NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

De bepaling van het recht dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst op basis van het Verdrag van Rome

!!! Voorafgaande opmerking: de tekst die hierna volgt, betreft niet de bepaling van het recht dat van toepassing is in geval van detachering van werknemers in de zin van de richtlijn 96/71/EG dat een specifiek geval is van toepassing van het Verdrag van Rome. 

Voor meer informatie omtrent detachering van werknemers, gelieve de pagina’s te consulteren die specifiek betrekking hebben op deze materie. 

Teksten

Het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst. 

Dit Verdrag van Rome werd in het Belgisch recht opgenomen door de wet van 14 juli 1987.

Inhoud

Het Verdrag van Rome is van toepassing op de wetsconflicten met betrekking tot de uitvoering van een arbeidsovereenkomst in België. Meer precies bepaalt het de regels die het recht vastleggen dat van toepassing is op dergelijke arbeidsovereenkomst in geval van een wetsconflict.

Het Verdrag van Rome bepaalt echter niet :

  • de bevoegde rechter in geval van geschil betreffende de uitvoering van een dergelijke overeenkomst 

Deze problematiek wordt exclusief geregeld door de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

Voor meer informatie betreffende deze materie kan u contact opnemen met de Federale Overheidsdienst Justitie.

  • de regels met betrekking tot de arbeidskaarten 

Voor meer informatie met betrekking tot deze informatie kan u de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg raadplegen. 

  • de toepasselijke regels van sociale zekerheid 

Voor meer informatie hierover, gelieve contact op te nemen met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), Directie Internationale Betrekkingen (tel.: 0032/2/509/26/44 of ContactRSZMigr@rsz.fgov.be).

  • de toepasselijke fiscale regels 

Voor meer informatie hierover, kan u terecht bij de FOD Financiën.

Universele toepassing  

In geval van een geschil voor de rechtbank van een land dat partij is bij het Verdrag van Rome, is dit Verdrag van toepassing zelfs al hebben de partijen bij de arbeidsovereenkomst gekozen voor het recht van een land dat geen partij is bij dat Verdrag.

N.B. : Daarentegen, in geval van een geschil voor de rechtbank van een land dat geen partij is bij het Verdrag van Rome, is het Verdrag niet van toepassing.  

Toepassing in de tijd  

Het Verdrag van Rome is van toepassing op de arbeidsovereenkomsten die ten laatste werden afgesloten op 17 december 2009. Voor wat betreft de arbeidsovereenkomsten die werden afgesloten vanaf 18 december 2009, werd het Verdrag vervangen door de Verordening (EG) nr. 593/2008 (“Rome I”)  

Criteria voor de bepaling van het recht dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst 

Het algemeen principe is dat de partijen kunnen kiezen welk recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst. 

Toch moeten twee situaties worden onderscheiden.

A. de partijen hebben het recht gekozen dat op de arbeidsovereenkomst van toepassing is 

Principe  : keuzevrijheid (artikel 3 van het Verdrag van Rome)  

De partijen kunnen kiezen welk recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst. 

  1. Deze keuze kan op expliciete of impliciete wijze gebeuren (dit houdt in dat het voldoende duidelijk blijkt uit de bepalingen van de arbeidsovereenkomst of de omstandigheden van het geval).
  2. De partijen kunnen er trouwens voor opteren om een recht te kiezen dat toepasselijk is op de gehele arbeidsovereenkomst of slechts een deel ervan (op voorwaarde dat een dergelijke gedeeltelijke toepassing geen afbreuk doet aan de coherentie van de overeenkomst).
  3. Tenslotte kunnen de partijen op elk ogenblik overeenkomen om de arbeidsovereenkomst te laten beheersen door een ander recht dan het recht dat de arbeidsovereenkomst ervoor beheerste.   

Beperkingen aan het principe van de keuzevrijheid  

De dwingende bepalingen van het recht dat van toepassing zou zijn bij gebreke van rechtskeuze door de partijen (artikel 6.1 et 6.2 van het Verdrag van Rome)

Artikel 3 van het Verdrag van Rome definieert de dwingende bepalingen van het recht van een land als de bepalingen waarvan volgens dat recht niet kan worden afgeweken bij overeenkomst.

De rechtskeuze van de partijen kan niet tot gevolg hebben dat de werknemer de bescherming verliest welke hij geniet op grond van de dwingende bepalingen van het recht van het land dat bij gebreke van rechtskeuze op hem van toepassing zou zijn geweest, zijnde de dwingende bepalingen van:

  • het recht van het land waar of, bij gebreke daarvan, van waaruit (zoals geïnterpreteerd door het Europees Hof van Justitie in, o.a., de zaak C-29/10, Heiko Koelzsch/Groothertogdom Luxemburg van 15 maart 2011) de werknemer ter uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk zijn arbeid verricht; of
  • als de werknemer zijn arbeid niet gewoonlijk verricht in eenzelfde land of, bij gebreke daarvan, vanuit eenzelfde land (zoals geïnterpreteerd door het Europees Hof van Justitie in, o.a., de zaak C-29/10, Heiko Koelzsch/Groothertogdom Luxemburg van 15 maart 2011), het recht van het land waar zich de vestiging bevindt die de werknemer in dienst heeft genomen.
     
  • tenzij uit het geheel van de omstandigheden blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land, het recht van dat andere land. 

Met andere woorden zijn de voormelde dwingende bepalingen van toepassing in de mate waarin zij voor de werknemer gunstiger zijn dan het recht dat de partijen in hun arbeidsovereenkomst hebben gekozen.

Bepalingen van bijzonder dwingend recht (artikel 7 van het Verdrag van Rome) 

In geval van een geschil zal de rechter zijn “eigen” bepalingen van bijzonder dwingend recht kunnen toepassen, namelijk de dwingende bepalingen die, volgens het recht van zijn land, van toepassing zijn ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst, zelfs al duiden de criteria vermeld in artikel 6 het recht van een ander land aan.  

In het Belgische arbeidsrecht behoort de uitlegging van het begrip “bepalingen van bijzonder dwingend recht” tot de soevereinde beoordelingsbevoegdheid van de hoven en rechtbanken. In dat verband kunnen onder andere worden beschouwd als bepalingen van bijzonder dwingend recht, de wetten, koninklijke besluiten en collectieve arbeidsovereenkomsten die strafrechtelijk worden gesanctioneerd.   

Voorbeeld 

Een onderneming gevestigd in Nederland werft in België een handelsvertegenwoordiger aan om klanten te proberen werven op het Belgisch grondgebied.

Deze handelsvertegenwoordiger is op permanente wijze in België tewerkgesteld, maar in de arbeidsovereenkomst hebben de partijen gekozen om de arbeidsovereenkomst te laten beheersen door het Nederlandse arbeidsrecht.

Overeenkomstig artikel 6.1 van het Verdrag van Rome en ondanks de rechtskeuze van de partijen, zal een Belgisch arbeidsgerecht de dwingende Belgische bepalingen toepassen die van toepassing zouden zijn indien geen rechtskeuze zou gedaan zijn (aangezien België het land is van gewoonlijke tewerkstelling) voor zover deze bepalingen effectief gunstiger zijn voor de werknemer dan de Nederlandse bepalingen (bv. opzeggingstermijnen).

Hetzelfde arbeidsgerecht zal ook zijn eigen bepalingen van bijzonder dwingend recht kunnen toepassen op basis van artikel 7 van het Verdrag van Rome.   

B. De partijen hebben geen recht gekozen dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst

Principe (artikel 6.2 van het Verdrag van Rome)

In dergelijk geval, zal de arbeidsovereenkomst beheerst worden:   

  1. door het recht van het land waar of, bij gebreke daarvan, van waaruit (zoals geïnterpreteerd door het Europees Hof van Justitie in, o.a., de zaak C-29/10, Heiko Koelzsch/Groothertogdom Luxemburg van 15 maart 2011) de werknemer ter uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk zijn arbeid verricht; of
     
  2. als de werknemer zijn arbeid niet gewoonlijk verricht in eenzelfde land of, bij gebreke daarvan, vanuit eenzelfde land (zoals geïnterpreteerd door het Europees Hof van Justitie in, o.a., de zaak C-29/10, Heiko Koelzsch/Groothertogdom Luxemburg van 15 maart 2011), het recht van het land waar zich de vestiging bevindt die de werknemer in dienst heeft genomen

    N.B. Dit tweede criterium is dus slechts op subsidiaire wijze van toepassing. 
     
  3. Deze twee criteria zullen echter niet toepasselijk zijn indien uit het geheel van de omstandigheden blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land dan het land dat op basis van deze criteria zou zijn vastgesteld.
    In een dergelijk geval, is het recht van dat andere land van toepassing (criterium 3).
Voorbeeld

Een onderneming gevestigd in Nederland werft in België een handelsvertegenwoordiger aan om klanten te proberen werven op het Belgisch grondgebied.

Deze handelsvertegenwoordiger is op permanente wijze in België tewerkgesteld en de partijen hebben in de arbeidsovereenkomst geen rechtskeuze gedaan.

In een dergelijk geval is het recht dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst het recht van het land waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht, met andere woorden het Belgische arbeidsrecht.

Beperking aan het principe : de bepalingen van bijzonder dwingend recht (artikel 7 van het Verdrag van Rome) 

In geval van een geschil zal de rechter zijn “eigen” bepalingen van bijzonder dwingend recht kunnen toepassen, namelijk de dwingende bepalingen die, volgens het recht van zijn land, van toepassing zijn ongeacht het recht dat de overeenkomst beheerst, zelfs al duiden de criteria vermeld in artikel 6 het recht van een ander land aan. 

In het Belgische arbeidsrecht, behoort de uitlegging van het begrip “bepalingen van bijzonder dwingend recht” tot de soevereine beoordelingsbevoegdheid van de hoven en rechtbanken. In dat verband kunnen onder andere worden beschouwd als bepalingen van bijzonder dwingend recht, de wetten, koninklijke besluiten en collectieve arbeidsovereenkomsten die strafrechtelijk worden gesanctioneerd.

Voorbeeld 

Een onderneming gevestigd in Duitsland stelt een bediende (= middenkader) tewerk in Frankrijk. Vervolgens opent deze werkgever een kantoor (zonder rechtspersoonlijkheid) in België en zendt er die werknemer voor onbepaalde tijd heen om er het beheer van dat nieuwe bureau waar te nemen.

In geval van een geschil dat bijvoorbeeld het gevolg is van het ontslag van dit kaderlid tijdens zijn tewerkstelling in België, zal de Belgische rechter, overeenkomstig artikel 7 van het Verdrag van Rome, zijn “eigen” bepalingen van bijzonder dwingend recht kunnen toepassen, zelfs al was de rechter eerst tot de vaststelling gekomen dat het Franse arbeidsrecht van toepassing was overeenkomstig artikel 6.2 van het Verdrag van Rome.      

Contact

Belgisch verbindingsbureau  

Gegevens :

FOD WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG

Algemene Directie van de Individuele Arbeidsbetrekkingen

Ernest Blerotstraat  1

1070  Brussel

Telefoon:  + 32 (0)2 233 48 22

Fax:  + 32 (0)2 233 48 21

E-mail:  iab@werk.belgie.be 

 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites