NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Maatregelen in verband met het gezondheidstoezicht op de werknemers

Het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers regelt in het algemeen de opdrachten en taken van de werkgever en de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in verband met de verplicht uit te voeren medische onderzoeken in het kader van de arbeidsgeneeskunde.

Risicofuncties

Het gezondheidstoezicht is verplicht voor veiligheidsfuncties, functies met verhoogde waakzaamheid, activiteiten met welbepaald risico.

Zo verstaat men onder :

  • functie met verhoogde waakzaamheid: een functie die bestaat uit een permanent toezicht op de werking van een installatie waarbij een gebrek aan waakzaamheid de veiligheid en de gezondheid van andere werknemers in gevaar zou kunnen brengen (voorbeeld : een door een computer bestuurde complexe technische installatie;
       
  • functie met welbepaald risico: functies die onder één enkele term samengebracht zijn maar gebonden zijn aan drie verschillende soorten risico's: hetzij een risico te wijten aan de blootstelling aan fysische, chemische of biologische agentia, hetzij een risico verbonden aan de blootstelling aan een belasting van ergonomische aard (hanteren van lasten), of aan een belasting verbonden aan de zwaarte van het werk of aan monotoon en tempogebonden werk en die een fysieke maar ook een mentale belasting met zich meebrengen (zoals sommige activiteiten die spanningen veroorzaken of die de risico's die met deze activiteiten gepaard gaan vergroten omdat ze 's nachts uitgevoerd worden, bijvoorbeeld de bewaking, de monotone en afgezonderde activiteiten, de taken van het verzorgingspersoneel), of ook nog een, a posteriori, identificeerbaar risico te wijten aan de verhoogde blootstelling aan psychosociale risico’s op het werk (zoals voortdurend contact met veeleisend publiek).

Er moet op worden gewezen dat de beeldschermwerkers niet langer automatisch aan het voorafgaand gezondheidstoezicht zijn onderworpen. Bepaalde beeldschermwerkers worden onderworpen aan een aangepaste gezondheidsbeoordeling als uit een vragenlijst aan de werknemers of een andere tool (uitgewerkt onder het toezicht van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer over de arbeidsomstandigheden en eventuele gezondheidsproblemen) blijkt dat er sprake is van mogelijke gezondheidsproblemen.

Preventieve handelingen: zij worden toegepast door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met als doel het gezondheidstoezicht uit te voeren en omvatten de preventieve medische onderzoeken, het samenstellen van een gezondheidsdossier, de inentingen en de tuberculinetests.

Doelstellingen

De doelstellingen die door de uitvoering van het gezondheidstoezicht nagestreefd worden zijn uitdrukkelijk vastgelegd: het gaat erom de risico's te voorkomen door preventiepraktijken te verwezenlijken om de mogelijkheden inzake werkgelegenheid voor elke werknemer te bevorderen, rekening houdend met de specificiteit en de gezondheidstoestand van elke werknemer.

Er is uitdrukkelijk gesteld dat de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, die rekening houdt met de uitgevoerde functie of activiteit, moet steunen op de geschiktheid of ongeschiktheid van de werknemer om zijn werk uit te voeren, op het ogenblik dat het onderzoek plaatsvindt (art. 3).

Verplichtingen van de werkgever

  • Het zijn de resultaten van de risicoanalyse uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de werkgever, die toelaten te beslissen of het gezondheidstoezicht al dan niet nodig is. Maar de werkgever beslist niet alleen: de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer neemt deel aan de risicoanalyse, het Comité PBW geeft zijn voorafgaand advies, en in geval van betwisting hakt de geneesheer-inspecteur de knoop door (art. 4).
      
  • De permanente beoordeling en aanpassing van de risicoanalyse bieden de werkgever de mogelijkheid om de lijsten, waarvan de inhoud vastgelegd is, bij te houden (art. 6). De datum van de laatste verplichte gezondheidsbeoordeling moet op de naamlijsten vermeld worden (art. 6, § 2, 4).
    De werkgever mag geen enkele wijziging aan de lijsten aanbrengen alvorens het akkoord van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en van het Comité PBW bekomen te hebben (art. 7, § 2). De termijn voor het bewaren van de lijsten is vastgelegd (art. 9).
      
  • Wanneer de werkgever vaststelt dat de toestand van een bepaalde werknemer onmiskenbaar de beroepsrisico’s verbonden aan de werkpost vergroot, moet hij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer hiervan op de hoogte brengen (art. 5, §2).
      
  • De werkgever is verplicht de werknemers vooraf op de hoogte te brengen van de inhoud van het gezondheidstoezicht (art. 10). Deze verplichting gaat hand in hand met deze zoals vermeld in de wet van 28 januari 2003 betreffende de medische onderzoeken die binnen het kader van de arbeidsverhoudingen worden uitgevoerd. In artikel 3, §2, van deze wet wordt vermeld dat tien dagen vóór het onderzoek aan de werknemer of kandidaat-werknemer, bij een vertrouwelijke en aangetekende brief, moet worden medegedeeld naar welke gegevens wordt gezocht, welk onderzoek wordt uitgevoerd en waarom dat gebeurt.
      
  • Er wordt aan herinnerd dat de werknemers niet aan het werk mogen gesteld of gehouden worden als zij weigeren zich te onderwerpen aan de verplichte onderzoeken of inentingen. De weigering zou kunnen leiden tot de verbreking van het arbeidscontract wegens overmacht (art. 13).
      
  • Zowel tijdens de periode van werving en selectie als tijdens de periode van de tewerkstelling mag de werkgever geen andere tests of medische onderzoeken laten uitvoeren (voorbeelden : selectietests bij aanwerving gesteund op andere beschouwingen dan de geschiktheid voor een welbepaalde functie of nog, gratis voorgestelde check-ups) dan deze voorzien in het besluit, en er wordt aan herinnerd dat de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer voornamelijk in essentie betrekking heeft op de geschiktheid of ongeschiktheid van de kandidaat voor een welbepaalde werkpost of activiteit, op het ogenblik van het medisch onderzoek (art. 14).

De preventieve handelingen en de verplichtingen van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer

  • De preventieve handelingen en de medische onderzoeken, die door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer uitgevoerd moeten worden zijn vastgelegd en gedetailleerd (art. 15 tot 43).
      
  • De geneeskundige verstrekkingen mogen uitgevoerd worden door de interne of externe diensten krachtens andere wetten en besluiten, doch enkel voor de werknemers van de ondernemingen die bij hen aangesloten zijn, zoals bijvoorbeeld de medische onderzoeken, voorzien door de reglementering in verband met het rijbewijs (art. 15, § 1, 2de lid).
      
  • De medische onderzoeken en de inentingen worden persoonlijk uitgevoerd door dezelfde preventieadviseur-arbeidsgeneesheer als deze die meegewerkt heeft aan de risicoanalyse in de onderneming (art. 18).

De verschillende vormen van gezondheidsbeoordeling

  • De voorafgaande gezondheidsbeoordeling: de ogenblikken waarop deze beoordeling moet plaatsvinden, alsook de ogenblikken waarop de beslissing betreffende de geschiktheid moet genomen en meegedeeld worden, worden vastgelegd: de voorafgaande gezondheidsbeoordeling en de kennisgeving van de beslissing kunnen gebeuren vooraleer de arbeidsovereenkomst gesloten wordt, voor zover deze gezondheidsbeoordeling de laatste stap is in de procedure van werving en selectie en de arbeidsovereenkomst effectief tot stand komt als de kandidaat geschikt is verklaard (art. 27).  Het is in elk geval verplicht dat deze gezondheidsbeoordeling plaatsgrijpt vóór de effectieve tewerkstelling.  Immers, indien er contra-indicaties zijn voor het uitvoeren van de functie of activiteit of indien er preventiemaatregelen (zoals vaccinaties) moeten worden genomen, dan dient de gezondheidsbeoordeling uiteraard te gebeuren voordat men aan het risico wordt blootgesteld.

    Het is dus mogelijk om een voorafgaande gezondheidsbeoordeling uit te voeren na het sluiten van de arbeidsovereenkomst, maar vóór de effectieve tewerkstelling aan de betrokken risicofunctie. Uiteraard moet deze termijn zo kort mogelijk gehouden worden, aangezien de werknemer al in dienst is. Indien de werkgever een gezondheidsbeoordeling uitvoert bij een werknemer die reeds aan het risico is blootgesteld, kan deze beoordeling niet beschouwd worden als een voorafgaande gezondheidsbeoordeling, maar eerder als een periodieke gezondheidsbeoordeling. Dit houdt in dat hierop de overleg- en beroepsprocedures van toepassing zijn.
      
  • De periodieke gezondheidsbeoordeling: alle werknemers die aan de voorafgaande gezondheidsbeoordeling onderworpen zijn, worden in principe jaarlijks aan een periodieke gezondheidsbeoordeling onderworpen (tenzij specifieke besluiten een andere periodiciteit voorzien), ondergaan alle handelingen vervat in de periodieke gezondheidsbeoordeling (art. 31).

    De gerichte onderzoeken die de inhoud van deze beoordeling aanvullen zijn vastgelegd in de specifieke koninklijke besluiten, zoals bijvoorbeeld het koninklijk besluit van 04-08-1996 betreffende de biologische agentia (art. 28, § 2).

De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer kan andere, meer aangepaste bijkomende handelingen kiezen na het Comité ingelicht te hebben (art. 32), hij kan ook de tussentijd van de periodieke gezondheidsbeoordeling verlengen als het bestaan van het risico onzeker is (art. 33, § 3). De geneesheer-sociaal inspecteur kan de tussentijd voor sommige werknemers wijzigen (art. 33, § 5).

De collectieve en individuele preventiemaatregelen die door de werkgever genomen moeten worden in functie van de resultaten van die beoordeling worden duidelijk opgesomd en zijn bedoeld om de risico's te vermijden of te beperken. De individuele maatregelen worden voorgesteld op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling en de collectieve maatregelen worden genomen volgens de opdrachten die de werkgever aan de externe dienst toevertrouwd heeft. Die maatregelen kunnen ook het gevolg zijn van de resultaten van andere medische onderzoeken (art. 34).

  • De spontane raadpleging (art. 37): elke werknemer kan rechtstreeks, zonder tussenkomst van de werkgever, een spontane raadpleging vragen bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer omdat hij gezondheidsklachten heeft waarvan hij denkt dat ze te wijten zijn aan de uitgeoefende arbeid. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zal in dat geval de werkgever verwittigen, tenzij de werknemer hiermee niet akkoord gaat (in dat geval moet de werknemer zich tijdens een verlofperiode aanmelden bij de arbeidsgeneesheer). Ook de behandelende arts kan, met akkoord van de werknemer, vragen aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer dat hij de werknemer onderzoekt in het kader van een spontane raadpleging. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer beschikt over een termijn van tien werkdagen om een gezondheidsbeoordeling uit te voeren. Wanneer de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer oordeelt dat de werknemer arbeidsongeschikt is, moet hij zijn beslissing noteren op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling, wat kan leiden tot gevolgen in aansluiting op de beslissing van de arbeidsgeneesheer.
     
  • Het voortgezet gezondheidstoezicht: het doel van dat toezicht is de werknemers de mogelijkheid te bieden, nadat zij aan chemische, fysische of biologische agentia blootgesteld werden, van een gezondheidstoezicht te genieten, zowel wanneer zij nog steeds in de onderneming tewerkgesteld zijn als wanneer zij de onderneming verlaten hebben. De werkgever is verantwoordelijk voor de organisatie van dat toezicht maar de geneesheer-sociaal inspecteur kan beslissen om dat toezicht op te leggen (art. 38).
     
  • De gezondheidsbeoordeling van een definitief arbeidsongeschikte werknemer met het oog op zijn reïntegratie: deze beoordeling biedt de werknemer een bijkomend recht en is dus geen verplichting. De werknemer die door zijn behandelend geneesheer definitief arbeidsongeschikt verklaard is, kan een procedure instellen die tot doel heeft hem een aangepast werk te verschaffen, onder voorbehoud van de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. De werkgever moet dus een voor de werknemer redelijke termijn vastleggen om te reageren (art. 39 tot 41). Er is besloten om deze procedure te vervangen door een nieuw reïntegratieproject voor een werknemer die het overeengekomen werk tijdelijk of definitief niet meer kan uitvoeren.
     
  • Het onderzoek bij werkhervatting (art. 35): dit onderzoek is verplicht voor de werknemers die onderworpen zijn aan het verplicht gezondheidstoezicht na een afwezigheid van minstens vier opeenvolgende weken afwezigheid wegens een ziekte, ongeval of bevalling. Mits toestemming van de werknemer kan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer overleg plegen met de behandelende arts en/of de adviserend geneesheer. Dit onderzoek moet plaatsvinden ten vroegste op de dag waarop het werk wordt hervat en ten laatste op de tiende werkdag daarna.
     
  • Het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting heeft tot doel de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in staat te doen stellen om voor de eigenlijk werkhervatting van een al dan niet aan het gezondheidstoezicht onderworpen werknemer aan de werkgever in de mate van het mogelijke een aanpassing van de werkpost voor te stellen teneinde de belasting verbonden aan deze werkpost voor deze werknemer te verminderen. Vanaf de dag van de werkhervatting zal de werknemer zijn reeds aangepaste post dan ook gemakkelijker weer kunnen opnemen.

    Het gaat om een bezoek, het is niet de bedoeling dat er tijdens een medisch onderzoek een oordeel wordt gegeven aangaande geschiktheid of ongeschiktheid van de werknemer. Dat is ook logisch, dit bezoek gebeurt tijdens de periode van ongeschiktheid van de werknemer. 

    De werkgever is verplicht alle al dan niet aan het gezondheidstoezicht onderworpen werknemers, ook diegenen die niet langdurig arbeidsongeschikt zijn, voorafgaand te informeren over hun recht om voor dit bezoek in aanmerking te komen.

    De volgende procedure is voorzien:
    • De werknemer die arbeidsongeschikt is, beslist zelf of hij wenst gebruik te maken van een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting door rechtstreeks contact op te nemen met de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
    • De werknemer gaat akkoord dat de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer overleg pleegt met zijn behandelende geneesheer en zijn medisch dossier raadpleegt. Met het akkoord van de werknemer kan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer ook contact opnemen met de adviserend geneesheer. Zo kan het zijn dat een werknemer in het kader van een progressieve werkhervatting zoals geregeld in artikel 100, §2 van de gecoördineerde ZIV-wet van 14 juli 1994 het werk progressief wenst te hervatten. De werknemer kan met het oog hierop een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting aanvragen bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. Deze geneesheer kan dan samen met de werknemer en de werkgever de beste manier zoeken voor de werknemer om het werk progressief te hervatten. Een contact met de adviserend geneesheer van het ziekenfonds kan hier wenselijk zijn.
    • Het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting moet bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer plaatsvinden binnen een termijn van tien werkdagen volgend op de ontvangst van de aanvraag.
    • Tijdens het bezoek bespreekt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met de werknemer zijn gezondheidstoestand en zijn werkpost.
    • De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer gaat zo spoedig mogelijk de werkpost van de werknemer ter plaatse onderzoeken met het oog op het vinden van de mogelijke oplossingen tot aanpassing en legt vervolgens zijn aanbevelingen aan de werkgever voor door de daartoe voorziene rubriek F van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling in te vullen. In dit stadium gaat het dus niet om een beslissing tot al of niet arbeidsgeschiktheid.
    • De werkgever betaalt de verplaatsingskosten van de werknemer voor dit bezoek.

De beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer na de gezondheidsbeoordeling

  • Het formulier voor de gezondheidsbeoordeling (bijlage II, eerste deel): het document dat moet ingevuld worden in 3 exemplaren waarvan één exemplaar bestemd is voor de werkgever, een ander voor de werknemer en het derde voor het gezondheidsdossier van de werknemer (art. 48). Er worden verschillende rubrieken in vermeld, in te vullen naargelang de concrete situatie. Zo is er een rubriek betreffende het onderzoek van een werkneemster tijdens de zwangerschap of de lactatie, die voorziet dat als de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer beslist dat de werkneemster met ziekteverlof moet gestuurd worden, dit voor een aandoening is die geen verband houdt met de zwangerschap, om te vermijden dat een beslissing tot verwijdering van de werkneemster genomen zou worden zonder dat er een verband bestaat met de risico's die zich eventueel voordoen wegens de activiteit van de werkneemster. De geldigheidsduur van de geschiktheid moet op het formulier vermeld worden wanneer in een specifiek besluit, of door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer of door de geneesheer-arbeidsinspecteur een andere frequentie van de periodieke gezondheidsbeoordeling vastgelegd wordt.
     
  • Elke beslissing van ongeschiktheid na een voorafgaande gezondheidsbeoordeling moet door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer gerechtvaardigd worden waarbij de kandidaat of de werknemer kan vragen dat deze rechtvaardiging naar zijn behandelende arts gezonden wordt (art. 49). Deze bepaling is niet van toepassing op de beslissingen betreffende de andere medische onderzoeken die aanleiding kunnen geven tot een beroep.
     
  • De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer moet op het formulier aanduiden welke preventiemaatregelen genomen moeten worden wanneer hij oordeelt dat een werknemer zijn post kan behouden (art. 56).
     
  • De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer moet de werknemer ook inlichten over zijn recht om een beroep te doen op de overleg- en beroepsprocedures (art. 58).
     
  • De werkgever moet zijn verklaring dat hij geen ander werk kan aanbieden dat beantwoordt aan de aanbevelingen die door de preventieadviseur geformuleerd zijn op het formulier van de gezondheidsbeoordeling kunnen verantwoorden aan de geneesheer sociaal inspecteur (art. 70, § 1).
     
  • Zolang de beroepsprocedure niet tot een definitieve beslissing geleid heeft over de geschiktheid of ongeschiktheid van de werknemer, kan de werkgever geen overmacht inroepen om het einde van de arbeidsovereenkomst vast te stellen door het feit dat de definitieve arbeidsongeschiktheid niet bewezen is (art. 70, § 3).
     
  • Voor een werknemer met een ernstige besmettelijke ziekte, is de rol van de preventieadviseur ruimer en biedt de mogelijkheid om de gezondheid van de andere werknemers te beschermen (art. 73).

Het gezondheidsdossier

  • De eerbiediging van het privéleven is gewaarborgd (art. 79 en 92).
     
  • De verantwoordelijkheden betreffende het beheer van het gezondheidsdossier zijn duidelijk toegewezen: het opstellen en het bijhouden van het dossier van een werknemer behoren tot de bevoegdheid van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die de afdeling of het departement belast met het medisch toezicht leidt is de beheerder van alle dossiers; het kwaliteitshandboek van de afdeling belast met medisch toezicht moet de procedureregels bevatten (art. 79, 80 en 84).
     
  • Het gezondheidsdossier bevat 4 onderscheiden en gedetailleerde delen, waarvan het laatste betrekking heeft op de blootstellingsgegevens, die zowel kwalitatief als kwantitatief kunnen zijn en representatief zijn voor de blootstelling aan fysische of chemische agentia (art. 81, 82 en 83).
     
  • Het gezondheidsdossier mag geautomatiseerd worden, met naleving van de bepalingen van de wet van 08-12-1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (art. 92). De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens is de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die de afdeling of het departement van het medisch toezicht leidt (art. 93).

Aangifte van beroepsziekten

De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die een beroepsziekte vaststelt of ervan op de hoogte wordt gesteld door een andere arts, doet hiervan aangifte bij de geneesheer-arbeidsinspecteur van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn van het werk en bij de geneesheer-adviseur van het Fonds voor Beroepsziekten. Deze aangifte gebeurt aan de hand van een formulier dat dient overeen te stemmen met het model in bijlage IV van het koninklijk besluit van 28 mei 2003.
Dit formulier is elektronisch beschikbaar in de module 'Procedures en formulieren':

Meer info

Adviezen van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk


Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites