NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Structurele bijdragevermindering

Doelstelling

De structurele lastenverlaging beoogt de arbeidsintensiteit van de economische groei te verhogen door de bruto loonkost van de werkgever te verlagen.  Het gaat dus duidelijk om een tewerkstellingsmaatregel, en niet om een subsidie die als doel zou hebben om de lonen van de werknemers te verhogen.  De gebruikte techniek is een verlaging van de patronale bijdragen die de werkgever moet betalen voor de sociale zekerheid.  Aan het brutoloon van de werknemer wordt dus niet geraakt.

Deze vermindering is structureel in de zin dat ze in principe wordt toegekend aan iedere in dienst zijnde werknemer zonder dat die aan speciale voorwaarden moet voldoen, en dat ze onbeperkt in tijd wordt toegekend.  Het is dus een driemaandelijks terugkerende vermindering aan te betalen bijdragen.

Het basistarief van de vermindering bedraagt 400 € per kwartaal.  Doordat dit een forfaitair bedrag is betekent dit dat in relatieve termen de bijdragevermindering het belangrijkst is voor de lagere lonen.  Om dit effect nog te versterken bestaat er bovendien een supplement boven die 400 € voor de lagere lonen.  Ook voor de hogere lonen (kennisjobs) bestaat een extra korting bovenop de 400 €.

Voor welke werkgevers?

De structurele lastenverlaging kan ingeroepen worden door alle werkgevers die werknemers tewerkstellen die onderworpen zijn aan alle regelingen (takken) van de sociale zekerheid.  Het gaat dus om zo goed als alle werkgevers van de private sector (zie evenwel onder Voor welke werknemers?)

Hierop is één grote uitzondering: de werkgevers van de non-profit sector hebben hun eigen alternatieve regeling voor de structurele lastenverlaging, namelijk de sociale maribel.  Die werkgevers komen wel in aanmerking voor de bijdragevermindering voor lage lonen (zie Afwijkende regeling voor werkgevers van de non-profit-sector).  En binnen die groep van de non-profit werkgevers heeft één specifieke groep, deze van de beschermde werkplaatsen, een afwijkende specifieke regeling van structurele bijdragevermindering (zie Afwijkende regels voor de werkgevers van de erkende beschutte werkplaatsen).

Voor welke werknemers?

Het gaat om alle werknemers die onderworpen zijn aan alle regelingen (takken) van de sociale zekerheid.  De meeste werknemers dus.

Omdat ze niet onderworpen zijn aan alle regelingen vallen de volgende werknemers echter af:

  • de meeste statutaire en contractuele personeelsleden van de openbare sector (enkele uitzonderingen, zoals bvb. de erkende maatschappijen voor het bouwen van sociale woningen niet te na gesproken);
  • de onthaalouders
  • de jongeren tot 31 december van het kalenderjaar waarin ze 18 jaar worden;
  • de gelegenheidswerknemers in land- en tuinbouw;
  • de betaalde sportbeoefenaars.

Het bedrag van de bijdragevermindering

Basisregeling

Voor elke voltijdse werknemer die gedurende het ganse kwartaal werkte, bedraagt de vermindering 400 € per kwartaal.  Hoe dit bedrag omgezet wordt in een lager bedrag bij onvolledige prestaties (bijvoorbeeld een deeltijdse werknemer, of een werknemer die in dat kwartaal maar een deel van het kwartaal in dienst was), vindt u verder onder Hoe rekenen bij onvolledige prestaties? 

Extra voor lonen onder de € 6.030,00 bruto in het kwartaal

Dit bedrag van € 400 wordt verhoogd indien het voltijds brutoloon op kwartaalbasis de € 6.030,00 (of € 2.010,00 per maand) niet overstijgt.
 

Voor die werknemers bedraagt de bijdrage vermindering:
400,00 + 0,1620 X (6.030,00-voltijds kwartaalloon van de werknemer)

Voorbeeld
Een bediende werkt het ganse kwartaal voltijds, en heeft in dat kwartaal een brutoloon van
€ 4.800. De vermindering waarop de werkgever in dat kwartaal recht heeft voor die werkne-mer is € 599,26 (400 + 0,1620 X (6.030,00 - 4.800,00)).
 

Extra voor de lonen boven de 12.000 € bruto in het kwartaal

Ook voor de hogere lonen komt er een toeslag bovenop de basisvermindering van 400 € per kwartaal.  Het gaat om de brutolonen die op voltijdse basis de 12.000 € per kwartaal (of 4.000 € per maand) overstijgen.  Voor bepaling van het loon wordt de volledige loonmassa van dat kwartaal in rekening gebracht, met uitzondering van de verbrekingsvergoedingen, de eindejaarspremie indien die betaald wordt door een derde (bvb. fonds bestaanszekerheid) en de vergoedingen voor uren die geen arbeidsuren zijn.

Voor die werknemers bedraagt de bijdragevermindering:
400 + 0,06 x (bruto voltijds kwartaalloon van de werknemer - 12.000)

Voorbeeld
Een bediende werkt het ganse trimester voltijds, en heeft in dat trimester een bruto loon van 18.000 €.  De vermindering waarop de werkgever voor die werknemer recht heeft bedraagt 760 € ((400 + 0,06 x (18.000 - 12.000)
 

Hoe dit bedrag omgezet wordt in een lager bedrag bij onvolledige prestaties (bijvoorbeeld deeltijdse werknemer, of werknemer die in dat kwartaal maar een deel van de tijd in dienst was) vindt u verder onder Hoe rekenen bij onvolledige prestaties? 

Hoe rekenen bij onvolledige prestaties?

De hierboven uitgelegde regels gaan er telkens van uit dat er in het ganse kwartaal voltijds werd gewerkt, zonder onderbrekingen.  In praktijk zal het echter veel voorkomen dat aan deze voorwaarde niet voldaan is: de werknemer werkt bijvoorbeeld deeltijds, of hij is slechts in de loop van dat kwartaal in dienst gekomen, of hij is in de loop van dat kwartaal uit dienst gegaan, …

In die hypotheses moet zijn effectief loon voor die onvolledige prestaties eerst omgezet worden naar een fictief voltijds loon.  Het bedrag aan bijdrage-vermindering dat men bekomt voor dit fictief voltijds loon moet op zijn beurt dan weer omgezet worden in een lager bedrag dat afhangt van de geleverde arbeidsprestaties.  De manier waarop deze aanpassingen gebeuren verschillen naargelang het gaat om arbeidsprestaties die aangegeven worden in dagen (o.a. voltijdse tewerkstelling op sommige dagen) dan wel in uren (o.a. deeltijdse prestaties).

De regels die hierna worden uitgelegd zijn een vereenvoudigde versie van wat in werkelijkheid dient te gebeuren.  Een meer volledige uitleg omtrent de berekeningswijze vindt u terug op de webiste van de rsz (www.onssrszlss.fgov.be) in de rubriek "onderrichtingen voor de werkgevers", waar eveneens een module (macro) voorzien is om de berekening uit te voeren .

  • Tewerkstelling aangegeven in dagen (bvb. voltijdse arbeid voor korte periode).

    Worden de prestaties aangegeven in dagen, dan wordt het werkelijke loon omgezet in een fictief voltijds loon door dit werkelijke loon te vermenigvuldigen met (13 x D / J), waarbij D het aantal dagen is dat er in het arbeidsstelsel van de werknemer wordt gewerkt per week en J het aantal dagen is waarop de werknemer heeft gewerkt (zonder de wettelijke vakantiedagen voor arbeiders en zonder de dagen tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer).

    Het aldus bekomen fictief voltijds loon wordt gebruikt om de theoretische bijdragevermindering te bepalen indien die werknemer voltijds zou werken (zie Basisregeling tot Extra voor de lonen boven de 12.000 € bruto in het kwartaal).

    Aangezien hij echter niet het ganse kwartaal voltijds werkte, moet deze theoretische bijdragevermindering omgezet worden naar de werkelijke bijdragevermindering waarop de werkgever voor die werknemer recht heeft.  Dit gebeurt door dit theoretisch bedrag aan bijdragevermindering te vermenigvuldigen met de factor µ en met de factor 1/B, waarbij:
    µ = aantal arbeidsdagen waarop de werknemer heeft gewerkt (met inbegrip van de dagen tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer maar zonder de dagen gedekt door een verbrekingsvergoeding) gedeeld door (13 x het aantal dagen is dat er in het arbeidsstelsel van de werknemer wordt gewerkt per week)
    1/Beta = 1,25 indien de factor µ tussen de 0,275 en de 0,8 ligt.  Ligt de factor µ onder de 0,275 dan is de factor 1/Beta = 0 (en is er dus geen recht op een bijdragevermindering voor die zeer kleine tewerkstelling). Is de factor µ minstens 0,8 dan wordt dit gelijkgesteld met een voltijdse prestatie en wordt het bedrag van de fictief bekomen bijdragevermindering dus ook het werkelijk toegekende bedrag.

    Voorbeeld
    Een werknemer treedt in dienst op 1 maart 2006.  Hij werkt voltijds in het vijfdagenregime.  In die maand heeft hij een brutoloon van 1.800 €.
    Dit loon van 1.800 € voor onvolledige prestaties wordt eerst omgezet in een fictief loon voor volledige prestaties in dat kwartaal.  Hij werkte in dat kwartaal 23 dagen. 
    Het fictief refertekwartaalloon wordt dan:
     1.800 x (13 x 5 / 23) = 5086,957, afgerond naar 5.086,96 €. 
    De fictieve bijdragevermindering voor een dergelijk loon(zie 4.2.) bedraagt :
     400,00 + 0,1620 x (6.030,00 - voltijds kwartaalloon van de werknemer) = 552,77 €.
    Dit bedrag wordt omgezet in de werkelijke bijdragevermindering waarop de werkgever voor die werknemer recht heeft door dat bedrag te vermenigvuldigen met µ (in dit geval 0,353, afgerond naar 0,35) en 1/Beta (in dit geval 1,25, want µ ligt tussen 0,275 en 0,8).  Dus:
     552,77 x 0,35 x 1,25 = 241,84 €
     
  • Tewerkstelling aangegeven in uren (bvb. deeltijdse arbeid)

    Worden de prestaties aangegeven in uren, dan wordt het werkelijke loon omgezet in een fictief voltijds loon door dit werkelijke loon te vermenigvuldigen met (13 x U / H), waarbij U het aantal uren is dat er in het arbeidsstelsel van de werknemer wordt gewerkt per week door de voltijdse maatman en H het aantal uren is waarop de werknemer heeft gewerkt in dat kwartaal (zonder de uren wettelijke vakantie voor arbeiders en zonder de uren tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer).

    Het aldus bekomen fictief voltijds loon wordt gebruikt om de theoretische bijdragevermindering te bepalen indien die werknemer voltijds zou werken (zie Basisregeling tot Extra voor de lonen boven de 12.000 € bruto in het kwartaal).

    Aangezien hij echter geen volledige prestaties heeft in dat kwartaal, moet deze theoretische bijdragevermindering omgezet worden naar de werkelijke bijdragevermindering waarop de werkgever voor die werknemer recht heeft.  Dit gebeurt door dit theoretisch bedrag aan bijdragevermindering te vermenigvuldigen met de factor µ en met de factor 1/B, waarbij:
    µ =  aantal arbeidsuren waarop de werknemer heeft gewerkt (met inbegrip van de uren  tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer maar zonder de uren gedekt door een verbrekingsvergoeding) gedeeld door (13 x het aantal uren is dat er in het arbeidsstelsel van de werknemer wordt gewerkt per week door de voltijdse maatman)
    1/Beta =  1,25 indien de factor µ tussen de 0,275 en de 0,8 ligt.  Ligt de factor µ onder de 0,275 dan is de factor 1/Beta = 0 (en is er dus geen recht op een bijdragevermindering voor die zeer kleine tewerkstelling, tenzij het gaat om een minstens halftijdse job). Is de factor µ minstens 0,8 dan wordt dit gelijkgesteld met een voltijdse prestatie en wordt het bedrag van de fictief bekomen bijdragevermindering dus ook het werkelijk toegekende bedrag.

    Voorbeeld
    Een werknemer treedt in dienst op 1 februari 2006.  Hij werkt deeltijds: hij werkt gemiddeld 24 uur per week (8 uur op dinsdag, woensdag en donderdag), terwijl de voltijdse maatman 37 uur per week werkt.  Voor die periode heeft hij een brutoloon van 3.000 €.
    Dit loon van 3.000 € voor onvolledige prestaties wordt eerst omgezet in een fictief loon voor volledige prestaties in dat kwartaal.  Hij werkte in dat kwartaal 208 uren. 
    Het fictief refertekwartaalloon wordt dan:
     3.000  x (13 x 37 / 208) = 6937,5 €.
    De fictieve bijdragevermindering voor een dergelijk loon(zie 4.1.) bedraagt :
     400,00 €.
    Dit bedrag wordt omgezet in de werkelijke bijdragevermindering waarop de werkgever voor die werknemer recht heeft door dat bedrag te vermenigvuldigen met µ (in dit geval 0,432, afgerond naar 0,43) en 1/B (in dit geval 1,25, want µ ligt tussen 0,275 en 0,8).  Dus:
     400  x 0,43 x 1,25 = 215  €
     

Afwijkende regeling voor werkgevers van de non-profit sector.

Werkgevers die onder het toepassingsgebied van de sociale maribel ressorteren hebben enkel recht op het lage lonen aspect en het hoge lonen aspect van de structurele lastenverlaging.  Het forfaitaire deel van 400 € per kwartaal is immers vervangen door de sociale maribel vermindering.

Voor de lage lonen (onder de 6.030,00€ per kwartaal voor voltijdse volledige prestaties) is de bijdragevermindering:
0,2266 x (6.030,00 - voltijds kwartaalloon).

Voor de hoge lonen (boven de 12.000 € per kwartaal voor voltijdse volledige prestaties) is de formule de volgende: 0,06 x (bruto-voltijds kwartaalloon van de werknemer - 12.000)

De rekenregels voor bepaling van de bijdragevermindering bij onvolledige prestaties zijn dezelfde als onder Hoe rekenen bij onvolledige prestaties? 

Afwijkende regels voor de werkgevers van de erkende beschutte werkplaatsen.

Ook voor werkgevers die een erkende beschutte werkplaats zijn, gelden aparte rekenregels, die voordeliger zijn dan de gewone regeling.

Voor elke voltijdse werknemer die gedurende het ganse kwartaal werkte, bedraagt de vermindering 471 € per kwartaal. 

Dit bedrag van 471 € wordt verhoogd indien het voltijdse brutoloon op kwartaalbasis de 5.988,12 € (of 1.996,04 € per maand) niet overstijgt.  Voor bepaling van het loon wordt de volledige loonmassa van dat kwartaal in rekening gebracht, met uitzondering van de verbrekingsvergoedingen, de eindejaarspremie indien die betaald wordt door een derde (bvb. fonds bestaanszekerheid) en de vergoedingen voor uren die geen arbeidsuren zijn.

Voor die werknemers bedraagt de bijdragevermindering:
471,00 + 0,1444 x (5.918,12 - voltijds kwartaalloon van de werknemer).

Ook voor de hogere lonen komt er een toeslag bovenop de basisvermindering van 471 € per kwartaal.  Het gaat om de brutolonen die op voltijdse basis de 12.000 € per kwartaal (of 4.000 € per maand) overstijgen.  Voor bepaling van het loon wordt de volledige loonmassa van dat kwartaal in rekening gebracht, met uitzondering van de verbrekingsvergoedingen, de eindejaarspremie indien die betaald wordt door een derde (bvb. fonds bestaanszekerheid) en de vergoedingen voor uren die geen arbeidsuren zijn.

Voor die werknemers bedraagt de bijdragevermindering:
471 + 0,06 x (bruto voltijds kwartaalloon van de werknemer - 12.000)

Hoe deze bedragen omgezet worden in een lager bedrag bij onvolledige prestaties (bijvoorbeeld deeltijdse werknemer, of werknemer die in dat kwartaal maar een deel van de tijd in dienst was) vindt u onder Hoe rekenen bij onvolledige prestaties? 

Te volgen procedure

De bijdragevermindering waarop een werkgever aanspraak kan maken moet door deze werkgever ook effectief gevraagd worden.  De RSZ gaat dus niet spontaan over tot de aanrekening van de bijdragevermindering.  Dit gebeurt elk kwartaal.  Meer informatie daarover vindt u op de website van de RSZ (www.onssrszlss.fgov.be) in de rubriek "onderrichtingen voor de werkgevers"

Deze vermindering wordt berekend en aangerekend per tewerkstellingslijn.  Meerdere tewerkstellingen in één enkel kwartaal geven dus aanleiding tot meerdere berekeningen.  Dit geldt ook bij één en dezelfde werkgever (bijvoorbeeld meerdere contracten van bepaalde duur, of overgang van deeltijds naar voltijds in de loop van een kwartaal).

Het door de werkgever (of het sociaal secretariaat) berekend bedrag aan vermindering wordt bij de kwartaalaangifte onmiddellijk afgetrokken van wat er normaal in dat kwartaal aan RSZ-bijdragen zou moeten betaald geweest zijn.

Deze structurele lastenverlaging kan gecumuleerd worden met een doelgroepvermindering.

De vermindering van de bijdragen waarop een werkgever recht heeft kan geheel of gedeeltelijk verloren gaan indien hij zonder rechtvaardiging zijn verplichtingen aangaande de betaling van sociale zekerheidsbijdragen niet nakomt of indien hij betrapt werd op zwartwerk.

Grafische voorstelling van de bijdragevermindering.

Grafische voorstelling van de bijdragevermindering 

Wettelijke basis

De programmawet (I) van 24 december 2002, inzonderheid hoofdstuk 7 van Titel IV
Het Koninklijk besluit van 16 mei 2003, inzonderheid de artikelen 1 tot 3 

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites