NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Interpretatieve nota betreffende het besturen van gemotoriseerde transportwerktuigen in de landbouw

 Artikel 8, samen gelezen met artikel 11, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de bescherming van de jongeren op het werk (hierna KB jongeren genoemd) bepaalt dat studenten-werknemers niet mogen betrokken worden bij het besturen van “gemotoriseerde transportwerktuigen”.

Hoewel dit begrip gedefinieerd wordt in artikel 11, § 2 van hetzelfde besluit, geeft dit begrip toch aanleiding tot een aantal interpretatieproblemen, te meer omdat hetzelfde begrip in de Franse tekst, met name “chariot de manutention automoteur”, een meer restrictieve interpretatie toelaat. Mede rekening houdend met de Europese richtlijn die als basis heeft gediend voor het invoeren van deze definitie, moet besloten worden dat dit begrip betrekking heeft op alle toestellen die gebruikt worden voor het vervoeren en heffen of stapelen en wegzetten van lasten in stellingen.

In die zin beschouwd, vallen landbouw- of bosbouwtractoren niet onder het begrip van een gemotoriseerd transportwerktuig. De definitie van het begrip landbouw- of bosbouwtractor wordt gegeven in artikel 1, 9° van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs. Dit besluit bepaalt ook de leeftijdsvoorwaarden die verbonden zijn aan het besturen van deze tractoren en voert meer bepaald het rijbewijs G in. Jobstudenten die over dergelijk rijbewijs beschikken mogen derhalve deze tractoren besturen.

Bij het besturen van oogstmachines moet rekening gehouden worden met de voorwaarden die het KB jongeren stelt voor het bedienen van gevaarlijke machines. Studenten-werknemers kunnen gevaarlijke machines enkel bedienen indien:

  1. de jobstudent 18 jaar of ouder is;
  2. zijn studierichting overeenstemt met de werkzaamheden waarvoor de verbodsbepaling geldt;
  3. de werkgever, alvorens de jobstudent te werk te stellen, het advies van het Comité PBW en van de bevoegde preventieadviseur vraagt.

Het feit dat een jobstudent van 18 jaar of ouder bepaalde gevaarlijke machines mag bedienen, houdt eveneens in dat alle preventiemaatregelen die op deze gevaarlijke machines van toepassing zijn, moeten nageleefd worden. Zo zullen onder meer de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen van toepassing zijn.

Ook moet rekening gehouden worden met het algemeen principe dat geldt voor de tewerkstelling van jongeren en dat er in bestaat dat de werkgever een risicoanalyse moet uitvoeren, die specifiek betrekking heeft op de risico’s waaraan de jongeren bij hun arbeid worden blootgesteld, met het oog op het beoordelen van alle risico’s voor de veiligheid, de lichamelijke en geestelijke gezondheid of de ontwikkeling, ten gevolge van een gebrek aan ervaring, doordat zij zich van risico’s niet bewust zijn of doordat hun ontwikkeling nog niet is voltooid (artikel 3, §1 KB jongeren).

Deze verplichting inzake het uitvoeren van een risicoanalyse geldt eveneens als de werkgever de jobstudent wil laten rijden met een tractor of de jobstudent die ouder dan 18 jaar is een machine wil laten bedienen. Er dient niet alleen te worden nagegaan of de jongere in kwestie, in voorkomend geval, over het noodzakelijke rijbewijs beschikt zoals opgelegd door de toepasselijke wetgeving, maar ook of hij in staat is om met dit welbepaald arbeidsmiddel te werken in de gegeven omstandigheden (gezien zijn ervaring, zijn lichamelijke en geestelijke gezondheid, enz.).

Hierbij moet tevens rekening worden gehouden met het verbod dat vervat ligt in artikel 8 KB jongeren en dat inhoudt dat jongeren op het werk geen arbeid mogen verrichten die als gevaarlijk wordt beschouwd, bv. arbeid die de jongeren objectief gezien, lichamelijk of psychisch niet aankunnen of die risicofactoren voor ongevallen inhoudt waarvan vermoed wordt dat jongeren deze meestal niet beseffen of kunnen voorkomen doordat ze nog niet veel inzicht hebben in veiligheid of onervaren of onvoldoende opgeleid zijn (artikel 8, eerste lid KB jongeren).

De werkgever zal dan, op basis van deze risicoanalyse, moeten bepalen of hij in de gegeven omstandigheden toch het verbod op het uitvoeren van gevaarlijke arbeid toepast of dienen vast te stellen dat specifieke preventiemaatregelen nodig zijn.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites