NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Kankerverwekkende en mutagene agentia

Toelichting over het koninklijk besluit van 2 december 1993 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan kankerverwekkende en mutagene agentia op het werk

Voor het beroepshalve omgaan met kankerverwekkende en mutagene stoffen gelden, naast de bepalingen van het koninklijk besluit van 11 maart 2002 betreffende de blootstelling van werknemers aan chemische agentia, eveneens de specifieke, strengere voorschriften van dit besluit.

Dit besluit is van toepassing op:

  • stoffen die werden ingedeeld als carcinogeen van categorie 1 of 2 of als mutageen van categorie 1 of 2 (deze stoffen krijgen het symbool "T" en de waarschuwingszin R45, R49 of R46 toegekend);
  • preparaten die dergelijke stoffen bevatten en op basis daarvan worden ingedeeld als carcinogeen van categorie 1 of 2 of als mutageen van categorie 1 of 2;
  • stoffen, preparaten of procédés die in een bijlage van dit besluit worden vernoemd.

Dit besluit is niet van toepassing op blootstelling aan ioniserende stralingen.

1. Risicoanalyse

De werkgever voert een risicoanalyse uit voor alle werkzaamheden waarbij zich een blootstelling aan kankerverwekkende of mutagene agentia kan voordoen.  Deze beoordeling moet op gezette tijden, en minstens eenmaal per jaar worden herhaald. In ieder geval dient ze opnieuw te worden uitgevoerd bij iedere wijziging van de omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de blootstelling.

2. Preventiemaatregelen

De werkgever past de volgende preventiebeginselen in onderstaande hiërarchische volgorde toe om de blootstelling van de werknemers te voorkomen:

  • het kankerverwekkend of mutageen agens vervangen door een stof, een preparaat of een procédé die (dat) in de omstandigheden waaronder zij (het) wordt gebruikt, niet of minder gevaarlijk is voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers.
  • indien dat technisch onuitvoerbaar is, de productie en het gebruik van het kankerverwekkend [of mutageen agens plaats te laten vinden in een gesloten systeem,
  • indien dat technisch onuitvoerbaar is, de blootstelling van de werknemers tot een zo laag mogelijk niveau als technisch uitvoerbaar beperken.  De grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling mag niet overschreden worden.

Bij gebruik van een kankerverwekkend of mutageen agens worden steeds de volgende maatregelen in acht genomen:

  • beperking van de hoeveelheden van het agens op het werk;
  • beperking van het aantal werknemers dat wordt of kan worden blootgesteld;
  • een zodanige opzet van de arbeidsprocédés en de technische maatregelen, dat het vrijkomen van agentia op het werk wordt vermeden of tot een minimum beperkt;
  • passende verwijdering van de agentia aan de bron;
  • plaatselijke afzuiging of algemene ventilatie;
  • gebruik van meetmethoden in het bijzonder voor de vroegtijdige opsporing van abnormale blootstellingen ten gevolge van een onvoorzien voorval of een ongeval;
  • toepassing van geschikte arbeidsprocédés en -methoden;
  • collectieve beschermingsmaatregelen en/of, wanneer de blootstelling niet met andere middelen kan worden vermeden, persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • hygiënische maatregelen, met name het regelmatig reinigen van vloeren, muren en andere oppervlakken;
  • voorlichting en opleiding van de werknemers;
  • de afbakening van de gevarenzones, en het gebruik in deze zones van waarschuwings- en veiligheidssignalen;
  • het treffen van voorzieningen voor noodgevallen die tot abnormaal hoge blootstellingen kunnen leiden;
  • middelen voor risicovrij opslaan, hanteren en vervoeren van de agentia;
  • middelen voor het veilig verzamelen, opslaan en verwijderen van afvalstoffen;

In  zones waar gevaar voor blootstelling aan kankerverwekkende of mutagene agentia bestaat, wordt het gebruik van maaltijden en drank uitdrukkelijk verboden.
Iedere werknemer  krijgt twee individuele kleerkasten ter beschikking: één voor de werkkleding en één voor de stadskleding.  De werkgever stelt eveneens een douche ter beschikking van de werknemers naar verhouding van één per groep van drie werknemers die gelijktijdig hun arbeidstijd beëindigen.

Werkzaamheden met verhoogde blootstelling

Voor bepaalde werkzaamheden, zoals onderhoud, waarvoor een aanzienlijke toename
van de blootstelling kan worden voorzien en waarbij alle mogelijkheden tot het nemen van
andere preventieve maatregelen ter beperking van de blootstelling reeds zijn uitgeput, neemt
de werkgever, na raadpleging van het comité voor preventie en bescherming op het werk, bijkomende  maatregelen, om de duur van de blootstelling van de werknemers zoveel mogelijk te beperken en om hen tijdens deze werkzaamheden te beschermen.

Incidenten

Bij onvoorziene voorvallen of ongevallen die tot abnormale blootstelling kunnen leiden, worden de werknemers en de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk zo spoedig mogelijk door de werkgever ingelicht.  Tot de normale toestand is hersteld mogen enkel de werknemers die onmisbaar zijn voor het uitvoeren van reparaties en andere noodzakelijke werkzaamheden in de betrokken zone werken.  Deze werknemers moeten uiteraard gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen dragen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

De werkgever bezorgt de werknemers gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen en  neemt
bovendien de nodige maatregelen opdat ze op de aangewezen plaats bewaard, bij ieder gebruik gecontroleerd en gereinigd, en tijdig hersteld en vervangen worden.

Opleiding en informatie

De werknemers en de leden van het comité krijgen een opleiding in de vorm van voorlichting en instructies.  Deze opleiding moet betrekking hebben op:

  • de mogelijke gevaren voor de gezondheid, hierin begrepen de bijkomende gevaren ten gevolge van roken;
  • de voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen;
  • de hygiënische voorschriften;
  • het dragen en het gebruik van beschermende kleding en persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • de door de werknemers, meer bepaald het reddingspersoneel, te nemen maatregelen in geval van en ter voorkoming van ongevallen.

Iedere werknemer ontvangt een individuele nota waarin alle inlichtingen en instructies zijn opgenomen.

Zolang de werknemers in de risicozones tewerkgesteld blijven, dienen zij minstens één maal per jaar een opleiding en een exemplaar van de individuele nota te krijgen. De opleiding moet worden vernieuwd wanneer nieuwe risico's ontstaan en moet worden aangepast aan de ontwikkeling van de risico's.

De werknemers worden geïnformeerd welke installaties en bijbehorende recipiënten kankerverwekkende of mutagene agentia bevatten.  Alle recipiënten, verpakkingen en installaties die dergelijke agentia bevatten worden duidelijk leesbaar gekenmerkt en er worden duidelijk zichtbare gevaarsignalen aangebracht.

3. Register

De werkgever maakt een naamlijst op van de werknemers die worden of kunnen worden blootgesteld met vermelding van de blootstelling die zij hebben ondergaan.  Elke werknemer krijgt inzage in de gegevens die hem persoonlijk betreffen.  Het comité krijgt inzage in de anonieme collectieve gegevens.  Deze lijst wordt in een register ingeschreven en ter beschikking gehouden van de bevoegde preventieadviseur en de met het toezicht belaste ambtenaren.

4. Raadpleging van de werknemers

Het comité voor preventie en bescherming op het werk brengt advies uit over de risicobeoordeling, de preventiemaatregelen, de programma's voor opleiding en voorlichting van de werknemers,de etikettering van recipiënten, verpakkingen en installaties en de afbakening van de risicozones.

5. Gezondheidsbeoordeling

Voorafgaand aan de blootstelling dient elke betrokken werknemer aan een gezondheids-beoordeling te worden onderworpen.  Zolang de blootstelling duurt, wordt er minstens eens per jaar een periodieke gezondheidsbeoordeling uitgevoerd.  Deze gezondheidsbeoordeling omvat indien gepast een biologisch toezicht  en speciale onderzoeken ter opsporing van de vroegtijdige en omkeerbare gevolgen na de blootstelling.

Wanneer blijkt dat een werknemer is getroffen door een afwijking die het resultaat is van
de blootstelling aan kankerverwekkende of mutagene agentia, kan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer de werknemers die een analoge blootstelling hebben ondergaan, aan het
gezondheidstoezicht onderwerpen.

Voor iedere werknemer wordt een gezondheidsdossier opgesteld dat gedurende 40 jaar na het einde van de blootstelling wordt bijgehouden.

De betrokken werknemers krijgen ook informatie over de mogelijkheid van een voortgezet gezondheidstoezicht.

Adviezen van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites