NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Bijzondere regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid inzake lonen in geval van tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen

 

Begrip hoofdelijke aansprakelijkheid inzake lonen  

Wanneer een werkgever het verschuldigde loon niet (volledig of gedeeltelijk) betaalt aan zijn werknemer, bepaalt de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, regelingen van hoofdelijke aansprakelijkheid die deze werknemer toelaten om, onder bepaalde voorwaarden, de betaling van dit verschuldigd loon subsidiair te bekomen bij bepaalde derden die als hoofdelijk aansprakelijken beschouwd worden.

De wet van 12 april 1965 bevat zo een bijzondere regeling inzake hoofdelijke aansprakelijkheid voor het loon van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.

Deze regeling vormt, wat betreft de loonschulden, de omzetting in Belgisch recht van artikel 8 van de richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.    

 

Toepassingsgebied  

  1. Deze bijzondere regeling is steeds van toepassing in geval van tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, met uitsluiting van elke andere regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid inzake lonen bepaald door de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.

    In dit opzicht verstaat men onder illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, eenieder die:

    • geen burger is van de Unie in de zin van artikel 17, §1 van het Verdrag tot inrichting van de Europese Gemeenschap, en die
    • geen persoon is die valt onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer, als bepaald in artikel 2, punt 5 van de Schengengrenscode, en die
    • in België aanwezig is zonder te voldoen aan de voorwaarden voor de toegang tot en het verblijf op het grondgebied.
     
  2. Deze regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid is van toepassing op alle vormen van activiteiten.
     
  3. De bijzondere regeling is zowel binnen als buiten het kader van een keten van onderaannemers toepasselijk. 

Betrokken loonschulden

Een illegaal verblijvende persoon heeft recht op loon voor de arbeidsprestaties die hij heeft geleverd onder het gezag van een werkgever.

Het dient steeds te gaan om loon dat de werkgever aan deze werknemer verschuldigd is, maar dat niet werd betaald.

De hoofdelijke aansprakelijkheid geldt echter niet voor de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft ingevolge de beëindiging van de arbeidsovereenkomst (bv. opzeggingsvergoeding).  

 

Betrokken hoofdelijk aansprakelijken  

Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de relaties van rechtstreekse en onrechtstreekse onderaanneming (zie schema). Ook de initiële opdrachtgever wordt hoofdelijke aansprakelijk gesteld.    

Rechtstreekse onderaanneming

  1. De aannemer, buiten het kader van een keten van onderaannemers, en de intermediaire aannemer, in het kader van dergelijke keten, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het door hun rechtstreekse onderaannemer nog verschuldigd loon.

De hoofdelijke aansprakelijkheid betreft hier alle loonschulden. 

  1. Voormelde aannemer of intermediaire aannemer zijn echter niet hoofdelijk aansprakelijk indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring waarin hun rechtstreekse onderaannemer bevestigt dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt.

Deze schriftelijke verklaring moet niet noodzakelijk als afzonderlijk document bestaan, maar kan eventueel ook een clausule in een geschreven overeenkomst uitmaken waarin de tewerkstellende onderaannemer verklaart dat hij geen illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt en zal tewerkstellen.

  1. Voormelde aannemer of intermediaire aannemer die in het bezit zijn van een dergelijke verklaring worden echter opnieuw hoofdelijk aansprakelijk vanaf het ogenblik dat zij kennis hebben van het feit dat hun rechtstreekse onderaannemer één of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt.

• Dergelijke kennis is bijvoorbeeld bewezen wanneer  de arbeidsinspectie deze hoofdelijk aansprakelijken informeert, door middel van een kennisgeving, over de tewerkstelling van één of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen door hun rechtstreekse onderaannemer. Het bewijs van dergelijke kennis kan echter eveneens door alle andere rechtsmiddelen worden geleverd.

• De aannemer of intermediaire aannemer zijn in deze hypothese slechts aansprakelijk voor toekomstige loonschulden: ze zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het (door hun rechtstreekse onderaannemer) nog verschuldigd loon dat betrekking heeft op de arbeidsprestaties die werden verricht vanaf het ogenblik dat zij op de hoogte waren van de tewerkstelling van de betrokken illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en die werden gepresteerd in het kader van hun overeenkomst met de betrokken onderaannemer.  

Onrechtstreekse onderaanneming    

  1. In dergelijk geval wordt enkel de situatie van een keten van onderaannemers geviseerd.
     
  2. In het kader van een dergelijke keten zijn de hoofdaannemer en de intermediaire aannemer die op de hoogte zijn van het feit dat hun onrechtstreekse onderaannemer één of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het door hun onrechtstreekse onderaannemer nog verschuldigd loon dat betrekking heeft op de arbeidsprestaties die werden verricht in hun voordeel vanaf het ogenblik dat zij op de hoogte waren van voormeld feit.

    • Het begrip “onrechtstreekse onderaannemer” slaat hier op de onderaannemer die de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt, maar die geen contractuele band heeft met voormelde hoofdaannemer en intermediaire aannemer.
    • De hoofdelijke aansprakelijkheid betreft dus de toekomstige schulden.
    • Wat het bewijs van dergelijk kennis betreft, kan verwezen worden naar de voor de rechtstreekse onderaanneming vermelde opmerkingen.   

De initiële opdrachtgever 

  1. De opdrachtgever is hoofdelijk aansprakelijk, zowel in het kader van een onderaanneming als daarbuiten.
     
  2. De opdrachtgever die op de hoogte is van het feit dat zijn aannemer (buiten het kader van een onderaanneming) of de na zijn aannemer rechtstreeks of onrechtstreeks komende onderaannemer (in het kader van een onderaanneming) één of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het door voormelde aannemer of onderaannemer nog verschuldigd loon dat betrekking heeft op de arbeidsprestaties die door deze illegaal verblijvende onderdanen werden verricht vanaf het ogenblik dat hij (opdrachtgever) op de hoogte was van voormeld feit en die werden gepresteerd in zijn voordeel

    • De hoofdelijke aansprakelijkheid betreft dus enkel toekomstige loonschulden.
    • Wat het bewijs van dergelijk kennis betreft, kan verwezen worden naar de voor de rechtstreekse onderaanneming vermelde opmerkingen.
     
  3. De regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid is niet van toepassing op de opdrachtgever-natuurlijke persoon die de bedoelde activiteiten uitsluitend voor privédoeleinden laat uitvoeren (bv. particulier die zijn woning laat bouwen). 

Schema

Voor een schematisch overzicht van de potentieel hoofdelijk aansprakelijke personen kan worden verwezen naar dit schema (PDF,95kB).    

Aanplakkingsverplichting

Wanneer  de arbeidsinspectie  een hoofdelijk aansprakelijke informeert, door middel van een kennisgeving, over de tewerkstelling van één of meerdere illegaal verblijvende onderdanen van derde landen, richt ze eveneens een afschrift van dezelfde kennisgeving aan de aannemer of onderaannemer die hierdoor betrokken is (anders gezegd, de “gesignaleerde” werkgever die de illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt).

Een dergelijke betrokken aannemer of de onderaannemer moet dus deze kennisgeving aanplakken op elke plaats waar de arbeidsinspectie heeft vastgesteld dat hij illegaal verblijvende onderdanen van derde landen heeft tewerkgesteld.  

Indien deze werkgever niet tot aanplakking overgaat, dient de hoofdelijk aansprakelijke, aan wie de kennisgeving door de inspectie werd verzonden, zichzelf dus  te belasten met de aanplakking van de ontvangen kennisgeving op dezelfde plaats.  

 

Vorderingsrecht van bepaalde derden 

De representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties en het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding (UNIA) kunnen in rechte optreden in de rechtsgeschillen waartoe de toepassing van de hierboven beschreven bijzondere regeling van hoofdelijke aansprakelijkheid aanleiding kan geven ter verdediging van de rechten van een illegaal in België verblijvende onderdaan van derde landen, die er wordt of werd tewerkgesteld.

Dergelijk vorderingsrecht kan eveneens uitgebreid worden tot iedere instelling van algemeen belang en iedere vereniging bepaald bij koninklijk besluit.

De voornoemde organisaties, instellingen van algemeen belang en verenigingen  kunnen optreden zonder enige toestemming van de illegaal verblijvende onderdaan van derde landen.

De vordering van deze organisaties, instellingen van algemeen belang en verenigingen  doet geen afbreuk aan het recht van de illegaal verblijvende onderdaan van derde landen om persoonlijk op te treden, zich bij de vordering aan te sluiten of in het geding tussen te komen.  

Wettelijke referenties

Wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, art. 35/7 tot 35/13.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Sitemap - Bescherming van persoonsgegevens