NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Schorsingen van de arbeidsovereenkomst - ziekte en ongeval

Verplichtingen werknemer in geval van ziekte of ongeval 

Verantwoording 

De uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst gedurende de periodes van arbeidsongeschiktheid die het gevolg zijn van ziekte of ongeval.

Een arbeidsongeschikte werknemer heeft ten opzichte van zijn werkgever de volgende informatieplicht: 

  • hij moet zijn werkgever onmiddellijk op de hoogte brengen van zijn arbeidsongeschiktheid, behoudens in geval van overmacht. Deze verwittiging moet de werkgever toelaten om de arbeidsongeschiktheid te laten controleren en de werkregeling aan te passen gedurende de afwezigheid van de werknemer;

  • hij moet een geneeskundig getuigschrift voorleggen aan de werkgever indien een collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement dit voorschrijft, dan wel op verzoek van de werkgever.

Het getuigschrift dient in principe de arbeidsongeschiktheid vast te stellen, en melding te maken van de waarschijnlijke duur ervan en van het feit of de werknemer zich met het oog op de controle al dan niet naar een andere plaats mag begeven.

Behoudens in geval van overmacht, moet de werknemer dit getuigschrift versturen of afgeven binnen de termijn die voorzien is in de collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement. Indien hierover niets voorzien is, geldt een wettelijke termijn van 2 werkdagen, vanaf de dag van de ongeschiktheid of vanaf de dag van de ontvangst van het verzoek. 

Controle en beschikbaarheid 

Controle 

De werkgever heeft de mogelijkheid om een controle te laten uitvoeren op de echtheid van de arbeidsongeschiktheid door een door hem gekozen controlearts die voldoet aan welbepaalde wettelijke vereisten (link naar website WELZIJN). De werknemer is verplicht deze controle te ondergaan.

Indien de werknemer daartoe wordt uitgenodigd, dient hij zich aan te bieden bij de controlearts, tenzij  het geneeskundig getuigschrift vermeldt dat de gezondheidstoestand van de werknemer hem niet toelaat zich naar een andere plaats te begeven. De verplaatsingskosten van de werknemer zijn ten laste van de werkgever.

De controlearts gaat na of de werknemer werkelijk arbeidsongeschikt is, verifieert de waarschijnlijke duur van de arbeidsongeschiktheid en, in voorkomend geval, de andere medische gegevens die noodzakelijk zijn voor de toepassing van de regelgeving (bijvoorbeeld de gegevens die een invloed hebben op de vaststelling van het gewaarborgd loon). Alle andere vaststellingen blijven onder het beroepsgeheim.

De controlearts overhandigt zo spoedig mogelijk zijn bevindingen schriftelijk aan de werknemer. Met het oog op zijn rapport, kan de controlegeneesheer voorafgaandelijk contact opnemen met de behandeld arts van de werknemer en, bij voorkomend dispuut, tot een vergelijk trachten te komen. De werknemer kan op het ogenblik van de ontvangst van de bevindingen van de controlearts kenbaar maken dat hij hiermee niet akkoord gaat, hetgeen door de controlearts op het geschrift moet worden vermeld. Indien een geschil van medische aard rijst tussen de werknemer en de controlearts, kan dit  worden beslecht door een scheidsrechterlijke procedure vastgesteld door of krachtens de wet. De meest gerede partij kan deze procedure opstarten binnen twee werkdagen vanaf de overhandiging van de bevindingen van de controlearts. Uiteraard blijven daarnaast ook de hoven en rechtbanken steeds bevoegd. 

Beschikbaarheid 

Bij een collectieve arbeidsovereenkomst (op sectorieel of op ondernemingsniveau) of via het arbeidsreglement kan onder bepaalde voorwaarden een zgn. “beschikbaarheidsperiode” worden bepaald, met name een periode tijdens de dag gedurende de welke de werknemer zich beschikbaar voor de controlearts moet houden. Het feit dat de werknemer tijdens de voorgeschreven beschikbaarheidsperiode niet in zijn woon- of verblijfplaats was, zonder het voorhanden zijn van een wettige reden of overmacht, kan beschouwd worden als het zich onttrekken aan medische controle.

De beschikbaarheidsperiode omvat maximum 4 aaneengesloten uren, en dit tussen 7 en 20 uur.

Dergelijke beschikbaarheidsperiode moet worden ingevoerd met strikt respect voor het proportionaliteitsbeginsel ten opzichte van het doel van de medische controle. Dit wil zeggen dat de bijkomende verplichting voor de werknemer beperkt moet zijn in de tijd en vooral aan het begin van de ziekteperiode zijn nut zal hebben.

Bovendien kan de werknemer zich nog steeds beroepen op overmachtssituaties of wettige redenen die zijn afwezigheid tijdens het voorziene dagdeel alsnog verantwoorden (bijvoorbeeld hospitalisatie van de werknemer, het feit dat hij op consultatie bij de behandelend geneesheer was, het feit dat hij bij de apotheker was voor dringende medicatie…).

Merk op dat het al dan niet voorhanden zijn van een beschikbaarheidsperiode geen afbreuk doet aan het recht van de werkgever om de werknemer gedurende zijn gehéle periode van arbeidsongeschiktheid te controleren en aan de verplichting van de werknemer om aan die controle mee te werken.

Gevolgen gewaarborgd loon  

De werknemer die zijn werkgever niet onmiddellijk op de hoogte brengt van zijn arbeidsongeschiktheid en/of die het gevraagde geneeskundig getuigschrift niet binnen de voorgeschreven termijn voorlegt en/of die zich onttrekt aan de medische controle, verliest zijn recht op gewaarborgd loon (arbeider - bediende). Dit geldt voor de dagen die voorafgaan aan de verwittiging, de voorlegging van het medisch getuigschrift of de onderwerping aan de controle.  

Gewaarborgd loon in geval van ziekte of ongeval van gemeen recht   

Indien de werknemer arbeidsongeschikt is wegens ziekte of ongeval, andere dan beroepsziekte of arbeidsongeval, heeft hij voor een bepaalde periode recht op het behoud van loon ten laste van zijn werkgever. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor dit gewaarborgd loon verschillen naargelang de werknemer een werkman dan wel een bediende is. In bepaalde gevallen van arbeidsongeschiktheid heeft de werknemer geen recht op gewaarborgd loon.  

Gewaarborgd loon werklieden 

De werkman die ten minste één maand ononderbroken in dienst van de onderneming is gebleven behoudt zijn recht op loon ten laste van de werkgever, ondanks zijn arbeidsongeschiktheid. Indien hij deze anciënniteit van één maand bereikt gedurende de periode van ongeschiktheid, kan hij aanspraak maken op het loon voor de resterende dagen van de eerste 30 dagen van ongeschiktheid gedurende dewelke de werkgever het loon moet betalen.

Het recht op gewaarborgd loon gaat in vanaf de eerste dag arbeidsongeschiktheid.

Opmerking: Ingevolge de afschaffing van de carenzdag, hebben werklieden vanaf 1 januari 2014 net zoals bedienden recht op hun gewaarborgd loon vanaf de eerste dag arbeidsongeschiktheid ongeacht de duur ervan. 

Bijgevolg zal de periode van gewaarborgd loon eerder een aanvang nemen dan voorheen het geval was: deze begint, net zoals voor de bedienden het geval is, te lopen op de eerste dag arbeidsongeschiktheid. 

Voorbeeld: een werkman die werkt van maandag tot vrijdag, wordt op zaterdag ziek gedurende 10 dagen. Voorheen vormde de eerstvolgende maandag een carenzdag, en ving de periode van gewaarborgd loon aan op dinsdag. Ingevolge de afschaffing van de carenzdag, zal de periode van gewaarborgd loon thans een aanvang nemen op zaterdag.  

Hetzelfde geldt indien de periode van arbeidsongeschiktheid aanvangt met een dag gewaarborgd dagloon, zijnde een begonnen werkdag die onderbroken wordt omwille van arbeidsongeschiktheid. Voorheen begon de periode van gewaarborgd loon in dergelijk geval te lopen op de dag gedekt door gewaarborgd dagloon. Voortaan zal in dat geval de periode van gewaarborgd loon voor de werkman slechts aanvangen de dag na de dag gedekt door gewaarborgd dagloon, net zoals voor de bedienden het geval is. 

Voorbeeld: een werkman die werkt van maandag tot vrijdag, wordt op de arbeidsplaats in de loop van maandag ziek en keert huiswaarts. Dit betreft in hoofde van zijn werkgever een dag gewaarborgd dagloon. Zijn arts verschaft hem een medisch attest ten belope van 17 dagen arbeidsongeschiktheid. Voorheen werd de dag gewaarborgd dagloon aangerekend op zijn periode van gewaarborgd loon ten belope van 14 dagen. Voortaan vormt de dag gewaarborgd dagloon een dag op zichzelf en begint de periode van gewaarborgd loon te lopen op dinsdag. 

Gedurende de eerste 30 kalenderdagen van ongeschiktheid, behoudt de werkman zijn loon op de volgende wijze:

 

Deel van het normaal loon  

Periode  

Ten laste van de werkgever  

1ste tot 7de dag  

100 %

8ste tot 14de dag  

85,88 %

15de tot 30ste dag  

25,88 % van het gedeelte van het loon dat de grens vastgesteld door de Z.I.V. niet overschrijdt;

85,88 % van het loon dat deze grens overschrijdt

 

 

Deel van het normaal loon  

Periode  

Ten laste van de ziekte – en invaliditeitsverzekering (Z.I.V.)  

1ste tot 7de dag  

/

8ste tot 14de dag  

/

15de tot 30ste dag  

60 % (beperkt tot de grens vastgesteld door de Z.I.V.)

Opgelet!

De werkman heeft slechts recht op zijn gewaarborgd loon voor de dagen van gewone activiteit waarvoor hij aanspraak had kunnen maken op loon indien hij zich niet in de onmogelijkheid bevond om te werken. Dit betekent dat het loon niet verschuldigd is voor de dagen die samenvallen met de dagen gedurende welke hij niet zou gewerkt hebben (bijvoorbeeld zaterdag en zondag in de klassieke vijfdagenweek; tijdelijke werkloosheidsdagen om economische redenen of omwille van een technische stoornis;  dagen van collectieve sluiting van de onderneming omwille van jaarlijkse vakantie…). 

Gewaarborgd loon bedienden  

Bediende aangeworven voor een onbepaalde tijd, voor een bepaalde tijd van ten minste 3 maanden of voor een duidelijk omschreven werk waarvan de uitvoering normaal een tewerkstelling van ten minste 3 maanden vereist 

De bediende behoudt het recht op zijn loon ten laste van de werkgever gedurende de eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid, ongeacht zijn anciënniteit. De ziekte- en invaliditeitsverzekering komt desgevallend vanaf de 31ste dag van ongeschiktheid tussen. 

 

Deel van het normaal loon  

Periode  

Ten laste van de werkgever  

1ste tot 30ste dag  

100 %

 

 

Deel van het normaal loon  

Periode  

Ten laste van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (Z.I.V.) 

1ste tot 30ste dag  

/

Bediende aangeworven voor een bepaalde tijd van minder dan 3 maanden of voor een duidelijk omschreven werk waarvan de uitvoering normaal een tewerkstelling van minder dan 3 maanden vereist  

Wanneer een bediende is aangeworven voor een bepaalde tijd van minder dan 3 maanden of voor een duidelijk omschreven werk waarvan de uitvoering normaal een tewerkstelling van minder dan 3 maanden vereist, behoudt hij slechts recht op loon onder dezelfde voorwaarden als deze voorzien voor werklieden.

Teneinde recht te hebben op gewaarborgd loon, zal deze bediende dus één maand ononderbroken in dienst van de onderneming moeten zijn gebleven. Indien hij deze anciënniteit van één maand bereikt gedurende de periode van ongeschiktheid, kan hij aanspraak maken op het loon voor de resterende dagen van de eerste 30 dagen van ongeschiktheid gedurende dewelke de werkgever het loon moet betalen. 

De bediende met ten minste één maand anciënniteit behoudt zijn recht op loon, ondanks zijn arbeidsongeschiktheid. Gedurende de eerste 30 kalenderdagen van ongeschiktheid, ontvangt de bediende zijn loon op de volgende wijze:  

 

Deel van het normaal loon  

Periode  

Ten laste van de werkgever  

1ste tot 7de dag  

100 %

8ste tot 14de dag  

86,93 %

15de tot 30ste dag  

26,93 % van het gedeelte van het loon dat de grens vastgesteld door de Z.I.V. niet overschrijdt;

86,93 % van het loon dat deze grens overschrijdt

 

 

Deel van het normaal loon  

Periode  

Ten laste van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (Z.I.V.)  

1ste tot 7de dag  

/

8ste tot 14de dag  

/

15de tot 30ste dag  

60 % (beperkt tot de grens vastgesteld door de Z.I.V.)

Opeenvolgende ongeschiktheden: hervalling 

Het is mogelijk dat een werknemer gedurende verschillende opeenvolgende periodes arbeidsongeschikt is.

Wanneer twee ongeschiktheden elkaar opvolgen zonder onderbreking (bijvoorbeeld een ongeval gevolgd door een ziekte, opeenvolgende ziektes van verschillende aard….), is er slechts sprake van één enkele periode van ongeschiktheid en is het gewaarborgd loon niet opnieuw verschuldigd.

Wanneer een volgende ongeschiktheid zich daarentegen voordoet na een gewone werkhervatting, spreekt men van hervalling.

In dat geval is het gewaarborgd loon in principe niet opnieuw verschuldigd wanneer zich een nieuwe arbeidsongeschiktheid voordoet binnen 14 dagen die volgen op het einde van de periode van arbeidsongeschiktheid welke aanleiding heeft gegeven tot het betalen van het gewaarborgd loon. Er is evenwel nog recht op gewaarborgd loon voor het nog te lopen gedeelte van de periode van gewaarborgd loon indien dit in de eerste ongeschiktheidsperiode niet werd uitgeput. Ook is het gewaarborgd loon toch opnieuw verschuldigd wanneer de werknemer met een geneeskundig getuigschrift bewijst dat de nieuwe arbeidsongeschiktheid te wijten is aan een andere ziekte of een ander ongeval. 

Uitsluitingen 

Het gewaarborgd loon is niet verschuldigd aan de werknemer: 

  • wanneer deze een ongeval heeft opgelopen naar aanleiding van een lichaamsoefening uitgevoerd tijdens een sportcompetitie of -exhibitie waarvoor de inrichter toegangsgeld ontvangt en waarvoor de deelnemers in om het even welke vorm een loon ontvangen.
  • wanneer de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een zware fout die hij heeft begaan.   

Gewaarborgd loon in geval van arbeidsongeval of beroepsziekte  

In principe moet iedere werkgever een verzekering tegen arbeidsongevallen (Link naar “welzijn op het werk arbeidsongevallen”) afsluiten (wetsverzekering). Bij ontstentenis wordt de werkgever ambtshalve aangesloten bij het Fonds voor Arbeidsongevallen dat de schadevergoeding zal verzekeren, maar dat de bedragen uitgekeerd aan het slachtoffer zal verhalen op de werkgever.

Het Fonds voor Beroepsziekten is, dankzij een sociale-zekerheidsbijdrage ten laste van het geheel der werkgevers, belast met het vergoeden van de schade te wijten aan beroepsziekten.

Indien de werknemer arbeidsongeschikt is ten gevolge van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar of van het werk, of een beroepsziekte, heeft hij voor een bepaalde periode recht op het behoud van loon ten laste van zijn werkgever of vergoedingen ten laste van hoger genoemde instanties. De toekenningsmodaliteiten verschillen naargelang de werknemer een werkman dan wel een bediende is.  

Gewaarborgd loon werklieden 

Een werkman die arbeidsongeschikt is ten gevolge van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar of van het werk, of een beroepsziekte, heeft gedurende de eerste 7 dagen ongeschiktheid ten laste van zijn werkgever recht op zijn gewoon loon aan 100 %. De werkgever zal vervolgens terugbetaald worden door de wetsverzekeraar of door het Fonds voor Beroepsziekten.

De arbeidsdag die onderbroken wordt wegens een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar of van het werk, of een beroepsziekte, en die wordt uitbetaald als gewaarborgd dagloon, moet worden beschouwd als de eerste dag van deze periode.

Tijdens de periode van 23 kalenderdagen volgend op de eerste periode van 7 dagen ongeschiktheid betaalt de werkgever aan de werkman, bij wijze van voorschot, een bedrag gelijk aan het gewone loon. De wetsverzekeraar of het Fonds voor Beroepsziekten stort aan de werkgever voor dezelfde periode de dagvergoedingen terug die voorzien zijn inzake arbeidsongevallen of beroepsziekten.

Na de dertigste dag ongeschiktheid heeft de werkman rechtstreeks recht op dagvergoedingen ten laste van de wetsverzekeraar of het Fonds voor Beroepsziekten.

Opgelet! 

In tegenstelling tot hetgeen geldt voor ziektes of ongevallen van gemeen recht, is het recht op gewaarborgd loon hier niet onderworpen aan enige anciënniteitsvoorwaarde. Daarentegen geldt ook hier de regel dat de werkman slechts recht heeft op zijn gewaarborgd loon voor de dagen van gewone activiteit waarvoor hij aanspraak had kunnen maken op loon indien hij zich niet in de onmogelijkheid bevond om te werken.  

Gewaarborgd loon bedienden  

Een bediende die arbeidsongeschikt is ten gevolge van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar of van het werk, of een beroepsziekte, behoudt ten laste van de werkgever  het recht op zijn gewoon loon gedurende de eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid. De dagvergoedingen met betrekking tot deze periode worden gestort aan de werkgever door de wetsverzekeraar of door het Fonds voor Beroepsziekten.

Opgelet! 

Bedienden aangeworven zijn voor een bepaalde tijd van minder dan 3 maanden, of voor een duidelijk omschreven werk waarvan de uitvoering normaal een tewerkstelling van minder dan 3 maanden vereist, hebben daarentegen recht op een gewaarborgd loon onder dezelfde voorwaarden als deze die gelden voor werklieden.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites