NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Deel I : Recht van oudere werknemers en uitoefeningsvoorwaarden algemeen tijdskrediet & landingsbanen

  • Recht van oudere werknemers op landingsbanen  
  • Uitoefeningsvoorwaarden in het kader van het algemeen tijdskrediet en de landingsbanen 

Recht van oudere werknemers op landingsbanen  

Werknemers van 55 jaar en ouder  

Vanaf 55 jaar kunnen werknemers hun arbeidsprestaties verminderen en dit zonder maximumduur.  Het is dus mogelijk om tot aan de pensioenleeftijd van deze maatregel te genieten. 

Vorm van de vermindering 

  • De werknemers tewerkgesteld in een voltijdse arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer, kunnen hun arbeidsprestaties verminderen met 1/5 ten belope van één dag of twee halve dagen per week.   Voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer, bepaalt het paritair comité of de onderneming bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels en modaliteiten voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag per week of een gelijkwaardige regeling. 

    Er kan eveneens een ander gelijkwaardig systeem van 1/5-loopbaanvermindering worden georganiseerd voor alle werknemers tewerkgesteld in een regime van vijf dagen of meer.  Hiertoe moet een collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau worden gesloten of, ingeval er geen vakbondsafvaardiging is in de onderneming, via het arbeidsreglement.  In dat laatste geval dient er ook een wederzijds schriftelijk akkoord te worden gesloten met de werknemer. 

    Ook werknemers die 4/5-tijds werken in het kader van het tijdskrediet (CAO nr. 103 of CAO nr. 77bis) kunnen een 1/5-loopbaanvermindering nemen.
     
  • Werknemers die minstens ¾-tijds werken, kunnen hun prestaties verminderen tot een halftijdse betrekking.
     

Minimum- en maximumduur      

Het recht op 1/5-loopbaanvermindering wordt uitgeoefend per minimumperiode van 6 maanden.  Het recht op een vermindering van prestaties tot de helft wordt uitgeoefend per minimumperiode 3 maanden.  Er is geen maximumduur, de werknemer kan er bijgevolg van genieten tot aan de pensioenleeftijd. 

Voorwaarden 

Om recht te hebben op een halftijdse of een 1/5-loopbaanvermindering, moeten de werknemers van 55 jaar en ouder aan de volgende voorwaarden voldoen: 
 

  • de leeftijdsvoorwaarde van 55 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de gewenste begindatum van de uitoefening van het recht;
  • een anciënniteit hebben bij de werkgever van 24 maanden, tenzij de werkgever en de werknemer een kortere termijn overeenkomen;
  • voltijds of ten belope van 4/5de van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn in het kader van tijdskrediet (op basis van CAO nr.103 of CAO nr.77bis) tijdens de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving voor het recht op een 1/5-loopbaanvermindering;
  • voltijds of ten minste ¾-tijds tewerkgesteld zijn gedurende de 24 maanden voorafgaand aan de schriftelijke kennisgeving voor het recht op een vermindering van prestaties tot de helft;   
  • een loopbaan hebben van 25 jaar als loontrekkende op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving.
     

Berekening van de anciënniteit, de tewerkstelling en de loopbaan als loontrekkende 

Anciënniteit van 24 maanden


Om recht te hebben op tijdskrediet moet de werknemer een anciënniteit hebben van 24 maanden in de onderneming.  Dit betekent dat de werknemer verbonden moet zijn geweest door een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever gedurende de 24 maanden die de kennisgeving voorafgaan.  Het arbeidsregime (voltijds of deeltijds), speelt hierbij geen rol. De periode van 24 maanden kan worden ingekort in onderling akkoord tussen de werkgever en de werknemer. 

Voorwaarde van effectieve tewerkstelling 

Om recht te hebben op een vermindering van prestaties tot de helft moet de werknemer minstens ¾-tijds hebben gewerkt tijdens de 24 voorafgaande maanden. 

Om recht te hebben op een 1/5-loopbaanvermindering, is het noodzakelijk dat de werknemer tijdens de 24 voorafgaande maanden hetzij voltijds hetzij 4/5-tijds in het kader van tijdskrediet (op basis van cao nr. 103 of CAO nr.77bis) is tewerkgesteld.   

De tewerkstelling moet vervuld zijn tijdens de 24 maanden die de door de werknemer bij de werkgever ingediende schriftelijke aanvraag voorafgaan. 

Om na te gaan of de 24 maanden van tewerkstelling zijn bereikt, wordt rekening gehouden met de effectieve prestaties evenals met bepaalde gelijkgestelde periodes.  Andere periodes worden geneutraliseerd (er wordt geen rekening mee gehouden). 

Om de 24 maanden tewerkstelling te berekenen, wordt rekening gehouden met de volgende gelijkgestelde periodes:  
 

  • de periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht;
  • de dagen gedekt door een gewaarborgd dagloon;
  • de periodes van jaarlijkse vakantie;
  • de moederschapsrust, het profylactisch verlof of de verwijdering uit nachtarbeid en de tijd die noodzakelijk is voor de medische onderzoeken m.b.t. tot die twee laatste maatregelen;
  • de noodzakelijke tijd voor prenatale medische onderzoeken die niet buiten de werkuren kunnen plaatsvinden;
  • de voor een werknemer noodzakelijke tijd om te zetelen als raadsheer of rechter in sociale zaken in de arbeidshoven en ‑rechtbanken;
  • het betaald educatief verlof;
  • de afwezigheid voor het volgen van cursussen voor sociale promotie;
  • het verlof voor het uitoefenen van een politiek mandaat;
  • de afwezigheid van de werknemer wegens maatregelen van vrijheidsberoving waarvan hij het voorwerp is;
  • de periodes van militaire verplichtingen of gewetensbezwaar;
  • de periodes van klein verlet;
  • de afwezigheid om dwingende redenen;
  • het adoptieverlof (geregeld door de art.30ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten);
  • het pleegzorgverlof (geregeld door art.30quater van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten);
  • het vaderschaps- en geboorteverlof (geregeld door art.30, § 2 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten);
  • de ziekteperiodes voor zover zij gedekt worden door een gewaarborgd loon;
  • de tijdelijke werkloosheid in geval van technische stoornis, slecht weder of gebrek aan werk wegens economische oorzaken;
  • de perioden van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als bepaald in artikel 23, §1 van de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis (crisistijdskrediet);
  • de verlofdagen toegekend in uitvoering van een collectief akkoord (bovenwettelijke feestdagen, compenserende rustdagen, ...). 
     

Voor de berekening van de 24 maanden tewerkstelling worden de volgende periodes geneutraliseerd (er wordt geen rekening mee gehouden) : 
 

  • het verlof voor palliatieve zorgen;
  • het ouderschapsverlof (C.A.O. nr. 64 en K.B. 29 oktober 1997);
  • de loopbaanonderbreking voor bijstand of zorgverstrekking aan een ernstig ziek lid van het gezin of van de familie;
  • de periodes van verlof zonder wedde;
  • de dagen van staking of lock‑out;
  • de periode van ziekte of ongeval van gemeen recht die volgt op de door het gewaarborgd loon gedekte periode, voor een duur van maximum 5 maanden;
  • de periode van volledige tijdelijke arbeidsongeschiktheid omwille van een beroepsziekte of van een arbeidsongeval die volgt op de door het gewaarborgd loon gedekte periode, voor een duur van maximum 11 maanden.
  • de periodes van tijdskrediet (volledige onderbreking, halftijdse of 1/5-loopbaanvermindering) genomen op basis van de CAO nr.103 of de CAO nr.77bis;
  • de periodes van crisistijdskrediet in de vorm van een halftijdse of 1/5-loopbaanvermindering, genomen met toepassing van de wet van 19 juni 2009;
  • de periodes van vermindering van de arbeidsprestaties in het kader van een herstructureringsplan op basis waarvan de Vlaamse overheden tijdelijk een overbruggingspremie toekennen (besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002, artikel 13). 
     

Alle andere periodes onderbreken de termijn van 24 maanden. 

Berekening van de loopbaan als loontrekkende
 

Om recht te hebben op een halftijdse of 1/5-loopbaanvermindering, moet de werknemer een loopbaan hebben van 25 jaar als loontrekkende op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving. 

Voor de berekening van de loopbaan als loontrekkende van 25 jaar wordt rekening gehouden met de arbeidsdagen en de volgende gelijkgestelde dagen:   
 

  • de dagen die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een uitkering bij toepassing van de wetgeving op de verplichte ziekte‑ en invaliditeitsverzekering, de arbeidsongevallen, de beroepsziekten, de werkloosheidsverzekering (behalve indien het om volledige werkloosheidsdagen gaat), de jaarlijkse vakantie, het invaliditeitspensioen voor mijnwerkers;
  • de dagen waarop niet werd gewerkt en waarvoor een loon werd betaald waarop socialezekerheidsbijdragen, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden ingehouden;
  • de feestdagen waarvoor, overeenkomstig de wettelijke bepalingen, een loon werd betaald waarop geen socialezekerheidsbijdragen werden ingehouden;
  • de dagen van arbeidsongeschiktheid waarvoor, overeenkomstig de wettelijke bepalingen, een loon werd betaald waarop geen socialezekerheidsbijdragen werden ingehouden;
  • de inhaalrustdagen waarop de werknemer recht heeft ingevolge de Arbeidswet van 16 maart 1971 of ingevolge een regeling tot vermindering van de arbeidsduur;
  • de dagen van staking of lock‑out;
  • de carenzdagen bedoeld door de Z.I.V.‑wetgeving;
  • de dagen waarop niet werd gewerkt wegens vorst, en die door het Fonds voor bestaanszekerheid van de arbeiders uit het bouwbedrijf werden vergoed;
  • de dagen waarop de werknemer het ambt van rechter in sociale zaken of van rechter in handelszaken of van raadsheer in sociale zaken heeft vervuld;
  • de andere niet bezoldigde afwezigheidsdagen ten belope van ten hoogste tien dagen per kalenderjaar;
  • de dagen van aanwezigheid onder de wapenen wegens oproeping of wederoproeping;
  • de dienstdagen als gewetensbezwaarde;
  • de dagen, gepresteerd door een dienstplichtige, die met legerdienst gelijkgesteld worden op grond van de betreffende wetgeving (b.v. gepresteerde dagen bij de burgerbescherming, dagen van hospitalisatie in een militair ziekenhuis, ...).
     

Daarentegen worden de dagen van volledige werkloosheid en van volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens uitoefening van het tijdskrediet of wegens een volledige loopbaanonderbreking uitdrukkelijk niet in aanmerking genomen in de berekening. 

Werknemers van 50 jaar  

Vermindering van prestaties tot de helft

Zwaar beroep met significant tekort aan arbeidskrachten
 

Ook werknemers van 50 jaar kunnen een vermindering van prestaties tot de helft nemen tot aan de pensioenleeftijd op voorwaarde dat tegelijkertijd voldaan is aan de volgende voorwaarden: 
 

  • Actief zijn geweest in een zwaar beroep gedurende minstens 5 jaar in de 10 jaar voorafgaand aan de schriftelijke kennisgeving of gedurende minstens 7 jaar in de 15 jaar voorafgaand aan de schriftelijke kennisgeving;
  • Dit zwaar beroep komt voor op de lijst van de beroepen waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat.
     

Met ‘zwaar beroep’ wordt bedoeld: 
 

  • Het werk in opeenvolgende ploegen dat aan de volgende modaliteiten beantwoordt: er zijn minstens 2 ploegen met ten minste 2 werknemers die hetzelfde werk uitoefenen, zowel qua inhoud als qua omvang, de ploegen moeten elkaar opvolgen zonder onderbreking en zonder overlapping van meer dan één vierde van de dagtaak, de werknemer alterneert van ploegen;
     
  • Het werk in onderbroken diensten waarbij de werknemer permanent werkt in dagprestaties waarvan de begintijd en eindtijd minimum 11 uur uit elkaar liggen met een onderbreking van minstens 3 uur en minimumprestaties van 7 uur. (b.v. prestatie van 8u tot 11u en van 14u tot 19u);
     
  • Het werk in een arbeidsregime met nachtprestaties zoals gedefinieerd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990 (het gaat hier om een regime waarin de werknemers gewoonlijk arbeidsprestaties verrichten tussen 24u en 5u ’s morgens). 
     

Volgens het koninklijk besluit van 25 augustus 2012 zijn de volgende beroepen beroepen met een significant tekort aan arbeidskrachten: 
 

  • verpleegkundigen en verzorgend personeel van ziekenhuizen;
  • verpleegkundigen en verzorgend personeel van rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen.  
     
Andere voorwaarden
 

Naast deze vereisten, moet de werknemer van 50 jaar die zijn prestaties tot de helft wenst te verminderen ook nog aan alle volgende voorwaarden voldoen:  
 

  • De leeftijdsvoorwaarde bereikt hebben op het ogenblik dat het   gevraagde tijdskrediet ingaat;
  • Verbonden zijn geweest door een arbeidsovereenkomst met de werkgever gedurende de 24 maanden voorafgaand aan de kennisgeving behalve wanneer de werkgever en werknemer kortere termijn overeenkomen;
  • Voltijds of minstens ¾-tijds hebben gewerkt tijdens de 24 voorafgaande maanden;
  • Een loopbaan als loontrekkende hebben van 25 jaar op het moment van de kennisgeving.  
     

Voor de berekening van de voorwaarde van effectieve tewerkstelling en de loopbaanvoorwaarde verwijzen we naar titel "Berekening van de anciënniteit, de tewerkstelling en de loopbaan als loontrekkende". 

Met betrekking tot de duur geldt voor de vermindering van prestaties tot de helft een minimumduur van 3 maanden.  Er is geen maximumduur, de werknemer van 50 jaar kan er bijgevolg van genieten tot aan de pensioenleeftijd. 

1/5-loopbaanvermindering 

Zwaar beroep of loopbaan van 28 jaar als loontrekkende
 

Werknemers van 50 jaar en ouder kunnen hun prestaties met 1/5 verminderen ten belope van 1 dag of 2 halve dagen per week, voor zover ze één van de volgende voorwaarden vervullen: 
 

  • Actief zijn geweest in een zwaar beroep gedurende minstens 5 jaar in de  10 jaar voorafgaand aan de schriftelijke kennisgeving of gedurende minstens 7 jaar tijdens de voorafgaande 15 jaar; 
  • Of zich kunnen beroepen op een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op het niveau van de sector die uitdrukkelijk een recht op vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde voorziet voor werknemers van 50 jaar met een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar.  
     

Voor de berekening van de beroepsloopbaan van minstens 28 jaar, moet elk kalenderjaar met minstens 285 dagen waarvoor een loon werd uitbetaald, in aanmerking worden genomen. 

Voor de kalenderjaren met minder dan 285 dagen, moeten alle dagen waarvoor een loon werd betaald worden samengeteld en gedeeld door 285.  Het resultaat van die bewerking,  afgerond naar de lagere eenheid, geeft het aantal bijkomend in aanmerking te nemen jaren. 

Worden gelijkgesteld met dagen waarvoor een loon werd uitbetaald, de dagen waarop de werknemer genoot van:
 

  • moederschapsverlof;
  • werkverwijdering in het kader van de moederschapsbescherming;
  • geboorteverlof;
  • adoptieverlof;
  • ouderschapsverlof. 
     

Voorbeeld:  een werknemer van 50 jaar heeft een beroepsloopbaan van 26 jaar bestaande uit 285 dagen met een loon.   Daarnaast heeft hij ook gedurende 3 opeenvolgende jaren 180 dagen, 120 dagen en 140 dagen (waarvoor een loon werd uitbetaald of gelijkgesteld).  Aan de hand van de volgende bewerkingen kan worden nagegaan of hij een beroepsloopbaan van 28 jaar heeft: 

180 + 120 + 140 = 440 

440 : 285 = 1.54 afgerond naar 1 

26 + 1 = 27 jaar 

⇨ de werknemer vervult de voorwaarde van een beroepsloopbaan van 28 jaar (nog) niet. 

Andere voorwaarden
 

Naast deze voorwaarden moet de werknemer van 50 jaar die een halftijdse loopbaanvermindering wenst te nemen ook nog aan de volgende voorwaarden voldoen: 
 

  • minstens 50 jaar zijn op het ogenblik dat het aangevraagde tijdskrediet ingaat;
  • verbonden zijn geweest door een arbeidsovereenkomst met de werkgever gedurende de 24 maanden voorafgaand aan de kennisgeving behalve wanneer de werkgever en werknemer een kortere termijn overeenkomen;
  • voltijds of 4/5-tijds in het kader van tijdskrediet (op basis van CAO nr.103 of CAO nr.77bis) tewerkgesteld zijn gedurende de 24 maanden die de kennisgeving voorafgaan.   
     

Voor de berekening van de voorwaarde van effectieve tewerkstelling, verwijzen we naar "Berekening van de anciënniteit, de tewerkstelling en de loopbaan als loontrekkende".  

Met betrekking tot de duur geldt voor de 1/5- vermindering een minimumduur van 6 maanden.  Er is geen maximumduur, de werknemer van 50 jaar kan er bijgevolg van genieten tot aan de pensioenleeftijd. 

Voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer, bepaalt het paritair comité of de onderneming bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels  en modaliteiten voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag per week of een gelijkwaardige regeling.       

Er kan eveneens een ander gelijkwaardig systeem van 1/5-loopbaanvermindering over een periode van maximum 12 maanden worden georganiseerd voor alle werknemers tewerkgesteld in een regime van vijf dagen of meer.  Hiertoe moet een collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau worden gesloten of, ingeval er geen vakbondsafvaardiging is in de onderneming, via het arbeidsreglement.  In dat laatste geval dient er ook een wederzijds schriftelijk akkoord te worden gesloten met de werknemer. 

Werknemers van 50 jaar werkzaam in ondernemingen in herstructurering of in moeilijkheden 

Werknemers van 50 jaar en ouder werkzaam in ondernemingen in herstructurering of in moeilijkheden, hebben eveneens recht op een 1/5-loopbaanvermindering ten belope van 1 dag of 2 halve dagen per week of op een vermindering van prestaties tot de helft. 

De aanvangsdatum van het tijdskrediet moet gelegen zijn in de periode van erkenning van de onderneming door de Minister van Werk als onderneming in herstructurering of onderneming in moeilijkheden met toepassing van de regelgeving met betrekking tot de werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Er moet tegelijkertijd voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: 
 

  • de onderneming kadert zijn aanvraag tot erkenning binnen een herstructureringsplan en toont aan dat ontslagen zijn vermeden;
  • de onderneming toont bij zijn aanvraag tot erkenning aan dat daardoor het aantal werknemers dat overgaat naar het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag is verminderd;
  • de Minister heeft in de erkenningsbeslissing uitdrukkelijk vermeld dat aan deze voorwaarden is voldaan. 
     

Naast deze vereisten, dient de werknemer ook nog aan de volgende voorwaarden te voldoen: 
 

  • de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt op de aangevraagde aanvangsdatum van het tijdskrediet;
  • een anciënniteit hebben bij de werkgever van 24 maanden behalve wanneer de werkgever en de werknemer een kortere termijn overeenkomen;
  • voltijds of 4/5-tijds in het kader van tijdskrediet (op basis van CAO nr.103 of CAO nr.77bis) tewerkgesteld zijn geweest gedurende de 24 maanden voorafgaand aan de kennisgeving voor het recht op de 1/5-loopbaanvermindering;  voltijds of minstens ¾-tijds hebben gewerkt tijdens de 24 maanden voorafgaand aan de kennisgeving voor het recht op halftijds tijdskrediet.
  • een loopbaan als loontrekkende hebben van 25 jaar op het moment van de kennisgeving. 
     

Voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of in cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer, bepaalt het paritair comité of de onderneming bij collectieve arbeidsovereenkomst de nadere regels  en modaliteiten voor het organiseren van het recht op loopbaanvermindering ten belope van een dag per week of een gelijkwaardige regeling.             

Er kan eveneens een ander gelijkwaardig systeem van 1/5-loopbaanvermindering over een periode van maximum 12 maanden worden georganiseerd voor alle werknemers tewerkgesteld in een regime van vijf dagen of meer.  Hiertoe moet een collectieve arbeidsovereenkomst op sector- of ondernemingsniveau worden gesloten of, ingeval er geen vakbondsafvaardiging is in de onderneming, via het arbeidsreglement.  In dat laatste geval dient er ook een wederzijds schriftelijk akkoord te worden gesloten met de werknemer. 

Voor de berekening van de voorwaarde van effectieve tewerkstelling en de anciënniteit, verwijzen we naar  titel "Berekening van de anciënniteit, de tewerkstelling en de loopbaan als loontrekkende".  

Met betrekking tot de duur geldt voor de vermindering van prestaties tot de helft een minimumduur van 3 maanden en voor de 1/5-loopbaanvermindering een minimumduur van 6 maanden.  Er is geen maximumduur, de werknemer van 50 jaar kan er bijgevolg van genieten tot aan de pensioenleeftijd. 

Uitoefeningsvoorwaarden in het kader van het algemeen tijdskrediet en de landingsbanen 

Indienen van de aanvraag 

Een werknemer die zijn recht op tijdskrediet wil uitoefenen, moet zijn werkgever hiervan schriftelijk op de hoogte brengen.

Opmerking : De hier besproken regels hebben enkel betrekking op de aanvraag aan de werkgever. De aanvraag gericht aan de R.V.A. (om onderbrekingsuitkeringen te verkrijgen) is aan andere regels onderworpen.   

Verifiëren van de voorwaarden 

Om de rechten op de verschillende vormen van tijdkrediet te kunnen uitoefenen moet de werknemer de hierboven beschreven voorwaarden volledig invullen.

Met betrekking tot deze voorwaarden moet worden opgemerkt dat het aan de werknemer en de werkgever is om na te gaan of aan alle betrokken voorwaarden is voldaan. De werknemer wordt in eerste instantie geacht aan de hand van de informatie waarover hij beschikt te verifiëren of alle voorwaarden zijn vervuld. De werkgever kan naar aanleiding van de kennisgeving, desgevallend aan de werknemer vragen om bepaalde bewijzen voor te leggen.

Voorbeeld: met betrekking tot het vereiste van 25 jaar anciënniteit als loontrekkende zal de werkgever aan de werknemer die een aanvraag tot het nemen van een 1/5-loopbaanvermindering tot aan de pensioenleeftijd indient, kunnen vragen om hiervan het bewijs te leveren. 

Termijn voor het indienen 

De werknemer die het recht op tijdskrediet, loopbaanvermindering of vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking wenst uit te oefenen dient zijn werkgever hiervan op de hoogte te brengen, ofwel bij aangetekend schrijven, ofwel door de overhandiging van een geschrift waarvan een dubbel voor ontvangst wordt getekend:

  • 3 maanden vooraf wanneer de onderneming meer dan 20 werknemers tewerkstelt;
  • 6 maanden vooraf wanneer de onderneming ten hoogste 20 werknemers tewerkstelt.

Het aantal werknemers dat in aanmerking moet worden genomen is het aantal werknemers dat met een arbeidsovereenkomst op 30 juni van het voorafgaande jaar in de onderneming is tewerkgesteld. De berekening gebeurt per hoofd, zonder rekening te houden met de arbeidsregeling (voltijds of deeltijds). 

Opmerking:

In de ondernemingen met 10 of minder werknemers op 30 juni van het voorafgaande jaar wordt de uitoefening van het recht voor voorafgaand akkoord aan de werkgever voorgelegd.  

Het gaat om vaste termijnen. In onderling schriftelijk akkoord kunnen de werkgever en de werknemer evenwel een andere termijn overeenkomen. 

Deze termijnen zijn ook van toepassing ingeval van verlenging, behalve wanneer het een werknemer betreft die zijn palliatief verlof heeft uitgeput en aansluitend hierop (dus zonder onderbreking) zijn recht op tijdskrediet wil uitoefenen. In dit laatste geval bedraagt de aanvraagtermijn 2 weken.

De aanvraag moet de voorstellen van de werknemer m.b.t. de uitvoeringsmodaliteiten bevatten, dit wil zeggen in principe de volgende elementen: 

  • het gekozen stelsel (tijdskrediet zonder motief of tijdskrediet met motief);
  • desgevallend een bewijs van het ingeroepen motief;
  • de wijze van uitvoering;
    • 1/5-loopbaanvermindering: 1 dag of 2 halve dagen, met de keuze van de dagen (er kunnen ook andere mogelijkheden bestaan, b.v. voor werknemers in ploegen en cycli, kan een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op sector- of ondernemingsniveau in voorkomend geval andere opnamevormen vaststellen);
    • halftijds: de keuze van het werkrooster onder de bestaande roosters in het bedrijf (het moet gaan om één van de regelingen opgenomen in het arbeidsreglement). 
     

Werkgever en werknemer moeten tot een akkoord komen m.b.t. deze uitvoeringsmodaliteiten voor het einde van de maand die volgt op de maand waarin de schriftelijke kennisgeving heeft plaatsgevonden. Er zal tevens een schriftelijke wijziging van de arbeidsovereenkomst moeten worden doorgevoerd (die geldt tijdens de ganse duur van de uitoefening van het recht); in de overeenkomst moeten zijn opgenomen: de overeengekomen deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster: 

De kennisgeving dient in bepaalde gevallen vergezeld te zijn van volgende attesten van de R.V.A.:
 

  • wanneer een tijdskrediet in het algemeen stelsel wordt genomen: een attest van de R.V.A. met vermelding van de reeds door de werknemer opgenomen periodes in het kader van het oude (CAO nr.77bis + herstelwet van 22 januari 1985) of het nieuwe systeem (CAO nr.103);
  • wanneer het recht op tijdskrediet, de loopbaanvermindering of de vermindering van de prestaties wordt uitgeoefend nadat de thematische verloven (ouderschapsverlof, het palliatief verlof en het verlof voor de verzorging van een zwaar ziek gezins- en/of familielid) werden opgebruikt. In dat geval zijn de attesten die moeten worden bijgevoegd dezelfde als die welke vereist zijn in het kader van de toepassing van diezelfde types verlof.
     

Aan de hand van deze attesten kan de werkgever uitmaken of de werknemer nog een recht op tijdskrediet kan inroepen. 

Indien de werknemer die aanvraag indient nadat hij het recht heeft opgebruikt inzake palliatief verlof, ouderschapsverlof of loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins‑ of familielid, moet hij bij zijn aanvraag opnieuw een kopie voegen van de attesten die hij reeds bij de aanvraag van dat thematisch verlof heeft bezorgd.

Zoals reeds opgemerkt, moet bijzondere aandacht worden besteed aan wat noodzakelijk is voor de werknemer en de werkgever om na te gaan of aan alle voorwaarden is voldaan. De werknemer moet, vóór de kennisgeving, op basis van de informatie waarover hij beschikt, verifiëren of hij aan alle voorwaarden voldoet. De werkgever kan de werknemer eventueel vragen om het bewijs te leveren dat hij aan alle voorwaarden voldoet.

Voorbeeld: met betrekking tot het vereiste van 25 jaar anciënniteit als loontrekkende zal de werkgever aan de werknemer die een aanvraag tot het nemen van een 1/5-loopbaanvermindering tot aan de pensioenleeftijd indient, kunnen vragen om het bewijs te leveren van zijn anciënniteit als loontrekkende. 

Reacties van de werkgever  

Indien het tijdskrediet niet steunt op een recht, maar op een akkoord tussen de werknemer en de werkgever (wanneer de onderneming minder dan 11 werknemers telde op 30 juni van het jaar vóór de aanvraag), dan moet de werkgever de werknemer meedelen of hij al dan niet akkoord gaat, en dit uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op die waarin de aanvraag werd ingediend. 

Uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op die waarin de aanvraag werd ingediend, moeten de werkgever en de werknemer het eens worden over de modaliteiten van uitoefening van het tijdskrediet die de werknemer heeft voorgesteld. 

Kan geen overeenstemming worden bereikt, dan moeten de partijen het geschil oplossen via de normale procedure voor het behandelen van klachten (d.w.z. door zich tot de vakbondsafvaardiging of tot het verzoeningsbureau van het paritair comité te richten). 

Ingeval van een vermindering van prestaties tot de helft of een 1/5-loopbaanvermindering, moet de lopende arbeidsovereenkomst van de werknemer worden gewijzigd voor de periode waarin de vermindering van prestaties wordt uitgeoefend.  Hiertoe dienen de partijen een deeltijdse arbeidsovereenkomst te sluiten overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en dit uiterlijk op het moment waarop de vermindering van prestaties effectief aanvangt. 

Deze deeltijdse arbeidsovereenkomst moet melding maken van de nieuwe overeengekomen arbeidsregeling en het uurrooster.  Het uurrooster moet een uurrooster zijn dat opgenomen is in het arbeidsreglement.  

Organisatieregels binnen de onderneming 

Om de werking van de onderneming te waarborgen en te vermijden dat de werklast naar de andere werknemers van de onderneming verplaatst wordt, voorziet de regelgeving in een aantal organisatieregels om gelijktijdige afwezigheden te beperken.

Beginsel 

Wanneer binnen een onderneming of een dienst het aantal werknemers dat gelijktijdig hun recht op tijdskrediet wensen uit te oefenen, meer bedraagt dan 5% van het totaal in de onderneming tewerkgestelde werknemers, voorziet de regelgeving in een voorkeur- en planningsmechanisme 

Deze drempel van 5% wordt verhoogd met één eenheid per schijf van 10 werknemers ouder dan 50 jaar binnen de onderneming. Deze aldus vrijgemaakte eenheden “tijdskrediet” worden bij voorrang toegekend aan werknemers van 50 jaar en ouder bij het opnemen van een landingsbaan.

Voorbeeld: in een bedrijf met 100 werknemers, van wie er 17 ouder zijn dan 50 jaar, bedraagt de drempel 5% + 1. Dat betekent dat 5 (5% van 100) + 1 (extra eenheid omwille van het aantal werknemers ouder dan 50 jaar) werknemers tegelijkertijd afwezig kunnen zijn om hun rechten in het kader van CAO nr. 103 uit te oefenen.   

Het aantal werknemers dat in aanmerking moet worden genomen, is het aantal dat op 30 juni van het voorafgaande jaar in de onderneming is tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst. De berekening gebeurt “per hoofd”, los van de arbeidsregeling (voltijds of deeltijds). 

Bij de berekening om na te gaan of de 5%-drempel is bereikt, tellen alle werknemers mee die:  
 

  • een recht in het kader van CAO nr. 103 of CAO nr.77bis (zullen) uitoefenen;
  • zich nog bevinden in een loopbaanonderbreking of –vermindering in het kader van de herstelwet van 22 januari 1985.  
     

Tellen niet mee: 
 

  • werknemers die een thematische loopbaanonderbreking (ouderschapsverlof, palliatief verlof en loopbaanonderbreking voor verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid) nemen;
  • werknemers die hun recht op tijdskrediet uitoefenen na het recht op palliatief verlof of loopbaanonderbreking voor verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid hebben opgebruikt, en dit gedurende de eerste 6 maanden. 
     

De werknemers van 50 jaar tot 54 jaar in een 1/5-loopbaanvermindering en de werknemers van 50 jaar en ouder die een vermindering van prestaties tot de helft nemen worden slechts voor een beperkte duur van 5 jaar meegeteld in de berekening van de drempel van 5%.

Deze berekening van de drempel van 5% wordt op het einde van elke maand uitgevoerd.

Afwijkingen voor werknemers van 55 jaar en ouder 

Werknemers van 55 jaar en ouder die een 1/5-loopbaanvermindering uitoefenen of hebben aangevraagd worden met betrekking tot de berekening van de drempel volledig geneutraliseerd. 

Concreet betekent dit dat deze werknemers:  
 

  • niet meer onderworpen zijn aan de 5%-drempel;
  • niet meer worden meegeteld voor de berekening van de 5%-drempel;
  • niet meer moeten worden meegeteld voor de berekening van het personeelsbestand van de onderneming waarop de 5%-drempel wordt toegepast;
  • uit de bijzondere optelprocedure voor oudere werknemers worden gelaten;
  • niet in aanmerking worden genomen voor de bijkomende eenheden die per werknemer ouder dan 50 jaar aan de 5%-drempel worden toegevoegd. 
     

Voorbeeld : Een onderneming telt 25 werknemers met 2 werknemers ouder dan 50 jaar van wie de ene 55 jaar en de andere 56 jaar. De werknemer van 55 jaar neemt een vermindering van prestaties tot de helft tot aan de pensioenleeftijd. De werknemer van 56 jaar vraagt een 1/5-loopbaanvermindering aan. Ingevolge de vermindering van prestaties tot de helft van de eerstgenoemde werknemer is de 5%-drempel opgevuld. Doordat de 5%-drempel evenwel niet meer van toepassing is op werknemers van 55 jaar en ouder die een 1/5-loopbaanvermindering aanvragen, zal de laatstgenoemde werknemer de 1/5-loopbaanvermindering kunnen opnemen. 

Wijziging van de 5%-drempel 

De 5%-drempel kan worden gewijzigd (in opwaartse of neerwaartse zin) op voorwaarde dat dit gebeurt op een van de volgende manieren: 
 

  • via een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op niveau van de sector of van de onderneming;
  • via het arbeidsreglement (op voorwaarde dat de procedureregels bepaald bij de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen worden nageleefd). 
     

Let wel, een wijziging van de drempel door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op ondernemingsniveau of door het arbeidsreglement is slechts mogelijk wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op sectorniveau deze mogelijkheid niet heeft uitgesloten.

De 5%-drempel geldt niet in ondernemingen met 10 of minder dan 10 werknemers op 30 juni van het voorafgaande jaar. In dat geval is de uitoefening van het recht op tijdskrediet gekoppeld aan het akkoord van de werkgever.   
 

Voorkeur- en planningsmechanisme   

Wanneer de drempel van 5% is overschreden, moet de werkgever de uitoefening van het recht van bepaalde werknemers uitstellen.  Het voorkeurmechanisme dient om te bepalen wanneer werknemers van wie het aangevraagde tijdskrediet wordt uitgesteld, hun recht zullen kunnen uitoefenen.

Het voorkeur- en planningsmechanisme wordt vastgesteld door de ondernemingsraad of, bij ontstentenis daarvan door de werkgever en de syndicale afvaardiging.

Bij gebreke hieraan, of ingeval er geen ondernemingsraad noch een syndicale afvaardiging aanwezig is, wordt het voorkeurmechanisme dat door CAO nr.103 zelf is vastgesteld,  toegepast.

CAO nr.103 voorziet, in volgorde van belangrijkheid, in de volgende voorrangsregels:   

 

  1. Een eerste voorrang wordt gegeven aan werknemers die hun recht op tijdskrediet willen uitoefenen om zorg te dragen voor hun gehandicapt kind tot aan de leeftijd van 21 jaar, of hun tijdskrediet willen uitoefenen om palliatieve verzorging te verlenen,  om een zwaar ziek gezins- of familielid bij te staan of te verzorgen, wanneer zij het recht hebben opgebruikt in het kader van de specifieke regelgeving rond palliatief verlof en medische bijstand;

     
  2. Een tweede voorrang wordt gegeven aan werknemers van wie het gezin is samengesteld uit twee werkende personen alsook werknemers van eenoudergezinnen, met één of meer kinderen onder de 12 jaar of met een kind op komst;

     
  3. Ingeval van verzoeken voor een gelijktijdige uitoefening van het recht wordt achtereenvolgens voorrang gegeven naar gelang het aantal kinderen onder de 12 jaar en de duur van de uitoefening van het recht;

     
  4. Een derde voorrang wordt gegeven aan werknemers van 50 jaar en ouder die hun recht op een 1/5-loopbaanvermindering in het kader van een landingsbaan wensen uit te oefenen;

     
  5. Een vierde voorrang wordt gegeven aan werknemers van 50 jaar en ouder die hun recht op een vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking in het kader van een landingsbaan wensen uit te oefenen;

     
  6. Een vijfde voorrang wordt gegeven aan werknemers die een beroepsopleiding volgen.  

 

Het voorkeur- en planningsmechanisme wordt op het einde van iedere maand toegepast op de verzoeken waarvoor uiterlijk op de 15de van die maand een geldige kennisgeving is gebeurd. Op de laatste dag van de maand gaat men bijgevolg na of de drempel al dan niet is overschreden; als de drempel overschreden is zal het recht op tijdskrediet van bepaalde werknemers, vastgesteld in functie van de toepassing van het voorkeursysteem, worden uitgesteld.

Voorbeeld : eind oktober worden de aanvragen behandeld die werden ingediend tussen 16 september en 15 oktober. 

Op het einde van de maand die volgt op de kennisgeving, brengt de werkgever de werknemers op de hoogte van de datum vanaf wanneer zij het recht op tijdskrediet, loopbaanvermindering of vermindering van de arbeidsprestaties kunnen uitoefenen. Zodra deze datum is vastgelegd kan die niet meer door de werkgever gewijzigd worden, zelfs niet als er in de volgende maanden een aanvraag wordt ingediend door een werknemer die een hogere voorrang had kunnen doen gelden. 

Voorbeeld 

Op 30 juni 2013 stelt een onderneming 78 werknemers te werk in één van zijn diensten, waaronder 14 werknemers tussen 50 en 54 jaar oud en 2 werknemers van 55 jaar en ouder.
De drempel van 5 % wordt als volgt berekend : 5 % van 76 werknemers = 3 werknemers waaraan men één werknemer moet toevoegen omdat de dienst meer dan 10 werknemers tussen 50 en 54 jaar telt. De drempel bedraagt dus 4 werknemers.
 

Verlenging van het tijdskrediet   

Onder bepaalde voorwaarden kan een werknemer de uitoefening van zijn recht verlengen. 

Er zijn drie soorten :

  • verlengingen mogelijk:Verlenging binnen het tijdskrediet zonder motief;
  • Verlenging binnen het tijdskrediet met motief;
  • Verlenging binnen het stelsel van de landingsbanen. 
     

De regels inzake verlenging zijn van toepassing zijn van toepassing binnen elke van deze stelsels. 

Een verlenging veronderstelt dat de werknemer een nieuwe aanvraag indient tijdens de periode van tijdskrediet.  Hierbij gelden dezelfde voorwaarden als bij de eerste aanvraag (o.a. de 5%-drempel),  met uitzondering evenwel van de tewerkstellingsvoorwaarden die vervuld moeten zijn op het moment van de oorspronkelijke aanvraag. 

Dezelfde voorwaarden gelden ook qua kennisgeving (met uitzondering evenwel van de kortere termijn wanneer het een werknemer betreft die zijn palliatief verlof heeft uitgeput en zonder onderbreking zijn recht verder wil uitoefenen, zie "termijn voor het indienen") en organisatieregels. 

Voorbeeld: een werknemer van een onderneming met 100 werknemers neemt een 1/5-loopbaanvermindering voor 1 jaar, van 1 januari 2013 tot 31 december 2013.  Hij vraag op 1 oktober 2013 een verlenging aan met een jaar. Deze aanvraag zal opnieuw getoetst moeten worden aan de 5%-(of een eventueel gewijzigde) drempel en desgevallend onderworpen moeten worden aan het voorkeur- en planningsmechanisme.      

Overstap van een formule voor tijdskrediet naar een andere     

De overstap van één van de drie stelsels van tijdskrediet naar een andere wordt niet als een verlenging  beschouwd. Het gaat hier om aanvragen in een ander stelsel die moeten voldoen aan de voorwaarden (o.a. tewerkstellingsvoorwaarden) eigen aan het betrokken gewenste stelsel. Ook de 5%-drempel is hier opnieuw van toepassing. 

Anders dan ingeval van een verlenging, dienen de tewerkstellingsvoorwaarden hier opnieuw vervuld te zijn.   We merken hierbij evenwel op dat CAO nr.103 alle periodes van tijdskrediet (in de drie stelsels) neutraliseert.   In het oude systeem van tijdskrediet (CAO nr.77bis) werden periodes van tijdskrediet alleen geneutraliseerd als de werkgever hiermee akkoord ging.  Dit kon ertoe leiden dat een overstap vanuit de ene naar de andere formule niet mogelijk was.  

Overstap van thematische verloven naar tijdskrediet 

De overgang van een thematisch verlof (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand en palliatief verlof) naar tijdskrediet of loopbaanvermindering is toegestaan voor zover de voorwaarden zijn vervuld. We herinneren eraan dat zowel periodes van volledige onderbreking als periodes van vermindering van prestaties in  het kader van een thematisch verlof worden geneutraliseerd (zie "Geneutraliseerde situaties"). 

Werknemers die hun recht op tijdskrediet uitoefenen onmiddellijk nadat ze hun recht op thematisch verlof (in het kader van de specifieke regelgeving rond palliatief verlof en verlof voor medische bijstand) hebben uitgeput, worden slechts in beperkte mate in aanmerking genomen voor de berekening van de 5%-drempel (zie "Organisatieregels binnen de onderneming"). 

Uitstel, intrekking of wijziging door de werkgever   

Algemene vorm van uitstel 

De werkgever kan de uitoefening van het recht op tijdskrediet uitstellen wegens ernstige interne of externe redenen, wat de sociale partners omschrijven als de organisatorische behoeften, de continuïteit en de vervangingsmogelijkheden. De ondernemingsraad kan deze redenen voor de onderneming verduidelijken.
In principe moet het recht op tijdskrediet uiterlijk ingaan 6 maanden te rekenen vanaf de dag waarop het uitgeoefend zou zijn als er geen uitstel was geweest, tenzij de werkgever en de werknemer een andere regeling overeenkomen.
De werkgever moet van de beslissing tot uitstel kennis geven binnen de maand die volgt op de schriftelijke aanvraag van de werknemer.
De toepassing van het voorkeursmechanisme kan eveneens tot gevolg hebben dat de daadwerkelijke uitoefening van het recht op tijdskrediet in de tijd wordt uitgesteld. Het uitstel om ernstige redenen is dan begrepen in de termijn die voortvloeit uit de toepassing van het voorkeurmechanisme. Indien dus ten gevolge van de toepassing van het voorkeurmechanisme het tijdskrediet pas daadwerkelijk ten vroegste 7 maanden na de indiening van de aanvraag kan ingaan, kan de werkgever geen ernstige redenen meer inroepen om het daadwerkelijke begin van het tijdskrediet nog met 6 maanden uit te stellen. Deze 6 maanden zijn reeds begrepen in de voornoemde 7 maanden.
Bij onenigheid tussen de werkgever en de werknemer is de procedure voor het behandelen van klachten van toepassing (raadpleging van de vakbondsafvaardiging of van het verzoeningsbureau van het paritair comité). 

Specifiek uitstel voor bepaalde werknemers van 55 jaar en ouder 

Los van de algemene uitstelmogelijkheden, kan de werkgever, voor wat de werknemers van 55 jaar en ouder betreft die een sleutelfunctie uitoefenen, binnen de maand die op de kennisgeving volgt, de uitoefening van het recht op de 1/5-loopbaanvermindering met maximum 12 maanden uitstellen.  Dit uitstel moet gemotiveerd worden en mag niet worden gecumuleerd met het uitstel om ernstige redenen. 
Voor deze werknemers gaat het recht op de 1/5-loopbaanvermindering in uiterlijk 12 maanden te rekenen vanaf de dag waarop het uitgeoefend zou zijn als er geen uitstel was geweest, behalve wanneer de werknemer en werkgever anders zouden overeenkomen.

Wat zijn sleutelfuncties ? 

Het gaat hier om functies die dermate belangrijk zijn dat de afwezigheid van de werknemer de arbeidsorganisatie van het bedrijf in het gedrang zou brengen en waarvoor geen oplossing kan worden gevonden door verschuiving van personeel of interne mutatie.
Dit begrip kan worden verduidelijkt door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op sector- of ondernemingsniveau.  Is er geen vakbondsafvaardiging, dan kan het arbeidsreglement hier verduidelijking geven.
Bij onenigheid tussen de werkgever en de werknemer is de procedure voor het behandelen van klachten van toepassing (raadpleging van de vakbondsafvaardiging of van het verzoeningsbureau van het paritair comité).
In tegenstelling tot de situaties waarin de arbeidsprestaties worden verminderd, beschikt de werkgever niet over de mogelijkheid om de uitoefening van het recht op tijdskrediet te wijzigen of in te trekken. 

Intrekking of wijziging 

De werkgever kan de uitoefening van het recht op 1/5- loopbaanvermindering  intrekken of wijzigen om redenen en voor een duur vastgesteld door:
 

  • De ondernemingsraad;
  • of bij ontstentenis ervan, in overleg tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging;
  • of bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, door middel van het arbeidsreglement.
     

Een intrekking houdt in dat de uitoefening van de 1/5-loopbaanvermindering  tijdelijk wordt geschorst en dat deze na afloop kan (verder) lopen.
Een wijziging maakt  het mogelijk om de dagen en de uren die worden toegepast in het kader van de 1/5-loopbaanvermindering, tijdelijk te veranderen.
Bijvoorbeeld de ziekte van een collega, een buitengewone vermeerdering van werk of een andere ernstige reden, kunnen redenen zijn die de intrekking of wijziging van de uitoefening van het recht op 1/5-loopbaanvermindering rechtvaardigen.  
Verder kan, in onderling akkoord, de uitoefening van het recht op de 1/5-loopbaanvermindering voor werknemers van 55 jaar en ouder die een sleutelfunctie uitoefenen tijdelijk worden gewijzigd om ernstige redenen en voor de duur van deze redenen.  

Bij onenigheid tussen de werkgever en de werknemer is de procedure voor het behandelen van klachten van toepassing (raadpleging van de vakbondsafvaardiging of van het verzoeningsbureau van het paritair comité). 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites