NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Rechtstreekse participatie van werknemers inzake welzijn

Voor de privé-sector bepaalt artikel 49 van de welzijnswet dat er een comité voor preventie en bescherming op het werk moet zijn in elke onderneming die gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstelt.

In een onderneming waar geen comité werd opgericht, worden de opdrachten van het comité uitgeoefend door de syndicale afvaardiging.

Artikel 53 van de welzijnswet bepaalt verder dat in een onderneming waar noch een comité, noch een syndicale afvaardiging is, de werknemers zelf inspraak moeten hebben in de welzijnsproblematiek.

Het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 (B.S. 22 september 2001, tweede uitgave) regelt de wijze waarop deze rechtstreekse participatie moet gebeuren. Daartoe worden een aantal bepalingen ingevoerd in het koninklijk besluit van 3 mei 1999 betreffende de opdrachten en de werking van de comités voor preventie en bescherming op het werk (B.S. 10 juli 1999).

Communicatiemiddelen

De werkgever moet een register voorzien waarin de werknemers hun voorstellen, opmerkingen of advies kwijt kunnen. Daarnaast moet er ook een uithangbord of een ander communicatiemiddel zijn (bijvoorbeeld elektronische post) waarmee alle werknemers kunnen bereikt worden. De gegevens van de externe dienst staan hierop vermeld, net als die van de toezichthoudende ambtenaren.

Procedures

Zie “Procedures inzake de rechtstreekse participatie van werknemers in het kader van het welzijn op het werk” in de module “Procedures en formulieren”.

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites