NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Kleedkamers

Constructie van de kleedkamers

De kleedkamers bevinden zich in één of verschillende lokalen die volledig gescheiden zijn van de werkplaatsen en bureaus. Ze mogen in één enkel lokaal worden ingericht of in belendende lokalen die met elkaar in verbinding staan.

In afwijking hiervan mogen in de bureaus, waarin niet meer dan drie bedienden werkzaam zijn, de voor hen benodigde kleedgelegenheden worden ingericht.

De lokalen waarin de kleedkamers zijn ondergebracht zijn in duurzame materialen gebouwd.

Evenwel mogen op tijdelijke werven alsmede op de afgelegen werven in de openluchtgroeven, de kleedkamers in uitneembare of verplaatsbare constructies, bestand tegen uitwendige en atmosferische agentia, ondergebracht zijn.

De wanden van deze constructies zijn vervaardigd uit harde en isolerende materialen en worden derwijze in elkaar gezet dat tocht en schadelijke infiltraties vermeden worden.

Veiligheid en salubriteit

De grond en de muren van de kleedkamers worden tot op een hoogte van twee meter van een effen en waterdichte bekleding voorzien, zodat ze tegen een dagelijkse schoonmaak bestand zijn.

De lokalen voor de kleedkamers moeten alle waarborgen inzake veiligheid en salubriteit bieden.

Zij worden goed verlucht en verlicht en de temperatuur moet er, gemeten met een kamerthermometer, 20 °C bedragen.

De lokalen voor de kleedkamers worden ten minste eens per dag schoongemaakt. Bij ploegenarbeid worden de lokalen, vóór iedere ploegwisseling schoongemaakt.

Zij moeten met een sleutel kunnen worden gesloten.

Alleen de meubelen die aan de bestemming beantwoorden mogen er zich bevinden. Het is verboden er refters in te richten of het personeel toe te laten er maaltijd te houden.

Inrichting van de kleedkamers

De kleedkamers zijn vóór beiderlei kunne in afzonderlijke lokalen ondergebracht.

De kleedkamers zijn uitgerust met hetzij kleerhangers bevestigd aan een horizontale staaf, hetzij gewone kapstokken met kleerhaken, hetzij individuele kleerkasten, die roestvrij en gemakkelijk schoon te maken zijn. De keuze ervan wordt voor advies aan het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of, bij ontstentenis ervan, aan de syndicale afvaardiging voorgelegd.

Deze kleedkamers zijn gemakkelijk toegankelijk; de afstand tussen twee rijen kleerhangers, kapstokken of individuele kleerkasten bedraagt ten minste 1,20 m.

Indien gebruik wordt gemaakt van kleerhangers of gewone kapstokken, moeten bovendien rijen van individuele vakken aanwezig zijn, waarvan de minimum binnenafmetingen 30 cm breed, 25 cm hoog en 30 cm diep zijn en waarvan de deur doorboord is of voorzien is van traliewerk zodat de verluchting en discretie verzekerd zijn.

Indien gebruik wordt gemaakt van individuele kleerkasten, zijn deze volledig door volle tussenschotten van elkaar gescheiden. Deze kasten worden doeltreffend verlucht om het drogen van de kleren toe te laten. Binnenin moeten ze ten minste 30 cm breed, 48 cm diep en 1,60 m hoog zijn. Zij zijn voorzien van ten minste een kleerhaak, alsmede, bovenaan, van een legplank voor het hoofddeksel.

Voor de kasten die vóór 1 april 1982 zijn geïnstalleerd volstaat een diepte van ten minste 40 cm.

De kleerkasten en de individuele vakken worden volkomen net gehouden.
Indien de kleerkasten mechanisch verlucht worden en in zoverre de uitgevoerde werken niet bevuilend zijn of niet bestaan in de behandeling of de aanwending van giftige producten mag de breedte van de kasten teruggebracht worden tot 25 cm, mits gunstig advies van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of, bij ontstentenis ervan, van de syndicale afvaardiging.

Deze kleerkasten dienen evenwel bovenaan niet voorzien te zijn van een legplank en hun hoogte aan de binnenzijde moet slechts 1,40 m bedragen op voorwaarde dat ze van ten minste twee kleerhaken voorzien zijn en dat de breedte aan de binnenzijde de breedte van 30 cm met ten minste 25 % overschrijdt.

De individuele vakken en kleerkasten zijn voorzien van een slot of van bevestigingshaken om ze met een hangslot te sluiten.
Indien gebruik wordt gemaakt van verplaatsbare kleerhangers op een horizontale staaf, wordt het aantal kleerhangers beperkt tot zes per meter; de inrichting wordt aangevuld met een blad van 40 cm breedte.

De kleerhaken van de gewone kapstokken moeten door vrije tussenruimten van ten minste 30 cm van elkaar gescheiden zijn. Ingeval er verscheidene rijen van kleerhaken bestaan, wordt ertussen een afstand van ten minste 1,20 m gelaten.

Elke gebruiker van de kleedkamers beschikt hetzij over ten minste een gewone kleerhaak of een kleerhanger en een individueel vak, hetzij over een individuele kleerkast.

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites