NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Algemene bepalingen betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen

Europees kader en algemene situering

Het Koninklijk besluit van 12/08/1993 (BS 28/098/1993) betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen op de werkplaats is een omzetting van de tweede bijzondere Europese sociale richtlijn 655/89/EEG.  Het gaat om een uitvoeringsbesluit van de Europese Kaderrichtlijn 89/391/EEG.  De laatste werd omgezet in Belgisch recht in de wet van 04/08/1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. (BS 18/09/1996).

Sociale richtlijn betekent dat Europa de minimumvoorwaarden oplegt die gelden voor alle Lidstaten, maar dat elk land daar bovenop kan toevoegen wat het noodzakelijk acht, in overeenstemming met zijn eigen sociale verworvenheden en tradities.  Het is dus mogelijk dat er, in de verschillende landen, nuanceverschillen bestaan in de omgezette teksten. 
Er zij dus gewaarschuwd voor eventuele gevolgen van dit fenomeen.

Het algemene KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen werd later verder uitgediept en aangevuld door bijkomende specifieke besluiten betreffende:

  • beeldschermen (KB 27/08/1993)
  • mobiele arbeidsmiddelen (KB 04/05/1999)
  • arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (KB 04/05/1999)
  • werkzitplaatsen en rustzitplaatsen (KB 27/04/2004)
  • arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte (KB 31/08/2005)

Hier wordt enkel het algemene besluit betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen behandeld.

Toepassingsgebied

Werkgevers, werknemers en daarmee gelijkgestelde personen als voorzien in de Welzijnswet.

Wat zijn arbeidsmiddelen?

Alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, apparaten, gereedschappen en installaties; kortom, alles waarmee arbeid kan verricht worden.

Het gebruik van arbeidsmiddelen  houdt in:  elke activiteit  met betrekking tot een arbeidsmiddel, met inbegrip van ingebruikname of buiten gebruikstelling, aanwending, vervoer, reparatie, ombouw, onderhoud en verzorging (waaronder ook reiniging)

Keuze van het arbeidsmiddel

De werkgever waakt erover dat de arbeidsmiddelen die ter beschikking van de werknemers worden gesteld geschikt zijn voor het uit te voeren werk of daartoe behoorlijk zijn aangepast, zodanig dat, voor een welbepaalde werkpost, de risico's worden vermeden of tot een strikt minimum worden beperkt.

Arbeidsmiddelen moeten voldoen aan alle Europese richtlijnen die op die arbeidsmiddelen van toepassing en relevant zijn.  Bijvoorbeeld economische richtlijnen als machinerichtlijn, laagspanningsrichtlijn, EMC,  e.d.  Bij ontstentenis geldt nog steeds het ARAB.

Ook ergonomische beginselen moeten in aanmerking genomen worden.

Opstelling en gebruik van arbeidsmiddelen

Het opstellen en het gebruik van de arbeidsmiddelen (met inbegrip van montage/demontage) dient te gebeuren op zo'n manier dat de gevaren voor de gebruikers en voor de andere werknemers zoveel mogelijk worden beperkt (bv. vrije ruimten, afschermingen, aan- en afvoer van energie en geproduceerde stoffen,….)
De montage/demontage moet op veilige wijze plaatsvinden, met name onder naleving van de evetuele aanwijzingen van de fabrikant.
De arbeidsmiddelen dienen beschermd te worden tegen mogelijke blikseminslag.

Indien er zich toch een specifiek gevaar zou kunnen voordoen, dat niet te vermijden is, dient:

  • het gebruik voorbehouden te worden aan daartoe belaste werknemers met specifieke vorming en/of opleiding
  • een specifieke bekwaamheid te worden voorzien bij herstelling, ombouw, onderhoud of verzorging (opleiding).

De werkgever ziet erop toe dat arbeidsmiddelen (waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie) onderworpen worden aan een eerste controle zodat ze op de juiste wijze worden geïnstalleerd en goed functioneren.
Dit zal gebeuren na installatie en vóór eerste ingebruiksneming alsook na (her)montage op een andere locatie.

Informatie, gebruiksaanwijzingen

De werkgever moet de nodige informatie ter beschikking stellen met betrekking tot de gebruikte arbeidsmiddelen.
De informatie moet voor de werknemers begrijpelijk zijn.

Deze informatie en deze gebruiksaanwijzingen moeten ten minste bevatten:

  • de omstandigheden waaronder de arbeidsmiddelen dienen te worden gebruikt;
  • de voorzienbare abnormale situaties;
  • de conclusies die kunnen worden getrokken uit de bij het gebruik van arbeidsmiddelen opgedane ervaringen;

Er moet worden gewezen op mogelijke gevaren; ook werknemers die niet rechtstreeks met het arbeidsmiddel werken moeten op de hoogte worden gebracht.

De instructies voor gebruik, inspectie en onderhoud van installaties, machines of gemechaniseerde werktuigen moeten op schrift gesteld zijn.  Hetzelfde geldt voor toestellen met veiligheidsfunctie.

De instructies worden geviseerd  (en eventueel aangepast) door een preventieadviseur van de interne of van de externe dienst Preventie en Bescherming op het werk.

Bestelling

In de bestelbon/nota van installaties, machines en gemechaniseerde werktuigen wordt naleving geëist van:

  • de vigerende wetten en reglementen inzake veiligheid en hygiëne
  • eventueel bijkomende vereisten ivm veiligheid en hygiëne, niet noodzakelijk opgelegd bij wetsvoorschriften maar onontbeerlijk om het "dynamisch risicobeheersings-systeem" te realiseren

Preventieadviseurs nemen deel aan het opstellen van de bestelbon.  Aanvullende eisen worden geformuleerd indien nodig.  Ook andere experts kunnen eventueel geraadpleegd worden

De bestelbon wordt geviseerd door de preventieadviseur van de interne Dienst PB.

Levering

De leverancier overhandigt de koper een schriftelijke bevestiging van navolging van de bij de bestelling gestelde eisen.

Indienststelling

Een verslag wordt opgemaakt door de interne preventieadviseur (eventueel na advies).
Dit verslag stelt de naleving vast van de vigerende wetten inzake veiligheid en hygiëne evenals van andere, bijkomende voorwaarden voorzien bij de bestelling.

Voorschriften bij levering of indienststelling

Voorschriften bij levering of indienststelling zijn niet van toepassing indien:

  • ze reeds voorzien van een merk van keuring, goedkeuring of overeenkomst (bvb CE-merk).  Opgelet, dit geldt enkel voor de eigenschappen specifiek,eigen en intrinsiek aan het arbeidsmiddel.  Elke aanpassing bij installatie, samenbouw of wijziging moet wel degelijk apart onderzocht worden, want niet gedekt door het keuringslabel.
  • machines, installaties en onderdelen gecontroleerd worden door een erkend organisme (Ext. Dienst voor Technische Controles (EDTC))

Deze voorschriften zijn wel van toepassing indien het om geëiste aanvullende voorwaarden gaat en om niet door de keuring gedekte aspecten.

Onderhoud, controle en inspectie

De arbeidsmiddelen worden door adequaat onderhoud in zodanige toestand gehouden dat zij gedurende de gehele gebruiksduur blijven voldoen aan de vereisten van onderhavig besluit.

Arbeidsmiddelen onderhevig aan invloeden waarbij verslechtering (slijtage e.d.)  kan optreden moeten verplicht worden onderworpen aan:

  • periodieke controles en/of proeven
  • bijzondere controles wanneer uitzonderlijke gebeurtenissen zich hebben voorgedaan zoals bvb ombouw, ongevallen, natuurverschijnselen, langdurig buiten gebruik stellen…

Bedoeling hierbij is na te gaan of de veiligheids-en gezondheidsvoorschriften nog steeds gerespecteerd blijven, en ze zo nodig opnieuw te garanderen.

Ter beschikking houden

Documenten en attesten dienen ter beschikking te worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.
Deze documenten en attesten worden meegedeeld aan het Comité voor preventie en bescherming op het werk.

Advies van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites