NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Toiletten

De toiletten bestaan uit waterclosets en urinoirs die aan de welvoeglijkheidsnormen voldoen en tegen regen en tocht beschermd zijn. Ze zijn zo geconstrueerd dat geen uitwasemingen zich in de werkplaatsen kunnen verspreiden.

Al de bijkomende installaties zijn aldus opgevat en geplaatst dat ze geen hinder kunnen veroorzaken.

De toiletten worden goed verlucht, behoorlijk verwarmd, voldoende verlicht en steeds zindelijk gehouden. Zij worden met water schoongemaakt voor elke arbeidshervatting en ten minste eens per dag.

De toiletten bevinden zich zo dicht mogelijk bij de arbeidsposten, ongeacht de aard van de werkzaamheden en het aantal tewerkgestelde werknemers.

De waterclosets worden verlucht, hetzij rechtstreeks naar buiten toe, hetzij via luchtopeningen die aangebracht zijn onder de deur tot op een hoogte van maximum 10 cm of boven de deur op een hoogte van meer dan 1,90 m.

De urinoirs mogen geplaatst worden in afzonderlijke uitsluitend ervoor voorbehouden lokalen. Het is verboden urinoirs binnen in de waterclosets te plaatsen.

Afzonderlijke en volledig van elkaar gescheiden toiletten worden aan beiderlei kunnen voorbehouden; de vermelding "Mannen" of "Vrouwen" of een aangepast pictogram duidt aan voor welke kunne zij zijn voorbehouden.

Per vier waterclosets of urinoirs is er één wastafel.

Er is toiletpapier ter beschikking; afvalbakjes worden in de waterclosets geplaatst.

In elk watercloset is er één kleerhaak.

De toiletten worden op de volgende wijze ingericht:

a) binnen de gebouwen:

De toiletten mogen niet rechtstreeks met de werkplaatsen, de refters of de kleedkamers in verbinding staan; zij mogen enkel op gangen, voor- of trapportalen uitgeven.

De waterclosets zijn volledig van elkaar gescheiden door volle tussenschotten tot op de grond; er mag nochtans een vrije ruimte van maximum 15 cm onder aan die tussenschotten gelaten worden om het schoonmaken te vergemakkelijken. De waterclosets zijn voorzien van een volle deur, eventueel met luchtopeningen. Elk watercloset moet van binnen kunnen gesloten worden.

Geven de waterclosets rechtstreeks uit op gangen, voor- of trapportalen, dan worden ze naar de bepalingen van het vorige lid ingericht behoudens dat hun deur volledig de opening vult. Elk van deze waterclosets wordt voortdurend en doeltreffend verlucht.

De toiletten zijn voorzien van:

  1. in de waterclosets: een closetpot al dan niet voorzien van een beweegbare bril. Deze zijn van duurzame, waterdichte en gladde materialen. Indien closetpotten worden gebruikt, reikt de bril of de pot van 40 tot 50 cm boven de grond en heeft hij bovenaan links en rechts, een effen en horizontale bovenkant van ten minste 20 cm lang en 3 cm breed.

    Elk watercloset is voorzien van een waterspoeling.

    De hurkclosets met voetsteunen en afvoeropening, geïnstalleerd vóór 1 april 1982, mogen in gebruik gehouden worden zolang ze aan de gestelde voorwaarden beantwoorden.
    Indien anders niet mogelijk, mogen hetzij chemische waterclosets, hetzij waterclosets met opvangzakjes voor één enkel gebruik worden ingericht;
  2. voor de urinoirs: uit vakken met individuele plaatsruimten, afgescheiden door zijschotten en voorzien van een afvoerkanaal. Deze urinoirs zijn van duurzame, waterdichte en gladde materialen.

    De urinoirs worden door een voortdurende of met korte tussenpozen werkende waterstroming gespoeld.

b) buiten de gebouwen:

De waterclosets worden ingericht zoals bepaald in het tweede lid van littera a). In de deuropening ervan is over heel haar breedte een open ruimte van 10 cm onderaan en een andere van 10 cm of meer bovenaan.

De urinoirs zijn door schotten afgescheiden zodat de gebruikers zich behoorlijk kunnen afzonderen.

De toiletten buiten de gebouwen moeten niet verwarmd worden.

c) zowel binnen als buiten de gebouwen:

De grond en de scheidingswanden van de waterclosets worden bedekt hetzij met tegels of met een laag glad gemaakt cement, hetzij met enig ander duurzaam en volledig waterdicht materiaal, zodat ze tegen een dagelijkse schoonmaak met water bestand zijn. Hetzelfde geldt voor de grond alsmede voor de muren, tot op een hoogte van twee meter, van de lokalen waarin de waterclosets eventueel ondergebracht zijn. De deuren zijn eveneens afwasbaar.

Het aantal waterclosets is ten minste 1 per 25 werknemers van het mannelijk geslacht die gelijktijdig tewerkgesteld zijn en ten minste 1 per 15 werknemers van het vrouwelijk geslacht die gelijktijdig tewerkgesteld zijn; het aantal urinoirs is onder dezelfde voorwaarden, ten minste 1 per 15 werknemers.
De urinoirs mogen vervangen worden door waterclosets.

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites