NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Schorsingen van de arbeidsovereenkomst - zwangerschap en bevallingsverlof


Prenataal geneeskundig onderzoek van de zwangere werkneemster 

Van zodra de zwangere werkneemster haar werkgever op de hoogte heeft gebracht van haar toestand, heeft zij recht om van haar werk afwezig te blijven met behoud van haar normaal loon gedurende de tijd die nodig is om prenatale geneeskundige onderzoeken te ondergaan wanneer deze niet buiten de arbeidsuren kunnen plaatsvinden. Zij dient haar werkgever op voorhand op de hoogte te brengen van haar afwezigheid. 

Moederschapsverlof 

Het moederschapsverlof bedraagt 15 weken. Het is samengesteld uit twee periodes :

  • Een prenataal verlof van maximum 6 weken :

Op vraag van de werkneemster, neemt het verlof een aanvang ten vroegste 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum. Deze datum blijkt uit het geneeskundig attest dat de werkneemster moet bezorgen aan de werkgever ten laatste 7 weken voor deze datum.

Het prenataal verlof omvat :

  • enerzijds een facultatief verlof dat zich uitstrekt over de 5 eerste weken ; dit verlof kan naar keuze van de werkneemster worden opgenomen, hetzij in zijn totaliteit voor de periode van verplichte prenatale rust ten belope van één week (cfr infra LINK), hetzij in zijn totaliteit na de periode van verplichte postnatale rust ten belope van 9 weken, hetzij deels voor de verplichte prenatale rust en deels na de verplichte postnatale rust.
  • anderzijds, een verplichte rust ten belope van één week voor de bevalling ; het is de werkgever verboden om een zwangere werkneemster tewerk te stellen vanaf de zevende kalenderdag die de vermoedelijke bevallingsdatum voorafgaat.

Indien het kind na de vermoedelijke bevallingsdatum geboren wordt, wordt het prenataal verlof verlengd tot aan de effectieve bevallingsdatum.

         Een postanataal verlof van minimum 9 weken: 

Het postnataal verlof omvat :

  • een periode van verplichte rust ten belope van 9 weken onmiddellijk na de bevalling. Gedurende deze periode is het de werkgever verboden om de werkneemster tewerk te stellen, zelfs indien zij hierom zou verzoeken of zij haar akkoord zou geven om het werk te hernemen ;
  • en, eventueel, volgend op dit verplicht postnataal verlof, het gehele of gedeeltelijke facultatieve prenataal verlof ten belope van 5 weken. Dit verlof kan echter enkel worden overgedragen op voorwaarde dat de werkneemster verder heeft gewerkt vanaf de  zevende  week die de effectieve bevallingsdatum voorafgaat. Bepaalde periodes (zoals jaarlijkse vakantie, verlof om dwingende redenen, periodes van economische werkloosheid, feestdagen), worden hierbij gelijkgesteld met gewerkte dagen.

Indien de geboorte van een meerling is voorzien, vangt het prenataal verlof op verzoek van de werkneemster aan ten vroegste 8 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum. Deze datum blijkt uit het geneeskundig attest dat de werkneemster moet bezorgen aan haar werkgever ten laatste 9 weken voor deze datum  Dit verlof omvat de 7 weken facultatieve rust en de verplichte rust van ten belope van één week voor de bevalling. Het postnataal verlof (ten belope van 9 weken vanaf de bevallingsdatum) kan ook eventueel worden verlengd, op voorwaarde dat de werkneemster verder heeft gewerkt vanaf de achtste week die de effectieve bevallingsdatum voorafgaat. Bovendien kan in geval van geboorte van een meerling, het postnatale verlof op vraag van de werkneemster worden verhoogd met twee weken. Voor het overige zijn de hoger genoemde regels op vlak van moederschapsverlof en bevallingsrust van toepassing.

In geval het pasgeboren kind na de eerste 7 dagen te rekenen vanaf zijn geboorte in het ziekenhuis moet opgenomen blijven,
kan het postnataal verlof op verzoek van de werkneemster  worden  verlengd met een duur gelijk aan de periode dat haar kind na die eerste 7 dagen in het ziekenhuis opgenomen blijft. De duur van deze verlenging(en) mag niet meer bedragen dan 24 weken.

De periode van moederschapsverlof van werkneemsters die arbeidsongeschikt waren tijdens de periode van prenataal verlof wordt verlengd onder bepaalde voorwaarden. Meer bepaald wordt de periode van postnataal verlof op verzoek van de werkneemster verlengd met één week, wanneer de werkneemster arbeidsongeschikt was door ziekte of ongeval tijdens de volledige duur van de 6 weken die de effectieve bevallingsdatum voorafgaan, of van 8 weken indien een meerling wordt verwacht, tot de effectieve bevallingsdatum. 

Omzetting van moederschapsverlof in geboorteverlof  

In geval van hospitalisatie of overlijden van de moeder, kunnen de periodes moederschapsverlof die niet werden opgebruikt worden opgenomen door de persoon die recht heeft op geboorteverlof. 

Moederschapsuitkering 

De moederschapsuitkering valt volledig ten laste van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (moederschapsverzekering). De werkgever dient geen loon uit te keren tijdens het moederschapsverlof. 

Het bedrag van de uitkering bedraagt gedurende de eerste 30 dagen van de bevallingsrust 82% van het onbegrensde loon. Vanaf de 31ste dag van de bevallingsrust, is dit bedrag vastgesteld op à 75 % van het loon begrensd door l'AMI. 

Werkverwijdering van de werkneemster die zwanger is of die borstvoeding geeft   

Los van het moederschapsverlof, kan aan de werkneemster die zwanger is of die borstvoeding geeft aan haar kind tijdelijk verboden worden bepaalde werkzaamheden uit te oefenen die erkend werden als intrinsiek gevaarlijk (de lijst met deze werkzaamheden wordt bepaald bij koninklijk besluit). De arbeidsgeneesheer, of een andere geneesheer indien de werkgever geen arbeidsgeneesheer heeft, kan ook andere werkzaamheden verbieden die een gevaar voor de gezondheid van de werkneemster of van het kind vormen omwille van specifieke omstandigheden, eigen aan de onderneming of aan de gezondheidstoestand van de werkneemster.

Ingevolge dit verbod, kan de werkneemster ertoe worden aangezet tijdelijk andere taken uit te voeren indien dit mogelijk is. Indien dit niet mogelijk is, zal ze haar professionele activiteit moeten onderbreken zolang het gevaar voor haar gezondheid of die van haar kind aanhoudt. In dat geval spreekt men van « profylactisch verlof ».

Indien de werkneemster die zwanger is of borstvoeding geeft geen ander werk kan verrichten dat verenigbaar is met haar toestand, geniet ze naargelang het geval van een vergoeding voorzien in het kader van hetzij de ziekte- en invaliditeitsverzekering, hetzij de beroepsziekteverzekering. Tijdens deze periode is de werkgever geen enkel loon verschuldigd.

De uitvoering van de arbeidsovereenkomst blijft geschorst. 

Borstvoedingspauzes 

De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 80 kent aan de werkneemster het recht toe haar arbeidsprestaties te schorsen gedurende een beperkte periode tijdens de werkdag teneinde haar kind met moedermelk te voeden of melk af te kolven.

Deze schorsing wordt niet verloond door de werkgever. Er is evenwel een vergoeding ten laste van de ziekte- en invaliditeitsverzekering voorzien.

De borstvoedingspauze bedraagt een half uur.

Het aantal pauzes waarop de werkneemster recht heeft varieert in functie van het aantal gewerkte uren :

  • in geval van prestaties gedurende de werkdag ten belope van 4 uur of langer, heeft ze recht op één pauze per dag,
  • in geval van prestaties gedurende de werkdag ten belope van minstens 7,5 uur, heeft ze recht op twee pauzes per dag.

De werkneemster heeft recht op borstvoedingspauzes gedurende een periode van 9 maanden vanaf de geboorte van het kind. 

Wettelijke referenties 

  • Wet van 16 maart 1971 betreffende arbeid, art. 39 tot 44;
  • Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 80 tot invoering van het recht op borstvoedingspauzes.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites