NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Geldigheidsvereisten voor het afsluiten van een arbeidsovereenkomst

 

Een arbeidsovereenkomst moet - zoals elke andere overeenkomst - beantwoorden aan de geldigheidsvoorwaarden die in het burgerlijk recht zijn bepaald. Voor de geldige totstandkoming van een arbeidsovereenkomst is in beginsel dan ook vereist dat:

  • de partijen bekwaam zijn om een overeenkomst aan te gaan;
  • de partijen geldig hun toestemming geven;
  • de verbintenis een bepaald voorwerp als inhoud heeft;
  • de oorzaak van de verbintenis geoorloofd is. 

Daarbij moet er ook rekening worden gehouden met de specifieke toepassingsregels die arbeidsrechtelijk worden bepaald. 

Wordt er niet voldaan aan één van deze geldigheidsvereisten, dan zou de nietigheid van de arbeidsovereenkomst kunnen worden ingeroepen. 

In een aantal gevallen zal een arbeidsovereenkomst ook nog moeten voldoen aan welbepaalde vormvereisten

Bekwaamheid 

Om een geldige arbeidsovereenkomst te kunnen sluiten, moeten de partijen over de nodige bekwaamheid beschikken. 

In beginsel zijn de burgerrechtelijke principes van bekwaamheid van toepassing op de werkgever en de werknemer als contractpartij. Voor minderjarige werknemers bestaan er evenwel bijzondere regels inzake de bekwaamheid voor het afsluiten en beëindigen van een arbeidsovereenkomst.

Minderjarigen

In beginsel kunnen minderjarigen – d.w.z. de personen die de leeftijd van achttien nog niet bereikt hebben – geen rechtsgeldige verbintenissen aangaan zonder de tussenkomst van hun wettelijke vertegenwoordigers, d.w.z. de ouder(s) belast met het ouderlijk gezag. 

In afwijking hiervan, wordt uitdrukkelijk voorzien dat de minderjarige werknemer een arbeidsovereenkomst kan sluiten en beëindigen, met de uitdrukkelijke of stilzwijgende machtiging van zijn vader, moeder of zijn voogd. Wordt deze machtiging geweigerd, dan kan ze door de familierechtbank op verzoek van het openbaar ministerie of van een familielid worden verleend. De vader, moeder of voogd worden vooraf gehoord of opgeroepen. 

Niettegenstaande de specifieke regels omtrent de bekwaamheid van minderjarigen voor het afsluiten (en beëindigen) van arbeidsovereenkomsten, zal men bij het afsluiten van een arbeidsovereenkomst met een minderjarige onder meer ook de bepalingen omtrent kinderarbeid, inzake de tewerkstelling van jeugdige werknemers en de arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten moeten naleven.

Voor de uitbetaling van het loon aan minderjarigen gelden eveneens specifieke regels.  

Minderjarigen zullen voor de geschillen betreffende de arbeidsovereenkomst wel vertegenwoordigd moeten worden door hun vader, moeder of hun voogd. Zij zijn immers niet bekwaam om in rechte op te treden. Wordt een geschil voor de arbeidsrechtbank gebracht, dan kan de rechter desgevallend een voogd ad hoc aanstellen om de afwezige of verhinderde voogd in het geding te vervangen.

Toestemming 

Voor de totstandkoming van een overeenkomst is de geldige toestemming van de partijen vereist. Een arbeidsovereenkomst kan dus slechts tot stand komen wanneer de werkgever en werknemer geldig hebben toegestemd voor het aangaan van de arbeidsovereenkomst. Er is met andere woorden wilsovereenstemming vereist tussen de partijen, wat inhoudt dat beide partijen de wil hebben om de arbeidsovereenkomst te sluiten. 

Er worden geen vormvoorwaarden gekoppeld aan het geven van de toestemming voor de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst. De toestemming kan dus ook mondeling zijn. 

Van een geldige toestemming tot de arbeidsovereenkomst kan slechts sprake zijn indien de toestemming geen gebreken vertoont, wat inhoudt dat ze niet is aangetast door een wilsgebrek (m.n. door geweld, dwaling of bedrog).

Geldig voorwerp en oorzaak 

Het verschaffen van werk, het betalen van loon en het verrichten van arbeid maken het voorwerp uit van de arbeidsovereenkomst. 

Het voorwerp van de arbeidsovereenkomst moet mogelijk en zeker - d.w.z. bepaald of bepaalbaar - zijn. De arbeid en het loon moeten niet tot in de kleinste details vastliggen, maar dienen wel bepaalbaar te zijn. Dit houdt in dat de overeenkomst objectieve elementen bevat waardoor het voorwerp kan bepaald worden zonder dat een nieuw akkoord tussen de partijen nodig is. 

Het voorwerp van de arbeidsovereenkomst dient bovendien geoorloofd te zijn. Opdat een overeenkomst geldig zou zijn, moet er ook sprake zijn van een geoorloofde oorzaak. De wederzijdse verplichtingen van de partijen mogen met andere woorden niet strijdig zijn met de openbare orde, goede zeden en bepalingen van dwingend recht.

Wettelijke referenties 

  • Artikel 388 en 1108 e.v. van het Burgerlijk Wetboek; 
  • Artikel 43, 44, 45 en 46 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites