NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Trillingen

Het koninklijk besluit van 7 juli 2005 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van dewerknemers tegen de risico’s van mechanische trillingen op het werk is de omzetting in Belgisch recht van de richtlijn 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (zestiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1 van richtlijn 89/391/EEG). Dit besluit heft de vroegere reglementering over de “strijd tegen trillingen”, die vervat was in het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, op.

Risicobeoordeling

De werkgevers zijn ertoe gehouden de risico's voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers, die het gevolg zijn van de blootstelling aan mechanische trillingen tijdens het werk, te evalueren en de nodige preventiemaatregelen te nemen.

Het niveau van blootstelling aan mechanische trillingen kan worden beoordeeld door middel van observatie van de specifieke werkmethoden en door het verzamelen van gepaste (o.a. door de fabrikant verstrekte) informatie over het waarschijnlijke trillingsniveau van het gebruikte materieel. Indien deze gegevens niet volstaan, wordt overgegaan tot metingen.

Actiewaarden en grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling

Wanneer de actiewaarden voor dagelijkse blootstelling worden overschreden, gaat de werkgever over tot de opstelling en uitvoering van een programma van technische en/of organisatorische maatregelen om de blootstelling aan mechanische trillingen te beperken (alternatieve werkmethoden, keuze van arbeidsmiddelen en passende onderhoudsprogramma’s, verstrekking van hulpmiddelen, ontwerp werkpost, passende voorlichting, beperking van de duur en intensiteit van de blootstelling, passende werkschema’s, passende beschermkledij). Voor hand-armtrillingen wordt de actiewaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 2,5 m/s²; voor lichaamstrillingen op 0,5 m/s².

Werknemers mogen niet worden blootgesteld aan trillingen boven de grenswaarden voor dagelijkse blootstelling: voor hand-armtrillingen wordt de grenswaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 5 m/s²; voor lichaamstrillingen op 1,15 m/s².

Overgangsperiode

Om rekening te houden met moeilijkheden van technische aard bij het voldoen aan de grenswaarden wordt er voor arbeidsmiddelen, die vóór 6 juli 2007 ter beschikking van de werknemers werden gesteld, een overgangsperiode voorzien die eindigt op 6 juli 2010, en voor arbeidsmiddelen in de sectoren land- en bosbouw op 6 juli 2014.

Afwijkingen

Voor de sectoren zeevaart en luchtvaart kunnen, in naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden, afwijkingen van de verplichting om aan de grenswaarde voor lichaamstrillingen te voldoen, worden verleend.

Indien de blootstelling van een werknemer aan mechanische trillingen gewoonlijk onder de actiewaarden voor dagelijkse blootstelling blijft, maar aanzienlijk varieert en incidenteel de grenswaarden voor blootstelling kan overschrijden, kunnen onder bepaalde voorwaarden eveneens afwijkingen van de verplichting om aan de grenswaarden te voldoen worden verleend.

Advies van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites