NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Welzijn van de werknemers

Welzijnsbeleid

De werkgever staat ervoor in dat er een welzijnsbeleid wordt gevoerd in de onderneming. Hij moet het algemeen beleid uitstippelen en instructies geven aan het leidinggevend personeel, de hiërarchische lijn en de werknemers voor de uitvoering van dit beleid.

De werkgever past zijn welzijnsbeleid aan in het licht van de opgedane ervaring, de ontwikkeling van de werkmethoden of de arbeidsomstandigheden.
Hij is verantwoordelijk voor de structurele planmatige aanpak van preventie door middel van een dynamisch risicobeheersingssysteem dat betrekking heeft op het "welzijn". Dit concept omvat de arbeidsveiligheid, de bescherming van de gezondheid van de werknemer op het werk, de psycho-sociale belasting veroorzaakt door het werk, de ergonomie, de arbeidshygiëne, de verfraaiing van de werkplaatsen en de maatregelen van de onderneming inzake leefmilieu.

Kenmerkend voor het dynamisch risicobeheersingssysteem is de planning van de preventie en de toepassing van het welzijnsbeleid voor de werknemers, met het oog op de beheersing van risico's via opsporing, analyse en de vaststelling van concrete preventiemaatregelen. Het dynamisch aspect ervan houdt tevens in dat het een continu proces is dat een progressieve evolutie kent en zich permanent aanpast aan de wijzigende omstandigheden.

Een werkgever dient dus in zijn onderneming een analyse te maken van de risico's op basis waarvan hij preventiemaatregelen kan nemen.
Een dergelijke preventiemaatregel kan bestaan uit het gratis ter beschikking stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen (P.B.M.), zoals b.v. een harnas tegen het vallen, schoenen als bescherming tegen het vallen van zware voorwerpen, een beschermingsbril voor tijdens het lassen,…. De werkgever moet erover waken dat de werknemers deze P.B.M. daadwerkelijk en juist gebruiken. Hij moet de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de werknemers over voldoende informatie en over instructies omtrent de op het werk aangewende P.B.M. beschikken. Deze informatie en instructies moeten schriftelijk opgesteld worden en voor de betrokken werknemers begrijpelijk zijn.
Voor buitenlandse werknemers is dit niet steeds evident. De hiërarchische lijn heeft hier de belangrijke taak om erop toe te zien dat deze werknemers de inlichtingen die ze gekregen hebben in toepassing van de wetgeving inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk goed begrijpen en in praktijk brengen. Ze moeten ook waken over de naleving van deze instructies.

Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen

Een tijdelijke of mobiele bouwplaats is een bouwplaats waar civieltechnische werken of bouwwerken worden uitgevoerd, waarvan de lijst is vastgesteld door de Koning. De partijen die betrokken zijn bij een tijdelijke of mobiele bouwplaats zijn :

  •  de opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening een bouwwerk wordt verwezenlijkt;
     
  • de bouwdirectie: de natuurlijke of rechtspersoon die voor rekening van de opdrachtgever zorg draagt voor het ontwerp of de uitvoering of het toezicht op de uitvoering van het bouwwerk.   Deze taken worden opgedragen aan drie onderscheiden personen, nl. de bouwdirectie belast met het ontwerp, deze belast met de uitvoering en deze belast met de controle op de uitvoering.  Dit gebeurt om rekening te houden met de realiteit op het werkterrein.  De bouwdirectie belast met het ontwerp kan een architect zijn of een studiebureau, bijvoorbeeld voor de bouw van technische installaties.  Openbare instellingen duiden vaak een persoon aan die in het kader van overheidsopdrachten moet nagaan of de wetgeving wordt nageleefd.  Deze persoon kan beschouwd worden als bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering;
     
  • de aannemer: de natuurlijke of rechtspersoon die activiteiten verricht tijdens de uitvoeringsfase van de verwezenlijking van het bouwwerk,
    ongeacht of hij werkgever of zelfstandige is of een werkgever die samen met zijn werknemers werkt op de bouwplaats.
    Een privé-persoon die zelf werken uitvoert wordt evenwel niet als aannemer beschouwd.
    Tevens onderscheidt dit begrip zich van de bouwdirectie belast met de uitvoering.  Dit is immers de persoon die de volledige verantwoordelijkheid voor de uitvoering van een bouwwerf draagt, terwijl het begrip aannemer hier slaat op diegenen die de werkzaamheden in feite uitvoeren.  Dit neemt nochtans niet weg dat de bouwdirectie belast met de uitvoering een "aannemer" kan zijn, zoals dit begrip normaal wordt begrepen.  In dat verband spreekt men in de praktijk vaak van een hoofdaannemer;
     
  • de coördinator inzake veiligheid en gezondheid tijdens de uitwerkingsfase van het ontwerp van het bouwwerk: de persoon die door de opdrachtgever of de bouwdirectie met het ontwerp belast is om zorg te dragen voor de coördinatie inzake veiligheid en gezondheid tijdens de uitwerkingsfase van het ontwerp van het bouwwerk;
     
  • de coördinator inzake veiligheid en gezondheid tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk: de persoon die door de opdrachtgever, de bouwdirectie belast met de uitvoering of de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering, belast is om zorg te dragen voor de coördinatie inzake veiligheid en gezondheid tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk;
     
  • de werknemers. 

Bij de verwezenlijking van het bouwwerk zijn de opdrachtgever, de bouwdirectie belast met de uitvoering of de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering, belast met de organisatie van de coördinatie van de werkzaamheden van allen die zich op de bouwplaats bevinden en de samenwerking tussen deze personen.  Dit geldt zowel wanneer zij zich tegelijkertijd als achtereenvolgens op de bouwplaats bevinden. Zij zijn eveneens belast met de aanduiding van een coördinator inzake veiligheid en gezondheid bij de verwezenlijking van het bouwwerk. De bouwdirectie belast met de uitvoering die het eerst op de bouwwerf tussenkomt, doet aan de bevoegde overheid een voorafgaande kennisgeving voor de opening van de bouwplaats toekomen, wanneer dit vereist is.

Alle aannemers moeten de bij koninklijk besluit vastgestelde veiligheids- en gezondheidsmaatregelen naleven.  Het gaat hier zowel om de traditionele werkgevers, als om de zelfstandigen en de werkgevers die zelf samen met hun werknemers op de werf werken. De bouwdirectie belast met de uitvoering, de aannemers en onderaannemers zullen voor de werkzaamheden eveneens een beroep doen op andere aannemers en onderaannemers. 
Onder onderaannemer moet hier worden verstaan een aannemer in de zin van deze wet die werken uitvoert in opdracht van een andere aannemer.  Om de veiligheid en gezondheid van alle werknemers te waarborgen, wordt een bepaalde getrapte regeling ingevoerd, al naargelang de plaats die een aannemer inneemt in het geheel.  Deze getrapte regeling gaat uit van het bestaan van een verticale relatie, waarbij er een bouwdirectie belast met de uitvoering is die een beroep doet op aannemers.  Het is echter mogelijk dat de opdrachtgever zelf verschillende aannemers kiest zonder een beroep te doen op een bouwdirectie. In dat geval is er geen verticale relatie maar bestaat er een horizontale relatie tussen verschillende aannemers die zich op hetzelfde niveau bevinden. In deze hypothese moet aanvaard worden dat de opdrachtgever zelf de functie van bouwdirectie belast met de uitvoering vervult.

De bouwdirectie belast met de uitvoering staat aan de top van de piramide.  Hij heeft de volgende verplichtingen:

  • hij moet zelf de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen naleven;
  • hij moet ze doen naleven door alle aannemers en onderaannemers die betrokken zijn bij de verwezenlijking van het bouwwerk, zelfs wanneer hij slechts een indirecte band heeft met deze aannemers of onderaannemers;
  • hij moet ze bovendien doen naleven door de verschillende werknemers.

De aannemer heeft de volgende verplichtingen:

  •  hij moet zelf de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen naleven;
  •  hij moet ze doen naleven door zijn eigen rechtstreekse onderaannemer;
  •  hij moet ze eveneens doen naleven door de onderaannemers van zijn onderaannemer en elke verder verwijderde onderaannemer;
  •  hij moet ze doen naleven door de verschillende werknemers;
  •  hij moet ze doen naleven door ieder die hem personeel ter beschikking stelt.

De onderaannemer heeft de volgende verplichtingen:

  •  hij moet zelf de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen naleven;
  •  hij moet ze doen naleven door zijn eigen rechtstreekse onderaannemer;
  •  hij moet ze doen naleven door zijn eigen werknemers en door de werknemers van zijn eigen rechtstreekse onderaannemer;
  •  hij moet ze doen naleven door ieder die hem personeel ter beschikking stelt.

In de openbare sector blijft de wet op de overheidsopdrachten van kracht.  Nochtans zal bij de toepassing van die wet rekening moeten gehouden worden met de principes vermeld in de welzijnswet.

De personen betrokken bij de verwezenlijking van het bouwwerk kunnen indien ze de welzijnsreglementering niet naleven, krachtens artikel 87 van de welzijnswet, een gevangenisstraf oplopen van acht dagen tot één jaar of/en een geldboete van 50 tot 2.000 € (te vermenigvuldigen met 5,5).  Er kan hen een administratieve geldboete opgelegd worden van 250 tot 5000 €.

Daarnaast wordt er in artikel 32 voorzien in de mogelijkheid een coördinatiestructuur op de bouwplaats op te richten.  Bij deze structuur kunnen o.a.  de bouwdirecties, de vertegenwoordigers van de aannemers en van de werknemers en de preventieadviseurs betrokken worden.  De oprichting van een dergelijke structuur is afhankelijk van de omvang van de bouwplaats en de graad van de risico's.  Het is bovendien de bedoeling dat alleen de grotere werven dergelijke structuur moeten opzetten.
De concrete uitvoeringsmodaliteiten van de hierboven toegelichte beginselen staan in het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele werkplaatsen.

Regelgeving

De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en haar uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op elke werkgever die op Belgisch grondgebied werknemers tewerkstelt. Deze wet is de omzetting in Belgisch recht van de kaderrichtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk.

Informatie

Meer informatie omtrent het welzijn van werknemers bij de uitvoering van hun werk vindt u in het thema Welzijn op het werk.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites