NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

De bescherming tegen represailles

Er bestaan een aantal beschermingsmechanismen zodat de personen die zich slachtoffer voelen van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk hun toestand zouden durven ter sprake brengen zonder represailles te moeten vrezen voor hun beroepsloopbaan.

De personen die een verzoek tot informele psychosociale interventie (voor geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk of voor andere psychosociale risico’s op het werk) of een verzoek tot formele psychosociale interventie voor psychosociale risico’s die geen geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk zijn, indienen, genieten deze bescherming niet.

Beschermde personen

De volgende werknemers zijn beschermd tegen represailles vanwege de werkgever:

  • de werknemers die een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk indienen bij de preventieadviseur psychosociale aspecten.

Het feit dat een werknemer zijn verzoek tot interventie intrekt tijdens de loop van de interne procedure, betekent niet dat er een einde komt aan de bescherming tegen represailles. De verzoeker heeft het namelijk aangedurfd zijn problemen binnen de onderneming te uiten waardoor er nog steeds een risico voor represailles bestaat. De intrekking van een verzoek heeft bovendien geen retroactieve werking en leidt er dus niet toe dat het verzoek wordt geacht nooit te zijn ingediend.

  • de werknemers die een klacht indienen bij de inspectie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk, om één van de volgende redenen:
    • De werkgever heeft geen preventieadviseur psychosociale aspecten aangeduid.
    • De werkgever heeft geen wettige interne procedure voorzien.
    • Volgens de werknemer heeft de behandeling van het verzoek tot formele interventie er niet toe geleid dat een einde werd gesteld aan de feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk.
    • Volgens de werknemer werd de interne procedure niet wettig toegepast.

Om de bescherming te kunnen genieten moet de werknemer in zijn klacht vermelden in welke van deze 4 gevallen hij zich bevindt.

Bij de eerste 2 redenen heeft de werknemer de interne procedure niet kunnen gebruiken omdat er geen preventieadviseur psychosociale aspecten was aangeduid, omdat er geen interne procedure was voorzien of omdat deze niet wettig was. Om de bescherming te kunnen genieten moet, naast het feit dat de reden moet vermeld worden in de klacht, deze reden zich ook daadwerkelijk voordoen. Wanneer de werknemer in zijn verzoek bijvoorbeeld heeft vermeld dat er geen preventieadviseur psychosociale aspecten was aangeduid zal deze werknemer, in geval van ontslag of een nadelige maatregel, geen recht hebben op de beschermingsvergoeding wanneer achteraf blijkt dat er wel een preventieadviseur psychosociale aspecten was aangeduid op het ogenblik van de neerlegging van de klacht.

De 3e en 4e reden betreffen de gevallen waarin de werknemer wel degelijk gebruik heeft gemaakt van de interne procedure, maar waarbij deze volgens de werknemer geen einde heeft gemaakt aan de feiten of niet wettig werd toegepast. ‘Volgens de werknemer’ betekent dat hij het recht heeft om zich te vergissen en dat hij ook de bescherming tegen represailles geniet wanneer later uit de feiten blijkt dat de procedure wel een einde heeft gemaakt aan de feiten of dat ze toch wettig werd toegepast.

De werknemer heeft steeds het recht om rechtstreeks een klacht in te dienen bij de inspectie, maar enkel de werknemers die zich in één van de vier gevallen bevinden, zullen de bescherming tegen represailles genieten.

  • de werknemers die een klacht indienen bij de politiediensten, bij het Openbaar Ministerie of bij de onderzoeksrechter, om één van de volgende redenen:
    • De werkgever heeft geen preventieadviseur psychosociale aspecten aangeduid.
    • De werkgever heeft geen wettige interne procedure voorzien.
    • Volgens de werknemer heeft de behandeling van het verzoek tot formele interventie er niet toe geleid dat een einde werd gesteld aan de feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk.
    • Volgens de werknemer werd de interne procedure niet wettig toegepast.
    • De interne procedure is niet geschikt, gelet op de ernst van de feiten waarvan de werknemer het voorwerp is geweest.

Om de bescherming te kunnen genieten moet de werknemer in zijn klacht vermelden in welke van deze 4 gevallen hij zich bevindt.

Voor de eerste vier redenen verwijzen we naar de uitleg die hierboven werd gegeven bij een klacht bij de inspectie.

Een werknemer kan steeds rechtstreeks een klacht indienen bij de politie, het Openbaar Ministerie of de onderzoeksrechter wanneer hij zich niet in een van deze gevallen bevindt, maar dan zal hij geen bescherming tegen represailles genieten.

De vijfde reden betreft die waarbij de werknemer het slachtoffer is van ernstige feiten (bijvoorbeeld ernstige gewelddadigheden, verkrachting, vrijwillige slagen en verwondingen, onmenselijke behandeling, …). In dat geval is het evident dat het antwoord dat de interne procedure kan bieden niet geschikt is: het is verkieslijk zich rechtstreeks te wenden tot de gerechtelijke instanties. De bescherming begint dan te lopen vanaf het ontvangen van de strafrechtelijke klacht.

Wanneer de werknemer bijvoorbeeld ontslagen wordt na het indienen van een dergelijke klacht en de beschermingsvergoeding eist voor de rechtbank, komt het aan de rechter toe om te oordelen of de feiten inderdaad dermate ernstig waren dat de interne procedure ongeschikt was en dus of de werknemer recht heeft op een beschermingsvergoeding.

  • de werknemers die een rechtsvordering instellen (of voor wie een rechtsvordering wordt ingesteld) met het oog op het laten gelden van hun rechten in het kader van de bescherming tegen geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk;
  • de werknemers die optreden als directe getuige in het kader van het onderzoek van een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk en zij die optreden als getuige in rechte.

Aard van de bescherming

De werkgever mag, bij wijze van represailles voor de actie ondernomen door de beschermde werknemer, geen einde stellen aan de arbeidsverhouding van deze werknemer.

Hij mag evenmin ten aanzien van de beschermde werknemer nadelige maatregelen treffen na de beëindiging van de arbeidsverhouding. Dit betekent dat hij bijvoorbeeld niet mag weigeren om aan toekomstige werkgevers van een vroegere werknemer een aanbevelingsbrief te bezorgen met als enige reden het feit dat hij een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag heeft ingediend.

De werkgever mag ook geen nadelige maatregelen treffen tijdens het bestaan van de arbeidsverhouding. Hij mag bij wijze van represaille voor het indienen van een verzoek tot interventie bijvoorbeeld niet weigeren dat de werknemer een bepaalde opleiding volgt.

De werkgever is er echter wel toe gehouden om maatregelen te treffen die een einde stellen aan de feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk. In dit kader moet hij de mogelijkheid hebben om de arbeidsvoorwaarden van de werknemer die een verzoek heeft ingediend te wijzigen.

Hij zal dit echter slechts kunnen doen op voorwaarde dat deze maatregelen proportioneel en redelijk zijn, wat betekent dat er geen andere mogelijke oplossingen zijn die minder nadelig zijn voor de werknemer. Het kan bijvoorbeeld noodzakelijk blijken de arbeidstijden van de verzoeker aan te passen (indien het niet mogelijk is deze van de aangeklaagde te wijzigen) zodat hij niet langer in contact komt met de aangeklaagde persoon die hem pest. In bepaalde gevallen kan deze maatregel als proportioneel en redelijk beschouwd worden.

De motieven en rechtvaardiging voor een beëindiging van de arbeidsverhouding of voor het treffen van een maatregel binnen de 12 maanden na de inontvangstneming van het verzoek, de neerlegging van de getuigenverklaring of de externe klacht zullen eventueel pas achteraf door de werkgever moeten aangetoond worden voor de rechter. De wet voorziet namelijk niet in een voorafgaande procedure om deze motieven of rechtvaardiging te verifiëren.

Begin van de bescherming

Verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk

De bescherming tegen represailles begint te lopen vanaf de inontvangstneming van het verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag door de preventieadviseur psychosociale aspecten of de externe dienst (bijvoorbeeld het secretariaat), op voorwaarde dat het verzoek werd aanvaard.

De werknemer kan het verzoek enkel persoonlijk overhandigen of verzenden bij aangetekende brief. Zo kan steeds de exacte datum bepaald worden waarop het verzoek in ontvangst werd genomen.

Wanneer het verzoek persoonlijk werd afgegeven aan de preventieadviseur psychosociale aspecten of aan de externe dienst, zal diegene die het verzoek ontvangt er een kopie van nemen die hij ondertekent en terug bezorgt aan de verzoeker. Deze kopie geldt als ontvangstbewijs.
Wanneer het verzoek werd verzonden bij aangetekende brief, wordt het geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de verzendingsdatum.

Klacht bij de inspectie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk, de politiediensten, het Openbaar Ministerie of de onderzoeksrechter

De bescherming tegen represailles begint te lopen vanaf de inontvangstneming van de klacht door de inspectie, de politiediensten, het Openbaar Ministerie of de onderzoeksrechter, op voorwaarde dat de klacht voldoet aan de vorm- en grondvereisten opgelegd door de wetgeving.

Informatie aan de werkgever

De werkgever wordt op de hoogte gebracht van de bescherming tegen represailles na de aanvaarding van het verzoek door of de neerlegging van de getuigenverklaring bij de preventieadviseur psychosociale aspecten of na de inontvangstneming van de klacht door de inspectie, de politiediensten, het Openbaar Ministerie of de onderzoeksrechter.

Verzoek tot re-integratie

Als de werkgever de beschermde werknemer ontslaat of eenzijdig zijn arbeidsvoorwaarden wijzigt, kan de werknemer of de werknemersorganisatie waarbij hij is aangesloten zijn re-integratie in de onderneming of instelling vragen onder de voorwaarden die bestonden voor de beëindiging of de wijziging.

Dit verzoek tot re-integratie is niet verplicht.

Het verzoek tot re-integratie wordt ingediend door middel van een aangetekende brief, binnen een termijn van 30 dagen die volgt op de maatregel die de werkgever heeft getroffen.

e werkgever moet vervolgens een beslissing nemen over de re-integratie binnen een termijn van 30 dagen.
Wanneer de werkgever de werknemer re-integreert in de onderneming of in zijn oude functie herstelt, moet hij het loon betalen dat verloren werd omwille van het ontslag of de wijziging van de arbeidsvoorwaarden en de werkgevers- en werknemersbijdragen storten die verbonden zijn met dit loon.

Beschermingsvergoeding

Wanneer de werkgever de re-integratie weigert, kan de werknemer voor de arbeidsrechtbank een schadevergoeding vorderen die naar keuze van de werknemer gelijk is aan ofwel een forfaitair bedrag overeenstemmend met het brutoloon voor zes maanden, ofwel de werkelijk door de werknemer geleden schade waarvan hij de omvang moet bewijzen.

Dezelfde vergoeding kan onmiddellijk aan de rechtbank gevraagd worden, indien de werknemer er voor opteert de re-integratie niet te vragen of indien de werkgever ten aanzien van de beschermde werknemer een andere nadelige maatregel heeft getroffen dan het ontslag of de eenzijdige wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden.

Wanneer de werkgever een einde heeft gemaakt aan de arbeidsverhouding of een nadelige maatregel heeft getroffen:

  • in de 12 maanden die volgen op:
    • de inontvangstneming van het verzoek tot interventie,
    • het ontvangen van de externe klacht,
    • of de getuigenis;
     
  • of vanaf de instelling van de rechtsvordering door de werknemer tot drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis (dit wil zeggen wanneer er geen beroep meer mogelijk is, namelijk 1 maand vanaf de betekening van het vonnis);

komt het aan de werkgever toe om voor de rechter aan te tonen dat:

  • de redenen waarom hij een einde heeft gemaakt aan de arbeidsverhouding vreemd zijn aan het verzoek tot interventie, de klacht, de getuigenis of de rechtsvordering (bijvoorbeeld door te bewijzen dat het ontslag is gebeurd vóór de indiening van het verzoek tot interventie, dat ze te wijten is aan professionele fouten van de werknemer, …);
  • of dat de maatregel die hij getroffen heeft proportioneel en redelijk is (bijvoorbeeld omdat ze aanbevolen werd door de preventieadviseur psychosociale aspecten, omdat de maatregel ten aanzien van de verzoeker de enige geschikte maatregel was om het probleem op te lossen, …) en tot doel had een einde te maken aan de pesterijen.

Wanneer een individuele administratieve beslissing werd genomen in strijd met de bescherming tegen represailles, kan deze beslissing vernietigd worden door de Raad van State. De Raad van State zal echter geen beschermingsvergoeding toekennen. Daarvoor moet de werknemer zich wenden tot de arbeidsrechtbank.

Duur van de bescherming

De werknemer kan steeds een vordering instellen om de beschermingsvergoeding te eisen wanneer hij meent het voorwerp te zijn geweest van represailles vanwege zijn werkgever.

Wanneer de werkgever echter maatregelen heeft getroffen binnen een termijn van 12 maanden vanaf de inontvangstneming van het verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag, de neerlegging van de getuigenverklaring of de inontvangstneming van de externe klacht (bij de inspectie, de politie, het Openbaar Ministerie of de onderzoeksrechter), wordt de bewijslast omgekeerd. Dit betekent dat de werkgever voor de rechtbank zal moeten bewijzen dat het niet om represailles ging.

Buiten deze termijn kan de werknemer ook een rechtsvordering instellen wanneer hij meent het voorwerp te zijn geweest van represailles (hij werd bijvoorbeeld ontslaan omdat hij bij de politie een klacht wegens pesterijen heeft ingediend), maar hij zal zelf deze represailles moeten bewijzen om de beschermingsvergoeding te kunnen krijgen.

Bijkomende inlichtingen

Voor informatie met betrekking tot een specifieke situatie op de arbeidsplaats:

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites