NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen

 

 

Inleiding

De wet van 26 juni 2002 bepaalt enerzijds een aantal verplichtingen voor de werkgevers in geval van sluiting van ondernemingen en stelt anderzijds vast welke de verschillende opdrachten zijn van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, hierna "Sluitingsfonds" genoemd.

In geval van sluiting van zijn onderneming moet de werkgever ertoe :

  • voorafgaandelijk bepaalde inlichtingen verstrekken aan de betrokken werknemers, vertegenwoordigingsorganen van de werknemers evenals de betrokken overheden en organismen, overeenkomstig de wijzen bepaald bij sectorale collectieve arbeidsovereenkomst of, bij gebreke daaraan, bij koninklijk besluit;
  • een bijzondere ontslagvergoeding ("sluitingsvergoeding" genoemd) betalen aan de werknemers die bij die sluiting betrokken zijn.

 

Onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen, kan op het Sluitingsfonds beroep gedaan worden om tot waarborg tussen te komen wanneer de werkgever in gebreke blijft zijn verplichtingen na te komen in geval van sluiting van een onderneming of in geval van wijziging van werkgever.

De wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen voorziet op uitdrukkelijke wijze in de waarborg van het Sluitingsfonds, in geval van het in gebreke blijven van de werkgever, voor werknemers van de non-profitsector (ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit) of van beoefenaars van vrije beroepen voor wat de aspecten van het loon, de compensatoire opzeggingsvergoeding (zie punt 4.2.3.) evenals de aanvullende vergoeding bij brugpensioen (zie punt 4.2.7.) betreft.

Een koninklijk besluit zal bepalen welke de ondernemingen zijn die deel uitmaken van de non-profitsector.

De beoefenaars van vrij beroepen worden met ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit gelijkgesteld. Onder een vrij beroep wordt verstaan: elke zelfstandige beroepsactiviteit van levering van diensten of goederen die geen handelsdaad of ambachtelijke activiteit uitmaakt in de zin van de wet van 18 maart 1965 op het ambachtsregister en die niet beoogd wordt door de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, met uitsluiting van activiteiten van landbouw en veeteelt.

Tot slot worden aan het Fonds bepaalde specifieke opdrachten toevertrouwd die geen verband hebben met een tekortkoming van de werkgever naar aanleiding van een sluiting van onderneming.

 

 

Wat wordt onder "sluiting van ondernemingen" verstaan ?

Onder onderneming wordt niet de juridische entiteit verstaan, maar wel de technische bedrijfseenheid in de zin van de wetgeving betreffende de ondernemingsraden (cf. artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven).

Elke afdeling van de onderneming wordt met het begrip onderneming gelijkgesteld.

Er is sprake van sluiting van een onderneming (of een afdeling ervan) wanneer twee voorwaarden cumulatief vervuld zijn :

  • de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming of van een afdeling ervan (vrijwillige stopzetting of ingevolge een faillissement);
  • het aantal tewerkgestelde werknemers in de onderneming moet gedaald zijn tot beneden 25% van het aantal werknemers dat er gemiddeld was tewerkgesteld tijdens het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van de stopzetting van de activiteit.

Om deze 25% te berekenen wordt verwezen naar het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van de stopzetting van de activiteit en niet naar de 12 maanden die het tijdstip van de berekening voorafgaan.

Om de dag van sluiting vast te stellen, bepaalt de wet dat deze geacht wordt in te gaan de eerste dag van de maand die volgt op die waarin het aantal tewerkgestelde werknemers gedaald is beneden het vierde van het gemiddelde van de tewerkgestelde werknemers tijdens het voorafgaand kalenderjaar.

Onder bepaalde voorwaarden kan het beheerscomité van het Sluitingsfonds de verplaatsing van de exploitatiezetel, de fusie of de herstructurering van de onderneming gelijkstellen met een sluiting van onderneming.

 

 

De informatieverplichting

Deze informatieverplichting is enkel van toepassing op de ondernemingen (of afdeling van ondernemingen) die gemiddeld ten minste 20 werknemers tewerkstellen gedurende het kalenderjaar voorafgaand aan de sluiting. Het gemiddelde wordt berekend op basis van de (kwartaal)aangiften aan de RSZ.

Deze verplichting is niet van toepassing op de ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit, noch op de beoefenaars van vrije beroepen.

Bepaalde paritaire comités hebben de manier vastgesteld waarop deze voorafgaande informatie moet worden meegedeeld. Bij ontstentenis van een daartoe door het paritair comité gesloten collectivieve arbeidsovereenkomst, hetgeen het geval is in heel wat sectoren, is volgende subsidiaire reglementering van toepassing.

Aan wie moet informatie gegeven worden?

In de onderneming moet de werkgever die beslist over te gaan tot sluiting, de werknemers hierover inlichten, door middel van aanplakking van een gedagtekend en ondertekend bericht op een goed zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming.

De ondernemingsraad of , bij ontstentenis ervan, de vakbondsafvaardiging, moet eveneens ingelicht worden.

Buiten de onderneming moeten terzelfdertijd volgende instellingen ingelicht worden, bij een ter post aangetekend schrijven, verstuurd op dezelfde dag als de bovenvermelde aanplakking:

  • de Minister van Tewerkstelling en Arbeid;
  • de Minister van Economische Zaken;
  • de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
  • het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers;
  • de voorzitter van het paritair comité waaronder de onderneming ressorteert.

Welke informatie?

De inlichtingen verstrekt aan de werknemers en aan de bovenvermelde instellingen moeten volgende elementen bevatten:

  • de naam en het adres van de onderneming;
  • de aard van de activiteit van de onderneming (of van de afdeling);
  • de vermoedelijke datum van de stopzetting van de hoofdactiviteit;
  • de volledige lijst van het personeel tewerkgesteld in de onderneming (of de afdeling); deze lijst zal voor elke werknemer aanduiden:
    • de naam, voornamen en het adres;
    • de geboortedatum;
    • de datum van indiensttreding in de onderneming;
    • de duur van de wettelijke opzeggingstermijn waarop hij aanspraak kan (zou kunnen) maken;
    • de gezinslast;
    • het eventuele beroep of de eventuele beroepen die hij tegelijk uitoefent naast het beroep dat hij gewoonlijk in de onderneming uitoefent.

Wanneer ?

De informatie moet onmiddellijk (zonder verwijl) verstrekt worden na de beslissing.

Sancties

De werkgever die deze informatieverplichting niet naleeft kan strafrechtelijke of administratieve
sancties oplopen.

 

De sluitingsvergoeding

De sluitingsvergoeding is niet verschuldigd aan de werknemers tewerkgesteld in de ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit of door de beoefenaars van vrije beroepen.

Toekenningsvoorwaarden van de sluitingsvergoeding

In geval van sluiting van onderneming en in geval van gelijkstelling van de verplaatsing van de exploitatiezetel of van de fusie van de onderneming met een sluiting

De werknemer die ontslagen wordt ten gevolge van de sluiting van zijn onderneming of ten gevolge van de verplaatsing van de exploitatiezetel of van de fusie van de onderneming die door het beheerscomité van het Sluitingsfonds gelijkgesteld wordt met een sluiting van onderneming, heeft recht op een sluitingsvergoeding voor zover hij voldoet aan volgende voorwaarden:

  • verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd;
  • één jaar anciënniteit in de onderneming hebben (aan de anciënniteitsvoorwaarde moet voldaan zijn op de dag waarop de opzeggingstermijn begint te lopen of, bij beëindiging zonder opzegging, op de dag dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd);
  • niet ontslagen zijn om een dringende reden;
  • door de werkgever ontslagen zijn of ontslag genomen hebben om een dringende reden in hoofde van de werkgever :
    • hetzij tijdens de periode van twaalf maanden die, naargelang het geval, de datum van de sluiting of de datum van de verplaatsing van de exploitatiezetel of de fusie van de onderneming voorafgaan (voor de bedienden wordt deze termijn op achttien maanden gebracht);
  • hetzij op de datum van de sluiting of op de datum van de verplaatsing van de exploitatiezetel of de fusie van de onderneming;
  • hetzij tijdens de periode van twaalf maanden die volgen op deze data (deze laatste termijn wordt op drie jaren gebracht voor de werknemers die deelnemen aan de vereffeningswerkzaamheden van de onderneming);
    Bijvoorbeeld : indien de datum van de sluiting van de onderneming op 1 oktober 2003 valt, moet het ontslag van de werknemer plaatsgevonden hebben in de periode van 1 oktober 2002 tot 1 oktober 2004.
  • niet onmiddellijk door zijn werkgever of door diens toedoen in een andere onderneming tewerkgesteld worden met behoud van zijn loon en zijn anciënniteit; indien dit het geval is heeft hij toch recht op de sluitingsvergoeding wanneer hij door deze nieuwe werkgever ontslagen wordt binnen een termijn van zes maanden;
  • geen dergelijk schriftelijk aanbod tot tewerkstelling, vergezeld van een schriftelijke verbintenis van de werkgever die hem in dienst wenst te nemen, geweigerd hebben.

In geval van herstructurering gelijkgesteld met sluiting van onderneming

Enkel de werknemers die ontslagen worden tijdens de herstructureringsperiode, welke is vastgesteld door het beheerscomité van het Sluitingsfonds, kunnen van de sluitingsvergoeding genieten voor zover zij één jaar anciënniteit tellen in de onderneming, en zij aangeworven werden in het kader van een arbeidsovereenkomst gesloten voor onbepaalde duur.

In geval van overgang van onderneming krachtens overeenkomst

De niet-overgenomen werknemers die beantwoorden aan de in punt 3.1.1. vermelde voorwaarden genieten van de sluitingsvergoeding voor zover aan volgende voorwaarden is voldaan:

  • de niet-overgenomen werknemers vertegenwoordigen ten minste 20 % van het personeel dat gemiddeld werd tewerkgesteld tijdens het laatste kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de verandering van werkgever heeft plaatsgehad;
  • en op datum van de overgang van de onderneming krachtens overeenkomst moeten er ten minste twintig niet-overgenomen werknemers zijn.

In geval van overname van de activa na faillissement of gerechtelijk akkoord

In geval van overname van de activa die plaatsvindt binnen een termijn van 6 maanden (of 9 maanden indien de activiteit voorlopig werd verdergezet) vanaf de datum van het faillissement of binnen een termijn van 9 maanden vanaf de datum van het gerechtelijk akkoord, genieten de niet-overgenomen werknemers (namelijk diegenen die niet van de overbruggingsvergoeding genieten - zie punt 4.2.4.) die aan de in punt 3.1.1. vermelde voorwaarden voldoen, van de sluitingsvergoeding voor zover aan volgende voorwaarden is voldaan :

  • de niet-overgenomen werknemers vertegenwoordigen ten minste 20 % van het personeel dat gemiddeld werd tewerkgesteld tijdens het laatste kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het faillissement of het gerechtelijk akkoord heeft plaatsgehad;
  • en op datum van de overname van activa na faillissement of gerechtelijk akkoord moeten er ten minste twintig niet-overgenomen werknemers zijn.

Gelijkstellingen

Het beheerscomité van het Sluitingsfonds kan beslissen dat de sluitingsvergoeding eveneens moet worden toegekend aan de werknemers wier arbeidsovereenkomst in haar uitvoering is geschorst op het ogenblik van de sluiting (of op de datum van de verplaatsing van de exploitatiezetel of van de fusie van de onderneming of nog op de datum van de overgang krachtens overeenkomst).

Uitsluitingen

Kunnen geen aanspraak maken op de sluitingsvergoeding :

  • de werknemer die niet voldoet aan de bovenvermelde voorwaarden (zie punt 3.1.) (bv. : de werknemer die zelf ontslag neemt, tenzij om een dringende reden in hoofde van de werkgever (zie punt 3.1.1.);
  • de werknemer die aan de voorwaarden voldoet om recht te hebben op de overbruggingsvergoeding die bepaald is ten voordele van bepaalde werknemers die opnieuw in dienst worden genomen na overname van de activa van een onderneming na faillissement of gerechtelijk akkoord en waarvan de betaling ten laste genomen wordt door het Sluitingsfonds (zie punt 4.2.4.);
  • de werknemer die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt;
  • de werknemer die vóór of naar aanleiding van de sluiting geniet van de aanvullende vergoeding bij brugpensioen;
  • de werknemer die door een in kracht van gewijsde gegane strafrechterlijke uitspraak veroordeeld is wegens een strafbaar feit inzake het beheer van de onderneming die het voorwerp heeft uitgemaakt van een sluiting; indien de betrokken inbreuk aanleiding heeft gegeven tot een strafvervolging, worden de rechten die voortvloeien uit de toepassing van deze reglementering geschorst tot op het ogenblik dat van vervolging wordt afgezien of tot op het ogenblik van de vrijspraak;
  • bepaalde bij koninklijk besluit vastgestelde categorieën werknemers (bijvoorbeeld : seizoenspersoneel, tewerkgesteld in de ondernemingen van ingeblikte groenten en fruit evenals jamfabrieken, uitzendkrachten, de werknemers en leerlingen die onder de bevoegdheid vallen van het paritair comité voor de diamantnijverheid en -handel, …).

 Bedrag van de sluitingsvergoeding

De sluitingsvergoeding is samengesteld uit een basisbedrag en, in voorkomend geval, uit een bijkomend bedrag.

Momenteel bedraagt de basisvergoeding 128, 69 EUR (per 1 oktober 2004) per jaar anciënniteit in de onderneming, met een maximum van 2.573, 80 EUR.

Er wordt aan de werknemer eveneens een bijkomende vergoeding van 128, 69 EUR ( per 1 oktober 2004) toegekend per leeftijdsjaar boven 45 jaar (op voorwaarde dat deze jaren in dienst van de onderneming waren), met een maximum van 2.573, 80EUR.

Deze bedragen worden geactualiseerd in functie van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Termijn voor de betaling van de sluitingsvergoeding

De vergoeding moet door de werkgever betaald worden :

  • binnen 15 dagen die volgen op de datum van de sluiting (of de datum van de verplaatsing van de exploitatiezetel of van de fusie van de onderneming of nog de datum van de overgang krachtens overeenkomst);
  • binnen 15 dagen die volgen op de kennisgeving van het ontslag wanneer dit na de datum van de sluiting komt (of na de datum van de verplaatsing van de exploitatiezetel of van de fusie van de onderneming of nog na de datum van de overgang krachtens overeenkomst);
  • binnen 15 dagen die volgen op de door het beheerscomité van het Sluitingsfonds vastgestelde datum wanneer dit beslist heeft om de vergoeding toe te kennen aan werknemers wier overeenkomst geschorst is.

 

Wanneer de werkgever in gebreke blijft, betaalt het Sluitingsfonds de sluitingsvergoeding en kan dit Fonds het bedrag ervan recupereren bij de werkgever.

Cumul van de sluitingsvergoeding met andere vergoedingen

De sluitingsvergoeding mag gecumuleerd met :

  • de verbrekingsvergoedingen;
  • de uitkeringen voor sociale zekerheid (werkloosheidsuitkeringen, …);
  • de bijzondere vergoedingen die verschuldigd zijn in geval van ontslag van beschermde werknemers in het kader van de wetgeving betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk.

 

 

Tussenkomst van het Sluitingsfonds als waarborg

In geval van onvermogen van de werkgever, geniet de werknemer van een waarborg, bestaande uit de tussenkomsten van het Sluitingsfonds.

Oorspronkelijk had dit Fonds enkel als opdracht om aan de werknemers de sluitingsvergoeding te betalen in geval van sluiting van de onderneming, wanneer de werkgever in gebreke bleef inzake het betalen van deze vergoeding binnen de door de reglementering vastgestelde termijnen.

De opdracht van dit Fonds werd aanzienlijk uitgebreid. Het Fonds is eveneens verplicht om, onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen, de betaling te waarborgen van lonen, vergoedingen en voordelen verschuldigd aan de werknemer wanneer de werkgever zijn verplichtingen niet nakomt. Weliswaar moet de tekortkoming van de werkgever vastgesteld worden naar aanleiding van de sluiting van de onderneming (of gelijkgestelde gevallen) of van een verandering van werkgever.

Het Fonds kan vervolgens ten laste van de werkgever de bedragen recupereren die betaald werden in het kader van het verlenen van zijn waarborg.

Tenslotte kan het Fonds tussenkomen in bepaalde gevallen die niet gekoppeld zijn aan het in gebreke blijven van de werkgever.

De werknemers tewerkgesteld in ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit en door de beoefenaars van vrije beroepen genieten van de waarborg van het Sluitingsfonds in geval van het in gebreke blijven van de werkgever voor wat de aspecten loon, compensatoire opzeggingsvergoeding (zie punt 4.2.3.) evenals aanvullende vergoeding bij brugpensioen (zie punt 4.2.7.) betreft.

 

Het Sluitingsfonds

Het bij wet opgerichte Sluitingsfonds is een overheidsinstelling die afhangt van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Het Sluitingsfonds wordt beheerd door een beheerscomité dat samengesteld is uit de leden die zetelen in het beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

De administrateur-generaal van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening wordt belast met het dagelijks beheer van het Fonds. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening stelt de diensten, het personeel en de inrichtingen die nodig zijn voor de werking van het Fonds te zijner beschikking.

Het toezicht op het Fonds wordt uitgeoefend door de regeringscommissarissen en de revisoren die toezicht uitoefenen op de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

De wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen bepaalt dat voor de aangelegenheden die betrekking hebben op de non-profitsector en voor de vrije beroepen, de bevoegdheden van het beheerscomité uitgeoefend worden door een bijzonder comité dat paritair is samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werkgevers van deze twee sectoren en vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties. Er wordt voor deze twee categorieën werkgevers bepaald dat het Fonds een aparte boekhouding houdt. Geen enkele overdracht kan plaatsvinden tussen deze verschillende boekhoudingen.

Het Sluitingsfonds wordt gefinancierd door de bijdragen ten laste van het geheel van de werkgevers. Deze bijdrage wordt jaarlijks vastgesteld door de Koning (koninklijk besluit), na advies van het beheerscomité van het Fonds en van de Nationale Arbeidsraad.

Voor het jaar 2006 wordt het bijdragepercentage in beginsel vastgesteld op :

  • 0,29% voor de werkgevers die gedurende het jaar 2004 gemiddeld ten minste 20 werknemers tewerkgesteld hebben;
  • 0,25% voor de werkgevers die gedurende het jaar 2004 gemiddeld minder dan 20 werknemers tewerkgesteld hebben;

 

Er zou een bijzondere bijdrage moeten vastgesteld worden voor de werkgevers van de non-profitsector en voor de beoefenaars van vrije beroepen.

Deze bijdragen worden berekend op basis van de lonen die in aanmerking genomen worden voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen.

Tussenkomsten van het Sluitingsfonds

Sluitingsvergoeding

Het Sluitingsfonds betaalt de sluitingsvergoeding uit wanneer de werkgever, de curator of de vereffenaar er niet de uitbetaling van verzekert binnen de door de wet vastgestelde termijnen.

Vergoeding wegens collectief ontslag

In geval van faillissement, gerechtelijk akkoord of overgang van de onderneming krachtens overeenkomst, kan het gebeuren dat bepaalde werknemers die niet overgenomen worden geen aanspraak kunnen maken op de sluitingsvergoeding omdat ze niet aan de voorwaarden voldoen vermeld in de punten 3.1.3. en 3.1.4. .

In dit geval betaalt het Fonds aan deze niet-overgenomen werknemers de verschuldigde vergoeding in geval van collectief ontslag (collectieve arbeidsovereenkoimst nr. 10 van 8 mei 1973 betreffende het collectief ontslag) voor zover ze voldoen aan de in punt 3.1.1. bepaalde voorwaarden.

Wanneer het Fonds de in geval van collectief ontslag verschuldigde vergoeding op deze basis uitbetaalt, moet hij de vergoeding niet meer betalen op basis van de bepalingen die in punt 4.2.3. uiteengezet worden.

Lonen, vergoedingen en voordelen

Tussenkomsten van het Sluitingsfonds

Wanneer de werkgever zijn geldelijke verplichtingen jegens zijn werknemers niet nakomt, komt het Fonds tussen om de betaling van volgende vergoedingen en voordelen te waarborgen:

  • de lonen verschuldigd krachtens de individuele of collectieve arbeidsovereenkomsten;
  • de vergoedingen en voordelen verschuldigd krachtens de wet of krachtens individuele of collectieve arbeidsovereenkomsten.

Deze tussenkomst van het Sluitingsfonds is niet mogelijk in geval van :

  • sluiting van onderneming;
  • verplaatsing van de exploitatiezetel, fusie of herstructurering van een onderneming, gelijkgesteld met een sluiting van onderneming;
  • overname van de activa van een onderneming na faillissement of gerechtelijk akkoord, die plaatsvindt buiten de termijnen van 6 of 9 maanden al naar gelang de situatie (zie punt 4.2.4.)

In geval van overname van de activa van een onderneming na faillissement of gerechtelijk akkoord, die plaatsvindt buiten de termijnen van 6 of 9 maanden al naar gelang de situatie, zal het Sluitingsfonds op dezelfde wijze tussenkomen voor de niet-overgenomen werknemers wanneer de vroegere werkgever zijn verplichtingen niet naleeft. Bovendien zal het Fonds eveneens tussenkomen voor de werknemers die van de overbruggingsvergoeding genieten (namelijk diegenen die opnieuw aangeworven werden door de werkgever die de activa van de onderneming na faillissement of gerechtelijk akkoord overgenomen heeft, zie punt 4.2.4.), met uitzondering evenwel van de verbrekingsvergoeding.

In geval van overgang krachtens overeenkomst is de waarborg van het Sluitingsfonds normaal niet vereist aangezien, in deze hypothese, de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten automatisch overgedragen worden op de nieuwe werkgever overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985. Het Sluitingsfonds kan er evenwel toe gebracht worden om tussen te komen voor de niet-overgenomen werknemers wanneer de werkgever zijn verplichtingen niet nakomt.

Opmerking :

Deze tussenkomst van het Sluitingsfonds is voortaan bestemd voor de werknemers tewerkgesteld in de non-profitsector of bij de beoefenaars van vrije beroepen.

Voorwaarden voor de tussenkomst van het Sluitingsfonds

De tussenkomst van het Sluitingsfonds is ondergeschikt aan de voorwaarde dat de werkgever zijn verplichtingen die geldig werden aangegaan ten overstaan van zijn werknemers, niet heeft nageleefd.

Om van de waarborg van het Fonds te genieten moet de werknemer geen minimale anciënniteit in de onderneming rechtvaardigen. Bovendien is het van weinig belang of de arbeidsovereenkomst al dan niet voor onbepaalde tijd gesloten werd. Er is geen reden meer om een onderscheid te maken of de overeenkomst verbroken werd op iniatief van de werkgever of van de werknemer.

De arbeidsovereenkomst moet een einde genomen hebben :

  • hetzij tijdens de twaalf maanden die, al naar gelang, de datum van de sluiting van de onderneming, de datum van de verplaatsing of van de fusie van de onderneming of de datum van de overgang krachtens overeenkomst van de onderneming, voorafgaan;
  • hetzij, al naar gelang, op de datum van de sluiting van de onderneming, op de datum van de verplaatsing of van de fusie van de onderneming of op de datum van de overgang krachtens overeenkomst van de onderneming;
  • hetzij tijdens de twaalf maanden volgend op dezelfde data.

De periode van twaalf maanden voorafgaand aan bovenvermelde data wordt op achttien maanden gebracht voor de bedienden.

De periode van twaalf maanden volgend op bovenvermelde data wordt op drie jaar gebracht voor de werknemers die deelnemen aan de vereffeningswerkzaamheden van de onderneming.

Voor de toepassing van deze termijnen moet rekening gehouden worden met de datum waarop de arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen (en niet met de datum van de kennisgeving van de opzegging).

De bovenvermelde termijnen zijn niet van toepassing op de ontslagen werknemers:

  • op wie de betaling van de opzeggingsvergoeding in maandtermijnen overeenkomstig artikel 39bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, van toepassing is;
  • die recht hebben op de aanvullende vergoeding bij brugpensioen;
  • die genieten van een beslissing uitgesproken na verloop van een gerechtelijke procedure, die vóór de sluiting geldig werd ingeleid, en dit voor de bedragen die voortvloeien uit deze beslissing.

 

Plafonds

Het Sluitingsfonds moet niet de totaliteit van de aan de werknemer verschuldigde sommen uitbetalen. Deze tussenkomsten zijn inderdaad begrensd (zie momenteel het koninklijk besluit van 6 juli 1967 ter uitvoering van artikel 6 van de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers).

Een maximumbedrag van de tussenkomst van het Sluitingsfonds wordt eveneens bepaald voor elke categorie van de vastgelegde sommen (loon dat verschuldigd blijft op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst, verbrekingsvergoeding, vakantiegeld, …).

Bovendien mag het globaal bedrag van de verschillende door het Sluitingsfonds uitbetaalde sommen 22.310,42 EUR bruto per werknemer en per sluiting van onderneming niet overschrijden.

Overbruggingsvergoeding

Voorwaarden

In geval van overname van de activa van de onderneming binnen een termijn van 6 maanden vanaf de datum van het faillissement (9 maanden indien de activiteit voorlopig verdergezet wordt) of binnen een termijn van 9 maanden vanaf de datum van het gerechtelijk akkoord, hebben de werknemers wier activiteit werd onderbroken ten gevolge van het faillissement of het gerechtelijk akkoord, en die opnieuw in dienst werden genomen door de werkgever die de activa heeft overgenomen, recht op een overbruggingsvergoeding ten laste van het Fonds voor de periode die ingaat op de datum van de onderbreking van hun activiteit volgend op de gehele of gedeeltelijke onderbreking van de activiteit van de onderneming en die eindigt op de dag van de indienstneming door de nieuwe werkgever.

De overbruggingsvergoeding is verschuldigd voor zover de overgenomen werknemers aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • ofwel op de datum van het faillissement of het gerechtelijk akkoord verbonden zijn door een arbeids- of leerovereenkomst, ofwel ontslagen zijn tijdens de maand die deze datum voorafgaat en recht hebben op een verbrekingsvergoeding die op deze datum niet volledig werd uitbetaald;
  • en overgenomen, opnieuw in dienst genomen zijn door de werkgever die de overname van de activa van de failliete onderneming of van de onderneming in boedelafstand , die hen tewerkstelde, heeft verricht:
    • hetzij vooraleer de overname van de activa plaatsvindt, teneinde de overbruggingsvergoeding eveneens toe te kennen aan de werknemers die zouden overgenomen zijn tussen de datum van het faillissement of van het gerechtelijk akkoord en de datum van de overname van de activa van de onderneming;
    • hetzij op het ogenblik van de overname van de activa;
    • hetzij binnen een bijkomende termijn van zes maanden na de overname van de activa.

Bij verderzetting van de activiteiten van de onderneming door de curator in het kader van een faillissement of van een gerechtelijk akkoord, moeten de werknemers opnieuw in dienst genomen worden door de nieuwe werkgever binnen twaalf maanden die volgen op de datum van het faillissement of gerechtelijk akkoord.

Uitsluitingen

De overbruggingsvergoeding is niet verschuldigd:

  • voor de periodes gedekt door verbrekingsvergoeding, ontvangen door de werknemer (bij gedeeltelijke betaling heeft de werknemer enkel recht op een overbruggingsvergoeding voor de periode die deze, gedekt door die vergoeding, overschrijdt);
  • wanneer de werknemer, na door de werkgever die de activa heeft overgenomen, te zijn in dienst genomen op grond van een arbeidsovereenkomst met een beding van proeftijd, wordt ontslagen of zelf ontslag neemt (in dit geval heeft de werknemer, in voorkomend geval, opnieuw recht op de betaling van de verbrekingsvergoeding en de sluitingsvergoeding ten laste van het Sluitingsfonds);
  • voor de periodes gedekt door een loon (met inbegrip van het gewaarborgd loon) verschuldigd tijdens de periode van volledige of gedeeltelijke onderbreking van de activiteit van de failliete onderneming of van de onderneming die het voorwerp is van een gerechtelijk akkoord of tijdens een deel ervan (krachtens een arbeidsovereenkomst gesloten met de curator of een andere werkgever die niet betrokken is bij de overname);
  • voor de periodes gedekt door sociale zekerheidsuitkeringen (bijvoorbeeld : werkloosheidsuitkeringen in het kader van tijdelijke werkloosheid, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, …).

 

 Bedrag van de overbruggingsvergoeding

De overbruggingsvergoeding is gelijk aan het brutoloon dat de werknemer geniet op het ogenblik van de onderbreking van de activiteit en waarvan het bedrag is begrensd (zie momenteel het koninklijk besluit van 17 juli 1985 tot vaststelling van het maandelijks maximumbedrag van de overbruggingsvergoeding).

Er worden bijzondere regels vastgesteld voor de berekening van de overbruggingsvergoeding voor de werknemers die aangeworven zijn in een deeltijdse arbeidsregeling met een variabele wekelijkse arbeidsduur (art. 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten) of in regelingen waarbij overschrijdingen van de arbeidsduur toegelaten zijn onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 20bis en 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971.

Het Sluitingsfonds is belast met de betaling van een vergoeding gelijk aan het vakantiegeld voor de periode gedekt door de overbruggingsvergoeding, aan de bediende die opnieuw in dienst genomen werd.

Tegemoetkoming bij overmacht

In toepassing van artikel 32, 5°, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, nemen de arbeidsovereenkomsten bij overmacht een einde zonder opzegging en zonder vergoeding.

In geval van overmacht die de definitieve sluiting van de onderneming tot gevolg heeft, heeft de werknemer, wiens arbeidsovereenkomst beëindigd werd door dit geval van overmacht, ten laste van het Fonds recht op de betaling van alle vergoedingen, verbonden met de verbreking van de arbeidsovereenkomst, en die hem zouden zijn uitbetaald wanneer hij ontslagen zou geweest zijn. Het gaat hier dus om alle vergoedingen uitgekeerd naar aanleiding van de verbreking van de arbeidsovereenkomst: zo worden bedoeld de verbrekingsvergoeding evenals alle vergoedingen die conventioneel verschuldigd zouden zijn.

De waarborg van het Fonds wordt enkel toegekend indien het geval van overmacht dat de definitieve sluiting van de onderneming heeft veroorzaakt, erkend werd door het beheerscomité van het Fonds.

Bijkomende vergoedingen verschuldigd aan sommige beschermde werknemers

In toepassing van artikel 9 van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen (nu comités voor preventie en bescherming op het werk) alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden, kan een koninklijk besluit het Fonds belasten met de betaling van de bijkomende vergoeding verschuldigd aan de personeelsafgevaardigde of de kandidaat-personeelsafgevaardigde zo de werkgever dit verzuimt.

Het betreft hier de vergoeding, bovenop de werkloosheidsuitkeringen, verschuldigd door de werkgever die de procedure heeft ingeleid tot voorafgaande erkenning van een dringende reden ter rechtvaardiging van de opheffing van de bescherming van een beschermde werknemer, en die verschuldigd is gedurende de periode van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wanneer de voorzitter van de arbeidsrechtbank geoordeeld heeft dat de werknemer niet kon blijven werken gedurende de lopende gerechtelijke procedure.

Het Fonds komt tussen wanneer de werkgever in gebreke blijft bij het naleven van zijn verbintenis. Het recupereert de voorgeschoten bedragen bij de werkgever, vermeerderd met een toeslag ter compensatie van de kost van de administratieve formaliteiten ten laste van het Fonds.

Aanvullende vergoeding bij brugpensioen

Buiten het geval van sluiting van onderneming, bedoeld in punt 4.2.3.1., kan de werknemer die recht heeft op de aanvullende vergoeding bij brugpensioen, vragen dat het Fonds tussenkomt voor de betaling van deze vergoeding, wanneer de werkgever op dit vlak zijn verplichtingen niet nakomt.

Het Sluitingsfonds komt slechts tussen voor bepaalde werknemerscategorieën en voor een begrensd bedrag (zie momenteel het koninklijk besluit van 6 mei 1985 tot aanwijzing van de categorieën van werknemers voor wie het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers tussenkomt in de betaling van de aanvullende vergoeding verschuldigd aan ontslagen bejaarde werknemers).

Opmerkingen :

  • deze tussenkomst van het Sluitingsfonds is voortaan bestemd voor de werknemers tewerkgesteld in de non-profitsector en bij de beoefenaars van vrije beroepen;
  • in geval van sluiting van onderneming werd de waarborg van het Fonds voor de betaling van deze bijkomende vergoeding eveneens vastgesteld (zie punt 4.2.3.1.).

De tijdelijke werkloosheid

Het Sluitingsfonds is belast met de financiering van een deel van de kost van de tijdelijke werkloosheid ten laste van Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening in geval van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden ten gevolge van slecht weder, technische stoornis of een gebrek aan werk wegens economische oorzaken in toepassing van de artikelen 49, 50 en 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

De tussenkomst van het Sluitingsfonds is momenteel vastgesteld op 33% en voortaan zal het bedrag van de kost van de tijdelijke werkloosheid die door het Sluitingsfonds ten laste genomen wordt, bij koninklijk besluit vastgesteld worden, zodanig dat dit bedrag kan aangepast worden in het licht van het reëel percentage van de kost van de tijdelijke werkloosheid in verhouding tot de kost van de volledige werkloosheid.

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites