NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten

Europees kader

Het koninklijk besluit van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen bestemd voor het hijsen of heffen van lasten is het derde luik in de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn 95/63/EG van 5 december 1995 tot wijziging van de richtlijn 89/655/EEG van 30 november 1989.

Definitie

Zowel in dit koninklijk besluit als in andere delen van de reglementering wordt geen definitie gegeven van arbeidsmiddelen bestemd voor het hijsen of heffen van lasten. Dit betekent in feite dat dit begrip zeer ruim moet bekeken worden en in elk geval veel verder gaat dan de definitie van “hefwerktuig” zoals deze opgenomen is in artikel 267.2.1 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB).
Naast de evidente hijswerktuigen zoals kranen, torenkranen, takels, enz. vallen alle arbeidsmiddelen die dienen om een last te hijsen of te heffen, ook over kleine hoogtes, onder de voorschriften van dit besluit.

Andere voorschriften die van toepassing zijn

Naast deze specifieke voorschriften zijn ook de algemene bepalingen van het koninklijk besluit van 12 augustus 1993 inzake het gebruik van arbeidsmiddelen van toepassing alsook in voorkomend geval de specifieke bepalingen van het koninklijk besluit van 4 mei 1999 inzake het gebruik van mobiele arbeidsmiddelen.

Zie hiervoor de toelichting bij de volgende thema's:

  1. Algemene bepalingen betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen 
  2. Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van mobiele arbeidsmiddelen 

Hijsen of heffen van personen

Het koninklijk besluit bevat ook bepalingen betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen bestemd voor het hijsen of heffen van lasten maar die uitzonderlijk gebruikt worden voor het hijsen of heffen van personen.
Hierin wordt de nadruk gelegd op het feit dat deze werkwijze principieel verboden is en dat alleen in uitzonderlijke omstandigheden en mits een gepaste risicoanalyse en in toepassing van de reglementaire bepalingen terzake, deze werkwijze kan toegepast worden.
Een voorbeeld hiervan is het gebruik van betonbakken met werkplatform.

Controle

Volgens artikel 11 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen, moeten arbeidsmiddelen die onderhevig zijn aan invloeden waarbij verslechtering (slijtage) kan optreden, periodiek door een bekwame persoon worden gekeurd. De werkgever moet in het algemeen de periodiciteit bepalen en de bekwame persoon aanwijzen.

Voor sommigen arbeidsmiddelen preciseert echter de wetgeving de periodiciteit en de bekwame persoon. Dat is het geval bij hefwerktuigen omschreven door artikel 267 van het ARAB.

Volgens de artikelen 280 en 281 van het ARAB moeten de controle van de indienstelling en de periodieke controles van deze toestellen door een externe dienst voor technische controles op de werkplaats worden uitgevoerd.

In het kader van die controles kunnen bijzondere gevallen zich voordoen, zoals:

Adviezen van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites