NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Bijdragen en inhoudingen in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (voorheen brugpensioen, hierna SWT)

Sedert 1 april 2010 is de berekeningswijze en de heffing veranderd van de werkgeversbijdragen en de persoonlijke inhoudingen op de bedrijfstoeslag in het kader van het SWT, op de aanvullende vergoeding bij sommige andere uitkeringen van de sociale zekerheid en op de uitkeringen voor invaliditeit. Onderstaande tekst behandelt de hoofdlijnen betreffende de bijdragen en inhoudingen die verschuldigd zijn in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Toepassingsgebied

De bijdragen en inhoudingen die hierna worden besproken zijn in principe verschuldigd voor elke werkloze die een bedrijfstoeslag geniet.

De werkgever staat in voor het betalen van de verschuldigde bijdragen en het verrichten en doorstorten naar de RSZ van de inhoudingen op de bedrijfstoeslag. Hij wordt dus beschouwd als de debiteur. Evenwel is het mogelijk dat deze verplichtingen in het kader van een collectieve arbeidsovereenkomst toekomt aan een fonds voor bestaanszekerheid. In sommige gevallen wordt het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen beschouwd als debiteur. Indien er meerdere instanties een bedrijfstoeslag uitbetalen, is in principe diegene die het grootste bedrag betaalt, de debiteur van de bijzondere bijdragen en inhoudingen.

De bijdragen en inhoudingen in het kader van het SWT moeten driemaandelijks vermeld worden op de DmfA-aangiften. De debiteur die zich onttrekt aan deze verplichting kan een administratieve sanctie oplopen. 

Werkgeversbijdrage verschuldigd in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT)

Algemene regel

De werkgeversbijdragen worden berekend als percentage van het brutomaandbedrag van de bedrijfstoeslag betaald aan de begunstigde. Het geldende percentage wordt bepaald aan de hand van verschillende parameters : de leeftijd van de werkloze met bedrijfstoeslag, de sector waartoe de werkgever behoort (profit of non-profit) en het statuut van de onderneming (in herstructurering of in moeilijkheden) en ten slotte het moment waar op het SWT aanvangt.

Bijzondere bijdrage SWT

SWT vanaf 1 april 2012

Voor de SWT’s ingegaan na 31 maart 2012 en met ontslag betekend na 28 november 2011 zijn de bijdragepercentages als volgt:

 Sector   Leeftijd op het moment van
ingaan SWT
Percentage   Minimum forfait
 Profit  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 100,00%
 95,00%
 50,00%
 50,00%
 25,00%
 50,00 €
 50,00 €
 50,00 €
 50,00 €
 37,60 €
 Profit tijdens periode erkend als in herstructurering  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 75,00%
 60,00%
 40,00%
 40,00%
 20,00%
 50,00 €
 50,00 €
 50,00 €
 50,00 €
 37,60 €
 Profit tijdens periode erkend als in moeilijkheden  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 17,50%
 13,50%
 10,00%
 6,50%
 3,50%
 8,00 €
 8,00 €
 8,00 €
 8,00 €
 6,00 €
 Non-profit  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 10,00%
 9,50%
 8,50%
 5,50%
 0,00%
 0,00 €
 0,00 €
 0,00 €
 0,00 €
 0,00 €

 

SWT vanaf 1 april 2010

Voor de SWT’s ingegaan na 31 maart 2010 en met ontslag betekend na 15 oktober 2009 maar voor 1 april 2012, zijn de bijdragepercentages als volgt: 

 Sector  Leeftijd op het moment van
ingaan SWT
 Percentage  Minimum forfait
 Profit  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 53,00%
 42,40%
 31,80%
 21,20%
 10,60%
 26,50 €
 26,50 €
 26,50 €
 26,50 €
 19,93 €
 Profit tijdens periode erkend als in herstructurering  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 50,00%
 30,00%
 20,00%
 20,00%
 10,00%
 26,50 €
 26,50 €
 26,50 € 
 26,50 €
 19,93 €
 Profit tijdens periode erkend als in moeilijkheden  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 17,50%
 13,50%
 10,00%
 6,50%
 3,50%
 8,00 €
 8,00 €
 8,00 €
 8,00 €
 6,00 €
 Non-profit  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
  5,30%
 4,24%
 3,18%
 2,12%
 0,00%
 0,00 €
 0,00 €
 0,00 €
 0,00 €
 0,00 €

 

SWT voor 1 april 2010

Voor de SWT’s ingegaan voor 1 april 2010 en met ontslag betekend voor 16 oktober 2009, zijn de bijdragepercentages als volgt: 

 Sector  Leeftijd op het moment van
ingaan SWT
 Percentage  Minimum forfait
 Profit  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 31,80%
 25,44%
 19,08%
 12,72%
 6,36%
 26,50 €
 26,50 €
 26,50 €
 26,50 €
 19,93 €
 Profit tijdens periode erkend als in herstructurering  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 31,80%
 25,44%
 19,08%
 12,72%
 6,36%
 26,50 €
 26,50 €
 26,50 €
 26,50 €
 19,93 €
 Profit tijdens periode erkend als in moeilijkheden  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 17,50%
 13,50%
 10,00%
 6,50%
 3,50%
 8,00 €
 8,00 €
 8,00 €
 8,00 €
 6,00 €
 Non-profit  < 52 jaar
 ≥ 52 en < 55 jaar
 ≥ 55 en < 58 jaar
 ≥ 58 en < 60 jaar
 ≥ 60 jaar
 5,30%
 4,24%
 3,18%
 2,12%
 0,00%
 6,57 €
 6,57 €
 6,57 €
 6,57 €
 0,00 €

 

Inhoudingen op de bedrijfstoeslag

Inhouding voor sociale zekerheid

De debiteur van de bedrijfstoeslag moet daarop een inhouding verrichten van 6,5%. Deze inhouding wordt berekend op het totale bedrag van de werkloosheidsuitkering en de bedrijfstoeslag.

De inhouding mag echter niet tot gevolg hebben dat het totaal van de werkloosheidsuitkering en de bedrijfstoeslag onder een bepaald drempel daalt. Deze drempel bedraagt 1.355,84 euro per maand voor een werkloze met bedrijfstoeslag zonder gezinslast en 1.633,14 euro per maand met gezinslast (bedrag op 1 december 2012).

Indien de overeenkomst op basis waarvan de aanvullende vergoeding wordt bepaald, afwijkt van het principe van doorbetaling van de bedrijfstoeslag bij werkhervatting, dan wordt de bedragen die als basis dienen voor de berekening van de inhouding, verdubbeld.

Bedrijfsvoorheffing

Op de werkloosheidsuitkering is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Op de bedrijfstoeslag is er daarentegen wel bedrijfsvoorheffing verschuldigd.

De belastingsdiensten maken, voor wat betreft de fiscale behandeling, een onderscheid tussen:

  1. de bedrijfstoeslag verschuldigd op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 of op basis van een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst die voorziet in voordelen die op zijn minst gelijkwaardig zijn aan de voordelen van deze die in CAO nr. 17 zijn vastgelegd, en 

  2. de toeslagen betaald bovenop de bedrijfstoeslag bedoeld onder 1.

De bedrijfsvoorheffing wordt berekend volgens de schalen “pensioenen en renten” op het totaal van de werkloosheidsuitkering en de bedrijfstoeslag bedoeld onder 1 hierboven. Is dit totaal echter niet hoger dan het maximumbedrag inzake werkloosheidsuitkering, dan is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd.

De bedrijfsvoorheffing verschuldigd op de bedrijfstoeslagen bedoeld onder 2 wordt afzonderlijk berekend door het bedrag van dit deel van de bedrijfstoeslag te vermenigvuldigen met 10,09%. Dit percentage is enkel van toepassing indien in een collectieve arbeidsovereenkomst of in een individuele overeenkomst expliciet is voorzien in de doorbetaling van deze toeslag bij werkhervatting. Is dit niet het geval, dan is het van toepassing zijnde percentage gelijk aan 26,75%.

Werkhervatting

Het SWT wordt veelal beschouwd als een blijvend statuut tot aan de pensionering. Nochtans zijn een aantal maatregelen genomen die een werkhervatting door de werkloze met bedrijfstoeslag aanmoedigen.

Eerst en vooral voorziet de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 dat de bedrijfstoeslag moet worden doorbetaald in geval van werkhervatting. Indien hiervan wordt afgeweken, dan wordt het bedrag van de bijdrage op de bedrijfstoeslag die de debiteur verschuldigd isverdubbeld (zie “Inhouding voor sociale zekerheid”). Ook kan dit een hogere bedrijfsvoorheffing veroorzaken op een deel van de bedrijfstoeslag (zie “Bedrijfsvoorheffing”).

Bij werkhervatting zal dus, tenzij daarvan werd afgeweken, de bedrijfstoeslag verder gewoon worden uitbetaald door de vroegere werkgever. De werkloosheidsuitkering komt, vanzelfsprekend, te vervallen. Bovendien heeft de werkhervatting nog volgende consequenties:

  • de bijdrage verschuldigd door de ex-werkgever val weg;
  • de sociale inhouding op de bedrijfstoeslag valt weg.

De situatie is wel anders in het geval de werkloze met bedrijfstoeslag het werk rechtstreeks of onrechtstreeks hervat bij dezelfde werkgever die de werkgever heeft ontslagen in het kader van het SWT of bij een werkgever die behoort tot dezelfde groep. In dat geval wordt de bedrijfstoeslag als gewoon loon beschouwd waarop dus de normale sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. 

Meer informatie

Meer specifieke en gedetailleerde informatie kunt u terugvinden in de ‘Administratieve instructies RSZ’. Dit document kan worden geraadpleegd via de site www.sociale-zekerheid.be.
In verband met specifieke vragen over de fiscale behandeling van de uitkeringen kunt u contact opnemen met de federale Overheidsdienst Financiën.

Met algemene vragen kan u ook steeds terecht bij:

Directie van de Jongere en Oudere Werknemers
Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt
FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
Ernest Blerotstraat 1
1070 BRUSSEL
Tel.: 02 233 48 84
Fax: 02 233 47 16 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites