NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Deel I : tijdskrediet met of zonder motief

 

Tijdskrediet zonder motief

Vorm en duur

Werknemers hebben recht op een tijdskrediet dat volgende mogelijkheden omvat:  

  • hetzij een volledige schorsing van de arbeidsprestaties gedurende 12 maanden, zowel voor voltijdse als deeltijdse werknemers;  
  • hetzij een vermindering van prestaties tot de helft gedurende 24 maanden voor werknemers die minstens ¾-tijds zijn tewerkgesteld gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke kennisgeving;  
  • hetzij een 1/5-loopbaanvermindering gedurende 60 maanden, ten belope van een dag of twee halve dagen in de week, voor voltijdse werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over vijf dagen of meer en voltijds hebben gewerkt gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving;  
  • hetzij een combinatie van deze verschillende systemen tot het bereiken van een voltijds equivalent van 12 maanden, waarbij 1 maand voltijdse onderbreking gelijk is aan 2 maanden vermindering van prestaties tot de helft of 5 maanden 1/5-loopbaanvermindering.

Voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen, bepaalt het paritair comité of de onderneming bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag per week of een gelijkwaardige regeling.    

Er kan eveneens een ander gelijkwaardig systeem van 1/5-loopbaanvermindering over een periode van maximum 12 maanden worden georganiseerd voor werknemers tewerkgesteld in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen, door middel van een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op sector- of ondernemingsniveau of, in geval er geen vakbondsafvaardiging is, via het arbeidsreglement. Gebeurt dit via het arbeidsreglement, dan is het noodzakelijk dat daarover een schriftelijk akkoord wordt gesloten met de werknemer.  

Het tijdskrediet moet worden opgenomen in periodes van minstens drie maanden als het een voltijds tijdskrediet of een vermindering van prestaties tot de helft betreft, en per minimumperiode van 6 maanden als het gaat om een 1/5-loopbaanvermindering. 

Doordat de werknemer kan kiezen voor een combinatie van verschillende systemen en er in dit verband vereisten zijn qua minimumduur, zal het in bepaalde gevallen mogelijk zijn dat er een kleinere fractie van het recht dan de vereiste minimumperiode overblijft.  In dat geval is voorzien dat de werknemer het overblijvende saldo kan opnemen zonder aan de minimumduur te voldoen.   

Voorbeeld: een werknemer heeft 11 maanden volledige onderbreking genomen en 48 maanden 1/5-loopbaanvermindering.  Hij heeft nog recht op hetzij 1 maand volledige onderbreking hetzij 2 maanden vermindering van prestaties tot de helft die hij zal kunnen opnemen ondanks het feit dat de minimumduur voor deze twee vormen 3 maanden bedraagt.    

Opmerking !  

De cao nr. 103 geeft geen enkele mogelijkheid aan de sectoren of ondernemingen om het recht op tijdskrediet zonder motief van 12 maanden voltijds equivalent te verlengen.
 

Opnamevoorwaarden 

“Om recht te hebben op een voltijds tijdskrediet, een vermindering van prestaties tot de helft of een 1/5-loopbaanvermindering, moet de werknemer enerzijds door een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever verbonden zijn geweest gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving en anderzijds ook een loopbaan van vijf jaar als loontrekkende hebben op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving.   Deze voorwaarden geldt evenwel niet wanneer werknemers hun voltijds tijdskrediet, de halftijdse of 1/5-loopbaanvermindering, onmiddellijk laten aansluiten op een ouderschapsverlof.  Voorwaarde hierbij is dan wel dat de werknemer zijn ouderschapsverlof met recht op een uitkering voor al zijn rechthebbende kinderen heeft uitgeput (sinds 1 juni 2012 bedraagt het recht op ouderschapsverlof 4 maanden. Er is evenwel slechts recht op een uitkering tijdens de vierde maand voor kinderen geboren en geadopteerd vanaf 8 maart 2012).

Voor de berekening van de loopbaan als loontrekkende, zie "Berekening van de loopbaan als loontrekkende voor het tijdskrediet zonder motief" 

Om recht te hebben op een vermindering van arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking moet de werknemer voorts ook ten minste ¾-tijds tewerkgesteld zijn in de onderneming gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving. 

Voor een tijdskrediet in de vorm van een 1/5-loopbaanvermindering moet de werknemer gewoonlijk tewerkgesteld zijn geweest in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer per week.  Ook dient hij gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving voltijds te hebben gewerkt.  Het tijdskrediet in de vorm van een 1/5-loopbaanvermindering wordt in principe uitgeoefend in de vorm van 1 dag of twee halve dagen per week.  

Voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen, bepaalt het paritair comité of de onderneming bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag per week of een gelijkwaardige regeling.  Er kan eveneens een ander gelijkwaardig systeem van 1/5-loopbaanvermindering over een periode van maximum 12 maanden worden georganiseerd voor werknemers tewerkgesteld in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen, door middel van een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op sector- of ondernemingsniveau of, in geval er geen vakbondsafvaardiging is, via het arbeidsreglement. Gebeurt dit via het arbeidsreglement, dan is het noodzakelijk dat daarover een schriftelijk akkoord wordt gesloten met de werknemer.”  

Tijdskrediet met motief 

Bijkomend recht op tijdskrediet van 36 maanden 

Naast het recht op het tijdskrediet zonder motief, heeft de werknemer ook recht op een bijkomend tijdskrediet van maximum 36 maanden in de volgende gevallen; 

  • Om voor zijn kind te zorgen tot de leeftijd van 8 jaar,
     
  • Om palliatieve verzorging te verlenen; 
     
  • Om bijstand of verzorging te verlenen aan een zwaar ziek gezins- of familielid; 
     
  • Om een opleiding te volgen. 

Het bijkomend recht op 36 maanden gemotiveerd tijdskrediet kan niet worden genomen in combinatie met een niet-toegelaten bezoldigde of zelfstandige activiteit die de werknemer aanvangt of uitbreidt (zie "cumulverbod"). 
 

Vorm 

Het gemotiveerd tijdskrediet kan worden genomen in de vorm van een volledige schorsing, een vermindering van prestaties tot de helft of een 1/5-loopbaanvermindering ten belope van maximum 36 maanden.      

Motieven 

Voor zijn kind zorgen tot de leeftijd van 8 jaar

 

Het eerste motief binnen dit systeem van tijdskrediet betreft de situatie van een werknemer die voor zijn kind wil zorgen. 

In geval van adoptie kan het tijdskrediet aanvangen vanaf de inschrijving van het kind in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer is gedomicilieerd. 

Dit recht wordt uitgeoefend in minimumperiodes van drie maanden als het een voltijds tijdskrediet of een vermindering van prestaties tot de helft betreft, en per minimumperiode van 6 maanden als het gaat om een 1/5-loopbaanvermindering. 

De aangevraagde periode van tijdskrediet (eerste aanvraag of verlenging) moet aanvangen voor de achtste verjaardag van het kind.  Een eventueel uitstel van het recht door de werkgever (zie "Uitstel, intrekkingof wijziging door de werkgever") heeft geen invloed op de uitoefening van dat recht wanneer het uitstel tot gevolg heeft dat de vastgestelde leeftijdsgrens wordt overschreden. 

De werknemer overhandigt aan de werkgever het bewijs van het motief waarvoor hij tijdskrediet neemt.  Dit gebeurt aan de hand van documenten tot staving van de gebeurtenis die het recht opent (uittreksel geboorteregister, document tot staving van de adoptie,… ).  Dit gebeurt uiterlijk op het moment waarop het tijdskrediet ingaat.    
 

Verlenen van palliatieve verzorging 
 

De werknemer heeft recht op een tijdskrediet van 1 maand, verlengbaar met een maand, om te zorgen voor een persoon die palliatieve verzorging nodig heeft.   

Onder palliatieve verzorging wordt verstaan elke vorm van bijstand, in het bijzonder medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand gegeven aan een persoon die aan een ongeneeslijke ziekte lijdt en  zich in een terminale fase bevindt.  Deze persoon hoeft niet noodzakelijk een familielid te zijn van de werknemer.   
 

De werknemer moet ten laatste op het moment waarop het tijdskrediet aanvangt een attest voorleggen van de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging behoeft en waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard deze palliatieve verzorging te verlenen.  De identiteit van de patiënt moet niet in het betrokken attest worden vermeld. In geval de werknemer gebruik wenst te maken van de verlenging van de periode met één maand, dient hij opnieuw een dergelijk attest af te leveren aan de werkgever. 
 

De duur van het tijdskrediet voor palliatieve zorgverlening bedraagt maximum twee maanden per patiënt. 
 

Bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid 
 

Dit motief laat de werknemer toe een tijdskrediet te nemen om bijstand of verzorging te geven aan een zwaar ziek lid van zijn gezin of familie. 

Dit recht wordt opgenomen per minimumperiode van één maand en een maximumperiode van drie maanden. 

Onder gezinslid verstaan we elke persoon die samenwoont met de werknemer.  Familieleden zijn de bloed- en aanverwanten van de werknemer tot de tweede graad (ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen, (schoon)zussen en (schoon)broers). 

De werknemer verstrekt aan de werkgever uiterlijk op het moment waarop het tijdskrediet aanvangt, een attest van de behandelende geneesheer van de zieke persoon, waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon. 

Volgen van een opleiding

Het laatste motief voor het bijkomend tijdskrediet van 36 maanden is het volgen van een opleiding. 

Het moet gaan om één van de volgende opleidingen: 

  • een opleiding erkend door de Gemeenschappen of de sector die minstens 360 uren of 27 studiepunten per jaar of 120 uren of 9 studiepunten per schooltrimester of per ononderbroken periode van drie maanden telt;  
  • onderwijs in een centrum voor basiseducatie of een opleiding gericht op het behalen van een diploma of getuigschrift van secundair onderwijs, waarbij de grens wordt vastgesteld op 300 uren per jaar of 100 uren per schooltrimester of per ononderbroken periode van 3 maanden.  

Dit recht wordt uitgeoefend in minimumperiodes van 3 maanden voor een voltijds tijdskrediet of een vermindering van prestaties tot de helft, en in minimumperiodes van 6 maanden ingeval van een 1/5-loopbaanvermindering.   

Uiterlijk op het ogenblik waarop het tijdskrediet ingaat, verstrekt de werknemer aan de werkgever het bewijs dat hij een van de toegelaten opleidingen volgt.  Dit bewijs wordt geleverd aan de hand van een attest van de Gemeenschap of de opleidingsinstelling waaruit blijkt dat de werknemer geldig is ingeschreven voor een vorming met deze tijdsduur of omvang.  Daarnaast moet de werknemer, binnen de 20 kalenderdagen na elk kwartaal, bij de werkgever een attest indienen dat het bewijs levert van regelmatige aanwezigheid bij een opleiding in dat betrokken kwartaal.  De dagen schoolvakantie in de loop van of aansluitend op een periode van opleiding worden gelijkgesteld met regelmatige aanwezigheid bij een opleiding. Regelmatige aanwezigheid betekent dat de werknemer niet meer dan één tiende van de duur van de opleiding in dat kwartaal ongewettigd afwezig mag zijn.     

Noodzaak van een collectieve arbeidsovereenkomst
 

Om het bijkomend recht van 36 maanden gemotiveerd tijdskrediet te openen in de vorm van een volledige onderbreking of een vermindering van prestaties tot de helft,  moet daarover een collectieve arbeidsovereenkomst worden afgesloten op het niveau van de sector of de onderneming. 

Opgelet ! 

De collectieve arbeidsovereenkomsten die gesloten werden voor 1 september 2012 in toepassing van artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.77bis, blijven in dit verband gelden en laten toe dat het bijkomend recht van 36 maanden wordt geopend, ongeacht of de betrokken overeenkomsten wel of geen motieven bevatten.  Volgens de interpretatie van de sociale partners worden deze collectieve arbeidsovereenkomsten in aanmerking genomen volgens de specifieke modaliteiten die werden voorzien door de sector of de onderneming.  

Voor de uitoefening van het tijdskrediet met motief in de vorm van een 1/5-loopbaanvermindering, is niet vereist dat daarover een collectieve arbeidsovereenkomst werd afgesloten.  

Cumulverbod

Het bijkomend recht van 36 maanden tijdskrediet met motief kan niet worden opgenomen in combinatie met een niet toegestane bezoldigde of zelfstandige activiteit die de werknemer aanvangt of uitbreidt.   

Voorbeeld: een werknemer plant een volledige onderbreking in het kader van tijdskrediet te nemen met de bedoeling om tijdens dat tijdskrediet een bijkomende activiteit als zelfstandige op te starten.  Deze cumul zal niet mogelijk zijn in het kader van een tijdskrediet met motief.   Wel zal de werknemer zich hiervoor kunnen beroepen op het tijdskrediet zonder motief.       

Bijkomend recht op tijdskrediet van 48 maanden 

In het stelsel van tijdskrediet met motief wordt het recht van de werknemer uitgebreid tot 48 maanden in de volgende gevallen: 

  • om zorg te dragen voor zijn gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar.    

Het kind moet lijden aan een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van  minstens 66% of aan een aandoening die leidt tot een erkenning van minstens 4 punten in pijler 1 van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving met betrekking tot de kinderbijslag. De werknemer moet een attest in die zin aan de werkgever verstrekken uiterlijk op het ogenblik waarop het tijdskrediet ingaat. 

Het tijdskrediet moet een aanvang nemen voor de 21ste verjaardag van het kind (wel mag het kind 21 jaar worden tijdens de uitoefening van het tijdskrediet).

Dit tijdskrediet moet genomen worden in periodes van minimum 3 maanden als het een voltijds tijdskrediet of een vermindering van prestaties tot de helft betreft en in periodes van minimum 6 maanden ingeval van een 1/5-loopbaanvermindering.
  • om bijstand of verzorging te verlenen aan zijn minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat een gezinslid is.        

Het kind mag nog geen 18 jaar zijn op het ogenblik dat het tijdskrediet ingaat (het mag wel 18 jaar worden tijdens  het tijdskrediet). 

Met gezinslid wordt bedoeld een kind dat samenwoont met de werknemer. 

De werknemer verstrekt aan zijn werkgever, uiterlijk op het ogenblik waarop het tijdskrediet ingaat, een attest van de behandelend geneesheer  van het kind waaruit blijkt dat de werknemer zich bereid heeft verklaard bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon.  

Dit tijdskrediet wordt opgenomen in periodes van minstens 1 maand en maximum 3 maanden.  

Voorwaarden om recht te hebben op tijdskrediet met motief

Om recht te hebben op een voltijds tijdskrediet, een vermindering van prestaties tot de helft of een 1/5-loopbaanvermindering, moet de werknemer door een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever verbonden zijn geweest gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving.  Deze voorwaarde geldt niet wanneer werknemers hun voltijds tijdskrediet, de halftijdse of 1/5-loopbaanvermindering, onmiddellijk laten aansluiten op een ouderschapsverlof.  Voorwaarde hierbij is wel dat de werknemer zijn ouderschapsverlof met recht op een uitkering voor al zijn rechthebbende kinderen heeft uitgeput (sinds 1 juni 2012 bedraagt het recht op ouderschapsverlof 4 maanden. Er is evenwel slechts recht op een uitkering tijdens de vierde maand voor kinderen geboren en geadopteerd vanaf 8 maart 2012).       

Om recht te hebben op een vermindering van arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking moet de werknemer ten minste ¾-tijds tewerkgesteld zijn in de onderneming gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving. 

Voor een tijdskrediet in de vorm van een 1/5-loopbaanvermindering moet de werknemer gewoonlijk tewerkgesteld zijn geweest in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer per week.  Ook dient hij gedurende de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving voltijds te hebben gewerkt.  Het tijdskrediet in de vorm van een 1/5-loopbaanvermindering wordt uitgeoefend in de vorm van 1 dag of twee halve dagen per week.    

Voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen, bepaalt het paritair comité of de onderneming bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag per week of een gelijkwaardige regeling.  Er kan eveneens een ander gelijkwaardig systeem van 1/5-loopbaanvermindering over een periode van maximum 12 maanden worden georganiseerd voor werknemers tewerkgesteld in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen, door middel van een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op sector- of ondernemingsniveau of, in geval er geen vakbondsafvaardiging is, via het arbeidsreglement. Gebeurt dit via het arbeidsreglement, dan is het noodzakelijk dat daarover een schriftelijk akkoord wordt gesloten met de werknemer.  

Wat ook de gekozen vorm is (volledige onderbreking, vermindering van prestaties tot de helft of 1/5-loopbaanvermindering), de totale duur van het gemotiveerd tijdskrediet kan nooit meer bedragen dan maximaal 36 maanden of 48 maanden. 

De 36 maanden of 48 maanden binnen het tijdskrediet met motief worden op elkaar aangerekend (deze kredieten worden bijgevolg niet samengevoegd) .  

Voorbeelden:  

  • Een werknemer die al een tijdskrediet met motief van 36 maanden heeft genomen, zal nog recht hebben op tijdskrediet om voor zijn gehandicapt kind te zorgen voor een maximale duur van 12 maanden.  
  • Een werknemer die in de loop van zijn loopbaan een tijdskrediet van 36 maanden heeft genomen om voor zijn zwaar ziek kind te zorgen, zal geen tijdskrediet met motief meer over hebben om een opleiding te volgen aangezien het maximum van 36 maanden is bereikt.  Hij zal wél nog recht hebben op 12 maanden tijdskrediet met motief om te zorgen voor zijn gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar. 

In afwijking van de regels rond de minimale en de maximale duur in het kader van het gemotiveerd tijdskrediet,  zal een eventueel saldo voor een kortere periode dan de minimumduur kunnen worden opgenomen. 

Voorbeeld: een werknemer heeft reeds 34 maanden tijdskrediet met motief genomen om voor zijn kind jonger dan 8 jaar te zorgen.  Hij vraagt een tijdskrediet van één maand om voor een zwaar ziek gezinslid te zorgen.  Er zal bijgevolg een saldo zijn van een maand, dat de werknemer eventueel zal kunnen uitputten in het kader van het gemotiveerd tijdskrediet van 36 maanden om te zorgen voor één van zijn andere kinderen jonger dan 8 jaar.  

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites