NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

De burgerlijke procedure

Psychosociale risico’s op het werk

Alle psychosociale risico’s op het werk (stress, burn-out, onrechtmatige gedragingen zoals geweld of pesterijen, …) kunnen aanleiding geven tot psychische en eventueel lichamelijke gezondheidsschade.

Wanneer deze schade voortvloeit uit een fout, kan de werknemer een schadevergoeding eisen vanwege de dader van de fout (of de persoon die burgerlijk aansprakelijk is voor de dader) bij de arbeidsrechtbank.

Voor het bekomen van een dergelijke schadevergoeding zal de werknemer het bewijs moeten leveren van de omvang van de fout, zijn schade en het causaal verband tussen de fout en de schade.

De fout kan bestaan uit het feit dat de werkgever geen geschikte maatregelen heeft getroffen hoewel hij kennis had van het risico of het feit dat de werknemer-dader onrechtmatige gedragingen heeft gepleegd.

Dit principe is van toepassing op alle psychosociale risico’s op het werk. In geval van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk zijn specifieke bijkomende regels van toepassing (zie hieronder).

Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk

Eiser in rechte

De werknemers en de werkgevers kunnen een rechtsvordering instellen, maar ook derden die menen het slachtoffer te zijn van onrechtmatige gedragingen vanwege een werknemer waarmee zij tijdens de uitvoering van hun werk in contact zijn gekomen.

Ook een aantal organisaties kunnen, met het akkoord van de betrokken persoon, een gerechtelijke procedure instellen:

  • de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties: bijvoorbeeld ACV, ABVV, ACLVB, VBO, AGORIA, …
  • de representatieve werknemersorganisaties uit de overheidssector: bijvoorbeeld ACV-Openbare diensten, ACOD, VSOA, …
  • een aantal stichtingen en verenigingen zonder winstoogmerk, die de verdediging van de belangen van slachtoffers van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag als statutair doel hebben;
  • het Interfederaal Gelijkekansencentrum: voor geweld en pesterijen die een verband houden met een discriminatiegrond zoals etnische afstamming, godsdienst, handicap, ...
  • het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen: voor feiten van ongewenst seksueel gedrag of wanneer het geweld of de pesterijen verband houden met het geslacht van een persoon.

Advies van de preventieadviseur psychosociale aspecten

Met het oog op het inschatten van de kansen op een gunstig gevolg van een rechtsvordering voor de rechtbank, kan de werknemer die een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk heeft ingediend of de aangeklaagde vermeld in dit verzoek aan de werkgever een kopie vragen van het volledige advies van de preventieadviseur psychosociale aspecten. Zij moeten hierbij vermelden dat ze van plan zijn een rechtsvordering in te stellen.

Aard van de rechtsvorderingen

Naast het instellen van een vordering tot schadevergoeding kan de eiser een rechtsvordering instellen bij de arbeidsrechtbank opdat de rechter:

  • aan de dader het bevel zou geven om, op straffe van de toepassing van strafsancties, een einde te stellen aan de feiten. Men spreekt in dat geval van een “vordering tot staking”;
  • aan de werkgever zou bevelen maatregelen te nemen met als doel de naleving van de wetgeving te bekomen (structurele preventiemaatregelen, maatregelen om een einde te maken aan de onrechtmatige gedragingen, …).

Deze vorderingen worden behandeld volgens een versnelde procedure waarbij de proceduretermijnen korter zijn dan bij een gewone procedure.

Interne procedure

Wanneer de werknemer rechtstreeks een rechtsvordering bij de arbeidsrechtbank instelt, zonder een beroep te doen op de interne procedure (terwijl deze procedure bestaat en wettig kan worden toegepast), kan de rechter aan deze werknemer bevelen eerst de interne procedure te doorlopen.

De gerechtelijke procedure wordt dan geschorst totdat de werkgever zijn beslissing met betrekking tot de maatregelen die hij zal nemen meedeelt. Dit is ten laatste twee maanden nadat de werkgever het advies van de preventieadviseur psychosociale aspecten heeft ontvangen.

Bewijs van de feiten

De eiser moet voor de rechter feiten kunnen aanvoeren die hem toelaten het bestaan van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag te vermoeden of dit eruit af te leiden.

De loutere bewering dat men slachtoffer is van grensoverschrijdend gedrag volstaat niet: men moet deze feiten preciseren wat de tijd en de plaats betreft en de betrokken personen nauwkeurig identificeren.

Zo volstaat het bijvoorbeeld niet dat de eiser voor de rechter beweert dat zijn leidinggevende een terreurbewind voert en poogt hem te isoleren van zijn collega’s. Hij moet concreet beschrijven hoe deze meerdere terreur tot stand brengt, aan welke collega hij het verbod heeft opgelegd om met de eiser te spreken en wanneer dit zich heeft voorgedaan.

De eiser moet derhalve deze feiten bewijzen of een begin van bewijs van deze feiten leveren.

Indien de werknemer deze feiten wil bewijzen aan de hand van getuigenissen, kan de rechter weigeren deze getuigen te horen, indien hij de mening toegedaan is dat het feit waarvan men het bewijs wil leveren onvoldoende precies is omschreven op het vlak van de omstandigheden, de plaats of het ogenblik.

Eens dit bewijs is geleverd staat het vermoeden vast en komt het aan de verweerder toe om aan de hand van andere feiten te bewijzen dat er zich geen geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk heeft voorgedaan.

De forfaitaire schadevergoeding

Wanneer de feiten die toelaten het bestaan van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag te vermoeden, worden erkend door de rechter, heeft het slachtoffer recht op een vergoeding tot herstel van zijn materiële en morele schade. Het slachtoffer heeft hierbij de volgende keuze:

  • Ofwel kiest hij voor een vergoeding van de werkelijk geleden schade. In dat geval moet hij het bewijs leveren van de omvang van de schade en het causaal verband tussen het onrechtmatige gedrag en de schade.
  • Ofwel kiest hij voor de forfaitaire schadevergoeding voorzien door de wet. In dat geval moet hij de twee bovenstaande elementen niet bewijzen.

Wie kan de forfaitaire schadevergoeding eisen ?

De forfaitaire schadevergoeding kan worden toegekend aan het slachtoffer van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk.
Het kan gaan om de volgende personen:

  • een werknemer;
  • een werkgever;
  • een derde die in het kader van de uitvoering van zijn werk slachtoffer is van onrechtmatige gedragingen vanwege een werknemer. Bijvoorbeeld de werknemer van een onderneming van buitenaf die slachtoffer is van onrechtmatige gedragingen vanwege een werknemer van de onderneming waar hij zijn werkzaamheden uitvoert of de zelfstandige die slachtoffer is van onrechtmatige gedragingen vanwege een werknemer van de onderneming waarvoor hij opdrachten uitvoert. De persoon die slachtoffer is van onrechtmatige gedragingen in de privésfeer kan deze schadevergoeding evenwel niet vorderen aangezien er geen enkel verband meer bestaat met het werk. Het gaat hier bijvoorbeeld om de persoon die in het kader van zijn privésfeer aanwezig is in de supermarkt en daar slachtoffer is van pesterijen vanwege de kassierster.

Wie betaalt de forfaitaire schadevergoeding ?

De dader van de feiten is de forfaitaire schadevergoeding verschuldigd, zelfs wanneer de werkgever in eerste instantie kan aangesproken worden om de vergoeding te betalen in de hoedanigheid van burgerlijk aansprakelijke voor de werknemer-dader.

De werkgever kan de terugbetaling van dit bedrag eisen van de werknemer die de fout heeft begaan, van zodra zijn gedragingen kunnen beschouwd worden als bedrog (opzettelijke fout) of een zware fout (niet te verontschuldigen fout).

Bedrag van de forfaitaire schadevergoeding

In principe stemt de schadevergoeding overeen met het brutoloon voor drie maanden van het slachtoffer.

In drie gevallen echter wordt het bedrag van de schadevergoeding verhoogd tot het brutoloon voor zes maanden:

  • de onrechtmatige gedragingen houden verband met een discriminatiegrond;
  • de dader bevindt zich in een gezagsrelatie ten aanzien van het slachtoffer;
  • omwille van de ernst van de feiten.

Voor zelfstandigen wordt het bruto maandloon berekend door het bruto belastbaar beroepsinkomen dat is vermeld op het meest recente aanslagbiljet van de personenbelasting te delen door twaalf.

Het bruto maandloon dat als basis dient voor de berekening van de schadevergoeding mag het bedrag van het loon vermeld in artikel 39 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 niet overschrijden (voor 2016 stemt dit overeen met 3.454 EUR per maand).

Toepassing in de tijd

De forfaitaire schadevergoeding kan worden toegekend voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag die:

  • zich hebben voorgedaan na 1 september 2014;
  • zich hebben voorgedaan voor 1 september 2014 maar die voortduren na deze datum.

Bijkomende inlichtingen

Over de interpretatie van de regelgeving: schriftelijk bij de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites