NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Risicoanalyse van een specifieke arbeidssituatie en preventiemaatregelen

Specifieke arbeidssituatie

Het kan nodig zijn dat er een risicoanalyse gebeurt op het niveau van een specifieke arbeidssituatie waarin een gevaar werd vastgesteld.

Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer men binnen een bepaalde dienst of afdeling van de onderneming een terugkerende conflictsituatie of een stijging van het afwezigheidspercentage of turnover vaststelt.

Deze risicoanalyse heeft in hoofdzaak betrekking op risico’s op collectief niveau. De collectieve aanpak laat toe het aantal individuele verzoeken tot interventie door werknemers die geraakt worden door hetzelfde probleem te voorkomen.

Het gaat om een gevaar waarmee een geheel van werknemers in eenzelfde specifieke arbeidssituatie wordt geconfronteerd. Bijvoorbeeld de werknemers van dezelfde dienst of de werknemers die dezelfde functie uitoefenen of die hetzelfde type werkrooster hebben.

Het gaat dus niet om de situatie van een individuele werknemer of van meerdere werknemers die zich apart in verschillende situaties bevinden. Op deze situaties is de interne procedure toegankelijk voor individuele werknemers van toepassing.

Het gaat evenmin om situaties die gevolgen kunnen hebben voor alle werknemers van de onderneming. In die situaties is er sprake van een wijziging die de blootstelling van de werknemers aan psychosociale risico’s op het werk kan beïnvloeden, waardoor de preventiemaatregelen die werden genomen op basis van de algemene risicoanalyse opnieuw moeten onderzocht worden.

Het gevaar moet reeds aanwezig zijn in de specifieke arbeidssituatie. Het is dus niet mogelijk om een risicoanalyse van een specifieke arbeidssituatie te verzoeken voor situaties waarin zich nog geen gevaar voordoet.

De risicoanalyse van een specifieke arbeidssituatie houdt rekening met dezelfde oorzaken van gevaren als de risicoanalyse a priori, met name:

  • de arbeidsorganisatie,
  • de arbeidsinhoud,
  • de arbeidsvoorwaarden,
  • de arbeidsomstandigheden,
  • de interpersoonlijke relaties op het werk.

Initiatief

Deze risicoanalyse moet worden uitgevoerd op initiatief van de werkgever wanneer hij zelf een gevaar vaststelt.

Ook een lid van de hiërarchische lijn of ten minste één derde van de werknemersvertegenwoordigers in het Comité kunnen de werkgever om deze risicoanalyse verzoeken, wanneer zij zelf een gevaar vaststellen of daarvan op de hoogte worden gebracht door de werknemers. In dat geval is de werkgever in principe verplicht deze risicoanalyse uit te voeren.

Met één derde van de werknemersvertegenwoordigers in het Comité wordt bedoeld: één derde van het theoretisch aantal effectieve leden die de werknemers vertegenwoordigen en dat is opgenomen in het huishoudelijk reglement. Er wordt geen rekening gehouden met het aantal leden dat aanwezig is tijdens de vergadering van het Comité waarbij het verzoek eventueel wordt ingediend, noch met de plaatsvervangende leden.

Bij gebrek aan een Comité, is het wettelijk minimum van één derde van toepassing op de vakbondsafgevaardigden, en bij gebrek aan een vakbondsafvaardiging, is dit van toepassing op het geheel van de werknemers.

De werknemers hebben de mogelijkheid om het verzoek te laten opnemen in een register dat door de werkgever ter beschikking wordt gesteld aan de werknemers en dat betrekking heeft op alle vraagstukken in verband met welzijn op het werk. Zij kunnen het verzoek ook meedelen aan de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (of aan de externe dienst wanneer de werkgever zelf de functie van preventieadviseur vervult). Deze dienst zal de werkgever op de hoogte brengen van het verzoek.

De werkgever is niet verplicht in te gaan op een verzoek tot risicoanalyse wanneer het volledig ongegrond is. Het al dan niet gegronde karakter van het verzoek zal, in voorkomende geval, onderzocht worden door de inspectie van het Toezicht op het Welzijn op het werk, op basis van informatie verstrekt door diegene die om de risicoanalyse verzoeken.

Actoren

De werkgever voert de risicoanalyse uit met de medewerking van de werknemers, bijvoorbeeld aan de hand van vragenlijsten (die kwantitatieve resultaten opleveren) of in de vorm van discussiegroepen (die kwalitatieve resultaten opleveren).

Het is niet vereist dat alle werknemers worden gehoord. Het is evenmin vereist dat alle oorzaken van de gevaren in de arbeidsorganisatie, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden, de arbeidsinhoud en de interpersoonlijke relaties op het werk worden geanalyseerd. Het doel bestaat erin het collectieve gevaar uit te schakelen om zo snel mogelijk een einde te maken aan de schade of deze te voorkomen door passende maatregelen te treffen. In bepaalde gevallen zal een rondetafelgesprek of het horen van de hiërarchie en enkele werknemers volstaan om snel de gevaren op te sporen en maatregelen te treffen. In andere gevallen zal een meer grondige analyse nodig zijn.

De werkgever betrekt de preventieadviseur psychosociale aspecten bij de uitvoering van de risicoanalyse, in de volgende gevallen:

  • Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten behoort tot de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, wordt hij steeds betrokken bij de risicoanalyse en geeft hij een advies over de preventiemaatregelen alvorens de werkgever deze treft.
  • Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten behoort tot een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, wordt hij enkel betrokken bij de risicoanalyse en geeft hij enkel een advies over de preventiemaatregelen wanneer de complexiteit van de situatie het vereist.

Er zijn meerdere niveaus van betrokkenheid mogelijk. De modaliteiten ervan worden overeengekomen tussen de externe dienst en de werkgever. Betrokkenheid betekent niet noodzakelijk dat de externe dienst zelf alle stappen van de risicoanalyse moet uitvoeren. Het gaat minstens over het geven van informatie over de analysemethoden, het geven van een advies over de gekozen methode en het geven van een advies over de resultaten van de analyse. De betrokkenheid kan ook verder gaan en bijvoorbeeld het opmaken van vragenlijsten, het organiseren van discussiegroepen en/of het analyseren van de resultaten inhouden.

De complexiteit van een situatie hangt af van twee factoren:

  • de kennis en de deskundigheid die er in de onderneming onder meer aanwezig is bij de preventieadviseur van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk over de materie van de psychosociale risico’s op het werk. Er mag aangenomen worden dat er minder klassieke veiligheidsrisico's zijn in ondernemingen die behoren tot de tertiaire sector, zodat deze preventieadviseur ook aandacht kan besteden aan psychosociale risico’s op het werk;
  • de aard van de situatie zelf. De situatie kan complex zijn omwille van de verschillende factoren die er op inwerken. Zo'n situatie kan moeilijk opgelost worden op basis van de zelfredzaamheid in de onderneming, maar zal een graad van expertise vergen die normalerwijze niet in de onderneming aanwezig is.

Het is de werkgever die oordeelt over de complexiteit van de situatie. Hij zal beslissen of de betrokkenheid van de preventieadviseur psychosociale aspecten van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk bij de risicoanalyse vereist is.

De betrokkenheid van de preventieadviseur psychosociale aspecten van de externe dienst maakt geen deel uit van de forfaitaire bijdrage. Ze wordt apart gefactureerd aan de tarieven voor extra prestaties.

De inspectiediensten van het Toezicht op het Welzijn op het Werk kunnen de tussenkomst van deze preventieadviseur opleggen wanneer ze achteraf vaststellen dat de risicoanalyse die intern werd uitgevoerd lacunes vertoont.

Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten bij de analyse wordt betrokken, deelt hij aan de werkgever slechts de anonieme gegevens mee die voortvloeien uit de gesprekken met de werknemers.

Wanneer deze preventieadviseur niet bij de analyse wordt betrokken, moeten de werknemers de mogelijkheid hebben om hun informatie op anonieme wijze mee te delen.

Deze maatregel werd ingevoerd om te voorkomen dat een moeilijke werksituatie zou escaleren indien iedereen van elkaar weet wie wat gezegd heeft en om zo veel mogelijk informatie te kunnen bekomen.

Preventiemaatregelen

Op basis van de risicoanalyse van een specifieke arbeidssituatie, treft de werkgever de geschikte collectieve en individuele preventiemaatregelen. Hij zal deze maatregelen slechts treffen voor zover hij een impact heeft op het gevaar.

Deze maatregelen hebben in eerste instantie tot doel de risico's te voorkomen. Indien dat niet mogelijk is, worden er maatregelen getroffen om de schade te voorkomen of te beperken.

Ook al legt de wetgeving geen precieze termijn op, toch heeft werkgever er alle belang bij om binnen een redelijke termijn de risicoanalyse uit te voeren en maatregelen te treffen om een verslechtering van de situatie te voorkomen.

Informatie door de werkgever

Informatie over de resultaten van de risicoanalyse en de gevolgen

De werkgever zal een beslissing nemen over de te treffen maatregelen. Hij deelt deze beslissing en de resultaten van de risicoanalyse mee aan:

  • de verzoeker (d.i. het Comité of het lid van de hiërarchische lijn);
  • de preventieadviseurs die bij de preventiemaatregelen betrokken moeten worden;
  • alle andere personen die de werkgever nuttig acht, zoals werknemers die werden gehoord, leden van de hiërarchische lijn, … Het doel van de mededeling bestaat er in feedback te geven over de analyse aan de personen die daadwerkelijk geconfronteerd worden met het gevaar, zodat zij de situatie kunnen begrijpen en positief kunnen meewerken aan de toepassing van de maatregelen. Enkel de gegevens die uitgaande van dit doel toereikend, terzake dienend en niet overmatig zijn, mogen meegedeeld worden.

De resultaten van de risicoanalyse bevatten uitsluitend anonieme gegevens.

De anonimiteit van de gegevens heeft enerzijds betrekking op de werknemers die in het kader van de risicoanalyse werden gehoord. De resultaten van de analyse mogen niet toelaten de inhoud van de verklaringen van een specifieke werknemer te achterhalen en de identiteit van de gehoorde personen mag niet meegedeeld worden.

Anderzijds heeft deze anonimiteit ook betrekking op de beschrijving van het gevaar. Het gevaar kan bijvoorbeeld bestaan in het disfunctioneren van een lid van de hiërarchische lijn.

en moet in dat geval bijzonder voorzichtig zijn bij het meedelen van de resultaten van de analyse aan het Comité, aangezien de informatie met betrekking tot het functioneren van het lid van de hiërarchische lijn persoonsgegevens zijn aan de hand waarvan deze persoon kan geïdentificeerd worden. Deze gegevens moeten eerlijk en rechtmatig worden verwerkt, voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verkregen en mogen niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met die doeleinden. Ze moeten toereikend, terzake dienend en niet overmatig zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt.

De wetgeving voorziet niet dat het Comité een advies moet geven over de maatregelen die moeten getroffen worden ten aanzien van de specifieke arbeidssituatie. Het doel van de mededeling van de informatie bestaat erin het Comité te informeren over de aanwezigheid van gevaren in de onderneming en de beslissing van de werkgever hierover. Dit laat hen toe, indien nodig, een beroep te doen op de inspectie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk wanneer zij menen dat de werkgever geen gepaste maatregelen neemt. Derhalve moeten alle vastgestelde gevaren alsook de noodzakelijke, toereikende en terzake dienende informatie aan het Comité worden meegedeeld, zelfs wanneer deze betrekking hebben op een specifieke persoon. Het risico op misbruik van deze gegevens door de leden van het Comité is bovendien beperkt door het feit dat alle leden onderworpen zijn aan een discretieplicht.

Wanneer het Comité niet het initiatief heeft genomen voor de risicoanalyse van de specifieke situatie, moet de werkgever hem informeren over het feit dat dergelijke risicoanalyse gebeurd is. Hij moet tevens de resultaten van de risicoanalyse ter beschikking houden van het Comité. Ook hier gaat het enkel om de anonieme gegevens.

Informatie over de mogelijkheid een om een verzoek tot risicoanalyse in te dienen

De werkgever informeert de leden van de leden van de hiërarchische lijn en de leden van het Comité over de mogelijkheid om een verzoek tot risicoanalyse van een specifieke risicosituatie te vragen.

Hij zorgt er ook voor dat zij de nodige opleiding krijgen om dergelijk verzoek te kunnen indienen en opvolgen.

Hij informeert en vormt hierover eveneens de werknemers.

Bijkomende inlichtingen

Aanbevelingen over de rapportering aan de werkgever van het proces van de risicoanalyse, van de resultaten van deze risicoanalyse en van de voorgestelde maatregelen: Psychosociale risico’s in een specifieke arbeidssituatie: hoe een verslag maken van een risicoanalyse en maatregelen voorstellen? 

Voor algemene informatie over publicaties, onderzoeken en tools ontwikkeld door de FOD Werkgelegenheid of door andere instanties: website BeSWIC, thema Psychosociale risico's (PSR).

Voor informatie met betrekking tot een specifieke situatie op de arbeidsplaats:

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites