NL | FR | EN
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken   .be
Logo

Ventilatie

De werklokalen moeten ten minste 2,5 meter hoog zijn. Iedere werknemer moet over een werkelijke ruimte van 10 m³ en over een vrije oppervlakte van 2 m² beschikken. De afmetingen van het vrije ongemeubileerde oppervlak van de werkpost moeten zodanig worden berekend dat het personeel bij zijn taakuitoefening over voldoende bewegingsruimte beschikt.
 
Indien om redenen die specifiek zijn voor de werkpost, niet aan deze eis kan worden voldaan, moet de werknemer op een andere plaats dicht bij zijn werkpost over voldoende vrije ruimte kunnen beschikken.

De toevoer van verse lucht en de afvoer van bevuilde lucht worden verzekerd naar rato van 30 m³ lucht per uur en per in de lokalen aanwezige werknemer. In de gesloten werklokalen wordt de toepassing van de voorgaande normen verzekerd door een natuurlijke luchtverversing of door het gebruik van enige inrichting die zich daarvoor leent.

Natuurlijke luchtverversing

Wanneer de omstandigheden het mogelijk maken wordt de lucht van de werklokalen natuurlijk en volledig ververst tijdens de werkonderbrekingen door de vensters wijd open te zetten. Tenzij dwingende technologische redenen het beletten worden schikkingen genomen om een relatieve luchtvochtigheid van 40 tot 70 % te verzekeren of althans deze grenscijfers te benaderen voor zover de weersomstandigheden zulks mogelijk maken.

Kunstmatige luchtverversing

De inrichtingen of installaties, die in gesloten werklokalen dienen voor de toepassing van de normen voorgeschreven in artikel 56 van het A.R.A.B., moeten de volgende waarborgen bieden:

  1. opvanging van zuivere en stofvrije lucht;
  2. gebruik van luchtkanalen zonder brokkelige bekleding;
  3. gelijkmatige luchtregeling met name een verdeling en een verspreiding van de ingebrachte lucht en temperatuurschommelingen die de werknemer niet hinderen;
  4. beperking tot 0,5 m/sec. van de luchtstroomsnelheid voor zover deze beperking niet strijdt met het toepassen van systemen voor specifieke bestrijding van bepaalde arbeidshinder;
  5. storingen moeten door een controlesysteem worden gemeld als dat noodzakelijk is voor de gezondheid van de werknemers.

Deze inrichtingen of installaties moeten bovendien zodanig gebouwd zijn, dat ze geen geluid of trillingen veroorzaken die een bron van hinder of ongemak kunnen zijn voor de werknemers.
In de van dergelijke inrichtingen of installaties voorziene gesloten lokalen moet bovendien een relatieve luchtvochtigheid van 40 tot 70 % worden aangehouden tenzij dit wegens dwingende technologische redenen uitgesloten is.

Interpretatie van artikel 56 van het A.R.A.B.

De voorschriften van artikel 56 van het Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming dienen als volgt geïnterpreteerd te worden:

de hoogte van de werklokalen moet minimum 2,50 m bedragen op de plaatsen waar het personeel tewerkgesteld wordt of op de plaatsen waar de werkposten opgesteld staan. Indien de hoogte van sommige gedeelten van werklokalen geen 2,50 m bedraagt, worden deze gedeelten niet meegerekend voor het bepalen van het minimumvolume of de minimumoppervlakte waarover iedere arbeider moet beschikken.

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites