NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Risicoanalyse a priori en preventiemaatregelen

Risicoanalyse

In het kader van de algemene risicoanalyse die de werkgever in zijn onderneming uitvoert, moet hij de situaties die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico’s op het werk identificeren.

Hij houdt hierbij onder meer rekening met de situaties die aanleiding kunnen geven tot:

  • stress of burn-out veroorzaakt door het werk;
  • schade aan de gezondheid van de werknemer die voortvloeit uit:
    • conflicten verbonden aan het werk,
    • geweld,
    • pesterijen,
    • ongewenst seksueel gedrag op het werk.

De werkgever evalueert de psychosociale risico’s op het werk rekening houdend met de gevaren die verbonden zijn aan de elementen van:

  • de arbeidsorganisatie,
  • de arbeidsinhoud,
  • de arbeidsvoorwaarden,
  • de arbeidsomstandigheden,
  • de interpersoonlijke relaties op het werk.

Preventiemaatregelen

Op basis van deze risicoanalyse treft de werkgever de passende preventiemaatregelen om de psychosociale risico's op het werk te bestrijden.

De werkgever zal deze preventiemaatregelen enkel treffen wanneer hij een impact heeft op het gevaar.

Deze maatregelen kunnen drie vormen aannemen, afhankelijk van het doel ervan: maatregelen om de gevaren uit te schakelen, maatregelen om de schade te voorkomen of maatregelen om de schade te beperken.

Maatregelen om de gevaren uit te schakelen

Bijvoorbeeld:

  • het schrappen van onrealistische of onduidelijke doelstellingen voor de uitvoering van het werk,
  • de evenwichtige verdeling van de taken onder de medewerkers,
  • het invoeren van een gedragscode,
  • ...

Maatregelen om de schade te voorkomen

Wanneer de werkgever bijvoorbeeld vaststelt dat hij de eisen die aan de werknemers worden gesteld niet kan verlagen, zal hij de schade moeten voorkomen door de arbeidsomstandigheden of arbeidsvoorwaarden bij te sturen. Aldus kan tijdig voorkomen worden dat de werknemers gezondheidsschade oplopen.

Ook wanneer er in een afdeling een hooglopende ruzie is tussen twee werknemers, kan een tijdig ingrijpen van de werkgever of het afdelingshoofd voorkomen dat de situatie dermate verziekt dat elke samenwerking ter plaatse onmogelijk zou worden. De leden van de hiërarchische lijn hebben immers een rol te spelen bij het opsporen van problemen van psychosociale aard.

Tenslotte is het, gedurende een periode van herstructureringen, nuttig om hierover op een adequate manier te communiceren waardoor de psychosociale risico’s ten gevolge van deze verandering kunnen beperkt worden.

Maatregelen om de schade te beperken

Zo dragen de procedures betreffende de verzoeken tot informele of formele psychosociale interventie bij tot het beperken van de schade.

Daarnaast moet de werkgever voor de werknemers die geconfronteerd worden met traumatiserende gebeurtenissen noodprocedures vaststellen om posttraumatische stress te voorkomen of te beperken. Het gaat hier bijvoorbeeld om gebeurtenissen die de dood van iemand hebben veroorzaakt, waarbij zware verwondingen werden opgelopen of die een intense angst hebben opgewekt.

Wanneer werknemers bijvoorbeeld het slachtoffer zijn geworden van geweld door derden, zoals bij een bankoverval, kan de nodige begeleiding van de werknemers ervoor zorgen dat ze sneller het werk kunnen hervatten en kan ernstige posttraumatische stress voorkomen worden.

De wetgeving voorziet overigens in een specifieke bepaling die betrekking heeft op de psychologische opvang van werknemers die het slachtoffer zijn van geweld door derden.

Actoren

De werkgever voert de risicoanalyse uit met de medewerking van de werknemers, bijvoorbeeld aan de hand van vragenlijsten (die kwantitatieve resultaten opleveren) of in de vorm van discussiegroepen (die kwalitatieve resultaten opleveren).

Het is niet vereist dat alle werknemers worden gehoord. Vooral in grote ondernemingen kan het bijvoorbeeld gaan om representatieve werknemers van de verschillende werkposten.

Werkgevers van groep A, B of C met een interne preventieadviseur niveau I of II

De werkgever betrekt de preventieadviseur psychosociale aspecten bij de uitvoering van de risicoanalyse, in de volgende gevallen:

  • Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten behoort tot de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, wordt hij steeds betrokken bij de risicoanalyse en geeft hij een advies over de preventiemaatregelen alvorens de werkgever deze treft.
  • Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten behoort tot een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, wordt hij enkel betrokken bij de risicoanalyse en geeft hij enkel een advies over de preventiemaatregelen wanneer de complexiteit van de analyse het vereist.

De complexiteit van de analyse hangt af van twee factoren:

  • De kennis en de deskundigheid die er in de onderneming onder meer aanwezig is bij de preventieadviseur van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk over de materie van de psychosociale risico’s op het werk. Er mag aangenomen worden dat er minder klassieke veiligheidsrisico's zijn in ondernemingen die behoren tot de tertiaire sector, zodat deze preventieadviseur ook aandacht kan besteden aan psychosociale risico’s op het werk.
  • De complexiteit van de factoren die de te analyseren arbeidssituatie beïnvloeden en die voortkomen uit de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk. Bijvoorbeeld het aantal werknemers, het sociale klimaat, de diversiteit van de werkposten, de verschillende categorieën van werknemers, de complexiteit van de structuur van de organisatie, ...

Het is de werkgever die oordeelt over de complexiteit van de risicoanalyse. Hij zal beslissen of de betrokkenheid van de preventieadviseur psychosociale aspecten van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk bij de risicoanalyse vereist is.

Er zijn meerdere niveaus van betrokkenheid mogelijk. De modaliteiten ervan worden overeengekomen tussen de externe dienst en de werkgever. Betrokkenheid betekent niet noodzakelijk dat de externe dienst zelf alle stappen van de risicoanalyse moet uitvoeren. Het gaat minstens over het geven van informatie over de analysemethoden, het geven van een advies over de gekozen methode en het geven van een advies over de resultaten van de analyse. De betrokkenheid kan ook verder gaan en bijvoorbeeld het opmaken van vragenlijsten, het organiseren van discussiegroepen en/of het analyseren van de resultaten inhouden.

De inspectie kan de tussenkomst van de preventieadviseur psychosociale aspecten opleggen wanneer ze achteraf vaststelt dat de risicoanalyse die intern werd uitgevoerd lacunes vertoont.

Werkgevers van groep C zonder een interne preventieadviseur niveau I of II of een interne preventieadviseur psychosociale aspecten en werkgevers van groep D

De externe dienst moet actief meewerken aan de uitvoering van de algemene risicoanalyse.

De analyse van de psychosociale risico’s op het werk maakt deel uit van deze samenwerking, aangezien ze integraal deel uitmaakt van de algemene risicoanalyse.

Het doel van de actieve medewerking van de externe dienst bestaat erin dat de werkgever beschikt over een pertinente risicoanalyse, waarvan de kwaliteit toelaat een efficiënt welzijnsbeleid uit te werken. Het niveau van medewerking van de externe dienst hangt af van de concrete omstandigheden die eigen zijn aan elke onderneming.

Wanneer de werkgever over voldoende deskundigheid beschikt om zelf de risicoanalyse uit te voeren, zal de externe dienst enkel feedback geven over de resultaten van deze analyse.

Wanneer de werkgever, omwille van de complexiteit en diversiteit van de risico’s, niet over voldoende deskundigheid beschikt om zelf de risicoanalyse uit te voeren, zal de externe dienst met de werkgever moeten samenwerken zodat de risicoanalyse kan uitgevoerd worden. Afhankelijk van de noden, zal de medewerking bestaan uit het vergemakkelijken van de uitvoering van de analyse, het begeleiden van de werkgever bij elke stap in de risicoanalyse of het zelf uitvoeren van deze stappen.

De werkgever blijft de eindverantwoordelijke voor de uitvoering van de risicoanalyse. De externe dienst moet op zijn beurt alles in het werk stellen om de werkgever ertoe aan te zetten de risicoanalyse uit te voeren. Deze rol wordt overigens beschreven in het gemotiveerd beleidsadvies dat de externe dienst aan de werkgever moet afleveren.

De actieve medewerking maakt deel uit van de forfaitaire bijdrage die de werkgever aan de externe dienst betaalt.

Deze forfaitaire bijdrage omvat eveneens het voorstellen van preventiemaatregelen op basis van de resultaten van de risicoanalyse. De externe dienst zal algemene preventiemaatregelen voorstellen op basis van de vastgestelde risicofactoren en zal de maatregelen voorgesteld door de werkgever evalueren.

De medewerking van de externe dienst bij het uitvoeren van het psychosociale luik van de algemene risicoanalyse en het voorstellen van preventiemaatregelen, betekent niet automatisch dat dit een taak is voor de preventieadviseur psychosociale aspecten van de externe dienst. Deze taak kan ook door een andere preventieadviseur van de externe dienst uitgevoerd worden.

Wanneer de werkgever echter van mening is dat de te analyseren arbeidssituatie op het vlak van de psychosociale risico’s complex is, heeft hij het recht de actieve medewerking van de preventieadviseur psychosociale aspecten te vragen bij het analyseren van de risico’s en het geven van een advies over de maatregelen. De externe dienst zal eveneens het complexe karakter van de situatie beoordelen. De prestaties van de preventieadviseur psychosociale aspecten maken deel uit van de forfaitaire bijdrage.

Informatie door de werkgever

De werkgever deelt de resultaten van de risicoanalyse mee aan het comité voor preventie en bescherming op het werk en vraagt het advies van het comité over de collectieve preventiemaatregelen die daaruit voortvloeien.

De werknemers en de leden van de hiërarchische lijn worden geïnformeerd over de resultaten van de risicoanalyse en de toepasselijke preventiemaatregelen.

Bijkomende inlichtingen

De etappes die moeten worden gevolgd bij het uitvoeren van de risicoanalyse worden beschreven in de Gids voor de preventie van psychosociale risico’s op het werk.

De SOBANE-strategie voor het beheer van beroepsgebonden risico's bevat vier niveaus: opsporing (zie de Déparis-overleggids voor participatieve opsporing van risico’s), observatie, analyse en expertise: Psychosociale aspecten - Reeks SOBANE-strategie.

Een andere tool voor de risicoanalyse: de VOW / QFT: Meetinstrument over werkbaarheid.

Brochures:

De werkgever kan ook gebruik maken van de tool “Knipperlichten Psychosociale risico’s op het werk”. Deze tool heeft als doel de werkgever te waarschuwen wanneer er psychosociale risico’s in zijn onderneming zouden opduiken. Geenszins vervangt zij de risicoanalyse. De tool kan wel helpen bij het bewust worden van noodzaak om zo snel mogelijk een wezenlijk voorkomingsbeleid inzake de psychosociale risico’s op de werkvloer te voeren. Ze kan ook op longitudinale wijze gebruikt worden bij het opvolgen van de evolutie van deze risico’s.

Voor algemene informatie over publicaties, onderzoeken en tools ontwikkeld door de FOD Werkgelegenheid of door andere instanties: website BeSWIC, thema Psychosociale risico's (PSR).

Voor informatie met betrekking tot een specifieke situatie op de arbeidsplaats:

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites