NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Overeenkomst voor tewerkstelling van studenten

Begrip  

De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten is een arbeidsovereenkomst gesloten tussen een student en een werkgever waardoor de student zich verbindt tegen loon arbeid te verrichten onder het gezag van een werkgever. 

De studentenovereenkomst is in feite een gewone arbeidsovereenkomst van arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger of dienstbode (te bepalen volgens de soort arbeid die door de student werkelijk wordt verricht), waarbij bijkomende voorwaarden dienen te worden nageleefd.  

De bepalingen van de wet die specifiek betrekking hebben op de studentenovereenkomst strekken er immers toe aan de student, die nog geen ervaring heeft op de arbeidsmarkt, maximale informatie te verstrekken zodat hij zijn arbeid met kennis van zaken kan verrichten. Deze bepalingen hebben dus als doel de student die af en toe in aanraking komt met de arbeidsmarkt en die dus nog geen ervaring heeft op de arbeidsmarkt, te beschermen. 

Een student die zich op de arbeidsmarkt begeeft en die voldoet aan de voorwaarden voor het sluiten van een studentenovereenkomst, moet dus verplicht in dienst worden genomen met dergelijke studentenovereenkomst en niet met een gewone arbeidsovereenkomst. De werkgever kan niet kiezen. 

De regelgeving over de studentenarbeid omvat verschillende deelaspecten, die elk onder de bevoegdheid van verschillende overheden vallen. Met het oog op relevante informatie, is het dan ook belangrijk om bij elke vraag over studentenarbeid eerst na te gaan op welk deelaspect zij betrekking heeft.   

De toelichting hieronder heeft enkel betrekking op het arbeidsrechtelijke deelaspect, namelijk het sluiten van een studentenovereenkomst en de arbeidsvoorwaarden van de student, dat valt onder de bevoegdheid van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.  

Wie kan een studentenovereenkomst sluiten ?

Begrip student

Het begrip student wordt niet gedefinieerd in de wet. Het begrip dient ruim geïnterpreteerd te worden: het betreft elke persoon die het hoofdstatuut van student heeft en die in een onderwijsinstelling middelbaar (algemeen, technisch, beroeps- of kunstonderwijs), hoger of universitair onderwijs volgt, of die een examen voorbereidt voor de centrale examencommissie.

In principe stelt de wet geen maximum leeftijdsvoorwaarde vast voor het sluiten van een studentenovereenkomst.

De bedoeling is om enkel de “studenten-werknemers” te viseren, d.w.z. de personen voor wie het studeren de primaire doelstelling is en waaraan het verrichten van arbeid duidelijk ondergeschikt is. Deze beoordeling betreft een feitenkwestie waarbij dus geval per geval moet worden afgetoetst of de persoon al dan niet onder de toepassing van de bepalingen van de studentenovereenkomst valt. Zo hebben bijvoorbeeld werknemers of werklozen/werkzoekenden die een opleiding volgen of nog wat bijstuderen geen hoofdstatuut van student in de zin van de wet. 

Minimumleeftijd

Een studentenovereenkomst kan enkel worden gesloten door jongeren vanaf 15 jaar of meer die niet meer onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht. De arbeidswet verbiedt immers kinderarbeid.

De leerplicht is een periode van 12 jaren, die begint in het schooljaar waarin het kind 6 jaar wordt en  eindigt op 30 juni van het kalenderjaar waarin de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt. Zij omvat een voltijdse periode, gevolgd door een periode van deeltijdse leerplicht. De voltijdse leerplicht neemt een einde vanaf het ogenblik waarop de jongere ten minste de eerste twee leerjaren van het secundair onderwijs met volledig leerplan heeft gevolgd en eindigt in elk geval op het ogenblik waarop hij de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, ongeacht of hij slaagde in deze twee leerjaren. Vanaf dan is hij niet meer verplicht om onderwijs met volledig leerplan te volgen: er volgt een periode van deeltijdse leerplicht die eindigt op 30 juni van het kalenderjaar waarin de jongere 18 jaar wordt.

Een studentenovereenkomst kan dus ten vroegste worden gesloten door een student:  

  • die 15 jaar is op voorwaarde dat hij niet meer aan de voltijdse leerplicht is onderworpen;
  • die 16 jaar is geworden.   

Uitsluitingen

Personen die onder het hoger gedefinieerde begrip student vallen, mogen in principe een studentenovereenkomst sluiten.

Bepaaldecategorieën van studenten worden echter uitgesloten. Het gaat om de volgende gevallen:

De werkgevers die deze studenten willen tewerkstellen moeten dit doen op grond van een gewone arbeidsovereenkomst van, naargelang het geval, arbeider, bediende, handelsvertegenwoordiger of dienstbode. 

Buitenlandse studenten

De buitenlandse studenten afkomstig uit een land van de Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland hebben dezelfde rechten en verplichtingen als de Belgische studenten, zelfs als ze geen onderwijs volgen in België of hier niet verblijven. Voor de buitenlandse studenten afkomstig uit een land dat geen deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte zijn de regels anders. 

Vormvereisten van de overeenkomst   

De studentenovereenkomst moet steeds voor een bepaalde duur en schriftelijk worden opgesteld in twee exemplaren: één voor de werkgever en één voor de student. Zij moet voor iedere student afzonderlijk worden opgemaakt en ondertekend uiterlijk op het ogenblik van de indiensttreding.

Als de student jonger dan 18 jaar is, kan hij eigenmachtig zijn overeenkomst sluiten en opzeggen en kan hij zelf zijn loon in ontvangst nemen, behalve wanneer er vanwege de ouders of de voogd verzet is.  

Eén van de karakteristieken van de studentenovereenkomst is dat zij een aantal verplichte vermeldingen moet bevatten.

Indien de overeenkomst niet schriftelijk werd opgesteld of niet alle verplichte vermeldingen bevat, of indien het afschrift ervan niet binnen de zeven dagen naar het Toezicht op de Sociale Wetten werd verzonden, of indien de gegevens niet werden overgemaakt in het kader van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (DIMONA), voorziet de wet verschillende sancties

Proefperiode  

De drie eerste werkdagen van het werkrooster van de student gepresteerd in het kader van een studentenovereenkomst worden beschouwd als proefperiode.

Deze proefperiode is steeds voorhanden, zelfs indien dit niet expliciet in de overeenkomst wordt voorzien. De duur van de proefperiode kan niet verlengd worden, zelfs niet wegens schorsing van de uitvoering van de overeenkomst tijdens de proefperiode (bijvoorbeeld geen verlenging van de proefperiode in geval van ziekte).  

Tewerkstellingsperiode als student 

Een studentenovereenkomst kan worden gesloten zowel gedurende de schoolvakanties als tijdens het schooljaar.

De wet voorziet geen maximumduur voor het sluiten van dergelijke overeenkomst. Zoals echter reeds aangehaald in de uitsluitingen, zal, eenmaal de student gedurende 12 maanden ononderbroken bij dezelfde werkgever werd tewerkgesteld, zijn overeenkomst worden beheerst door de regels aangaande een gewone arbeidsovereenkomst. Na 12 maanden zullen de bijzondere regels voor studentenovereenkomsten dus niet meer van toepassing zijn. 

Einde van de overeenkomst  

Algemeen 

De studentenovereenkomst moet voor een bepaalde duur worden afgesloten. Zij zal dus automatisch een einde nemen bij het verstrijken van de overeengekomen termijn.

Opzegging

De bijzondere regelgeving voorziet echter ook in de mogelijkheid om de studentenovereenkomst voortijdig op te zeggen door het betekenen van een verkorte opzeggingstermijn in functie van de duur van de verbintenis van de student in zijn functie:

Duur van verbintenis student

Opzeg door werkgever

Opzeg door student

<= 1 maand

3 dagen

1 dag

> 1 maand

7 dagen

3 dagen

 

Onder de term “duur van de verbintenis” dient te worden begrepen de duur van de tewerkstelling sinds het ogenblik dat de werknemer effectief in dienst trad (dit ogenblik kan verschillen van de datum van de ondertekening van de overeenkomst) tot op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsrelatie. Deze duur stemt dus niet overeen met de oorspronkelijk overeengekomen duur van de studentenovereenkomst.

Voor de betekening van de opzeggingstermijn dienen de gewone formaliteiten te worden nageleefd. De opzeggingstermijn begint dus te lopen de maandag volgend op de week waarin de opzeggingstermijn werd betekend.

In geval van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval echter, kan de werkgever een einde maken aan de overeenkomst indien de ongeschiktheid van de student langer duurt dan zeven dagen, mits betaling van een vergoeding gelijk aan het loon overeenkomend hetzij met de duur van de opzeggingstermijn, hetzij met het nog te lopen gedeelte van die termijn.

Beëindiging van de overeenkomst tijdens de proefperiode

Tijdens de proefperiode kunnen werkgever en student de studentenovereenkomst beëindigen zonder opzegging of vergoeding.

Tewerkstelling door een uitzendkantoor 

Een student kan als uitzendkracht worden tewerkgesteld. In dergelijk geval, blijft de student dan verbonden met het uitzendbureau dat juridisch als werkgever optreedt. De onderneming waarin de student als uitzendkracht werkt, is gebruiker.

In dergelijke situatie treedt de student op in een dubbele hoedanigheid, als student én als uitzendkracht. Zodoende moeten de specifieke regels aangaande uitzendarbeid en deze aangaande studentenarbeid samen worden toegepast.

Zo zal studentenarbeid in dat geval bijvoorbeeld enkel mogelijk zijn in gevallen waarin uitzendarbeid toegelaten is. Het uitzendbureau is verantwoordelijk voor alle contractuele verplichtingen (bijvoorbeeld uitbetalen loon…).  De gebruiker is verantwoordelijk voor de naleving van de veiligheids- en hygiënische voorschriften op de werkplaats, en de naleving van de arbeidsreglementering (arbeidsduur, feestdagen, zondagsrust, nachtarbeid, arbeidsreglement, …).  

Loon

Het loon van de student wordt in principe bepaald door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op het niveau van het paritaire comité (activiteitensector) waaronder de onderneming die hem tewerkstelt ressorteert. Het is dus nuttig dit paritaire comité te kennen. 

De Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten kan inlichtingen geven over het minimumloon van de student op het niveau van het betrokken paritair comité.

Indien er echter geen specifieke barema’s voorzien zijn binnen het paritaire comité, heeft de student recht op het « gemiddelde minimum maandinkomen », eventueel geproratiseerd in functie van zijn leeftijd. Dit interprofessionele minimumloon is verplicht vanaf het ogenblik dat de student is tewerkgesteld voor een periode van minimum één kalendermaand.  

De volgende tabel geeft een overzicht van dit interprofessionele minimum maandinkomen van toepassing sinds 1 december 2012. Ter informatie wordt ook het uurloon voor een regime van 38 u per week vermeld.  

LEEFTIJD 

% 

Maandloon 

  

Uurloon 

Regime 38 u/week 

  

  

  

  

21 

100 

1.501,82 

9,12 

20 

94 

1.411,71 

8,57 

19 

88 

1.321,60 

8,02 

18 

82 

1.231,49 

7,47 

17 

76 

1.141,38 

6,93 

16 

70 

1.051,27 

6,38 



 

 

 

 








  

Bijkomende informatie 

Meer informatie over de volgende thema’s gelinkt aan studentenarbeid kan u vinden via volgende links:

Wettelijke referenties  

  • Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten - Titel  VII: De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten (BS 22.08.1978, err. BS 30.08.1978); 
  • Koninklijk besluit van 14 juli 1995 waarbij sommige categorieën studenten uit het toepassingsgebied van Titel VI van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten worden gesloten  (BS 8.08.1995). 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites