NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Behandeling van een verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter

Informatie aan de werkgever en de verzoeker

Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten oordeelt dat het verzoek een hoofdzakelijk collectief karakter heeft, zal hij de werkgever en de verzoeker hierover zo snel mogelijk informeren.

Hij informeert hen over het feit dat het verzoek een hoofdzakelijk collectief karakter heeft, over de wijze waarop het verzoek behandeld wordt en over de datum waarop de werkgever een beslissing moet nemen over het gevolg dat hij aan het verzoek geeft.

Aan de werkgever wordt ook de risicosituatie beschreven door de verzoeker meegedeeld, evenwel zonder daarbij de identiteit van de verzoeker te vermelden.

Behandeling door de werkgever

Het verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter wordt behandeld door de werkgever. Hij dient de risicosituatie binnen de onderneming te onderzoeken en de nodige collectieve maatregelen te treffen om deze situatie op te lossen.

Onderneming zonder een Comité of vakbondsafvaardiging

Als er binnen de onderneming geen Comité of vakbondsafvaardiging aanwezig is, zal de werkgever onmiddellijk beslissen op welke wijze hij het verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter zal behandelen en wie hij daarbij zal horen.

De werkgever zal geen overleg plegen met de werknemers over de wijze waarop het verzoek moet behandeld worden. De cascaderegel die stelt dat de werknemers zelf rechtstreeks deelnemen aan de behandeling van vraagstukken die betrekking hebben op het welzijn van de werknemers wanneer er geen Comité of vakbondsafvaardiging aanwezig is in de onderneming, is in dit geval namelijk niet van toepassing.

Hij kan ervoor kiezen om een “risicoanalyse van de specifieke arbeidssituatie” uit te voeren of om de situatie op een andere manier te onderzoeken.

Wanneer de werkgever beslist een “risicoanalyse van de specifieke arbeidssituatie” uit te voeren, moet deze als volgt worden uitgevoerd:

  • de werknemers worden betrokken bij de risicoanalyse;
  • wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten deel uitmaakt van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, wordt ook hij betrokken bij deze analyse;
  • wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten deel uitmaakt van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, wordt hij enkel bij de risicoanalyse betrokken wanneer de te onderzoeken risicosituatie complex is;
  • bij het uitvoeren van de risicoanalyse wordt rekening gehouden met de gevaren die verbonden zijn aan de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsomstandigheden, de arbeidsvoorwaarden en de interpersoonlijke relaties op het werk;
  • wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten bij de risicoanalyse wordt betrokken, deelt hij aan de werkgever slechts de anonieme gegevens mee die voortvloeien uit de gesprekken met de werknemers;
  • wanneer deze preventieadviseur niet bij de analyse wordt betrokken, moeten de werknemers de mogelijkheid hebben om hun informatie op anonieme wijze mee te delen.

Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten van de externe dienst bij deze risicoanalyse wordt betrokken, maakt dit geen deel uit van de forfaitaire bijdrage. Zijn betrokkenheid wordt apart gefactureerd aan de tarieven voor extra prestaties.

Onderneming met een Comité of een vakbondsafvaardiging

Als er binnen de onderneming wel een Comité of een vakbondsafvaardiging aanwezig is, is de werkgever verplicht om met deze organen overleg te plegen alvorens een beslissing te nemen over de toe te passen collectieve preventiemaatregelen.

De werkgever deelt aan het Comité of de vakbondsafvaardiging het document mee dat hem door de preventieadviseur psychosociale aspecten werd bezorgd en dat de specifieke risicosituatie beschrijft. Het is dus niet voldoende wanneer hij de risicosituatie slechts in zijn eigen woorden toelicht. Hij vraagt bovendien een advies over de wijze waarop het verzoek volgens hen zou moeten behandeld worden.

Het overleg tussen de werkgever en het Comité of de vakbondsafvaardiging kan aanleiding geven tot de volgende situaties:

  1. Na advies van het Comité of de vakbondsafvaardiging beslist de werkgever dat een “risicoanalyse van de specifieke arbeidssituatie” zal worden uitgevoerd (volgens de hierboven vermelde modaliteiten). Na het uitvoeren van deze risicoanalyse deelt de werkgever de anonieme resultaten ervan mee aan het Comité of de vakbondsafvaardiging. Daarna vraagt de werkgever hun advies over het gevolg dat aan het verzoek moet gegeven worden.
  2. Minstens één derde van de werknemersvertegenwoordigers in het Comité of van de vakbondsafvaardiging verzoeken de werkgever een “risicoanalyse van de specifieke arbeidssituatie” uit te voeren. De werkgever is verplicht om op dit verzoek in te gaan. Na het uitvoeren van deze risicoanalyse (volgens de hierboven vermelde modaliteiten) deelt de werkgever de anonieme resultaten ervan mee aan het Comité of de vakbondsafvaardiging. Daarna vraagt de werkgever hun advies over het gevolg dat aan het verzoek moet gegeven worden.
  3. Na advies van het Comité of de vakbondsafvaardiging beslist de werkgever om geen enkel specifiek onderzoek uit te voeren of het verzoek op een andere manier te behandelen dan door middel van een “risicoanalyse van de specifieke arbeidssituatie”. Zo kan er bijvoorbeeld een pilotagecomité geïnstalleerd worden dat zal bevoegd zijn voor het behandelen van de verzoeken met een hoofdzakelijk collectief karakter. In elk geval dient de werkgever de anonieme resultaten van het onderzoek mee te delen aan het Comité of de vakbondsafvaardiging en hun advies te vragen over het gevolg dat aan het verzoek moet gegeven worden.

Te nemen voorzorgsmaatregelen wanneer het verzoek betrekking heeft op het gedrag van een specifieke persoon

Op het vlak van de risicoanalyse

Men dient erop te letten niet te vervallen in het schriftelijk aanklagen van het lid van de persoon. Bij de analyse moet dus rekening gehouden worden met de oorzaken van de gevaren binnen de dienst, met de gevolgen van het eventuele disfunctioneren van de persoon op de arbeidsorganisatie, de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden en met de risicofactoren waaraan de persoon onderworpen is en die de oorzaak kunnen zijn van zijn disfunctioneren. Het is eveneens neutraler om het onderzoek te voeren vanuit de hiërarchische positie van deze persoon, eerder dan vanuit zijn persoonlijkheid aangezien de functie op zich ook het voorwerp kan zijn van specifieke risicofactoren.

Op het vlak van de mededeling van informatie aan de betrokken persoon

Het is aan te raden om:

  • uitleg te geven over de procedure, het doel van de analyse en de bestemmelingen van de resultaten van de analyse;
  • feedback te geven over de analyse alvorens een beslissing te nemen over de maatregelen. Op die manier kan de betrokken persoon zijn mening geven over de situatie;
  • de eindresultaten van de analyse mee te delen. Het moet daarbij gaan om toereikende, terzake dienende en niet overmatige gegevens die de betrokken persoon informeren over de gevaren die aanwezig zijn in zijn dienst, zelfs wanneer ze op hem betrekking hebben, en die hem toelaten de maatregelen beslist door de werkgever te begrijpen en uit te voeren.

Op het vlak van de mededeling van informatie aan het Comité of de vakbondsafvaardiging

De werkgever deelt de resultaten van het onderzoek mee aan het Comité of de vakbondsafvaardiging. Deze resultaten mogen enkel anonieme gegevens bevatten.

De anonimiteit van de gegevens heeft enerzijds betrekking op de werknemers die in het kader van de risicoanalyse werden gehoord. De resultaten van de analyse mogen niet toelaten de inhoud van de verklaringen van een specifieke werknemer te achterhalen en de identiteit van de gehoorde personen mag niet meegedeeld worden. Anderzijds heeft deze anonimiteit ook betrekking op de beschrijving van het gevaar, in dit geval het disfunctioneren van een specifieke persoon.

Men moet bijzonder voorzichtig zijn bij het meedelen van de resultaten van de analyse aan het Comité aangezien de informatie met betrekking tot het functioneren van de specifieke persoon persoonsgegevens zijn aan de hand waarvan deze persoon kan geïdentificeerd worden. Deze gegevens moeten eerlijk en rechtmatig worden verwerkt, voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verkregen en niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met die doeleinden. Ze moeten toereikend, terzake dienend en niet overmatig zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verkregen of waarvoor zij verder worden verwerkt.

Het Comité of de vakbondsafvaardiging geven op basis van de anonieme resultaten van de risicoanalyse aan de werkgever een advies over de gevolgen die aan het verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter moeten gegeven worden. Derhalve moeten alle vastgestelde gevaren alsook de noodzakelijke, toereikende en terzake dienende informatie worden meegedeeld, zelfs wanneer deze betrekking hebben op een specifieke persoon. Het risico op misbruik van deze gegevens door de leden van het Comité is bovendien beperkt door het feit dat alle leden onderworpen zijn aan een discretieplicht.

Voorstellen voor maatregelen ten aanzien van de individuele situatie van de verzoeker

De collectieve risicosituatie vermeld in het verzoek wordt onderzocht door de werkgever. Dit betekent dat de tussenkomst van de preventieadviseur psychosociale aspecten in principe wordt beëindigd.

De individuele aspecten verbonden aan het verzoek mogen echter niet uit het oog verloren worden. De werknemer die het verzoek heeft ingediend kan zich immers in een moeilijke psychische toestand bevinden die vereist dat men zich om hem bekommert.

In dat geval moet de preventieadviseur psychosociale aspecten, tijdens de periode waarin de werkgever de risicosituatie onderzoekt, wel de nodige ondersteuning blijven bieden op individueel vlak.

Hiertoe heeft hij de mogelijkheid aan de werkgever voorlopige of definitieve maatregelen voor te stellen die betrekking hebben op de individuele toestand van de werknemer. Deze maatregelen hebben tot doel te vermijden dat de gezondheid van de werknemer ernstig wordt aangetast. Het kan bijvoorbeeld gaan om een (tijdelijke) aanpassing van de arbeidstijd van de werknemer of van de inhoud van zijn werk.

Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten dergelijke maatregelen voorstelt aan de werkgever, zal hij hem eveneens de identiteit van de verzoeker moeten meedelen opdat deze maatregelen kunnen getroffen worden.

Beslissing van de werkgever

De werkgever beslist welk gevolg hij aan het verzoek zal geven binnen een termijn van maximum 3 maanden nadat hij op de hoogte werd gebracht van de indiening van het verzoek.

Wanneer hij een “risicoanalyse van de specifieke arbeidssituatie” (volgens de hierboven vermelde modaliteiten) uitvoert, mag deze termijn verlengd worden tot maximum 6 maanden.

Vervolgens deelt de werkgever zijn gemotiveerde beslissing op schriftelijke wijze mee aan de volgende personen:

  • de preventieadviseur psychosociale aspecten. Hij brengt op zijn beurt de verzoeker op de hoogte van de beslissing van de werkgever;
  • de preventieadviseur belast met de leiding van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten deel uitmaakt van een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk;
  • het Comité of de vakbondsafvaardiging.

Behandeling door de preventieadviseur psychosociale aspecten

In principe zal de werkgever de collectieve maatregelen, die hij beslist heeft te treffen, zo snel mogelijk uitvoeren. Indien de risicosituatie binnen de onderneming wordt opgelost door deze maatregelen, komt er een einde aan de behandeling van het verzoek.

Het is echter mogelijk dat de werkgever geen gevolg geeft aan het verzoek, dat hij beslist dat er geen maatregelen moeten getroffen worden of dat de verzoeker meent dat de maatregelen niet aangepast zijn aan zijn individuele situatie. In deze gevallen kan de preventieadviseur psychosociale aspecten alsnog de behandeling van het verzoek op zich nemen wanneer:

  1. de werkgever geen “risicoanalyse van de specifieke arbeidssituatie” volgens de hierboven vermelde modaliteiten heeft uitgevoerd;
  2. de werkgever wel een “risicoanalyse van de specifieke arbeidssituatie” volgens de hierboven vermelde modaliteiten heeft uitgevoerd, maar hierbij werd de preventieadviseur psychosociale aspecten niet betrokken (omdat hij deel uitmaakt van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en de situatie niet complex was).

De behandeling van het verzoek tot formele psychosociale interventie kan worden overgedragen naar de preventieadviseur psychosociale aspecten, op voorwaarde dat de verzoeker hiermee schriftelijk heeft toegestemd.

Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten de behandeling van het verzoek overneemt, zal hij zo snel mogelijk de werkgever hiervan op de hoogte brengen en hem de identiteit van de verzoeker meedelen.

Hij zal vervolgens het verzoek behandelen volgens de procedure die wordt toegepast bij een verzoek tot formele psychosociale interventie met een hoofdzakelijk individueel karakter. Dit betekent dat hij de specifieke arbeidssituatie zal onderzoeken, personen die hij nuttig acht zal horen en een advies zal opstellen voor de werkgever waarin hij maatregelen voorstelt.

Voor het uitvoeren van zijn onderzoek en het opstellen van zijn advies beschikt de preventieadviseur psychosociale aspecten over een termijn van maximum drie maanden. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van het document waarin de verzoeker akkoord gaat met de overname van de behandeling van het verzoek door de preventieadviseur psychosociale aspecten.

Bijkomende inlichtingen

Voor informatie met betrekking tot een specifieke situatie op de arbeidsplaats:

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites