NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Attest voor het besturen van een gemotoriseerd transportwerktuig

Toelichting over het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van mobiele arbeidsmiddelen 

Vaak wordt gevraagd over welke attesten een bestuurder van gemotoriseerde transportwerktuigen moet beschikken. Hoewel de welzijnsreglementering geen attesten voorziet moet met volgende elementen rekening gehouden worden:

  1. de bestuurder van zulk toestel bezet een veiligheidspost in de zin van artikel 124, § 1, 2° van het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming, zodat hij de medische geschiktheid moet bezitten, vast te stellen door de arbeidsgeneesheer;
  2. tegenover zulke bestuurders bestaat er vanwege zijn werkgever, zoals ten andere tegenover elke werknemer in het algemeen, de verplichting tot informatie en vorming (artikelen 17 tot 21 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het welzijnsbeleid van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (Codex over het welzijn op het werk, titel I, hoofdstuk III)).
    Aangezien het besturen van deze tuigen duidelijk niet zonder risico is, richten de werkgevers zich voor deze vorming dikwijls tot private organisatoren van opleidingscursussen voor bestuurders van vorkliften.
    Het is gebruikelijk dat deze organisatoren bij het einde van de cursus een attest aan de laureaten overhandigen.
    De wettelijke en reglementaire bepalingen inzake welzijn op het werk voorzien evenwel geen enkele erkenning noch verplichting tot het organiseren van dergelijke cursussen;
  3. bovendien schrijft artikel 14.1 van het KB van 4/5/1999 betreffende het gebruik van mobiele arbeidsmiddelen het volgende voor: "Mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving mogen alleen worden bestuurd door werknemers die een adequate opleiding voor het veilig besturen van deze arbeidsmiddelen hebben gekregen";
  4. de leden van de hiërarchische lijn hebben onder andere tot taak "te controleren of de verdeling van de taken op een zodanige wijze geschiedt dat de verschillende taken worden uitgeoefend door de werknemers die de daartoe vereiste bekwaamheid hebben en de vereiste opleiding en instructies hebben ontvangen" (artikel 13, tweede lid, 5° van het koninklijk besluit van 27 maart 1998);
  5. het is verboden studenten-werknemers gemotoriseerde transportwerktuigen te laten bedienen (artikel 8 van het KB van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van jongeren op het werk). De studenten-werknemers ouder dan 18 jaar daarentegen mogen evenwel wel gemotoriseerde transportwerktuigen met geringe hefhoogte besturen, evenwel onder de voorwaarden bepaald in afdeling IV van het hierboven vermeld KB van 3 mei 1999.

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites