Temperatuur in de gesloten werklokalen
In de gesloten en doorlopend bezette werklokalen worden minimum- en maximumtemperaturen bepaald, rekening houdend met de inspanningen die de werkposten vergen. Deze minima en maxima worden als volgt vastgesteld:
Minimum en maximumtemperaturen
| |
minimum |
maximum |
| zeer licht werk ongeveer 90 kcal/uur |
20°C |
30°C |
| licht werk ongeveer 150 kcal/uur |
18°C |
30°C |
| halfzwaar werk ongeveer 250 kcal/uur |
15°C |
26,7°C |
| zwaar werk ongeveer 350 kcal/uur |
12°C |
25°C |
De minimumtemperaturen worden gemeten met een droge thermometer. De maximumtemperaturen worden gemeten met een vochtige globethermometer of met enige andere methode die op het stuk van effectieve temperatuur identieke conclusiemogelijkheden biedt.
Na advies van de arbeidsgeneesheer en na akkoord van de vertegenwoordigers der werknemers in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of, bij ontstentenis van dit comité, van de vakbondsafvaardiging van het personeel, mag worden afgeweken van de deze bepalingen voor de werklokalen die slechts met zijn pozen door personeel zijn bezet.
Deze afwijking is onderworpen aan de volgende voorwaarden:
de werknemers moeten de mogelijkheid krijgen om naargelang van het geval regelmatig in verwarmde of gekoelde lokalen te vertoeven;
de werknemers moeten met aangepaste beschermingsmiddelen zijn uitgerust.
Temperatuur in open werklokalen of werkplaatsen in open lucht
Tijdens de periode tussen 1 november en 31 maart van het daaropvolgend jaar moeten de open werklokalen en de werkplaatsen in open lucht van een voldoend aantal verwarmingsinrichtingen zijn voorzien.
Wanneer het ingevolge de weersomstandigheden nodig blijkt en in elk geval wanneer de buitentemperatuur lager is dan 5 °C, moeten deze verwarmingsinrichtingen in werking worden gesteld. Indien de vertegenwoordigers van de werknemers in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of, bij ontstentenis van dit comité, de vakbondsafvaardiging van het personeel, vooraf hun akkoord geven mogen deze verwarmingstoestellen worden opgesteld in lokalen of in voorlopige constructies, teneinde het personeel de mogelijkheid te bieden zich bij tussenpozen te verwarmen.
Winkelbanken in open lucht
Bij een buitentemperatuur van minder dan 5 °C is het de exploitanten van winkels voor detailverkoop verboden personeel tewerk te stellen aan toonbanken of winkelbanken die zich buiten en in de onmiddellijke nabijheid van de winkel bevinden.
Bij een buitentemperatuur van minder dan 10 °C moet het aan voornoemde banken tewerkgestelde personeel over een voldoende krachtige verwarmingsinrichting beschikken, tenzij maatregelen worden genomen waardoor deze werknemers zich geregeld en zo dikwijls als nodig kunnen verwarmen. Bovendien moet dat personeel over een plankenvloer beschikken, waardoor rechtstreeks contact met de grond wordt voorkomen, en moet het zoveel mogelijk tegen weer en wind worden beschermd. Dit personeel mag dergelijke arbeid niet verrichten vóór 8 uur of na 19 uur, ook niet langer dan 2 uur zonder onderbreking van ten minste één uur, noch meer dan 4 uren per dag.
Gebruik van verwarmingstoestellen
De verwarmingstoestellen die gebruikt worden in de werklokalen moeten gebruiksklaar worden gehouden, verbonden zijn met een goed trekkende schoorsteen en zo zijn gemaakt dat een volledige en regelmatige afvoer van de verbrandingsgassen verzekerd is, zelfs bij maximale sluiting van het regelwerk.
Het gebruik van verwarmingstoestellen die niet met een dergelijke schoorsteen zijn verbonden kan worden toegestaan in gieterij-, constructie- en montagehalls, in pakhuizen, garages voor voertuigen en andere werkplaatsen van grote afmetingen op voorwaarde dat:
deze lokalen, zolang er wordt gewerkt, geregeld of althans dikwijls wijd naar buiten worden open gezet of zeer goed worden geventileerd; de doelmatigheid van de luchtverversing moet in beide gevallen geregeld worden gecontroleerd door het bepalen van het gehalte aan SO2, CO en CO2 in de atmosfeer;
als brandstof voor de bedoelde verwarmingstoestellen uitsluitend aardgas of vloeibaar gemaakt petroleumgas wordt gebruikt en die toestellen speciaal ontworpen zijn om te kunnen werken zonder verbonden te zijn met een schoorsteenpijp die de verbrandingsgassen naar buiten voert.
Open vuren mogen enkel in open lucht worden gebruikt.
Zonnestraling
De werknemers moeten tegen de zonnestraling kunnen worden beschermd door om het even welke installatie die zich daarvoor leent.
Beschermingsmaatregelen bij warm weer en ozonsmog
Zie de toelichting "Rechten van werknemers bij warm weer".
Bijkomende inlichtingen