NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

De Europese Ondernemingsraad

 

  1. Overeenkomst over de instelling en de werking van één of meer EOR’s of één of meerdere procedures voor informatie en raadpleging   

De geschreven overeenkomst over de instelling van één of meer EOR’s bepaalt op zijn minst het volgende: 

  • de ondernemingen of de vestigingen waarop de overeenkomst van toepassing is; 
  • de samenstelling, het aantal leden, de verdeling van de zetels, en zittingsduur; 
  • de bevoegdheden en procedure voor informatieverstrekking aan en raadpleging van de EOR en de wijze waarop de informatieverstrekking aan en raadpleging van de EOR gekoppeld worden aan deze van de nationale werknemersvertegenwoordigingsorganen; 
  • de plaats, frequentie en duur van de vergaderingen; 
  • de aan de EOR toe te wijzen financiële en materiële middelen; 
  • de datum van inwerkingtreding en duur van de overeenkomst, de wijze waarop de overeenkomst kan worden gewijzigd of opgezegd en in welke gevallen opnieuw over de overeenkomst moet worden onderhandeld en procedure voor de heronderhandeling, onder meer ingeval de structuur van de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie sterk wordt gewijzigd.  
De overeenkomst over de instelling van één of meer procedures ter informatie en raadpleging moet handelen over:  

  • de kwesties waarover moet worden geïnformeerd en geraadpleegd; 
  • de wijze waarop de werknemersvertegenwoordigers het recht kunnen uitoefenen om bijeen te komen teneinde van gedachten te wisselen over de hun verstrekte informatie.   

      2. Subsidiaire voorschriften  

De subsidiaire voorschriften zijn van toepassing indien één van de 3 volgende situaties zich voordoet: 

  • indien het hoofdbestuur en de BOG daartoe besluiten; 
  • indien het hoofdbestuur weigert om de BOG samen te roepen binnen zes maanden na het verzoek van de werknemers tot instelling van een EOR of een procedure ter informatie en raadpleging; 
  • indien het hoofdbestuur en de BOG, binnen drie jaar na het verzoek van de werknemers, geen overeenkomst sluiten.  

Deze subsidiaire voorschriften regelen de bevoegdheden, de samenstelling en de werking van de EOR. Ze voorzien onder andere dat de EOR het recht heeft eenmaal per jaar met het hoofdbestuur te vergaderen op basis van een verslag over de ontwikkeling van de activiteiten van de onderneming. Bovendien heeft het beperkt comité, dat door de EOR verkozen wordt uit zijn midden, of de EOR zelf het recht om geïnformeerd te worden wanneer zich bijzondere omstandigheden of beslissingen voordien die aanzienlijke gevolgen hebben voor de belangen van de werknemers (verplaatsing, sluiting van onderneming…). Het beperkt comité of bij ontstentenis daarvan, de EOR, heeft het recht op zijn verzoek een vergadering te beleggen met het hoofdbestuur of enig passender bestuursniveau teneinde geïnformeerd en geraadpleegd te worden.  

      3. Aanduiding van de leden-werknemers van de BOG   

De leden-werknemers van de BOG worden aangewezen door en onder de werknemersvertegenwoordigers die zitting hebben in de comités voor preventie en bescherming op het werk. Wanneer er geen akkoord is onder die vertegenwoordigers, worden de leden-werknemers van de BOG aangewezen door de meerderheid van die vertegenwoordigers.  

Bij ontstentenis van een ondernemingsraad en een comité, kan elk paritair comité de vakbondsafvaardigingen van de ondernemingen of vestigingen die onder zijn sectorale bevoegdheid vallen, machtigen de leden-werknemers van de BOG aan te wijzen.  

Bij ontstentenis van een ondernemingsraad, comité en van een machtiging van het paritair comité, hebben de werknemers het recht de leden-werknemers van de BOG te verkiezen of aan te wijzen.  

      4. De wet van 23 april 1998 houdende begeleidende maatregelen  

De wet van 23 april 1998 houdende begeleidende maatregelen bepaalt het recht van toepassing op verschillende punten : 

  • Voor de invulling van het begrip “concern” en het begrip “de zeggenschap uitoefenende onderneming” in het kader van een concern met een communautaire dimensie, dient men toepassing te maken van het recht van de Lidstaat waarvan het recht de betrokken onderneming beheerst. Wanneer het recht dat de zeggenschap uitoefenende onderneming beheerst, niet dat van een Lidstaat is, is het toepasselijke recht dat van de Lidstaat waar de vertegenwoordiger van de onderneming gevestigd is of, indien er geen vertegenwoordiger is, dat van de Lidstaat waar het bestuur van de onderneming van het concern met het grootste aantal werknemers gevestigd is; 
  •  Voor het vaststellen van de regels betreffende de instelling en de werking van een EOR of van een procedure ter informatie en raadpleging is men onderworpen aan het recht van de Lidstaat waar het hoofdbestuur van de onderneming gevestigd is; 
  •  Voor de regels betreffende de berekening van het aantal tewerkgestelde werknemers, het begrip “werknemer” en de aanwijzing van de werknemersvertegenwoordigers, is men onderworpen aan het recht van de Lidstaat waar de betrokken vestigingen of ondernemingen gelegen zijn; 
  • Voor de regels betreffende het statuut van de werknemersvertegenwoordigers, is men onderworpen aan het recht van de Lidstaat waar hun werkgever gevestigd is. In geval van een wetsconflict, wordt dit recht bepaald, afhankelijk van wanneer de arbeidsovereenkomst gesloten werd, hetzij door het Verdrag van Rome, hetzij door de Verordening 593/2008 (Rome I).    

De wet van 23 april 1998 houdende begeleidende maatregelen legt ook een principe van vertrouwelijkheid op voor bepaalde inlichtingen die de werkgever moet meedelen aan de werknemersvertegenwoordigers maar waarvan de verspreiding ernstige schade zou kunnen berokkenen aan de onderneming. In dit verband kan de werkgever, in voorkomend geval, ofwel het vertrouwelijk karakter melden van bepaalde inlichtingen, ofwel bepaalde inlichtingen niet meedelen. Het niet meedelen is slechts mogelijk voor inlichtingen bepaald bij Koninklijk Besluit.  

De wet voorziet tenslotte ook een ontslagbescherming voor de werknemers tewerkgesteld in België, die zetelen in een de BOG of die werknemersvertegenwoordigers zijn.  

       5. De wet van 23 april 1998 houdende diverse bepalingen  

De wet van 23 april 1998 houdende diverse bepalingen regelt het gerechtelijke luik:   

  • zij stelt een procedure vast betreffende de behandeling van geschillen inzake vertrouwelijke informatie, zoals bedoeld in de wet houdende begeleidende maatregelen (supra); 
  • zij voorziet de mogelijkheid voor de representatieve werknemersorganisaties om bij de arbeidsgerechten een vordering in te dienen tot beslechten van alle geschillen in verband met wet houdende begeleidende maatregelen (supra); 
  • zij brengt een aantal wijzigingen aan in het Gerechtelijk Wetboek. 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites