NL | FR | EN
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken   .be
Logo

Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen

Deze tekst is voor een groot gedeelte overgenomen uit de brochure "Het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk - toelichting bij de wet van 4 augustus 1996", uitgegeven door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Bepaling

Het begrip tijdelijke of mobiele bouwplaats wordt omschreven als elke bouwplaats waar civieltechnische werken of bouwwerken worden uitgevoerd, waarvan de lijst is vastgesteld door de koning.

Wettelijke bronnen

In het Belgisch recht vormen de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen het voorwerp:

  • van hoofdstuk V "Bijzondere bepalingen betreffende tijdelijke of mobiele bouwplaatsen" van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, 
  • van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.

Deze wettelijke bepalingen zetten de achtste bijzondere richtlijn 92/57/EEG om van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen.

Bovendien maken bouw en onderhoudswerken ook nog  het voorwerp uit van enkele speciale maatregelen opgenomen in het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB).

Betrokken partijen

Deze partijen zijn:

  • De opdrachtgever: dit is iedere natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening een bouwwerk wordt verwezenlijkt.

  • De bouwdirectie:

    • In de Europese richtlijn wordt de bouwdirectie gedefinieerd als iedere natuurlijke of rechtspersoon die voor rekening van de opdrachtgever zorg draagt voor het ontwerp en/of de uitvoering en/of het toezicht op de uitvoering van het bouwwerk.

    • De definities vermeld in de wet zijn hiervan afgeleid.

      In de Belgische wetgeving wordt het begrip bouwdirectie van de richtlijn echter opgesplitst in drie onderscheiden personen, nl.:
      • de bouwdirectie belast met het ontwerp,
      • deze belast met de uitvoering,
      • en deze belast met de controle op de uitvoering.

Dit gebeurt om rekening te houden met de realiteit op het werkterrein.
De bouwdirectie belast met het ontwerp kan een architect zijn (zie lager) of een studiebureau, bijvoorbeeld voor de bouw van technische installaties (bruggen, sluizen).
Openbare instellingen duiden vaak een persoon aan die in het kader van overheidsopdrachten moet nagaan of de wetgeving wordt nageleefd. Deze persoon kan beschouwd worden als bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering.

  • De aannemers: dit zijn alle natuurlijke of rechtspersonen die activiteiten verrichten tijdens de uitvoeringsfase van de verwezenlijking van het bouwwerk, ongeacht of hij werkgever of zelfstandige is of een werkgever die samen met zijn werknemers werkt op de bouwplaats.
    Uit deze definitie blijkt dat dit begip in dit geval niet gebruikt wordt in zijn gebruikelijke betekenis, maar alle personen beoogt die activiteiten uitoefenen tijdens de uitvoeringsfase van de verwezenlijking van het bouwwerk.

    Een privé persoon die zelf werken uitvoert wordt echter niet beschouwd als een aannemer.

    Tevens onderscheidt dit begrip zich van de bouwdirectie belast met de uitvoering.
    Dit is immers de persoon die de volledige verantwoordelijkheid voor de uitvoering van een bouwwerf draagt, terwijl het begrip aannemer hier slaat op diegenen die de werkzaamheden in feite uitvoeren. Dit neemt nochtans niet weg dat de bouwdirectie belast met de uitvoering een "aannemer" kan zijn, zoals dit begrip normaal wordt begrepen. In dat verband spreekt men in de praktijk vaak van een hoofdaannemer.

  • De coördinator inzake veiligheid en gezondheid tijdens de uitwerkingsfase van het ontwerp van het bouwwerk:
    iedere persoon die door de opdrachtgever of de bouw directie belast met het ontwerp belast is om zorg te dragen voor de coördinatie inzake veiligheid en gezondheid tijdens de uitwerkingsfase van het ontwerp van het bouwwerk.

  • De coördinator inzake veiligheid en gezondheid tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk:
    iedere persoon die door de opdrachtgever, de bouwdirectie belast met de uitvoering of de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering, belast is om zorg te dragen voor de coördinatie inzake veiligheid en gezondheid tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk.

  • De werknemers.

Specifieke situatie van de architect

Wat de verschillende bij de tijdelijke of mobiele bouwplaats betrokken personen betreft, dient verwezen te worden naar de specifieke toestand van de architect.

Krachtens artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, moet ieder een beroep doen op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken waarvoor een bouwvergunning vereist is.

Deze bepaling impliceert enerzijds dat er geen beroep gedaan moet worden op een architect voor werken waarvoor geen bouwvergunning vereist is.

Anderzijds voorziet de wetgeving in de mogelijkheid af te wijken van de verplichting een beroep te doen op een architect voor bepaalde activiteiten, waarvoor wel een bouwvergunning moet worden verleend.  Dit is bijvoorbeeld het geval voor bepaalde herstelwerkzaamheden die geen invloed hebben op de constructie van het gebouw als dusdanig of de bouw van verschillende technische installaties.

Onder meer daarom kon de architect in de wet niet automatisch beschouwd worden als bouwdirectie belast met het ontwerp of als bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering.

In dezelfde context rijst de vraag naar de draagwijdte van de opdrachten die door de wet van 20 februari 1939 aan de architect werden toevertrouwd en meer bepaald wat onder het begrip "controle op de uitvoering" moet worden begrepen.  Volgens de rechtsleer omvat dit begrip drie elementen:

  1. Er is een element leiding , wat impliceert dat de architect aan de aannemer alle nuttige richtlijnen kan geven voor de correcte uitvoering van de werken.  Deze richtlijnen hebben o.a. betrekking op de omschrijving van het te verwezenlijken bouwwerk, de opvolging van de verschillende types van werken evenals bepaalde algemene eisen waarmee de aannemer rekening moet houden om het door de bouwheer gewenste doel te bereiken. Deze leiding heeft dus tot doel er voor te zorgen dat de bepalingen van het contract worden nageleefd.
  2. Een tweede element betreft het toezicht, wat impliceert dat de architect een bijzondere aandacht moet besteden aan bepaalde aspecten van de werf om te vermijden dat er schade ontstaat.  Dit impliceert nochtans niet dat de architect voortdurend moet aanwezig zijn op de werf, wel dat zijn aanwezigheid vereist is op belangrijke momenten opdat de kwaliteit van het werk evenals de veiligheid van derden zou gewaarborgd zijn.
  3. De controle bestaat er fundamenteel in na te gaan of wat werd gerealiseerd in overeenstemming is met wat contractueel werd bedongen.

Hoewel deze opdrachten vooral kaderen in de aansprakelijkheid van de architect voor de verwezenlijking van het bouwwerk en meer bepaald of dit bouwwerk beantwoordt aan de eisen die de opdrachtgever heeft gesteld, wordt door het Hof van Cassatie toch aanvaard dat de architect medeverantwoordelijk kan zijn voor de veiligheid en de gezondheid op de bouwplaats.  In een arrest van 31 januari 1978 heeft het Hof van Cassatie de burgerlijke aansprakelijkheid en de strafrechtelijke verantwoordelijkheid aanvaard van de architect, parallel aan deze van de aannemer, op basis van een inbreuk op het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming, daar hij onvolledige en onduidelijke richtlijnen had verstrekt voor de uitvoering van moeilijke werken en hij nagelaten had de in zijn afwezigheid uitgevoerde werken te controleren.

Deze verantwoordelijkheid van de architect wordt door de rechtsleer gewoonlijk eng geïnterpreteerd. Dit heeft tot gevolg dat de verantwoordelijkheid van de architect voor de naleving van de wetgeving in verband met de veiligheid en de gezondheid van de werknemers niet uitdrukkelijk blijkt uit de opdrachten van de architect, zoals zij zijn omschreven in de wet van 20 februari 1939. 
De welzijnswet van 4 augustus 1996 kent daarentegen aan de bouwdirectie belast met het ontwerp en de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering uitdrukkelijke verplichtingen toe in verband met de veiligheid en de gezondheid van de werknemers.  Aangezien deze verplichtingen niet automatisch verbonden zijn aan de uitoefening van het beroep van architect werd in artikel 14 van de welzijnswet een bepaling ingevoerd, waarin wordt gesteld dat wanneer de opdrachten van de bouwdirectie belast met het ontwerp of van de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend door een architect, deze architect de verplichtingen die voortvloeien uit de welzijnswet en die van toepassing zijn op de voormelde bouwdirecties moet naleven.

Indien de controleopdracht van de architect eng wordt geïnterpreteerd dient het aspect van de controle dat slaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemers niet te worden uitgevoerd door een architect, maar kan dit ook gebeuren door een studiebureau dat hierin is gespecialiseerd en dat dan voor die aspecten kan beschouwd worden als bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering.  Niets belet echter dat de architect zelf deze opdracht uitvoert, maar dan is hij er wel toe gehouden de bepalingen van de welzijnswet en de uitvoeringsbesluiten na te leven.

Wat de opdrachten van de architect in de ontwerpfase betreft, moeten de uitvoeringsbesluiten die een impact hebben op hun beroep genomen worden na advies van de minister tot wiens bevoegdheid de middenstand behoort.

De opdrachten van de betrokken partijen

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het ontwerp van het bouwwerk en de verwezenlijking van het bouwwerk.

Tijdens het ontwerp van het bouwwerk

De opdrachtgever of de bouwdirectie belast met het ontwerp stellen een coördinator inzake veiligheid en gezondheid tijdens de uitwerkingsfase van het ontwerp van het bouwwerk aan.  Rekening houdend met de omvang van het bouwwerk en de risicograad, zal ook een veiligheids- en gezondheidsplan worden opgesteld voor het begin  van de bouwplaats.

In de ontwerp-, studie- en uitwerkingsfasen van het ontwerp moeten de algemene preventiebeginselen worden in acht genomen bij de bouwkundige, technische of organisatorische keuzen, in verband met de planning van de verschillende werken of werkfasen die tegelijkertijd of na elkaar plaatsvinden evenals bij de raming van de duur van de verwezenlijking ervan.  Hierdoor worden de veiligheid en gezondheid geïntegreerd vanaf de tekenplank.  Wie daar in concreto voor instaat, de opdrachtgever of de bouwdirectie belast met het ontwerp, wordt bepaald bij koninklijk besluit.

De coördinator die in deze fase wordt aangeduid wordt o.a. belast met de opstelling van een veiligheids- en gezondheidsplan en met een dossier dat is aangepast aan de kenmerken van het bouwwerk en dat de nuttige gegevens vermeldt voor de veiligheid en gezondheid, waarmee bij eventuele latere werkzaamheden rekening moet worden gehouden. Het gaat over het postinterventiedossier (PID). 

De opdrachtgever, de bouwdirectie belast met het ontwerp of de coördinator (of indien hij werknemer is, zijn werkgever) die deze verplichtingen niet nakomen, worden strafbaar gesteld met een gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar of/en een geldboete van 50 €tot 1.000 € (te vermenigvuldigen met 5,5).  Er kan hen een administratieve geldboete opgelegd worden van 250€ tot 2500 €.

Bij de verwezenlijking van het bouwwerk

Bij de verwezenlijking van het bouwwerk, zijn de opdrachtgever, de bouwdirectie belast met de uitvoering of de bouwdirectie belast met de controle op de uitvoering, belast met de organisatie van de coördinatie van de werkzaamheden van allen die zich op de bouwplaats bevinden en de samenwerking tussen deze personen. Dit geldt zowel wanneer zij zich tegelijkertijd als achtereenvolgens op de bouwplaats bevinden.

Zij zijn eveneens verantwoordelijk voor de aanduiding van een coördinator inzake veiligheid en gezondheid bij de verwezenlijking van het bouwwerk.

De bouwdirectie belast met de uitvoering die het eerst op de bouwwerf tussenkomt,doet aan de bevoegde overheid voorafgaand melding van het begin van de bouwplaats indien dit vereist wordt.

Alle aannemers moeten de bij koninklijk besluit vastgestelde veiligheids- en gezondheidsmaatregelen naleven.  Het gaat hier zowel om de traditionele werkgevers, als om de zelfstandigen en de werkgevers die zelf samen met hun werknemers op de werf werken.

De bouwdirectie belast met de uitvoering, de aannemers en onderaannemers zullen voor de werkzaamheden eveneens een beroep doen op andere aannemers en onderaannemers.
Onder "onderaannemer "moet hier worden verstaan een aannemer in de zin van deze wet die werken uitvoert in opdracht van een andere aannemer.  Om de veiligheid en gezondheid van alle werknemers te waarborgen, wordt een bepaalde getrapte regeling ingevoerd, al naargelang de plaats die een aannemer inneemt in het geheel.

  • Deze getrapte regeling gaat uit van  het bestaan van een verticale relatie, waarbij er een bouwdirectie belast met de uitvoering is die een beroep doet op aannemers.
  • Het is echter mogelijk dat de opdrachtgever zelf verschillende aannemers kiest zonder een beroep te doen op een bouwdirectie.  In dat geval is er geen verticale relatie maar bestaat er een horizontale relatie tussen verschillende aannemers die zich op hetzelfde niveau bevinden.  In deze hypothese wordt elkeen van deze aannemers bouwdirectie belast met de uitvoering voor het deel van de werken dat hem is toevertrouwd.

De bouwdirectie belast met de uitvoering staat aan de top van de piramide.  Hij heeft de volgende verplichtingen:

  • hij moet zelf de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen naleven;
  • hij moet ze doen naleven door alle aannemers en onderaannemers die betrokken zijn bij de verwezenlijking van het bouwwerk, zelfs wanneer hij slechts een indirecte band heeft met deze aannemers of onderaannemers;
  • hij moet ze bovendien doen naleven door de verschillende werknemers.

De aannemer heeft de volgende verplichtingen:

  • hij moet zelf de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen naleven;
  • hij moet ze doen naleven door zijn eigen rechtstreekse onderaannemer;
  • hij moet ze eveneens doen naleven door de onderaannemers van zijn onderaannemer en elke verder verwijderde onderaannemer;
  • hij moet ze doen naleven door de verschillende werknemers;
  • hij moet ze doen naleven door ieder die hem personeel ter beschikking stelt.

De onderaannemer heeft de volgende verplichtingen:

  • hij moet zelf de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen naleven;
  • hij moet ze doen naleven door zijn eigen rechtstreekse onderaannemer;
  • hij moet ze doen naleven door zijn eigen werknemers en door de werknemers van zijn eigen rechtstreekse onderaannemer;
  • hij moet ze doen naleven door ieder die hem personeel ter beschikking stelt.

De personen betrokken bij de verwezenlijking van het bouwwerk, de coördinator inbegrepen (of indien hij werknemer is zijn werkgever) kunnen, krachtens artikel 87, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk een gevangenisstraf oplopen van acht dagen tot één jaar of/en een geldboete van 50 tot 2.000 € (te vermenigvuldigen met 5,5).  Er kan hen een administratieve geldboete opgelegd worden van 250 tot 5000 €.

Artikel 32 van deze wet voorziet in de mogelijkheid een coördinatiestructuur op de bouwplaats op te richten.  Bij deze structuur kunnen o.a. de bouwdirecties, de vertegenwoordigers van de aannemers en van de werknemers en de preventieadviseurs betrokken worden.  De oprichting van een dergelijke structuur is afhankelijk van de omvang van de bouwplaats en de graad van de risico's.  Het is bovendien de bedoeling dat alleen de grotere werven dergelijke structuur moeten opzetten.

Meer informatie

Over de coördinatie voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen:

Over artikelen 433bis tot 468 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming betreffende de specifieke maatregelen van toepassing op bouw- en onderhoudswerken, zie de volgende toelichtingen daarover:

Adviezen van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites