NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Rol van de werknemers in de Europese vennootschap

De verordening (EG) nr. 2157/2001 is erop gericht de oprichting en het beheer mogelijk te maken van vennootschappen met Europese dimensie, buiten elke hinderpaal die voortkomt uit de verscheidenheid en de beperkte territoriale toepassing van het nationaal vennootschapsrecht. Zij regelt dus de oprichting en de activiteiten van Europese Naamloze Vennootschappen (SE) voor wat betreft het luik vennootschapsrecht. De domeinen fiscaal recht, concurrentie, intellectuele eigendom en insolvabiliteit zijn niet gedekt door deze verordening, doch worden geregeld door de bepalingen van het nationaal recht van elke Lidstaat en eventueel door andere bepalingen van het communautair recht. Buiten de aspecten die geregeld worden door de verordening, wordt een SE in elke Lidstaat beschouwd als een naamloze vennootschap opgericht volgens het recht van de Lidstaat waarin zij haar statutaire zetel heeft. Zo ook blijven, buiten de waarborg aangaande de rol van de werknemers, andere vragen betreffende sociaal recht, en meer bepaald arbeidsrecht, geregeld door de nationale bepalingen van de verschillende Lidstaten.  

De verordening bepaalt daarnaast dat de rol van de werknemers in een SE geregeld wordt door de bepalingen van de richtlijn 2001/86/EG.  

Deze richtlijn is erop gericht te garanderen dat de oprichting van een SE niet leidt tot de verdwijning of de afzwakking van het regime aangaande de rol van de werknemers dat bestaat in de vennootschappen die deelnemen aan de oprichting van een SE. Zo voorziet zij bij de oprichting van een SE procedures tot informatie en raadpleging van de werknemers op transnationaal niveau. 

De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 84 betreffende de  rol van de werknemers in de  Europese Vennootschap, zet de richtlijn 2001/86/EG om in onze interne rechtsorde. In dat kader vertrouwt zij verschillende taken toe aan de ondernemingsraad.   

De modaliteiten betreffende de rol van de werknemers moeten in principe worden vastgesteld in elke SE, voorafgaandelijk aan haar inschrijving. De procedure is relatief gelijkend aan deze opgemaakt voor de instelling van een Europese Ondernemingsraad of een procedure ter informatie en raadpleging van de werknemers. 

Wanneer de leidinggevende (dualistisch systeem) of bestuursorganen (monistisch systeem) van de deelnemende vennootschappen een ontwerp van instelling van een SE opmaken, dienen zij zo snel mogelijk na de publicatie van het ontwerp van fusie of van oprichting van een holdingmaatschappij of na het aannemen van een ontwerp van oprichting van een dochtermaatschappij of van omzetting in een SE, de nodige maatregelen te treffen teneinde onderhandelingen met de werknemersvertegenwoordigers van de deelnemende vennootschappen en van de betrokken dochtervennootschappen of vestigingen op te starten, aangaande de modaliteiten betreffende de rol van de werknemers in de SE. Op dit punt bestaat er een fundamenteel verschil ten opzichte van de procedure van de Europese Ondernemingsraad: het opstarten van deze onderhandelingen ingevolge een initiatief van de werknemers is niet voorzien. Dit wordt verklaard door het feit dat het hier gaat om een noodzakelijke voorwaarde voor de oprichting van de Europese Vennootschap.  


Bijzondere onderhandelingsgroep   

Eens de procedure is opgestart, wordt er een bijzondere onderhandelingsgroep (BOG) ingesteld die de werknemers vertegenwoordigt, teneinde te onderhandelen met de bevoegde organen van de deelnemende vennootschappen en te komen tot een geschreven akkoord aangaande de modaliteiten van de rol van de werknemers in de toekomstige SE.

De CAO nr. 84 regelt de samenstelling van de BOG. De leden-werknemers van de BOG tewerkgesteld in België worden in principe aangewezen door en onder de in België tewerkgestelde werknemersvertegenwoordigers die zitting hebben in de ondernemingsraden van de deelnemende vennootschappen of van hun dochterondernemingen of betrokken vestigingen.

De onderhandelingen kunnen zes maanden duren en kunnen verlengd worden tot maximum één jaar.

 Drie resultaten zijn mogelijk:    

  1.  De BOG kan beslissen de onderhandelingen niet aan te vatten of stop te zetten (mogelijkheden niet toepasselijk in geval van omzetting) en zich te baseren op de nationale regels die betrekking hebben op de informatie en raadpleging van de werknemers, geldend in de Lidstaten waar de SE werknemers tewerkstelt. In dat geval zal er een Europese Ondernemingsraad bestaan. 
  2.  De BOG en de bevoegde organen van de deelnemende vennootschappen sluiten een overeenkomst die schriftelijk dient te zijn. Deze overeenkomst legt de modaliteiten vast aangaande de rol van de werknemers in de toekomstige SE. Deze overeenkomst kan ofwel betrekking hebben op de instelling van en de werking van een vertegenwoordigingsorgaan van de werknemers (onderhandelingspartner van het bevoegde orgaan van de SE), ofwel op de instelling van één of meerdere procedures van informatie en raadpleging. Als er een overeenkomst wordt gesloten over de oprichting van een vertegenwoordigingsorgaan, dient dit een aantal punten te vermelden. Indien de partijen overeenkomen eerder één of meerdere informatie – en raadplegingsprocedures in te stellen, dient hun overeenkomst de modaliteiten dienaangaande te vermelden. 
  3.  De BOG en de bevoegde organen van de deelnemende vennootschappen komen niet tot een overeenkomst binnen de voorziene termijn of komen vrijwillig overeen de referentievoorschriften toe te passen.  


Wettelijk kader

Tenslotte zijn er twee wetten die de C.A.O. nr. 84 omkaderen en de omzetting van de Richtlijn 2001/86/EG finaliseren.

De wet van 10 augustus 2005 houdende begeleidende maatregelen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers in de Europese vennootschap  

De wet van 17 september 2005 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers inde Europese vennootschap  


Wettelijke referenties

 Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de Raad van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap 

 Richtlijn 2001/86/EG van de Raad van 8 oktober 2001 tot aanvulling van het statuut van de Europese Vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers 

 De wet van 10 augustus 2005 houdende begeleidende maatregelen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers in de Europese vennootschap 

 De wet van 17 september 2005 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers in de Europese vennootschap 

 De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 84 van 6 oktober 2004, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de rol van de werknemers in de Europese Vennootschap, algemeen verbindend verklaard bij het Koninklijk Besluit van 22 december 2004    

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites