NL | FR | EN
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Elektrische installaties en AREI

In elke onderneming zorgt elektriciteit voor potentiële risico's waaraan werknemers kunnen blootgesteld worden.

Elektrische installaties zijn onderworpen aan strikte reglementen en controles. Maar ook een degelijke informatie en opleiding maken deel uit van de preventiemaatregelen.

Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI)

De voornaamste algemene wettelijke voorschriften inzake de elektrische installaties zijn terug te vinden in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI). Dit AREI werd ingevoerd bij koninklijk besluit van 10 maart 1981. Het is van toepassing op de elektrische installaties die na 1 oktober 1981 in werking werden gesteld. Het geeft een reeks beschermingsmaatregelen tegen de effecten van elektriciteit en bevat bovendien voorschriften met betrekking tot de keuze en de aanwending van elektrische leidingen, machines en apparaten.

De maatregelen die moeten worden nageleefd door de personen worden eveneens in dit reglement uiteengezet. Bovendien bepaalt het welke de specifieke voorschriften zijn met betrekking tot bepaalde oude elektrische installaties.

Toepassingsgebied

Dit uit ongeveer 280 artikelen bestaande reglement werd bij koninklijk besluit van 2 september 1981 toepasselijk verklaard op:

  • de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijk ingedeelde inrichtingen;
  • de inrichtingen waar personeel tewerkgesteld wordt in de zin van artikel 28 van het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming (ARAB).

Het AREI is van toepassing op alle nieuwe elektrische installaties en alle belangrijke uitbreidingen van bestaande elektrische installaties:

  • sinds 1 oktober 1981, in elke inrichting waar personeel tewerkgesteld wordt en die niet over een bevoegde elektriciteitsdienst beschikt;
  • sinds 1 januari 1983, in elke inrichting waar personeel tewerkgesteld wordt en die wel over een bevoegde elektriciteitsdienst beschikt.

Risico's waartegen beschermd dient te worden

Bij de uitbouw van de elektrische installatie maakt men een onderscheid tussen drie spanningsgebieden, die aanleiding geven tot onderscheiden technische eisen. Het gaat om : de zeer lage spanning, de laagspanning en de hoogspanning.

De voornaamste risico's waartegen de reglementering bescherming wil bieden zijn de volgende:

  • elektrische schokken;
  • thermische invloeden;
  • overstromingen;
  • overspanning;
  • spanningsdalingen
  • biologische effecten van elektrische en magnetische velden;
  • besmettingsrisico's;
  • risico's te wijten aan beweging.

Wat het risico op elektrische schokken betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen rechtstreekse en onrechtstreekse aanraking. Bij rechtstreekse aanraking zal er bijvoorbeeld een bescherming gebeuren door omhulsel, isolatie of verwijdering. Terwijl in gewone ruimten iedereen toegang heeft, hebben in ruimten van de elektrische dienst enkel gewaarschuwde personen toegang en in exclusieve ruimten van de elektrische dienst enkel bevoegde personen.

Bij onrechtstreekse aanraking kan er een actieve bescherming gebeuren door bijvoorbeeld een automatische stroomonderbreking of door aardverbindingen. Er kan ook een passieve bescherming toegepast worden door bijvoorbeeld isolatie en scheiding van de stroombanen.

De thermische invloeden hebben betrekking op brandwonden, brand en ontploffingsgevaar. De beschermingsmaatregelen worden vastgest eld in functie van de aard van de goederen, de bouwmaterialen, de structuur van het gebouw en de ontruiming in geval van noodgeval.

De overstromen hebben betrekking op een mogelijke overbelasting of vormen van kortsluiting. Overspanning heeft betrekking op de stroombanen en kan het gevolg zijn van atmosferische omstandigheden. De spanningsdaling betekent dat de elektrische stroom plots wegvalt. In dat geval mag het bijvoorbeeld niet mogelijk zijn de machine onmiddellijk terug op te starten.

Wanneer er gewerkt wordt aan ondergrondse leidingen of lijnen of kabels worden geplaatst moeten eveneens bijzondere voorzieningen worden getroffen die o.a. betrekking hebben op kleurcodes, buizen, geleiders, verbindingsdozen enz…

Bij de keuze en ingebruikneming van elektrische machines en materieel moet men rekening houden met uitwendige invloeden, zoals de temperatuur, water, mechanische belasting, trillingen…Bij de aansluiting van toestellen moet men er voor zorgen dat er een veiligheidsonderbreking is (bijvoorbeeld een noodstop), een functionele besturing gebeurt (zodat de machine niet ongewild kan starten), de machine geaard is en de stopcontacten aangepast zijn.

Wanneer werken uitgevoerd worden aan een elektrische installatie dient er een duidelijke signalisatie te zijn en gelden specifieke procedures voor het werken onder spanning, die strenger zijn dan voor werken die buiten spanning worden uitgevoerd.

Voor de indienststelling van een elektrische installatie dient er een gelijkvormigheidsonderzoek te gebeuren door een erkend organisme, dat eveneens belast is met het uitvoeren van periodieke controles. De conclusies van dit onderzoek worden opgetekend in een proces-verbaal, waaraan het nodige gevolg dient gegeven te worden.

Specifieke toelichting

Adviezen van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites