NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Het statuut van de werknemersafgevaardigden

Begin van het mandaat

De uitoefening van het mandaat van personeelsafgevaardigde in de raad begint op het ogenblik van de aanstelling van de raad.  Praktisch betekent dit de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad. Deze moet plaatsvinden ten laatste 45 dagen na de datum van de verkiezingen.

Ondertussen blijven de leden van de bestaande ondernemingsraad in functie tot op de dag van de installatie van hun opvolgers.

Deze leden, die al in functie waren gedurende de vorige legislatuur, zijn herkiesbaar en kunnen zich opnieuw kandidaat stellen. Als ze opnieuw verkozen worden, blijven ze in functie.

Opgelet : de ontslagbescherming begint ruim voor de aanvang van de uitoefening van hun mandaat.   

Einde van het mandaat

Het mandaat van een personeelsafgevaardigde neemt een einde : 

  • in  geval van niet-herkiezing als gewoon of plaatsvervangend lid, zodra de ondernemingsraad is aangesteld;  
  • indien de betrokkene geen deel meer uitmaakt van het personeel ;
  • in geval van ontslagneming;
  • indien de betrokkene geen lid meer is van de werknemersorganisatie die de kandidatuur heeft voorgedragen;
  • in geval van intrekking van het mandaat wegens ernstige tekortkomingen, uitgesproken door de Arbeidsrechtbank op verzoek van de werknemersorganisatie die de kandidatuur heeft voorgedragen;
  • indien de betrokkene niet meer behoort tot de categorie van werknemers waartoe hij behoorde op het ogenblik van de verkiezingen, tenzij de organisatie die de kandidatuur heeft voorgedragen, het behoud van het mandaat vraagt bij aangetekend schrijven gericht aan de werkgever (opmerking: deze bepaling geldt niet voor de jongerenafgevaardigden);
  • zodra de betrokkene deel uitmaakt van het leidinggevend personeel;
  • in geval van overlijden.   

Opgelet : het einde van het mandaat betekent niet automatisch het einde van de ontslagbescherming.

Bezoldiging van de afgevaardigden – verplaatsingskosten 

De activiteiten als personeelsafgevaardigde worden beschouwd als arbeidstijd.  

De afgevaardigden hebben dus recht op hun normaal loon voor de uren die besteed worden aan de vergadering van de raad, zelfs indien de vergaderingen buiten de arbeidsuren plaatsvinden.  

De uren besteed aan vergaderingen die buiten de gewone werkuren vallen, geven geen recht op overuren. Het maakt deel uit van de uitoefening van het mandaat als personeelsafgevaardigde en behoort niet tot de tijd waarin de werknemer ter beschikking staat van zijn werkgever. De betrokken werknemers hebben recht op “gewoon” loon, maar er is geen sprake van overuren en de daaraan verbonden toeslag en inhaalrust.  

Wat de verplaatsingskosten betreft, moet onderscheid gemaakt worden tussen de verplaatsingen gewijd aan het mandaat tijdens normale arbeidsuren en de woon-werkverplaatsingen.  

Als de verplaatsing plaatsvindt tijdens de normale werkuren, moet het als arbeidstijd worden beschouwd en als dusdanig bezoldigd.  

De woon-werkverplaatsingen zijn in principe ten laste van de werknemer (onder voorbehoud van de werkgeversbijdragen in de transportkosten). De woon-werkverplaatsingen worden evenwel door de werkgever gedragen wanneer de personeelsafgevaardigden vergaderingen tussen verschillende zetels bijwonen, wanneer ze buiten hun gewone werkuren, met hun eigen vervoermiddelen vergaderingen moeten bijwonen en wanneer ze zich in de onmogelijkheid bevinden om van hun normale vervoerbewijzen gebruik te maken.  

Wettelijke referenties  

Wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven 

Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 houdende ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden  

 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites