NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Tax-shift - Verlaging van de Sociale bijdragen

Doelstelling

In het kader van de tax-shift worden de verschuldigde patronale bijdragen voor de sociale zekerheid sterk verlaagd. Dit gebeurt in een aantal stappen waarbij:

  • het basistarief verschuldigd voor de sociale zekerheid verlaagd wordt van 32,40% naar 25%;
  • de structurele vermindering wordt aangepast en vereenvoudigd zodat enkel nog de werknemer met een laag loon in aanmerking zullen komen voor de vermindering.

De tax-shift vangt aan met een eerste stap vanaf 1 april 2016 en zal worden afgerond op 1 januari 2019.

De tax-shift krijgt een verschillende invulling voor de ‘profit’ sector (categorie 1 van de structurele vermindering) en de non-profit sector (categorieën 2 en 3 van de structurele vermindering).

De tax-shift voor werknemers uit categorie 1

Het gaat om de werkgevers en de werknemers die voor de toepassing van de structurele vermindering onder de categorie 1 vallen. Zie ‘structurele vermindering’ voor meer informatie.

Vanaf 1 april 2016 is de tax-shift voelbaar door drie wijzigingen:

  • de patronale basisbijdragen dalen van 32,40% naar 30%;
  • het basisforfait van de structurele vermindering daalt van 462,60€ naar 438€ per kwartaal;
  • de lageloongrens wordt verhoogd van 5.560,49€ naar 6.900€ per kwartaal.

U vindt de juist parameters in de onderrichtingen aan de werkgevers op de website van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (www.rsz.be).

Op 1 januari 2018 treedt de tweede fase in werking, met volgende vier wijzigingen:

  • de patronale basisbijdragen dalen verder naar 25%;
  • het basisforfait van de structurele vermindering wordt afgeschaft;
  • de lageloongrens wordt verder verhoogd naar 8.850€ per kwartaal;
  • de Hogelooncomponent wordt afgeschaft.

Tenslotte treedt op 1 januari 2019 de laatste fase in werking, met nog één wijziging:

  • de lagelonengrens wordt verder verhoogd naar 9.035€ per kwartaal.

De tax-shift voor werknemers uit categorie 2

Het gaat om de werkgevers en de werknemers die voor de toepassing van de structurele vermindering onder de categorie 2 vallen. Zie ‘structurele vermindering’ voor meer informatie.

In tegenstelling tot de werkgevers en werknemers uit de categorie 1, blijven de patronale basisbijdragen behouden op 32,40%. Daarnaast blijft de hogelonencomponent behouden. De tax-shift wordt op een andere manier ingevuld, onder meer door een versterking van de Sociale Maribel.

Vanaf 1 april 2016 is de tax-shift voelbaar door drie wijzigingen:

  • het basisbedrag van de Sociale Maribel stijgt met 48,41€ per kwartaal;
  • het basisforfait van de structurele vermindering wordt toegekend van 24€ per kwartaal;
  • de lageloongrens wordt verhoogd van 6.150€ naar 7.110€ per kwartaal.

U vindt de juist parameters in de onderrichtingen aan de werkgevers op de website van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (www.rsz.be).

Op 1 januari 2018 treedt de tweede fase in werking, met volgende drie wijzigingen:

  • het basisbedrag van de Sociale Maribel stijgt met 21,43€ kwartaal;
  • het basisforfait van de structurele vermindering wordt verhoogd tot 49€ per kwartaal;
  • de lageloongrens wordt verhoogd naar 7.219€ per kwartaal.

Op 1 januari 2019 treedt de derde fase in werking, met nog twee wijzigingen:

  • het basisbedrag van de Sociale Maribel stijgt met 17,38€ per kwartaal;
  • De lageloongrens wordt verhoogd naar 7.590€ per kwartaal.

Tenslotte verhoogt op 1 januari 2020 nogmaals het basisbedrag van de Sociale Maribel met 21,43€ per kwartaal.

Wat betreft de werkgevers die vallen onder het Publieke Fonds van de Sociale Maribel, zie voor de juiste bedragen van de toename van de Sociale Maribel ‘De tax-shift voor werknemers zonder structurele vermindering’ hieronder.

De tax-shift voor werknemers uit categorie 3 (de beschutte werkplaatsen)

Het gaat om de werkgevers en de werknemers die voor de toepassing van de structurele vermindering onder de categorie 3 vallen. Zie ‘structurele vermindering’ voor meer informatie.

Terwijl tot nu de toepassing van de structurele vermindering en de Sociale Maribel gelijk was voor de werknemers van de beschutte werkplaatsen, wordt vanaf 1 april 2016 een onderscheid gemaakt tussen de de werknemers waarvoor de loonmatigingsbijdrage verschuldigd is en de werknemers waarvoor de loonmatigingsbijdrage niet verschuldigd is (het gaat om de minder-validen).

Vanaf 1 april 2016 is de tax-shift voelbaar door vier wijzigingen:

  • de patronale basisbijdragen dalen van 32,40% naar 30% (van 24,92% naar 22,65% zonder loonmatigingsbijdrage);
  • het basisbedrag van de Sociale Maribel stijgt met 48,41€ per kwartaal;
  • het basisforfait van de structurele verminderd van 471€ naar 438€ per kwartaal (420€ voor de werknemers zonder loonmatigingsbijdrage);
  • de lageloongrens wordt verhoogd van 7.225€ naar 7.500€ per kwartaal (8.115€ voor de werknemers zonder loonmatigingsbijdrage).

U vindt de juist parameters in de onderrichtingen aan de werkgevers op de website van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (www.rsz.be).

Op 1 januari 2018 treedt de tweede fase in werking, met volgende vier wijzigingen:

  • de patronale basisbijdragen dalen naar 25% (19,88% zonder loonmatigingsbijdrage);
  • het basisbedrag van de Sociale Maribel stijgt met 21,43€ per kwartaal;
  • het basisforfait van de structurele vermindering daalt naar 260€ voor de werknemers zonder loonmatgingsbijdrage en wordt afgeschaft voor de anderen;
  • de lageloongrens wordt verhoogd naar 9.450€ per kwartaal (8.850€ voor de werknemers zonder loonmatigingsbijdrage);
  • de hogelooncomponent wordt afgeschaft.

Op 1 januari 2019 treedt de derde fase in werking, met nog twee wijzigingen:

  • het basisbedrag van de Sociale Maribel stijgt met 17,38€ per kwartaal;
  • het basisforfait van de structurele vermindering stijgt terug naar 375€ voor de werknemers zonder loonmatgingsbijdrage;
  • de lageloongrens wordt verhoogd naar 9.635€ per kwartaal (9.035€ voor de werknemers zonder loonmatigingsbijdrage).

Tenslotte verhoogt op 1 januari 2020 normaals het basisbedrag van de Sociale Maribel met 21,43€ per kwartaal.

De tax-shift voor werknemers zonder structurele vermindering

Voor werkgevers en werknemers die niet vallen onder de structurele vermindering hebben de aanpassingen aan de structurele vermindering uiteraard geen gevolgen. Ze komen echter evenmin in aanmerking voor de verlaging van de patronale basisbijdragen voor de sociale zekerheid. Het gaat in hoofdzaak om werkgevers en werknemers uit de publieke overheid.

Werkgevers die niet vallen onder de structurele vermindering, maar wel onder de Sociale Maribel, hebben wel het voordeel van de toename van de Sociale Maribel, zoals aangehaald hierboven.

Voor werknemers die vallen onder het Publieke fonds voor de Sociale Maribel, neemt de Sociale Maribel toe, als volgt:

  • vanaf 1 april 2016: 45,70€ per kwartaal;
  • vanaf 1 januari 2018: 19,74€ per kwartaal;
  • vanaf 1 januari 2019: 16,00€ per kwartaal;
  • vanaf 1 januari 2020: 19,74€ per kwartaal.

Wettelijke basis

  • De wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, Titel 2, Hoofdstuk 3.
  • Het Koninklijk besluit van 31 mei 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen.
  • Het Koninklijk besluit van 1 juni 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, ter uitvoering van de tax-shift.

 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites