NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Praktische modaliteiten inzake forfaitaire minimumbijdragen voor preventieadviseurs psychosociale aspecten van het werk

Toelichting over afdeling IIbis (artikelen 13bis tot 13duodecies) van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk 

De financiering van de activiteiten van de preventieadviseurs van de externe diensten wordt verzekerd door de betaling van forfaitaire minimumbijdragen zoals bepaald door het koninklijk besluit van 20 februari 2002 dat het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten heeft gewijzigd (zie Verplichte minimumbijdrage voor de prestaties van de preventieadviseurs van de externe diensten (PDF, 18 KB)).

Volgens artikel 13 van dit besluit dekt de door de werkgever verschuldigde forfaitaire bijdrage voorzien voor de algemene prestaties van het risicobeheer eveneens de opdrachten en taken die toegekend worden aan de preventieadviseur in het domein van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

Deze opdrachten en taken die inbegrepen zijn in het forfait komen overeen met:

  • Op algemeen vlak (artikel 8 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk ):
    • deelname aan de uitwerking van middelen en procedures om geweld en pesten te vermijden, met inbegrip van de risicoanalyse bedoeld in de artikelen 3 en 4 van het KB van 11 juli 2002;
    • informatie van de werknemers en van de hiërarchische lijn.
  • Op individueel vlak (artikel 8, 12, 13 en 14 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk ):
    • de poging tot overleg;
    • de behandeling van de gemotiveerde klacht bij de preventieadviseur, met name het bijhouden van het individueel dossier, het voorstellen van adequate maatregelen aan de werkgever om de pesterijen te stoppen, het opstellen van het verslag van de gemotiveerde klachten aan de werkgever en in voorkomend geval het aanhangig maken bij de bevoegde regionale directie van het basistoezicht op het welzijn op het werk.

Deze forfaitaire bijdrage is een minimumtarief. Indien de externe diensten dit forfait wensen te verhogen omdat zij menen dat het onvoldoende is om de normale prestaties uit te voeren die door dit forfait gedekt zijn, bijvoorbeeld voor de formele behandeling van individuele klachten, moeten zij aan de administratie de nieuwe tariefregeling die zij toepassen, meedelen, die echter niet het voorwerp mag uitmaken van een gescheiden facturatie voor bijkomende prestaties zoals voorzien in artikel 13quinquies van het KB over de externe diensten .

De tussen de werkgever en de externe dienst afgesloten overeenkomst moet trouwens de aard van de door de externe dienst vervulde opdrachten bevatten met naleving van de reglementering betreffende de minimumtarifering.

Anderzijds, en voor zover de preventieadviseur belast met de psychosociale aspecten van het werk voorafgaandelijk overleg heeft gepleegd met de betrokken werkgever, kunnen sommige aanvullende opdrachten het voorwerp uitmaken van de toepassing van voormeld artikel 13quinquies, dit wil zeggen een gescheiden facturatie per prestatieuur.

Deze bijkomende prestaties komen in deze context overeen met opdrachten die normaal voorbehouden zijn aan de werkgever maar die hij toevertrouwd heeft aan de externe dienst die ermee belast wordt ze uit te voeren, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling en de uitvoering van de volledige risicoanalyse, of nog de uitwerking en de implementatie van alle procedures in verband met geweld of pesterijen.

In elk geval kan het slechts gaan over bijkomende prestaties die door de werkgever worden gevraagd. Dit geldt ook voor individuele gevallen die onderzoek of expertisemethodes noodzaken en die toegevoegd worden aan de algemene prestaties die voorzien zijn in de reglementering en inbegrepen in de forfaitaire bijdrage.

De niet-naleving van de hier aangehaalde reglementering zal bestraft worden overeenkomstig artikel 81, 2° van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites