NL | FR | EN | DE
Contact | Nieuws | Nieuwsbrief | Geavanceerd zoeken     .be
Naar Startpagina
Zoeken

Arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogten

Algemene beginselen

Het koninklijk besluit van 31 augustus 2005 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte is de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn 89/655/EEG van 30 november 1989 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de werkplaats, zoals gewijzigd door de richtlijn 2001/45/EG.

Dit besluit is een aanvulling van het koninklijk besluit van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen.
Het KB van 12 augustus 1993 blijft van toepassing op de arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte, voor zover er geen specifieke bepalingen zijn opgenomen in dit besluit.

Risicoanalyse en preventiemaatregelen

De werkgever treft, rekening houdend met de risicoanalyse, de nodige materiële en organisatorische maatregelen opdat de arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte die ter beschikking van de werknemers worden gesteld geschikt zijn om het werk onder optimale voorwaarden uit te voeren.

1. Materiële preventiemaatregelen

De werkgever zorgt er voor dat de uitvoering van de werkzaamheden onder passende ergonomische omstandigheden gebeurt van op een daartoe geschikte werkvloer die zodanig ontworpen, geïnstalleerd en uitgerust is dat de veiligheid wordt gewaarborgd en dat doorgang mogelijk is zonder gevaar.

De afmetingen, eigenschappen en kenmerken van het arbeidsmiddel worden aangepast aan de aard van de te verrichten werkzaamheden en aan de voorzienbare belastingen.

De werkgever kiest de meest geschikte toegangsmiddelen tot de werkposten voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte. Dit gebeurt in functie van de frequentie van het verkeer, van de te bereiken hoogte en van de gebruiksduur.

Het gekozen toegangsmiddel moet de mogelijkheid van ontruiming bij dreigend gevaar bieden.

Het overstappen van een toegangsmiddel op platformen, vloeren of loopbruggen en omgekeerd mag geen bijkomende risico's op vallen opleveren.

De werkgever voorziet, zo nodig, in het aanbrengen van beveiligingsmiddelen om vallen te voorkomen, waarbij voorrang wordt gegeven aan collectieve beschermingsmaatregelen boven persoonlijke beschermingsmaatregelen.

Deze beveiligingsmiddelen hebben een zodanige configuratie en sterkte dat vallen van hoogte wordt voorkomen of dat een eventuele val wordt gestopt, zodanig dat letsel bij werknemers wordt voorkomen.

De collectieve beveiligingsmiddelen mogen alleen onderbroken worden waar zich een toegang tot een ladder of trap bevindt.

Wanneer de uitvoering van specifieke werkzaamheden vereist dat een collectief beveiligingsmiddel om vallen te voorkomen tijdelijk wordt verwijderd, wordt gezorgd voor doeltreffende vervangende veiligheidsvoorzieningen.

2. Organisatorische preventiemaatregelen

De organisatorische preventiemaatregelen hebben tot doel er voor te zorgen dat bij de keuze van elk arbeidsmiddel dat ter beschikking van de werknemers wordt gesteld voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte, voorrang wordt gegeven aan de arbeidsmiddelen die gebouwd zijn overeenkomstig de bepalingen van de besluiten genomen in uitvoering van de communautaire (EU) richtlijnen die op deze arbeidsmiddelen van toepassing zijn, of bij ontstentenis van dergelijke bepalingen, overeenkomstig gelijkwaardige technische voorschriften.

Vanuit organisatorisch standpunt is het vanzelfsprekend dat tijdelijke werkzaamheden op hoogte alleen worden uitgevoerd wanneer de weersomstandigheden de veiligheid en de gezondheid van de werknemers niet in gevaar brengen.

Gebruik van ladders, trapladders en platformladders

De werkgever beperkt het gebruik van ladders, trapladders en platformladders als werkpost op hoogte tot arbeidsomstandigheden waarin het gebruik van andere, veiligere arbeidsmiddelen niet verantwoord is, gelet op het geringe risico en gelet op, hetzij de korte gebruiksduur, hetzij de bestaande kenmerken van de arbeidsplaats en werkposten die de werkgever niet kan veranderen.

De ladders, trapladders en platformladders worden zodanig geplaatst dat hun stabiliteit bij de toegang en tijdens het gebruik ervan gewaarborgd is en dat hun sporten of trappen horizontaal blijven.

Ladders worden zodanig gebruikt dat de werknemers steeds veilige steun en houvast hebben.

Het met de hand dragen van lasten op een ladder mag een veilig houvast niet belemmeren.

Gebruik van steigers

Er dient een duidelijk onderscheid gemaakt te worden tussen de werkgever die de steiger monteert, demonteert of ombouwt, en de werkgever die de steiger gebruikt. In de meeste gevallen zal het niet om dezelfde werkgever gaan.

Wanneer de werkgever die de steiger gebruikt een andere werkgever is dan degene die de steiger monteert, demonteert of ombouwt, bezorgt deze laatste alle nuttige informatie aan de werkgever die de steiger gebruikt.

Vermits het gaat om een samenwerking tussen verschillende werkgevers, zal een coördinatie tussen beide noodzakelijk zijn. Dit betekent dat de gebruiker in een lastenboek of in een ander gelijkwaardig document precies de activiteiten die hij wil uitvoeren zal dienen te omschrijven. Zodoende kan de andere partij hem een steiger ter beschikking stellen die aangepast is aan de geplande activiteiten.

Technische vereisten met betrekking tot de stabiliteit, toegankelijkheid en veiligheid van steigers:

  • ze worden zodanig opgebouwd dat geen enkel onderdeel, tijdens het gebruik van de steiger, ten opzichte van het geheel kan bewegen;
  • ze worden zodanig opgebouwd dat zij de lasten waaraan ze worden blootgesteld kunnen dragen en ze kunnen weerstaan aan de belasting die voortvloeit uit atmosferische omstandigheden, inzonderheid de invloed van de wind;
  • ze moeten verankerd of bevestigd zijn aan een punt dat voldoende weerstand biedt of beschermd zijn tegen elk risico van wegglijden of omvallen of door elk ander middel met een gelijkwaardige doeltreffendheid;
  • het draagvlak moet voldoende stevig zijn om elke vervorming van de ondersteunende delen te voorkomen;
  • tussen de randen van de vloeren en het bouwwerk waartegen de steiger is geplaatst, mogen geen gevaarlijke openingen voorkomen;
  • tussen de verschillende vloeren van de steiger worden er veilige toegangswegen voorzien die in voldoende aantal aanwezig zijn;
  • tijdens de montage, de demontage, de ombouw en het gebruik van de steiger wordt er een aangepaste bescherming tegen het risico van vallen en tegen het risico van vallende voorwerpen aangebracht op elk niveau van de steiger.

De werkgever die de steiger gebruikt zorgt er, onder zijn verantwoordelijkheid voor dat de steiger, tijdens het gebruik, te allen tijde blijft beantwoorden aan de hoger genoemde vereisten, en dat zijn werknemers geen toegang hebben tot de gedeelten van de steiger die niet gebruiksklaar zijn.

Gebruik van toegangs- en positioneringstechnieken met touwen

Het gebruik van toegangs-en positioneringstechnieken met touwen voor het uitvoeren van werkzaamheden op hoogte die een systematisch of herhaaldelijk karakter hebben, is in principe verboden.

Op dit principe bestaan twee uitzonderingen:

  • wanneer de risicoanalyse heeft aangetoond dat de toegang tot de werkpost onmogelijk is of gevaarlijker is bij gebruik van een ander arbeidsmiddel en de plaats waar het werk wordt verricht niet kan worden aangepast;
  • wanneer de risico's verbonden aan het opstellen van andere arbeidsmiddelen groter zijn dan de risico's verbonden aan de uitvoering van het werk.

Het besluit stelt tot slot de voorwaarden vast waaraan het gebruik van deze technieken onderworpen is.

Meer informatie

Specifieke toelichtingen van de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid

Gids van de Commissie van de Europese Unie

De Commissie van de Europese Unie heeft een niet-bindende gids over de keuze van arbeidsmiddelen bij tijdelijke hoogtewerkzaamheden uitgegeven.

De gids dient ter ondersteuning en juiste interpretatie van de Europese richtlijn 2001/45/EG.  Het is de bedoeling van een dergelijke code van goede praktijk om op die manier een zekere technische nivellering op het niveau van de Europese Unie te bereiken over wat kan, wat duidelijk niet meer kan en wat nog aanvaardbaar is, dit uiteraard ongeacht eventuele toevoegingen van de aparte lidstaten.

U kunt deze gids raadplegen op de website van de Europese Commissie:
Niet-bindende praktijkgids voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2001/45/EG (Werkzaamheden op hoogte).

Advies van de Hoge Raad voor preventie en bescherming op het werk

Bijkomende inlichtingen

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - Gebruiksvoorwaarden - Privacy - Sitemap

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites