NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Wijzigingen in de wetgeving sociale verkiezingen

De wet 2 juni 2015 tot wijziging van de wetten van 4 december 2007, de wet van 20 september 1948 en de wet van 4 augustus 1996 

Ter voorbereiding van de sociale verkiezingen 2016 hebben, zoals voor elke periode van sociale verkiezingen het geval is, de sociale partners, verenigd in de Nationale Arbeidsraad, zich in de loop van de jaren 2013 en 2014 gebogen over de evaluatie van de bestaande reglementering. Hun werkzaamheden hebben geleid tot de aanneming van het advies nr. 1.883 van 17 december 2013, en het advies nr. 1.919 van 25 november 2014 tot gevolggeving aan advies nr. 1.883. Deze adviezen omvatten voorstellen tot aanpassingen van de verkiezingsprocedure met een zuiver materieel karakter. Verder werden in het kader van verschillende vergaderingen waarin de sociale partners zich verenigden, voorstellen geformuleerd tot meer informatisering en vereenvoudiging van de verkiezingsprocedure. Deze vereenvoudigingen in de uitwisseling van informatie via elektronische middelen hebben betrekking op de communicatie tussen alle partijen: de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg naar de ondernemingen die een verkiezingsprocedure moeten opstarten, de ondernemingen naar de representatieve organisaties van werknemers en kaderleden en omgekeerd. Waar binnen de informatiestroom de ene inlichting samenhangt met de andere, vereist de vereenvoudiging van deze stroom verschillende wettelijke aanpassingen. Deze vereenvoudigingen in de informatiestroom vormen dan ook één geheel waarbij de ene wijziging niet los van de andere kan worden gezien. 

De wet van 2 juni 2015 heeft tot doel de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen te wijzigen, alsook de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen te integreren. De wet van 2 juni 2015 heeft tevens tot doel de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk te wijzigen voor wat betreft de voorwaarden van vertegenwoordiging van werkgever en van werknemers en de verkiesbaarheidsvoorwaarden in de ondernemingsraad en in het comité voor preventie en bescherming op het werk. 

De wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen 

Deze wet van 4 december 2007 bevat:

  • bepalingen tot regeling van de procedure van de sociale verkiezingen;
  • sommige bepalingen aangaande de installatie en de werking van de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk;
  • de bijzondere regels die van toepassing zijn op sommige gerechtelijke beroepen die kunnen worden ingesteld in het kader van de verkiezingsprocedure met het oog op de instelling of de vernieuwing van ondernemingsraden en comités voor preventie en bescherming op het werk. 

De wet van 2 juni 2015 wijzigt de vroegere wetten van 4 december 2007. De wijzigingen hebben tot doel de wetgeving op punctuele punten aan te passen overeenkomstig het advies van de sociale partners, een juridisch kader te scheppen voor de modernisering van enkele procedurestappen, en beide bestaande wetten, namelijk de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, alsook de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, te integreren tot één enkele wettekst. De wet houdt geen principiële wijziging in van het verloop van de verkiezingsprocedure. 

De voornoemde wetten van 4 december 2007 werken de bepalingen uit aangaande de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Voor deze twee laatste wetten zijn uitvoeringsmaatregelen nodig. 

Deze uitvoeringsmaatregelen namen traditioneel de vorm aan van een koninklijk besluit, doch gelet op de bijzondere omstandigheden ten tijde van de aanneming ervan met het oog op de sociale verkiezingen van het jaar 2008 (eind 2007), gebeurt de tenuitvoerlegging sindsdien via wet. 

Waar de bepalingen aangaande de verkiezingsprocedure echter eveneens specifieke regels met betrekking tot de gerechtelijke beroepen uitgeoefend tijdens de procedure bevatten, was er nood aan twee onderscheiden wetten: immers, de tussenkomst van de wetgever betrof zowel regels bedoeld in artikel 77 van de Grondwet als regels bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Dit resulteerde in de redactie en stemming van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen en de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande sociale verkiezingen. Ingevolge de wijzigingen die in het kader van de zesde staatshervorming werden doorgevoerd aan de grondwetsbepalingen met betrekking tot de bevoegdheden van Kamer en Senaat, is er geen reden meer om de bijzondere bepalingen aangaande sommige gerechtelijke beroepen die kunnen worden ingesteld in het kader van de sociale verkiezingsprocedure, in een aparte wet te behandelen. 

De wijzigingen aan de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen beogen de aanpassing van punctuele punten en het scheppen van een kader voor de modernisering van enkele procedurestappen. Bij het redigeren van deze aanpassingen werd rekening gehouden met de gemeenschappelijke standpunten vervat in de voornoemde adviezen nr. 1.883 en nr. 1.919 van de Nationale Arbeidsraad, alsook met de voorstellen die de partners hebben gedaan in het kader van vergaderingen waarin ze zich verenigden. 

Drempel   

Een juridische basis verschaffen voor de bepaling van de drempel van werknemers van toepassing voor de instelling van deze ondernemingsraden ter gelegenheid van de sociale verkiezingen van het jaar 2016. Deze drempel wordt bepaald op een gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling van 100 werknemers, in plaats van op 50 werknemers zoals voorzien is in artikel 14, § 1, eerste lid van de wet van 10 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven.

Deze bepaling herneemt in feite een vorige afwijking die werd aangenomen in het kader van de wet van 28 juli 2011 tot bepaling van de drempel van toepassing voor de instelling van de ondernemingsraden of de vernieuwing van hun leden ter gelegenheid van de sociale verkiezingen van het jaar 2012. Deze drempel werd behouden voor elk type van sociale verkiezingen dat plaatsvond ter gelegenheid van de sociale verkiezingen van het jaar 2016.

Deze afwijking is beperkt in de tijd in die zin dat zij enkel betrekking heeft op ondernemingsraden die moeten worden opgericht of vernieuwd ter gelegenheid van de sociale verkiezingen die zich afspelen in 2016, of in de loop van de legislatuur die aanvangt in 2016, omdat de verkiezingen werden opgeschort in 2016. De drempel voor de vernieuwing van een ondernemingsraad blijft vastgesteld op een gewoonlijke gemiddelde tewerkstelling van 50 werknemers indien er bij de vorige verkiezingen een ondernemingsraad werd of had moeten worden ingesteld of vernieuwd, doch men intussen onder de drempel van 100 werknemers is gedaald. In dat geval, dient men echter geen verkiezing te houden voor de ondernemingsraad: de leden van het comité zullen automatisch zetelen. 

Uitzendkrachten  

Het tellen van de uitzendkrachten in het kader van het bepalen van de drempel wordt verduidelijkt: zo wordt voortaan duidelijk bepaald dat de uitzondering voor het in aanmerking nemen van de uitzendkrachten bij de berekening van de drempel, slechts geldt in relatie tot hun werkgever, meer bepaald het uitzendkantoor. Deze uitzonderlijk slaat dus niet op de berekening van de drempel bij de gebruiker.

De bepalingen aangaande de wijze waarop uitzendkrachten in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van de drempel bij de gebruiker werden in de wet van 4 december 2007 gevoegd. Voorheen stonden deze bepalingen in een koninklijk besluit dat elke vier jaar werd aangenomen. De bepalingen van het koninklijk besluit werden in hun geheel overgenomen, met dien verstande dat het beginpunt van de referteperiode die geldt voor de bepaling van het aantal uitzendkrachten tewerkgesteld bij de gebruiker, in abstracto werd omschreven, zonder verwijzing naar een welbepaalde verkiezingsperiode. 

Overdracht onder gerechtelijk gezag  

Artikel 7 in de wet dat de gevolgen neutraliseert van een overgang van onderneming krachtens overeenkomst die zou tussenkomen in de loop van de referentieperiode voor de berekening van de drempel wordt vervolledigd. De berekening van de drempel van werknemers tewerkgesteld in de onderneming dient namelijk enkel te gebeuren tijdens het gedeelte van de referentieperiode dat zich situeert na de conventionele overgang.  Deze oplossing wordt ook weerhouden in geval van overdracht onder gerechtelijk gezag. 

Integratie 2 wetten van 4 december 2007  

De bevoegdheden van de Kamers werden herzien ingevolge de zesde staatshervorming. Krachtens het nieuwe artikel 74 van de Grondwet, en in tegenstelling tot wat gold voor de sociale verkiezingen van het jaar 2012, kunnen zowel de bepalingen betreffende de verkiezingsprocedure, als deze die de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de sociale verkiezingen beheersen, voortaan worden behandeld in één en dezelfde wet, aangezien de Kamer van Volksvertegenwoordigers voortaan de exclusieve bevoegdheid heeft voor de parlementaire controle van de wettelijke bepalingen die deze materies beheersen. Bijgevolg werden de bepalingen van de wet van 4 december 2007 tot regeling van de gerechtelijke beroepen ingesteld in het kader van de procedure aangaande de sociale verkiezingen, ingevoegd in de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen. 

Inhoudelijk werden de bepalingen die de beroepen beheersen niet gewijzigd. De vereniging van twee wetten in één enkele wet draagt bij aan de leesbaarheid van de regels aangaande de sociale verkiezingen. 

Indienen kandidatenlijsten via webapplicatie  

De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg stelt een elektronische applicatie ter beschikking van de partijen die betrokken zijn bij de sociale verkiezingen, over het algemeen de webapplicatie genoemd. Deze webapplicatie kan worden omschreven als een platform dat, enerzijds, toelaat gegevens eigen aan de ondernemingen en bestemd voor de administratie in te voeren. De gegevens die door de ondernemingen worden ingevoerd leiden uiteindelijk tot de analyse van de verkiezingsresultaten en de opmaak van diverse statistieken. 

Anderzijds maakt deze webapplicatie het mogelijk om informatie uit te wisselen tussen de ondernemingen en de representatieve organisaties van werknemers en kaderleden, en tussen de ondernemingen en de overheid, via de upload van documenten. 

Tot de sociale verkiezingen van 2012 hadden enkel de ondernemingen de mogelijkheid om documenten op de applicatie te plaatsen. Deze upload laat toe dat zij op verschillende tijdstippen, bepaald door de wetgeving, een reeks gegevens niet langer via de post moeten verzenden aan de representatieve organisaties van werknemers of kaderleden, of aan de overheid. 

Vanaf de sociale verkiezingen van 2016 is het mogelijk dat de representatieve organisaties van werknemers en kaderleden sommige van hun communicaties bestemd voor de ondernemingen, hetzij via papieren weg, hetzij via elektronische weg via de webapplicatie overmaken. Het betreft in het bijzonder de communicaties in verband met de indiening van de lijsten van kandidaten. 

Het gaat hier om een aanpassing van de wet van 4 december 2007 die enkel betrekking heeft op technische aspecten, met als doel sommige stappen van de procedure te moderniseren. De basisprincipes die de indiening van de kandidatenlijsten, de wijzigingen aan deze lijsten of de vervanging van kandidaten beheersen, blijven ongewijzigd. 

Zoals voor de verschillende mededelingen die door de ondernemingen in de loop van de verkiezingsperiode moeten worden gedaan, worden er modelformulieren gevoegd als bijlage bij de wet voor het indienen van kandidatenlijsten, voor de wijziging van deze lijsten of voor vervangingen van kandidaten. De modelformulieren zijn gratis downloadbaar op de site van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. 

Subsidiair wordt er een bepaling voorzien teneinde juridische zekerheid te garanderen indien, om technische redenen, de webapplicatie van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg niet zou toelaten om kandidatenlijsten, wijzigingen of vervangingen van kandidaten op te laden binnen de door de wet voorziene termijn. Indien dergelijke situatie zich zou voordoen, zal er een bijkomende termijn, gelijk aan de duur van de ontoegankelijkheid van de webapplicatie, voor de upload van het document worden toegekend teneinde de upload mogelijk te maken. 

Vervanging kandidaten  

De formulering in de wet aangaande de mogelijkheid om kandidaten te vervangen wordt verduidelijkt: ook werknemers die werden geschrapt van de kandidatenlijst omdat zij hun kandidatuur binnen de wettelijke termijn hebben ingetrokken kunnen vervangen worden. De vroegere formulering gaf de indruk dat kandidaten die hun kandidatuur tijdig en correct hadden ingetrokken, en dus niet meer op de kandidatenlijst voorkwamen, niet vervangen konden worden. 

Afwijkend model van stembiljetten

De mogelijkheid om een afwijkend model van stembiljetten te hanteren in ondernemingen die onder het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen ressorteren wordt geïntegreerd in de wet van 4 december 2007. 

Deze mogelijkheid werd tot en met de sociale verkiezingen van 2012 voorzien bij een koninklijk besluit dat om de vier jaar werd aangenomen. De integratie ervan in de wet bevordert de eenduidigheid en leesbaarheid van de regelgeving aangaande de sociale verkiezingsprocedure.

 

De wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk 

De bepalingen van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven en van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk hebben betrekking op de voorwaarden van vertegenwoordiging van de werkgever en werknemers in de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk en op de verkiesbaarheidsvoorwaarden van kandidaten voor de sociale verkiezingen van een ondernemingsraad werden gewijzigd. Meer bepaald wordt een nieuwe onverenigbaarheid tussen de functie van vertrouwenspersoon en het statuut van werkgevers- en werknemersvertegenwoordiger ingevoegd, teneinde de regelgeving in overeenstemming te brengen met hetgeen gold voor het comité voor preventie en bescherming op het werk.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites