar;
  • 9 jaar indien hij 66 jaar oud is;
  • 8 jaar indien hij 67 jaar oud is;
  • 7 jaar indien hij 68 jaar oud is;
  • 6 jaar indien hij 69 jaar oud is;
  • 5 jaar indien hij 70 jaar of ouder is.


De aanvragen voor bijzondere eretekens “Beroepsverenigingen” worden gericht aan de Directie van de eretekens van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg door de Beroepsverenigingen waaraan de kandidaten diensten hebben bewezen of door de federale instelling waarbij de betrokken beroepsverenigingen zijn aangesloten. Die aanvragen worden ingediend op onderzoeksformulieren, verstrekt door de Directie, waarop de burgerlijke staat van de kandidaten en de aard en de duur van de functies die zij in de vereniging hebben vervuld, nauwkeurig en goed leesbaar worden vermeld.

Het formulier moet gesteld zijn in de taal van het gewest waar de kandidaat verblijft, ongeacht de plaats waar de vereniging actief is. Voor de faciliteitengemeenten en de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mag een Nederlands- of een Franstalig formulier worden gebruikt. Verder moet op het formulier worden vermeld in welke taal het diploma dient te worden opgesteld.
De juistheid van de verstrekte inlichtingen wordt bewezen door de vereniging, het gemeentebestuur van de verblijfplaats van de werknemer en eventueel het parket van de Procureur-generaal.

Voor aanvragen van eretekens ten gunste van buitenlanders die sedert 25, 30, 35, 40 of 45 jaar voor Belgische bedrijven werken, wordt langs diplomatieke weg een aanvullend onderzoek verricht en is het akkoord van de regering van hun land van herkomst nodig.
De Belgen die in het buitenland wonen, moeten ook het juiste adres van hun laatste woonplaats in België aangeven. Voor deze aanvragen is een tweevoudige onderzoek (België en buitenland) vereist, wat een langere onderzoekstijd meebrengt.

De toekenning geschiedt bij de eerstvolgende uitreiking na het tijdstip waarop de voorwaarden volledig zijn vervuld, dus op 21 juli of 15 november voor de bijzondere eretekens “Beroepsverenigingen”, en op 8 april of 15 november voor de onderscheidingen in de Nationale
Orden.

Voor bijzondere data buiten de gewone uitreikingen gelden dezelfde regels als beschreven in de toekenningprocedure voor eretekens uit hoofed van “Arbeid”.

 

Uitreiking van de eretekens


De Directie van de eretekens van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg kent een diploma toe aan elke werknemer aan wie een ereteken toegekend werd bij koninklijk besluit. Het diploma wordt ofwel verstuurd via de werkgever, ofwel persoonlijk wanneer het gaat om een individuele aanvraag

De materiële voorstelling van de onderscheiding, een juweel, dient door de werkgever of naargelang het geval de werknemer, te worden aangekocht bij de gespecialiseerde firma’s die in de Gouden Gids staan vermeld onder de rubriek “Medailles en Trofeeën”.

 

Procedures en formulieren


Normaliter neemt de werkgever het initiatief om een aanvraag voor een ereteken in te dienen. De werknemer kan dit evenwel ook zelf doen. De aanvrager dient hiervoor eerst schriftelijk contact op te nemen met de Directie van de eretekens om een dossiernummer en de nodige formulieren te bekomen om een aanvraag in te dienen. Dergelijke aanvraag van dossiernummer kan gebeuren aan de hand van formulieren ( formulier A: persoonlijke aanvraag (PDF, 60 Kb) ; formulier B: aanvraag door de werkgever (PDF, 60 Kb)). Sommige werkgevers geven er evenwel de voorkeur aan om hun aanvragen in te dienen via hun beroepsfederatie. Zij dienen zich voor het verkrijgen van een dossiernummer dan ook tot hun federatie te wenden (formulier C: aanvraag door de beroepsfederatie (PDF, 60 Kb)).
 


Regelgevende teksten


De volgende reglementaire teksten hebben betrekking op de eervolle onderscheidingen :
 

  • Koninklijk Besluit van 7 november 1847 tot instelling van een ereteken ter onderscheiding van de werklieden en de ambachtslui ( vervolledigd en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 januari en 1 maart 1948, 28 februari 1861, 9 mei 1863, 6 oktober 1868, 19 september 1878, 2 augustus 1889, 28 juni 1899, 15 december 1902, 15 april 1903, 15 juni 1906, 3 juli 1908, 1 juni 1912, 8 april en 7 juli36 1920, 10 december 1923, 8 december 1924 en 24 oktober 1951);
  • Koninklijk besluit van 26 februari 1957 waarbij aan de slachtoffers van dodelijke arbeidsongevallen postuum een ereteken verleend wordt, (gewijzigd bij koninklijk besluit van 29 april
  • 1958 tot instelling van een officiële benaming voor de eervolle onderscheiding uit hoofde van
  • de arbeid : “Ereteken van de Arbeid”);
  • Koninklijk besluit van 3 augustus 1970 houdende instelling van twee huldepenningen toegekend op voordracht van de Minister van Tewerkstelling en Arbeid ( gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 mei 1971 betreffende de specificatie en de toekenning van de huldepenningen ingesteld bij koninklijk besluit van 3 augustus 1970);
  • Wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden

Meer informatie


  • Meer informatie over de eretekens voor werknemers uit de privé-sector en voor contractuele werknemers uit de overheidssector: bij de Directie van de eretekens van de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid: tel: 02 233 42 19 of 42 53 - e-mail: eretekens@werk.belgie.be;
  • Meer informatie over toekenning van Erekentekens van de Arbeid (Eredeken, Laureaat en Kadet van de Arbeid): bij het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid van België  Blijde Inkomstlaan 17-21 te 1040 Etterbeek - Tel 02 233 88 91 - Fax 02 233 88 59;
  • Meer informatie over bijzondere eretekens van landbouw, eretekens voor kaderpersoneel - economische sector en eretekens voor middenstanders: bij de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, Departement Human Ressources - Tel: 02 277 75 17 – Fax: 02 277 50 53
  • Meer informatie over bijzondere eretekens van voorzorg, mutualiteit, coöperatie: bij de FOD Sociale Zekerheid- Directie van het Personeel - Tel: 02 528 61 66;
  • Meer informatie over eretekens voor geneesheren, tandartsen, apothekers: bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  • Meer informatie over eretekens voor kaderpersoneel – sector financiën: bij de FOD Financiën;
  • Meer informatie over eretekens voor varend personeel: bij de FOD Mobiliteit en Vervoer - Maritiem Transport - Tel: 02 277 35 09;
  • Meer informatie over eretekens voor onderwijzend personeelsleden van Vlaamse onderwijsinstellingen van het onderwijs voor sociale promotie, van het hoger onderwijs buiten universiteiten en van het universitair onderwijs: bij het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming  – Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen T.a.v. mevrouw Marie-Paule Verbeeren - Tel: 02 553 98 41 – e-mail : mariepaule.verbeeren@ond.vlaanderen.be;
  • Meer informatie over eretekens voor alle personeelsleden van Vlaamse onderwijsinstellingen van het onderwijs die niet onder bovenvermeld punt vallen, m.a.w. de personeelsleden van het Gewoon en buitengewoon Basis en Secundair Onderwijs, de Centra voor Leerlingenbegeleiding en het Deeltijds kunstonderwijs: bij het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming – Agentschap voor Onderwijsdiensten, T.a.v. mevrouw Kim Willems - Tel: 02 553 99 03 – e-mail : kim.willems@ond.vlaanderen.be
  • De juwelen die als ereteken worden uitgereikt, kunnen worden aangekocht bij gespecialiseerde firma’s. Adresgegevens zijn beschikbaar op de website van de “Gouden Gids” onder de rubriek “Medailles en Trofeeën”.

 

 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites